Advertentie
analyse

Het recept waarmee Vlaanderen olympische medailles moet maken

Gymnaste Nina Derwael is in Tokio kanshebber voor goud in een wereldsport. Het Vlaamse turnproject met een ambitieuze bond, Franse topcoaches, jong talent en royale Vlaamse steun (ruim 1 miljoen euro in 2020) geldt als een voorbeeld van maakbare topsport. ©BELGA

De Belgische atleten zijn met meer dan ooit op de Spelen. De motor achter die Belgische olympische machine is Vlaanderen. Meer geld dan de rest, minder versnippering van centen én alleen potentiële wereldtoppers krijgen als atleet steun: stiekem hoopt Vlaanderen op zes medailles van eigen makelij.

Het gespecialiseerde statistiekbureau Gracenote voorspelt elf Belgische medailles in Tokio. Dat zou bijna het dubbele zijn van in Rio, toen ons land van elke medaille twee won.

Het Vlaamse richtcijfer voor Tokio is zes medailles. Sport is namelijk regionale materie, met een federaal aanhangsel via het Belgisch Olympisch Comité (BOIC). Het beleid, het gros van de geldstromen en de medailleambities die daaruit volgen, verlopen via de regio’s. In Rio golden 4,5 van de 6 medailles als Vlaams. Enkel Nafi Thiam krijgt steun via Wallonië. De hockeyploeg krijgt mee steun via het BOIC - maar ook daar vloeit een belangrijk deel van de centen via Vlaanderen.

Grootste delegatie ooit

Team Belgium start de Spelen in Tokio met de grootste groep sporters sinds Helsinki 1952. Het gaat om 121 atleten (66 mannen en 55 vrouwen) - acht meer dan in Rio vijf jaar geleden - in 25 sporten. Het mannenhockey, dat zilver won in Brazilië, krijgt in de ploegsport het gezelschap van het vrouwenbasket rond het fenomeen Emma Meesseman en – onverwacht – het 3x3 basket mannen. Dat is spectaculair straatbasket naar één korf. De olympische slagzin ‘Sneller, hoger, sterker’ getrouw zijn het opnieuw de grootste Spelen ooit. Met de toevoeging van vijf nieuwe sporten (baseball, skaten, surfen, muurklimmen en karate) strijden 11.500 atleten in 33 sporten voor 339 keer goud, zilver of brons.

Hoe maakbaar zijn die medailles? De mondiale concurrentie is enorm. De strijd om goud is een variant in vredestrijd op ‘rally around the flag’ - een patriottische prestigeslag.

Topsport is als het geopolitieke verkeer. Politieke macht volgt uit inwoneraantal en economische kracht. Ook op de Spelen is er een Great Game tussen wereldblokken. ‘Succes in topsport wordt voor de helft bepaald door drie factoren: inwoneraantal, welvaart en prestige – hoe belangrijk vindt een land winnen in sport’, zegt professor topsportbeleid Veerle De Bosscher (VUB).

Vlaanderen is geen mondiale supermacht. Het speelt economisch wel boven zijn gewicht als exportnatie. Het probeert dat ook als sportnatie te doen. Door niet alles te doen maar te kiezen, gefocust centen in te zetten en via wetenschap en innovatie procentjes winst te pakken.

De draaischijf van Vlaamse topsport

Ben Weyts (N-VA) is twee jaar Vlaams minister van Sport. Tokio is niet zijn examen, wel in uitgesteld relais dat van zijn voorganger en partijgenoot Philippe Muyters. Hij was tien jaar onafgebroken minister. Het zou onnozel zijn Weyts op Tokio af te rekenen. Omdat het snel tien jaar duurt - jong talent moet oud genoeg worden om volwassen topsport te doen - voor uitgezette beleidslijnen zich op het terrein vertalen. De eerste beoordeling van Weyts - een nieuw topsportactieplan is onlangs goedgekeurd - komt er op de Olympiade van Parijs in 2024. Het topsportbeleid is ook losgekoppeld van politiek. Weyts en zijn topambtenaar Philippe Paquay verdelen de subsidies op basis van een advies van een negenkoppige taskforce. ‘De minister heeft vetorecht, maar dat is nog nooit uitgeoefend’, zegt Pieter-Jan Vangerven, lid van de taskforce, Weyts-cabinetard en voorzitter van de Vlaamse zwembond.

Vlaanderen stopt jaarlijks 26 miljoen euro in topsport. Die subsidies vloeien naar zowel bonden en coaches als atleten. Er gaan centen naar sporters en teams die nu in Tokio moeten scoren, in Parijs over drie jaar en ook naar talent dat er pas in LA 2028 moet staan. Daarnaast was er de voorbije olympische cyclus - tussen 2016 en 2020 - 10 miljoen euro voor topsportinfrastructuur zoals hallen, pistes en zwembaden. De topsport profiteert ook mee van een jaarlijkse pot van 110 miljoen voor infrastructuur van breedtesport.

Lonen en toelagen

Van de 26 miljoen euro subsidie gaat bijna 4 miljoen naar lonen en studententoelagen voor topsporters onder contract. Ze worden betaald volgens de barema's van een Vlaams ambtenaar. ‘We hebben ervoor gekozen het beleid en de middelen te focussen om de best mogelijke omkadering te creëren voor trainen en presteren, niet voor het pamperen via lonen’, zegt Paul Rowe, algemeen directeur van de administratie Sport Vlaanderen. Hij is al jaren een belangrijke coarchitect van het topsportbeleid. 

Vlaanderen had in 2020 53 betaalde topsporters in vaste dienst en 14 topsportstudenten. Er waren ook bijna 2.000 topsporters die steun van Vlaanderen kregen via onder meer coaches en stages - meer dan het dubbele van tien jaar geleden. Dat is niet het volledige financiële plaatje. Er liggen ook 19 profs onder contract bij de federale overheidsdienst Defensie, onder wie 13 Vlamingen. Vier van hen gaan naar de Spelen.

53
Betaalde topsporters
Vlaanderen had in 2020 53 betaalde topsporters in vaste dienst en 14 topsportstudenten.

Daarnaast is er via de Vlaamse arbeidsbemiddelaar VDAB een opvangnet voor atleten die hun contract zijn kwijtgespeeld of talent dat nog niet voldoet aan de voorwaarden. 47 atleten krijgen een uitkering. Geen van hen heeft de Spelen gehaald.

Via het federale BOIC profiteren Vlaamse atleten mee van nog eens 4 miljoen euro steun. Het BOIC organiseert ook jaarlijks olympische stages - waar Vlaanderen jaarlijks een half miljoen euro bijlegt. Daarnaast doet het BOIC de omkadering van de Spelen. Een belangrijke kostenpost is de medische staf rond dokter Johan Bellemans.

Vlaanderen wordt beter

Wat levert dat allemaal op? De statistieken bewijzen dat Vlaanderen beter wordt. Vlaanderen haalde in 2019 - door de uitgestelde competities laten we het coronajaar 2020 erbuiten - 41 top 8-plaatsen, negen bronzen, drie zilveren en zes gouden plakken op EK’s of WK’s. Het aantal medailles is na Rio elk jaar gestegen.

Hetzelfde beeld keert terug in de Vlaamse topsportindex. Dat is een eigen ontwikkelde barometer. Daarin worden alle medailles en top 8-plekken op EK’s, WK’s en Olympische Spelen samengeteld en per vierjaarlijkse olympische cyclus in kaart gebracht. Elke drie maanden wordt de index geüpdatet. Dat is betrouwbaarder dan prestaties op één tornooi, waar tegenslag of geluk een groot verschil kan maken.

België stond in mei dit jaar op een historische 1.397 punten in de index. Sinds 2004 - toen voor het eerst sprake was van structureel Vlaams topsportbeleid - is België op de Europese ranking geklommen van de 26ste naar de 17de plek.

1.397 punten
Topsportindex
België stond in mei dit jaar op een historische 1.397 punten. Sinds 2004 - toen voor het eerst sprake was van structureel Vlaams topsportbeleid - is België op de Europese ranking geklommen van de 26ste naar de 17de plek.

Meer dan ooit is die klim te danken aan Vlaanderen. Dat stond op een record van 782 punten, tegenover 208 voor Wallonië en 406 bicommunautaire projecten – waar beide regio’s inbreng hadden. De kloof van 574 punten tussen Wallonië en Vlaanderen was nooit groter. ‘De Vlaamse index moet elk jaar omhoog. Dat is onze enige meetlat’, zegt Tom Coeckelberghs, sinds twee jaar afdelingshoofd topsport bij Sport Vlaanderen.

Wallonië armer

Wallonië kan minder investeren in topsport omdat het kleiner en armer is. Tegenover de Vlaamse 26 miljoen zet het 11 miljoen euro. Het gevolg is dat Vlaanderen uitloopt. Op de Spelen komen atleten in actie die de voorbije jaren begeleid zijn met een programma rond prestatiebevorderende ketonen. Team Belgium maakt gebruik van een medisch trackingsysteem en hitteplan met koelvesten en drinkprogramma dat is ontwikkeld door de Vlaamse topsporttak.

Niet langer top 8 Europees, maar top 8 mondiaal wordt de voorwaarde voor steun. Dat kan omdat steeds meer atleten voldeden aan de oude criteria. Wat we niet willen, is een beleid waar we de steun over nog meer atleten gaan versnipperen. Daarom leggen we de lat hoger.
Tom Coeckelberghs
Afdelingshoofd topsport Vlaanderen

Vlaanderen wil vooruit. ‘Niet langer top 8 Europees, maar top 8 mondiaal wordt de voorwaarde voor steun’, zegt Tom Coeckelberghs. ‘Dat kan omdat steeds meer atleten voldeden aan de oude criteria. Wat we niet willen, is een beleid waar we de steun over nog meer atleten gaan versnipperen. Daarom leggen we de lat hoger.’

De ambities veroorzaken ruis op de relatie met het BOIC. Dat legde tot voor Rio bijkomende eigen criteria op aan atleten om naar de Spelen te mogen. In heel wat sporten zijn de limieten van de internationale bonden soepeler. Maar het BOIC liet zijn strengere criteria varen uit schrik voor rechtszaken van atleten die hun niet-selectie zouden aanvechten. ‘We vinden die keuze jammer’, zeggen Coeckelberghs en Rowe.

De vraag is of de return on investment hoog genoeg is. Het is kort door de bocht de kostprijs van een medaille te bepalen op 4,3 miljoen euro – 26 miljoen steun gedeeld door het doel van zes medailles. De Vlaamse geldstromen mixen zich met federale, Waalse en privésteun. Om dezelfde reden is het bijzonder complex Vlaanderen af te zetten tegen landen met een vergelijkbaar inwoneraantal en vergelijkbare welvaart.

Powerhouses van de kleintjes

Mondiaal zijn er twee powerhouses onder de 'kleintjes'. Australië (26 miljoen inwoners) haalde in Rio 29 medailles, Nederland (17 miljoen) 19 medailles. Gracenote voorspelt nu 40 Australische en 46 Nederlandse medailles. Nederland beschikt over ongeveer 75 miljoen euro topsportbudget, Australië over 157 miljoen.

De Vlaamse topsport spiegelt zich aan twee landen. Denemarken (5,8 miljoen inwoners) haalde in Rio 15 medailles. Nog straffer is Nieuw-Zeeland, dat met 4,9 miljoen mensen 18 medailles haalde. Een exact budget valt moeilijk te achterhalen, maar het ligt voor beide landen snel een tiental miljoen euro hoger dan voor Vlaanderen.

15
Medailles denemarken
Denemarken (5,8 miljoen inwoners) haalde in Rio 15 medailles, Nieuw-Zeeland (4,9 miljoen) 18 medailles.

‘Vlaanderen presteert in vergelijking met andere landen net op of onder het gemiddelde’, zegt professor Veerle De Bosscher. ‘We scoren het best op talentdetectie en -ontwikkeling. Dat is een gevolg van onze topsportscholen. Tegelijk gaapt er een financiële kloof met veel landen. Mondiaal is iedereen meer gaan investeren. Dus moet je zelf extra pompen om je succes op peil te houden of veel efficiënter omspringen met je middelen.’

We scoren het best op talentdetectie en -ontwikkeling. Dat is een gevolg van onze topsportscholen. Tegelijk gaapt er een financiële kloof met veel landen.
Veerle De Bosscher
Professor topsportbeleid

Vlaanderen doet het al bij al goed met de middelen die er zijn. Het geld wordt doordacht ingezet, er worden prioriteiten gekozen en de investeringen gaan naar topsportprogramma’s in plaats van naar systemen. Dat laatste is gelijkaardig aan wat Nederland en Australië doen, al hebben die meer middelen per inwoner. Beide landen zetten dat geld ook wel erg efficiënt in. Pas in Rio is het Vlaamse beleid echt beginnen te renderen, want in Londen en Peking vielen de resultaten nog flink tegen. Het bewijst dat topsportbeleid tijd nodig heeft om tot ontwikkeling te komen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud