Kopje koffie, kopman?

©Brecht Van Maele

Op koffie win je geen koers, maar Greg Van Avermaet zal wel wakker aan de start van de voorjaarsklassiekers staan. Mee dankzij z’n eigen GVA Coffee. En hij is niet alleen: koffie is hip in koersland. ‘Plots bracht een renner zijn eigen koffiemachine mee naar het ontbijt.’

Gisteren nog, Wout Van Aert op Twitter, en dus op Sporza: ‘Hey @chrisfroome, please don’t tell me you were just doing a little coffeeride?’ Elke renner kent het woord. Een ‘coffeeride’ is dat trainingstochtje waarin het niet móét. Een dag voor of na een wedstrijd, beetje losrijden, onderweg even rusten bij een koffie.

Het was een grapje van Van Aert. Een tweet met een knipoog-emoji, nadat hij op Strava de recordtijd van Froome op een stukje van de Teide in Tenerife had verbeterd. Van gezapig losrijden was geen sprake, van een koffiepauze zeker niet. Al houdt Van Aert er zeker van.
‘Twee jaar geleden was ik met Wout op stage in Livigno’, vertelt Belgisch kampioen Tim Merlier. ‘Tot dan was ik die renner die zelfs tijdens zo’n coffeeride liever een Ice Tea dronk. Maar we waren in Italië, het land van de koffiebars en op de eerste dag dronk ik toch een cappuccino. Tegen het einde van de stage dronk ik elke dag drie à vier koffies. Van espresso over cappuccino tot americano.’

‘Als ik écht train, dan train ik echt. Dan stop ik ook niet voor een koffie’, zegt Greg Van Avermaet. ‘Zoals deze morgen. We hebben 150 kilometer gereden.’ Het is woensdagnamiddag, achter Veloloft in Eke-Nazareth heeft zijn ploeg CCC wat ze hun ‘service course’ noemen:
in rijen hangen tientallen blinkende Giant-fietsen, op de parking staan wagens en busjes van het team van Van Avermaet. Wie nog twijfelt, hoeft het niet meer te doen, hier zie je het: de coureurs zijn weer in het land. Om vandaag de Omloop Het Nieuwsblad te rijden en morgen Kuurne-Brussel-Kuurne.

In mijn vrije tijd op hotel zoek ik op YouTube video’s op die me dingen over koffie bijleren.
Kasper Asgreen

Maar nu op woensdag neemt de olympische kampioen van Rio plaats achter de blinkende koffiemachine in deze prachtige fietsenwinkel en met een kannetje melk schudt hij er een dik hartje in. ‘Toen ik mijn eerste koffiemachine kocht, lachte Ellen (zijn vrouw, red.) met me. Ik had een prachtig apparaat maar kreeg er geen koffie uit. Ik heb toen met Patrick Versluys gebeld en die heeft me ermee leren werken.’

Praat met renners en de naam van Patrick Versluys valt. Vergis u niet: hij is geen ex-renner. In de jaren tachtig reed wel een renner met die naam rond, die werd zelfs tweede in Parijs-Roubaix en zevende in de Ronde van Vlaanderen, maar dat was een naamgenoot. Deze Patrick Versluys zit al zijn hele leven in de koffie, nu als zaakvoerder van Limarc. Typisch Belgische naam trouwens: ‘Mijn moeder heette Lima en mijn vader Marc. Voilà.’ En Limarc is ook de naam die op de koffiemachine van Van Avermaet staat. Het is er een van het Italiaanse merk Rocket, dat verdeelt Versluys, net zoals het nog chiquere merk La Marzocco.

Op zijn site pakt Limarc uit met een quote van Albert Camus: ‘Should I kill myself, or have a coffee?’ Ook Camus was geen renner, vermoedelijk schreef of sprak hij het in het Frans uit, maar Versluys spreekt zijn talen. En is in het wielerpeloton dé man van de koffiemachines. ‘Het is inderdaad iets geworden’, zegt hij. ‘Zelf zit ik al heel mijn leven in de koffie, maar via via kwam Greg (Van Avermaet dus, red.) bij mij en zo is dat gegroeid. Intussen kan ik ze amper nog tellen: Tim Declercq, Kris Boeckmans, Wout Van Aert, Tim Merlier. Het zijn allemaal koffiefreaks en ze hebben een Rocket.’

Deense barista

In mei vorig jaar titelde de Volkskrant het al: ‘Wie is de grootste koffiesnob van het peloton?’ De Nederlandse krant schreef: ‘Volg op Instagram een willekeurige renner en de foto’s van kopjes koffie vliegen je om de oren, het ene nog fraaier dan het andere.’ De krant schreef dat Tom Dumoulin, de Nederlander die in 2017 de Giro won, al zijn ploegmaats een koffiemachine cadeau deed.

Maar Dumoulin was niet de eerste. Dat was dus Greg Van Avermaet, na zijn olympische titel in Rio. Aan Philippe Gilbert, Laurens De Plus, Serge Pauwels en Tim Wellens, de vier Belgische ploegmaats, schonk Greg elk een Rocket met daarin hun naam gegraveerd. Kostprijs? ‘Bwah, met een koffiemolentje erbij en een drie uur durende cursus heb je dat voor 2.850 euro’, zegt Versluys.

2.850
euro
Kostprijs voor een Rocket-koffiemachine, met een koffiemolentje erbij en een drie uur durende cursus.

Een prachtcadeau. En vernieuwend. Woensdagavond, bij de opening van ‘Heeren, vertrekt! In de kop van de koers’, een tentoonstelling in de Gentse Sint-Pietersabdij, zag je dat ook. Al heel lang was het de gewoonte dat kopmannen hun ploegmaats na een mooie zege met een extraatje bedankten. Heel vaak waren dat dure horloges. Julian Alaphilippe gaf zijn Deceuninck-Quick-Step-maats na de Tour van 2019 elk een Montblanc-horloge. Yves Lampaert was nog origineler na Dwars door Vlaanderen en het Belgisch kampioenschap in 2018: hij gaf zijn maten elk een John Deere-zitmaaier. Maar er stond in die expo ook een Rocket-machine.

‘Toen we met BMC de ploegentijdrit wonnen in de Tour van 2015 deden we onszelf allemaal een koffiemachine cadeau’, zegt Van Avermaet. ‘Dat was dus die eerste machine waar ik een tijdlang niet kon mee werken. Maar na Rio vond ik dat wel een goed idee. Brazilië is niet voor niets een belangrijk koffieland en ik vond het ook fijn iets te geven waar de ploegmaats elke dag iets aan konden hebben. Als ik ’s morgens mijn koffie zet, denk ik elke keer aan Rio.’

‘Ik had het nog nooit meegemaakt’, zegt Alessandro Tegner, officieel ‘Marketing and Communication Manager’ van Deceuninck-Quick-Step. ‘Op de eerste stage van de ploeg kwam plots een renner naar de ontbijttafel met zijn koffiemachine. Die renner was Kasper Asgreen.’
Asgreen is een Deen, net 25 geworden, sinds 2019 lid van dit team. En vorig jaar meteen tweede in de Ronde van Vlaanderen. Tegner, Italiaan en dus geboren met koffie in het bloed, was getriggerd. ‘Asgreen ontpopte zich snel tot de barista van de ploeg. Hij wist er ook alles van.’

Aan de telefoon vanuit Hotel Shamrock in Tielt vertelt Asgreen dat zijn passie pas begon nadat hij op zijn 18de stilaan wat koffie had gedronken. ‘Zo ontdekte ik dat er betere koffie bestond, en vooral dat achter koffie een hele wereld en een hele wetenschap schuilt. Het is zoals met wielrennen zelf. Je moet er diep in duiken en dan kan je op kleine details verbeteringen aanbrengen. Natuurlijk heb je goed water van 90 tot 96 graden en een goede machine nodig. Maar dan komt het ook op de bonen aan, en op de manier van bereiden. In mijn vrije tijd op hotel zoek ik op YouTube video’s op die me dingen over koffie bijleren.’

Een zachte Roubaix

Vroeger trok iedereen naar de kamer en ging met zijn telefoon spelen. Nu drinken we een koffie.
Greg Van Avermaet

Zou de oplossing van de Nederlandse vraag meteen gevonden zijn en is de ‘grootste koffiesnob in het wielerpeloton’ deze Kasper Asgreen? Ach, er is concurrentie, hoor. In zijn eigen team zijn Tim Declercq,Štybar en Florian Sénéchal echte koffiefreaks. Maar ook de namen van de Zwitser Stefan Küng, Laurens Ten Dam, Jelle Wallaeys en onvermijdelijk opnieuw Greg Van Avermaet vallen.

Bij Van Avermaet ging het zelfs nog een stapje verder. Op zijn site kan je drie soorten GVA Coffee kopen: Gold (naar zijn gouden plak in Rio), Roubaix (hij won Parijs-Roubaix) en Puncheur. Dat laatste is een verwijzing naar Van Avermaets specialiteit: hij is een specialist van de nijdige hellingetjes. ‘Die Gold is natuurlijk Braziliaanse koffie’, zegt hij. ‘Roubaix is een Mexicaanse blend en Puncheur is een typische seizoenskoffie. Toen ze me voorstelden koffie onder mijn eigen naam uit te brengen, was ik niet meteen enthousiast. Ik ben renner, geen koffiebrander. En ik ken nu wel een beetje van koffie, maar dat is zoals een wielertoerist iets van koers kent. Niet meer. Noem me maar een koffietoerist.’

Toch liet hij zich overhalen, en hij kent de smaken. Roubaix is zacht, Gold iets bitterder, Puncheur varieert van boon tot boon. Hoe drinkt hij hem zelf? ‘In de ochtend drink ik een espresso, om wakker te worden. En dan drink ik er tegen de middag nog een. Het fijne aan koffie is dat je dat als coureur nog mág drinken. Er zit geen alcohol in, het heeft een positief effect op je metabolisme en zonder melk krijg je ook geen extra calorieën binnen.’

‘Maar je moet natuurlijk ook niet overdrijven met cafeïne. Want in de finale krijg je als je wilt nog een ‘gelleke’ met cafeïne, variërend van 75 tot 150 milligram, dat maakt je wat alerter. Een beetje zoals je ’s morgens je koffie drinkt. (lacht) Je moet het wel op tijd nemen. Ideaal is twee uur voor het einde van de koers. Want het effect moet je nog in de koers voelen, niet als je in de douche staat.’

Ooit, in 1994, werd de Italiaanse ex-wereldkampioen Gianni Bugno betrapt op te veel cafeïne. Na de Coppa Agostoni vonden ze liefst 16,8 microgram cafeïne in zijn urine. Bugno verklaarde dat door zijn hoge koffiegebruik, al werd toen berekend dat hij voor die hoeveelheid ruim twintig koffies én een fles cola moest hebben gedronken.

‘Nu dronk Bugno wel heel veel koffie’, zegt Yvan Vanmol, ploegdokter van Deceuninck-Quick-Step en in de jaren negentig ook van de ploeg waarvoor Bugno reed. ‘Die lééfde op koffie. Voor een wedstrijd kon hij er gemakkelijk vijf drinken. Maar het is een goede zaak dat ze cafeïne al snel van de lijst met de verboden producten haalden. Dat was echt onnozel. Die concentraties in die urinestalen waren ook niet interpreteerbaar.’

‘Bovendien: de hoeveelheid cafeïne in een espresso varieert van boon tot boon. Dat kan van 40 tot 150 milligram gaan. Wij raden renners toch aan niet te veel koffie te drinken. Je moet ervan plassen, zeker als het warm is, het kan aanleiding geven tot krampen, ook in de winter raden we het af want er kan gewenning optreden. Maar de koffiehype in het peloton heeft níéts te maken met prestaties. Het gaat ’m voor die jongens puur om de smaak en om die mooie machines.’ 

Vorige week was Tim Merlier aan de slag in de Turkse Tour of Antalya, hij won er ook een rit, en iedereen weet hoe straf Turkse koffie kan zijn. ‘Maar ik heb er maar één keertje één gedronken’, zegt hij. ‘In één hotel stond een goede machine en daar mochten we er zelf eentje maken. Ik kan met melk al een vierdubbel hartje maken. Maar normaal doe ik dat niet. Koffie is voor mij thuis als ik mijn eigen favoriete Brazil van de Brugse koffiebar Cafuné kan zetten. Ik drink liever géén koffie dan slechte. Die Brazil is wat zoeter, niet te bitter.’

In amper twee jaar werd Merlier een koffiefreak. Toen hij vorig jaar op de Gentse Watersportbaan in de spurt Belgisch kampioen werd, beloonde ook hij de ploegmaats. ‘Wie dat wilde, gaf ik de kans een koffiemachine te kiezen.’ Met een lachje: ‘Gelukkig waren er maar drie met interesse. De rest gaf ik een zakcent.’

‘Soms stippel ik mijn trainingsritjes uit en dan kijk ik waar langs die routes goede koffiebars met goede barista’s zijn. Ik woon in Wortegem-Petegem, bij een lange rit passeer ik in Brugge aan Cafuné of Velusso. In Roeselare ken ik Crème de la Crema, in Deinze Donza.’
Het is iets wat veel renners kennen.

Ook Van Avermaet, net terug uit de Ronde van de Algarve trouwens. ‘Op een kilometer of vijf van een van de hotels waar we verbleven, was een branderij. Ik had het dus wel opgezocht, maar het is uiteindelijk niet gelukt er eens te gaan kijken. Tijdens rittenwedstrijden is dat altijd moeilijk. Maar ik weet bijvoorbeeld zelfs in Québec en Montréal, waar we elk jaar zijn voor twee wedstrijden, een paar goeie koffiehuizen zijn. In de dagen voor de wedstrijden zullen we daar altijd langsrijden om een koffie te drinken. Zelfs in Japan (waar hij in de zomer zijn olympische titel van Rio hoopt te verdedigen, red.) ken ik een paar goede koffiebarretjes.’

Bar Velo

Je zou van een hype kunnen spreken, dat is het ook, maar in de geschiedenis van het wielrennen is koffie wel altijd aanwezig geweest. Dé oertrui van Eddy Merckx is de rood-witte met daarop reclame voor Faema. Dat was, en is nog altijd, een merk van koffiemachines.

Ik kan met melk al een vierdubbel hartje maken.
Tim Merlier

In de jaren tachtig kwamen de eerste Colombianen het Europese peloton bevolken met op hun trui ‘Café de Colombia’. Mario Cipollini sprintte naar zeges in de kleuren van Saeco, ook al een merk van koffiemachines. En in de Vuelta van 1999 werd Frank Vandenbroucke dagelijks naar het koffiestandje van Saeco verleid door de hostess die later zijn vrouw Sarah Pinacci werd. Nog later zijn ex-vrouw.

Dat is veel Italië, maar Alessandro Tegner van Deceuninck-Quick-Step, zelf een Italiaan, zegt: ‘We hebben de beste koffiemachines en daarom zijn wij als ploeg ook een partnership aangegaan met Rocket. Die leveren ons de machines, ook voor de Bar Velo die Quick-Step dit jaar voor het eerst langs het parcours van onder meer een paar Vlaamse wedstrijden en de Giro zal neerplanten. Die koffietruck is eigenlijk de veruitwendiging van Quick-Step: je kan je ziel eraan verwarmen en fans kunnen er een koffie komen drinken. Maar we hebben sinds dit jaar ook onze eigen The Wolfpack Coffee en die is ontwikkeld samen met het Deense Nordic Coffee House. En die blend is 70 procent Brazilië en 30 procent Nicaragua. Daarvoor moeten we niet in Italië zijn.’

Deens? We zijn weer bij Kasper Asgreen. Op oefenstage in Calpe was hij opnieuw de barista van dienst die drie blends van Nordic Coffee House aan de hele ploeg voorlegde. ‘Zij mochten stemmen’, zegt hij. ‘De blend met de meeste stemmen werd verkozen tot onze The Wolfpack Coffee.’

Zelf stemde Asgreen verrassend genoeg niet mee. ‘Als ik op verplaatsing ben, neem ik mijn eigen koffiemachine mee, mijn eigen ‘grinder’ (molentje, red.) en telkens ook een andere soort koffie. Meestal een zakje bonen van zo’n 400 gram. Voor meer heb ik geen plaats in mijn bagage. Maar altijd andere. Ik switch liever, het is onnozel om altijd dezelfde koffie te drinken. Zo ontdekte ik in Calpe een koffiebar waar ze Panama Geisha koffie hadden. Dat vind je echt maar heel zelden, dus ik was verrukt.’

Maalgraad

‘Je moet eens kijken.’ Van Avermaet haalt zijn telefoon boven en gaat op Instagram naar @faema_official. ‘Dat is toch prachtig?’ Hij scrolt, wijst op de volautomatische machines, ‘en kijk hier, een oude professionele in een bar in Italië’. We zien de Prestige, een zwart-witfoto uit de jaren vijftig van een Faema-koffietruck op Piazza San Marco in Venetië, een stomend kopje koffie voor een oude machine type E61.

De renner wordt weer jongen, en jongens hebben dromen. ‘Ooit wil ik er misschien wel zo een’, zegt Van Avermaet, die er ook weleens van droomde om na zijn carrière een koffiebar te beginnen. ‘Maar ik weet het niet. De vraag waarmee
ik worstel, is of ik ooit nog iets zal vinden dat me evenveel voldoening geeft als de job die ik nu doe. Ik ben zot van fietsen.

Ik fiets 36.000 kilometer per jaar. Met de auto doe ik maar 9.000. Vind ik helemaal goed. Wat nadien? Stel nog dat je een leuke koffiebar hebt. Dan zit je wel altijd binnen. Na dit leven?’ Het is een zorg voor wat later. Volgende week, na de twee openingswedstrijden van vandaag en morgen, vliegt Van Avermaet naar Tirreno-Adriatico. Hij kent de hotels daar, weet dat er goeie koffiemachines staan. En anders? ‘Alles begint bij goed water, maar de maalgraad is belangrijk. Voor espresso is dat anders dan voor filterkoffie. Michael Schär (zijn ploegmaat, koffiefreak en al jaren z’n vaste kamergenoot, red.) en ik nemen soms ons eigen machientje mee voor op hotel. En in de Algarve hadden we zo’n mokkapot mee. Dan maalt hij de bonen.’ (schatert) 

‘Ha ja, hij, hè. Ik ben de kopman en Michael is de knecht. Maar het is genieten. Na het eten drinken we nog een koffie op het terras. Dat is wel het fijne aan het feit dat steeds meer renners van de ploeg ermee bezig zijn. Vroeger trok iedereen naar de kamer en ging met zijn telefoon spelen. Nu drinken we een koffie. Ik denk dat je het kan vergelijken met het kaarten van vroeger.’

En in de koers? Worden er vandaag, tijdens de Omloop Het Nieuwsblad, koffietips uitgedeeld? ‘Oh no.’ Kasper Asgreen is duidelijk: ‘In the race, we race.’

 

 

 

 

 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud