Katrien Meire: ‘Sport heeft me nooit teleurgesteld'

©SISKA VANDECASTEELE

Als piepjonge CEO van de Londense club Charlton Athletic kreeg Katrien Meire een terreurcampagne van de supporters over zich heen. Bij de traditieclub Sheffield Wednesday kon ze dit jaar met een schone lei beginnen. ‘Ik weet nu dat ik sterk in mijn schoenen sta.’

‘Hebben jullie dat enorme bord niet gezien bij het binnenrijden? We zijn gesloten.’ Zwaaiend met zijn armen komt een licht geërgerde parkeerwachter afgesneld. Het is een lange dag geweest. Hij wil ons graag zo snel mogelijk weer de auto in en weg, zodat ook zijn avond kan beginnen. Tot hij ziet wie bij ons is. ‘O wacht, jij bent Katrien. Kom maar verder.’ En dan: ‘Ik ben een Wednesday-supporter.’

Katrien Meire (34) is CEO van de Engelse voetbalclub Sheffield Wednesday, die opkomt in het Britse Championship. Voordien was ze vier jaar CEO van de Londense club Charlton Athletic, een functie waarin ze samen met eigenaar Roland Duchâtelet zwaar onder vuur kwam te liggen. Meire is juriste van opleiding, maar koos na een korte carrière als advocate voor het voetbal. In haar jeugd behoorde Meire tot de beste Belgen in de vijfkamp.

De Katrien die zijn ergernis wegneemt, is Katrien Meire, CEO van de voetbalclub Sheffield Wednesday, actief in de Britse tweede klasse. Het is een functie die deuren opent. De Limburgse heeft geregeld dat we na de uren binnen mogen in Chatsworth House, het landgoed van de hertog van Devonshire, op twintig minuten rijden van Sheffield. Overdag zijn de enorme tuinen rond het landhuis openbaar, ’s avonds sluiten ze om hertog Peregrine Cavendish en zijn familie privacy te gunnen. Maar voor Meire maken ze graag een uitzondering. ‘Ga gewoon niet te ver in de tuinen,’ zegt de dame die ons binnenleidt, ‘de hertog gaat vanavond nog schieten.’

Gerustgesteld dat het om kleiduiven gaat, installeren we ons aan een prachtige vijver met uitzicht op het landhuis. Meire heeft alles voorzien: een picknickdeken, een fles rode wijn en hapjes van bij Marks & Spencer. Alleen een vuur ontbreekt. Omdat het de voorbije weken ook in Engeland snikheet en kurkdroog was, is een knetterend vuur uitgesloten.

Een vuurkorfgesprek zonder vuurkorf, voor alles is een eerste keer. Ter compensatie heeft Meire kaarsen bij, veilig in glazen potten. Maar die aansteken is niet eenvoudig. Voor het eerst in weken hangt onweer in de lucht. De felle wind fnuikt keer op keer onze pogingen. En boven onze hoofden pakken dreigende wolken samen. Dan maar even zonder kaarslicht.

34 is Meire nog maar. En toch is Sheffield Wednesday, een van de oudste voetbalclubs ter wereld, al de tweede ploeg waar ze aan het roer staat. Voor ze begin dit jaar de teugels van The Owls in handen kreeg, leidde ze in opdracht van de Belgische miljardair Roland Duchâtelet de Londense club Charlton Athletic. Vier turbulente jaren waren dat, waarin het sportief vierkant draaide en Meire af te rekenen kreeg met een supportersrevolte.

©SISKA VANDECASTEELE

Wat liep er mis?
Katrien Meire: ‘We hebben onderschat hoe belangrijk voetbal is voor supporters hier. In België zou ik een hevige voetbalsupporter zijn. Maar dat komt niet in de buurt van wat het hier betekent om supporter te zijn. Dat is zoveel intenser, tribaal bijna. Het neemt een groter deel in van hun leven, het is ermee verweven. Dat had ik in het begin misschien te weinig door.’

‘België is een kleiner land. We zijn het meer gewend om ons aan te passen aan verandering. Zo hebben we ook de internationalisering van het voetbal vroeg omarmd, met een instroom van buitenlandse eigenaars, spelers en coaches. In de Premier League is dat ook al een tijdje doorgedrongen, maar in de lagere regionen is die evolutie nog redelijk nieuw. En Engeland houdt graag vast aan tradities. (kijkt rond) Zoals je hier ook kan zien.’

Pakt u het anders aan nu?
Meire: ‘Ja. Ik besef dat de supporters een andere mentaliteit hebben. Als ik hier wil werken, moet ik dus een manier vinden om daarmee om te gaan. Ik moet mezelf niet veranderen, maar ik kan het wel diplomatischer brengen. Ik ben altijd redelijk zwart-wit geweest. Ik heb over veel zaken een uitgesproken mening, en ben niet bang die ook te uiten. Maar ik weet intussen dat die aanpak niet altijd de slimste is. Mensen kunnen uitspraken uit de context halen om je te treffen.’

Is dat vaak gebeurd?
Meire: (knikt) ‘In een interview met De Tijd heb ik bijvoorbeeld eens gezegd: ‘De geschiedenis, je m’en fous.’ Daarmee wilde ik gewoon zeggen dat we vooruit moesten kijken, zonder de clubtradities in de prullenmand te gooien. Maar het werd geïnterpreteerd als een gebrek aan respect voor het verleden van Charlton, als zou ik niet geïnteresseerd zijn in de tradities van supporters. Wat uiteraard niet zo was. Maar krijg dat nog maar eens uitgelegd. Op zulke uitspraken zul je me niet meer betrappen.’

De vuurkorf

Gesprekken bij valavond die tot zonsopgang kunnen duren. Met Katrien Meire, de CEO van de Engelse voetbalclub Sheffield Wednesday, steken we kaarsen aan op een prachtig landgoed in Bakewell.

U bent milder geworden.
Meire: ‘Toch wel. Ik weet niet of je er iets over hebt opgevangen, maar ik heb een en ander meegemaakt.’ (lacht)

Meires schaterlach galmt door de tuinen van Chatsworth House, niet voor het laatst. Al valt met de periode bij Charlton bitter weinig te lachen. Wat als onvrede met het bestuur begon, mondde na verloop van tijd uit in een soort terreurcampagne aan haar adres, met ranzige scheldpartijen en zelfs doodsbedreigingen.

Het trieste dieptepunt was de dag dat een hoop boze Charlton-supporters bij Meires ouders in Tongeren gingen aankloppen. ‘Om posters op te hangen aan hun huis en hun een flyer te geven waarin uit de doeken werd gedaan hoe slecht hun dochter was in haar job. Vreselijk. Dat zal ik ze nooit vergeven. Ik heb ongetwijfeld foute beslissingen gemaakt of verkeerde dingen gezegd. Ik kan er perfect mee leven dat ik daar word op aangesproken, dat mensen boos op me zijn. Maar niets geeft hun het recht om me zo in mijn persoonlijke levenssfeer te raken.’

Hoe gaat u met zulke omstandigheden om, als u alleen in het buitenland zit?
Meire: ‘Sport! Ik deed in Londen soms hot yoga (een intensieve vorm van yoga, in een hete ruimte, red.). Op het toppunt van de heisa heb ik mezelf opgelegd om dertig dagen lang elke dag naar de yoga te gaan. The 30 day challenge.’

‘Tijdens de dag kreeg ik de hele tijd het gevoel dat ik de grootste loser was, dat ik niets kon. Dan ga je aan jezelf twijfelen, weet je niet meer zeker wie je bent en vraag je je af of je keuzes wel de juiste zijn. Ik was de controle kwijt, het was pure massahysterie. De fans zeiden letterlijk dat het hun ambitie was de club onbestuurbaar te maken. Elke dag als ik naar kantoor ging, wist ik dat er weer iets op mijn bord zou belanden dat ik moest rechttrekken. Ik liep achter de feiten aan.’

‘Maar dankzij mijn yoga-uitdaging wist ik ook dat er elke dag één moment zou zijn waarover ik zelf de controle had. En omdat het me lukte dat elke dag vol te houden, kreeg ik opnieuw het gevoel dat ik wel iets kon. Dat heeft me geholpen.’

Bij Sheffield Wednesday hebben ze u wel hartelijk ontvangen.
Meire: ‘Ja, het is zowat de omgekeerde wereld. Bij Charlton deed ik veel goede dingen maar kreeg ik er nooit krediet voor. Hier krijg ik zelfs lof voor dingen waar ik niets mee te maken heb. (lacht) Mensen reageren normaal. Als ik iets fout doe, krijg ik het ook op mijn bord maar dan op een beschaafde manier.’

In Charlton wisten de fans dat ik de trein nam in London Bridge, en dreigden ze ermee me onder een trein te gooien.

‘In een van mijn eerste weken in Sheffield verliet ik het stadion om lunch te halen. Toen een fan met zijn auto naast me stopte, ik kreeg het even benauwd. In Charlton wisten de fans dat ik de trein nam in London Bridge, en hadden ze ermee gedreigd me onder een trein te gooien. Dus telkens als ik de trein nam, keek ik rond om er zeker van te zijn dat ik alleen stond. Compleet belachelijk, eigenlijk. Maar de Wednesday-fan deed gewoon zijn raam open en stak zijn duim op. Dat had ik al lang niet meer meegemaakt.’

Meire denkt na. ‘Het is de eerste keer dat ik er zo lang bij stilsta’, zegt ze dan. ‘En weet je? Ik kan nu zeggen dat ik er niets negatiefs aan heb overgehouden. Integendeel, die periode heeft me sterker gemaakt. Ze hebben me proberen te breken, maar het is ze niet gelukt. Wat me professioneel nog overkomt, ik weet nu dat ik sterk in mijn schoenen sta. Dat is ook waardevol. Ik bekijk het positief.’

Plots komen dikke druppels uit het zware wolkendek gevallen. Eerst weinig, dan veel. Gierend van het lachen zoekt Meire dekking onder een van de paraplu’s die de dame van Chatsworth House ons meegaf. En dan komt diezelfde dame ons ook nog eens vriendelijk vragen of we nu toch misschien het terrein willen verlaten. Dat onze vuurkorfgesprekken tot laat kunnen duren, had ze niet begrepen.

Gelukkig is het park rond Chatsworth House even idyllisch en is de bui van korte duur. We beslissen onze picknick met onaangestoken kaarsen te verhuizen. Terwijl we ons boeltje pakken, houdt op het tuinpad een golfkarretje halt. ‘Is de regen niet prachtig?’, roept de hertog of Devonshire ons toe. Voor we kunnen antwoorden, rijdt hij verder, richting de schietbaan.

Buiten de muren van het landgoed installeren we ons tussen honderden wilde schapen, die er het gras kort moeten houden. Het lukt zelfs om enkele kaarsen aan te steken. De fles rode wijn gaat open. ‘Eigenlijk drink ik weinig’, zegt Meire. ‘Niet uit overtuiging of zo, het is meer iets uit mijn jeugd. Die stond in het teken van sport. Ik moest ’s morgens altijd fris en monter zijn, dus dronk ik haast nooit. Die gewoonte is gebleven.’

©SISKA VANDECASTEELE

U deed aan atletiek. Was u goed?
Meire: ‘In de jeugd was ik bij de besten van België. In mijn opstellen schreef ik altijd dat ik aan de Olympische Spelen wilde meedoen. Maar op mijn 16de moest ik na een rugblessure een operatie ondergaan. De bedoeling was dat ik weer op hoog niveau zou kunnen sporten, maar dat draaide anders uit. Het was de eerste grote ontgoocheling in mijn leven. Ik had er zo mijn zinnen op gezet, en dan krijg je te horen dat het niet langer kan. Ik heb keihard geweend, ja. (lacht) Maar het heeft me niet verbitterd. Sport heeft me nooit teleurgesteld. De kracht en de emotie die ervan uitgaan, ik blijf het prachtig vinden.’

‘Ik kan een grenzeloze bewondering voelen voor topatleten. Wat zij voor hun sport over hebben, daar neem ik mijn hoed voor af. Als buitenstaander heb je de neiging te denken dat ze op talent teren. Maar hard werk maakt het verschil. We vinden het haast vanzelfsprekend dat zo’n Ronaldo elk jaar top is. Maar dat is hij alleen omdat hij er alles voor over heeft, elke keer opnieuw. Er zijn spelers met evenveel natuurlijk talent die niet in de buurt komen van zijn carrière.’

In Het Belang van Limburg vonden we de uitslag van een veldloop uit 1996 terug. Tweede plaats: Katrien Meire.
Meire: ‘Dat ben ik, ja. (trots) In geen enkele veldloop waaraan ik heb meegedaan, ben ik naast het podium gevallen.’

Was u het type dat boos werd op zichzelf omdat u tweede was?
Meire: (twijfelend) ‘Eén keer ben ik echt teleurgesteld geweest. Ik liep aan de leiding in het Belgisch kampioenschap veldlopen, in Heusden-Zolder in 1997. Maar de finish was bergop, en ik had niet gezien dat er iemand achter me kwam. Op die laatste helling heb ik me voorbij laten lopen. Dat was balen.’

‘Misschien ben ik stiekem toch een competitiebeest. Er was één wedstrijd... (begint te giechelen) Dit gaat zo fout klinken... Maar er was dus één wedstrijd waar ze voor de start omriepen dat de Belgische top aanwezig was. En ze noemden allerlei namen, maar niet de mijne. ‘Dat zal niet waar zijn’, dacht ik. En ik heb die dag gewonnen.’

‘En dan was er die wedstrijd in Bree, waar ze kort voor de finish al afriepen dat een meisje eerste ging worden, en Katrien Meire tweede. Toen ben ik als een gek beginnen te spurten, en heb ik toch nog gewonnen.’ (lacht)

Hebt u veel overgehouden aan die sportieve carrière?
Meire: ‘Zeker. Je leert onder druk presteren, je toeleggen op iets, jezelf pushen tot het uiterste. Zelfs van een blessure steek je iets op: je leert omgaan met teleurstelling.’

Is er een verband met de zakelijke carrière die u hebt uitgebouwd?
Meire: (lacht uitbundig) ‘Mijn zakelijke carrière... Dat klinkt gek.’

U werd op uw 29ste CEO van een voetbalclub. Dan hebt u toch iets goed gedaan?
Meire: ‘Of veel geluk gehad.’

U hebt het duidelijk moeilijk met complimenten.
Meire: ‘Het zit inderdaad niet in mij om mezelf op de borst te kloppen. Ik zal nooit zeggen dat ik de beste ben in iets. Belgische bescheidenheid? Misschien wel. In een Britse krant probeerde een journalist naar aanleiding van het WK een schets te maken van ons land. Daarin stond een citaat uit een speech van koning Albert: ‘Belgen zijn bescheiden, nemen zichzelf niet te serieus en zoeken altijd het compromis.’ Daar herkende ik me wel in.’

Voetbal is voor mij elke keer weer een geweldige gelegenheid om uit mijn dak te gaan.

Had u al vroeg iets met voetbal?
Meire: ‘In mijn familie was voetbal een traditie. Met z’n allen naar Sint-Truiden, zo ben ik opgegroeid. Voetbal is voor mij elke keer weer een geweldige gelegenheid om uit mijn dak te gaan. Met mijn vrienden ging ik ook graag naar de Rode Duivels in Brussel. Heerlijke avonden waren dat. Emotionele rollercoasters, en achteraf zingen in de metro.’

‘Als ik beelden zie van volwassen mannen die zich volledig hebben verkleed om naar het voetbal te gaan, denk ik altijd: dat kan alleen in een voetbalstadion. Enkel sport kan zoveel emotie teweegbrengen. Ik voel die bewondering voor alle soorten sport. Maar voetbal is toch een categorie apart, meer een belevenis.’

En toch koos u aanvankelijk voor een carrière als juriste.
Meire: ‘Omdat ik altijd geïnteresseerd ben geweest in politiek. Het leek me een goede basis, mocht ik ooit iets in de politiek willen betekenen. Hoe beleidsbeslissingen tot stand kwamen, dat vond ik superinteressant.’

‘Tijdens mijn studies heb ik dan een ander domein gevonden dat ik enorm boeiend vond: Europees mededingingsrecht. Dus heb ik me daarin verdiept. Politiek leek me toch ook maar een hondenstiel. Alles gaat er zo traag, dat lijkt me verschrikkelijk.’

‘Ik kan een beslissing nemen, en daar meteen resultaat van zien. Zo zijn we nu bezig met de Europese privacywetgeving GDPR. Die heeft onze database met contacten doen krimpen. Dan moet je campagnes zoeken om dat cijfer weer omhoog te krijgen. Daar een idee rond ontwikkelen, het uitvoeren en kijken of het succes heeft, dat vind ik oprecht leuk.

‘Voor hetzelfde geld zat ik nu ergens in een vergadering over iets dat dan misschien over vier of vijf jaar wordt uitgevoerd. Laat maar. Hetzelfde met de advocatuur. Ik schreef als advocate adviezen voor rechtszaken die jaren aansleepten. Niemand las ze, behalve een rechter als je geluk had. Dat was... (wikt haar woorden) een beetje saai.’

©SISKA VANDECASTEELE

Hoe hebt u zich daaruit losgewrikt?
Meire: ‘Ik was niet echt gelukkig, dus dwong ik mezelf uit te zoeken waar mijn passie lag. En die is altijd duidelijk geweest: sport. Dus heb ik me eerst verdiept in sportrecht, dat zag ik me nog wel doen in de advocatuur.’

‘Op een bepaald moment las ik in de krant dat Roland (Duchâtelet, red.) voor zijn voetbalclub zelf wilde onderhandelen over tv-rechten, waarin ik me gespecialiseerd had. Toen heb ik hem geschreven. Daarna hebben we twee jaar sporadisch contact gehouden voor hij me heeft gevraagd voor hem te komen werken. Eerst in een nog onbestemde rol, dan als CEO van Charlton. Ik was jong en onervaren, ja. Maar dat is de stijl van Roland. Hij durft jonge mensen vertrouwen en verantwoordelijkheid te geven.’

‘Het is iets waarvoor ik altijd dankbaar zal zijn. Als jonge mens met ambitie is het een droom met Roland te kunnen samenwerken. Je leert razendsnel bij, maakt van dichtbij mee hoe hij nadenkt over zaken. Dat is veel waard. Hij grapte soms dat ik hém eigenlijk moest betalen, omdat ik bij hem mijn MBA aan het halen was. Hij had een punt. Hoe mijn verdere carrière ook loopt, ik zal mijn hele leven kunnen putten uit wat hij me heeft geleerd.’

Nu werkt u voor een andere miljardair, de Thaise tonijnmagnaat Dejphon Chansiri. Hoe loopt die samenwerking?
Meire: ‘Het is geweldig leerrijk om voor iemand met een andere cultuur te werken. Hij doet op een heel andere manier zaken, redeneert anders. In Azië is het zakenleven veel meer hiërarchisch gestructureerd. Helemaal anders dan bij ons. Eens in zo’n context gedijen is verrijkend. Zaken kunnen doen met verschillende soorten mensen en culturen is een vaardigheid.’

De avond is gevallen, de wind gaan liggen. Eindelijk kunnen alle kaarsen aan, tot opluchting van de fotografe, die absoluut nog beelden met een vlam wil. We vragen Meire waar de ambities met Sheffield Wednesday liggen. Ze twijfelt geen seconde. ‘Premier League spelen, natuurlijk. Al wordt dat verre van makkelijk. De concurrentie is stevig aan het investeren.’

Komt het er niet op neer dat wie het meest geld heeft, stijgt?
Meire: ‘Zo ziet het er steeds meer naar uit. Maar er zijn ook tegenvoorbeelden. Kijk naar Huddersfield en Burnley, die zonder al te grote budgetten zijn gepromoveerd. Zeker Burnley vaart een eigen koers, met al jaren dezelfde manager, die dezelfde speelstijl hanteert. Hij koopt heel gericht spelers die in dat systeem passen. Dat kan dus ook. Maar dan moet er op alle niveaus vertrouwen zijn in elkaar, ook als het even slechter gaat. Dat is redelijk zeldzaam in een emotionele sport als voetbal.’

‘Als je niet steenrijk bent, moet je als club een bepaalde filosofie en speelstijl volgen die bij je past en die op lange termijn vol te houden is. En dan ook een coach aantrekken die daarin past, zodat die niet meteen een hoop spelers en personeel overbodig vindt en zijn eigen mensen wil binnenbrengen. Clubs gaan daar te vaak in mee, in die wensen van hun manager. Ze willen eigen spelers, maar ook eigen analisten, scouts, dokters, noem maar op. Zo’n constante turn-over is slecht voor een ploeg. Je moet stabiliteit kunnen creëren.’

Kan je ambitieus zijn in de Engelse tweede klasse, en toch winst maken?
Meire: (glimlacht) ‘Moeilijk. Om break -even te draaien moet je eigenlijk elk jaar enkele spelers duur kunnen verkopen. Of één echte toptransfer doen. Bij Charlton hebben we zo één jaar winst gemaakt. Maar zo hypothekeer je weer je kansen om te promoveren. Het is geen makkelijk verhaal.’

‘Het beste voor clubs zou zijn dat ze zonder al te grote verliezen worden gerund. Want als je veel schulden maakt, betalen de fans de prijs op het moment dat de eigenaar de kraan toedraait of er genoeg van heeft en wil verkopen. Want wie wil een zwaar verlieslatende business kopen, eentje waar je tegelijk nog eens extra moet in investeren? Er zijn er zeer weinig die dat kunnen of willen.’

‘Tegelijk werk ik nu voor iemand die graag veel wil investeren op lange termijn. Alleen mag dat dan niet door de regels rond Financial Fair Play. Dat vind ik dan ook weer frustrerend.’ (lacht)

Waar liggen de ambities nog voor iemand die op zijn 29ste al CEO werd?
Meire: ‘Mijn ambitie is de beste te worden in mijn beroep en op het allerhoogste niveau te kunnen werken. Daarvoor moet ik nog veel stappen zetten, besef ik. Ik heb veel punten waarin ik nog moet verbeteren. Maar alles is ervaring, als je iets tien keer hebt gedaan, ben je er nu eenmaal beter in dan als het je eerste keer is. Ik geef mezelf nog tijd om te groeien.’

Als CEO mag je geen zwakke punten hebben. Je moet in alles goed zijn.

‘Sommigen zeggen: ‘Je moet je concentreren op waar je goed in bent.’ Ik vind van niet. Als CEO mag je geen zwakke punten hebben, je moet in alles goed zijn. Daarom maak ik graag de analogie met de vijfkamp, die ik nog heb beoefend. Daarin moet je ook goed genoeg zijn in al je disciplines. Ik weet waar ik goed in ben en waar ik nog op moet trainen.’ (lacht)

Wat is het allerhoogste niveau?
Meire: ‘Ik probeer daar niet te veel over na te denken. Premier League zou de max zijn om mee te maken, omdat het zo’n circus is. En daarom niet voor een grote club, maar in de Premier League werken zou al fantastisch zijn. Als dat met Sheffield Wednesday kan, des te beter. Misschien dat ik ooit bij de voetbalbond aan de slag wil. Maar dat is meer iets voor later, denk ik. In voetbal kan je sowieso niet te veel aan carrièreplanning doen, je leeft er meer in het moment.’

Zou u een stap terug kunnen doen om bij een grote club te werken?
Meire: ‘Waarom niet? Als je de kans krijgt voor iemand te werken van wie je opnieuw veel kan leren, hoef ik niet absoluut CEO te zijn.’

U leidt een druk en stressvol bestaan. Hebt u nooit getwijfeld om iets anders te gaan doen?
Meire: ‘Natuurlijk. Ik heb geen normaal leven, hè. Probeer zonder weekends maar eens sociale contacten te onderhouden. Veertig weken per jaar ligt mijn zaterdag vast: match day. Niet iedereen begrijpt dat.’

‘Ik zit in die fase van het leven dat veel vriendinnen beginnen te trouwen. Dan wordt een vrijgezellenfeestje georganiseerd, en ben ik de enige die niet kan. ‘Het is toch maar een stomme voetbalwedstrijd’, hoor ik dan. Maar het is mijn werk.’

Is het soms een eenzaam bestaan?
Meire: ‘Ja, zeker hier in Sheffield. Toen ik nog in Londen woonde, was het veel gemakkelijker voor mensen om even langs te komen. Vlot bereikbaar, en aantrekkelijker als bestemming. In Sheffield moet ik van nul een sociaal leven opbouwen. Maar dat hoort nu eenmaal bij de keuze die ik heb gemaakt: voor mijn carrière.’

‘Vrienden zeggen soms: ‘Werken is toch niet alles.’ Maar je werk is waar je veruit het meest mee bezig bent in het leven. Als ik daar gelukkig mee ben, krijg ik de rest eromheen ook wel geregeld, denk ik dan. Iedereen vindt zijn geluk ergens anders. Voor mij is dat, althans voorlopig, het voetbal.’

We blazen de kaarsen uit, vouwen de picknickdeken op en lopen langs slapende schapen richting de auto. Voor Meire ons aan ons hotel afzet, wil ze nog even Hillsborough tonen, het stadion waar Sheffield Wednesday zijn thuismatchen speelt. Binnen geraken we niet meer. De nachtwaker heeft net alles afgesloten, en zit achter vier pubers aan die het stadion proberen binnen te dringen. Maar zelfs van achter het hek glimt Meire van trots. ‘Mooi hier, hè.’

Volgende week: Sophie De Schaepdrijver, historica

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content