Advertentie
Advertentie
analyse

Machtsstrijd om de miljarden op planeet voetbal

©Filip Ysenbaert

Het sterrenschip boven de planeet voetbal, de Champions League, stijgt op in volle coronaturbulentie. Achter de schermen loopt een hervorming van het Europese voetbal samen met een machtsstrijd op meerdere niveaus.

Officieel waren de transfers van de twee ‘walvissen’ van het Europese topvoetbal, Lionel Messi en Cristiano Ronaldo, het event van het voorbije tussenseizoen. Maar ver buiten de stadionlichten staat de oprichting van een bedrijf symbool voor een belangrijke omwenteling in het Europese topvoetbal. Een nieuwe joint venture van de Europese voetbalbond UEFA en de ECA, de belangenorganisatie van zo’n 250 Europese topclubs, is voortaan baas over het geld dat omgaat in de drie Europese competities: de Champions, de Europa en de Conference League, met vooral die eerste als grote cashmotor. Met de joint venture, waar de Belg Michael Verschueren in de raad van bestuur zetelt, geeft de UEFA het exclusieve commando uit handen van zijn commerciële raketschip dat boven de planeet voetbal vliegt.

Voor het seizoen 2021-2022 gaat het al zeker om 3,6 miljard euro inkomsten uit tv-rechten en sponsoring. Daarvan vloeit 2,7 miljard aan winstpremies terug naar de clubs - 2 miljard in de Champions League, 465 miljoen in de Europa League en 235 miljoen in de Conference League.

Wat is er aan de hand?

Het nieuwe seizoen van de Champions League begint na anderhalf jaar corona-ellende met opnieuw gevulde stadions. Maar de crisis is niet verteerd.

Hoe erg is het?

Corona heeft de clubs miljarden omzet en winst gekost. Daartegenover zitten ze met hoge doorlopende kosten, vooral salarissen voor spelers die nog jaren doorlopen. Dat zet druk op de cashflow.

Wat gaat er gebeuren?

Onder het voorzitterschap van Michael Verschueren is in het Europese voetbal een werkgroep bezig met een hervorming die de coronacrisis moet helpen tackelen. Wellicht komt er een plafond op wat clubs uitgeven aan salarissen in verhouding tot hun inkomsten.

Het nieuwe voetbalbedrijf is een product van de machtsstrijd die al jaren bezig is tussen de UEFA en de clubs. De rol van de UEFA als regelgever en dik verdienende organisator van de Europese competities is het mikpunt van de absolute topclubs. De topelite van enkele tientallen voetbalmultinationals legt een almaar grotere claim op de miljardenmachine die het Europese clubvoetbal en dan vooral de Champions League geworden zijn. De Engelse Premier League komt qua commerciële kracht in de buurt, maar moet de duimen leggen qua kijkcijfers en entertainment als het moneytime wordt op het kampioenenbal.

De lang voorspelde kladderadatsch kwam er in april, toen twaalf van de allergrootste clubs zich afscheurden om een eigen semigesloten competitie, de Super League, te beginnen. In hun nationale competitie bleven ze spelen, maar in hun alternatief voor de Champions League was alleen plaats voor 15 vaste deelnemers en jaarlijks vijf wildcards voor teams die zich via voorrondes konden kwalificeren. Door een counterrevolutie van fans, clubs en politiek lag de Super League 24 uur later alweer dood in het water.

De bedoeling is dat er een plafond komt op wat clubs mogen uitgeven aan spelerskernen, coachingstaf en makelaars in verhouding tot hun inkomsten en transferwinsten.
Michael Verschueren, voorzitter financiële werkgroep European Club Association

Niet dat de rust volledig is teruggekeerd. Negen van de originele ‘dirty dozen’ zijn alweer opgenomen in de cenakels van de bonden UEFA en ECA. Alleen drie absolute topclubs, Real Madrid, Barcelona en Juventus, houden voet bij stuk en blijven weg uit de Europese bestuurskamers. Zij blijven ervan overtuigd dat de Super League er moet en zal komen. Die vaststelling valt niet zomaar te negeren. Het gaat misschien maar om drie clubs, maar Juventus-topman Andrea Agnelli en Real-voorzitter Florentino Pérez zijn economische powerbrokers met diepe banden in het Europese en mondiale zakenleven.

Commerciële koek maximaliseren

De coronacrisis was de officiële uitleg waarom de Super League na jaren van geruchten vanuit het niets alles en iedereen in het voetbal verraste. Dat is maar gedeeltelijk de waarheid. Bij Juventus en Barcelona speelt het financiële argument een grote rol - het water staat de clubs zelfs over de lippen. Maar al hakte corona er ook bij Real Madrid stevig in, een blik op de boeken toont allerminst een club die op kapseizen staat. Corona liet vooral de geesten rijpen dat de absolute top in een suboptimaal systeem opereert: de allerbeste spelers en clubs moeten nog meer tegen elkaar spelen om de commerciële koek te maximaliseren.

Meer dan ooit is er een strijd tussen de Europese traditie en de mondiale commercie. Het product voetbal zit geconcentreerd in Europa - met daarnaast enkele Zuid-Amerikaanse clubs - terwijl consumenten en geld almaar meer in Azië, de VS en in mindere mate Afrika te vinden zijn. De clubs begrijpen dat ze hun klassieke achterban - in de oude industriële bekkens zitten gigantische volksclubs - het best niet van zich vervreemden. Tegelijk is er de lokroep van bakken cash uit de VS, Japan en vooral de opkomende economieën in Azië en het Midden-Oosten.

Wereldspelers uit het bedrijfsleven en grote investeringsfondsen staan klaar met miljarden om het voetbal meer op Amerikaanse leest te schoeien. Zij hebben het liefst dat alleen de besten zo veel mogelijk tegen elkaar spelen in een - het liefst gesloten - competitie. Daarbij worden inkomsten collectief gemaximaliseerd, maar tegelijk ook onderling herverdeeld om het competitief evenwicht te bewaken.

Bij de Super League was dat allemaal de bedoeling, bleek uit de gelekte plannen. De garantie dat het geld samen verdiend en verdeeld zou worden, betekent ook dat clubs als PSG en Manchester City met de beschikking over een ongelimiteerd aantal petrodollars niet zomaar extra geld zouden kunnen tanken bij de eigenaar in het Midden-Oosten. Dat klonk de andere clubs met eigenaars die hun geld vooral verdienen met eigen commerciële werking als muziek in de oren.

De verkoopspitch van groot aan klein was dat de Super League een van de grote pijnpunten van het Europese voetbal zou oplossen: de ongelijkheid. Door afscheiding van de absolute topclubs - die bereid waren honderden miljoenen solidariteitsbijdrage door te storten - zou de middenklasse daaronder weer leukere, meer spannende potjes kunnen spelen tegen elkaar.

Voor een sportcompetitie is het best dodelijk dat teams uit kleinere landen zoals Club Brugge zero kans wordt toegedicht zich te plaatsen in een poule met PSG, Manchester City en Leipzig. Morgenavond in Brugge komen wellicht de Grote Drie - Messi, Neymar en Kylian Mbappé - aan de aftrap. Dat is bijna lachwekkend veel offensief talent in één ploeg.

Vooral de mediarechten maken het Europese voetbal een ongelijke strijd. Ploegen uit Engeland, Spanje, Italië, Duitsland en Frankrijk halen niet alleen een veelvoud op uit mediarechten voor hun nationale competities, ook voor hun deelname in de Champions League krijgen ze door een apart repartitiesysteem veel meer tv-geld dan teams uit kleinere landen.

Het is een noodzakelijke introductie om te begrijpen wat zich momenteel in het Europese voetbal afspeelt. Afgelopen week waren er in Nyon, de Zwitserse thuisbasis van de UEFA, opnieuw dagenlange onderhandelingen over een hervorming die het Europese voetbal in een nieuw financieel carcan moet stoppen. De hervorming ligt al veel langer op tafel, maar net als met de Super League lijkt de coronacrisis er een vliegwiel onder te zetten.

Corona heeft zoals in veel economische sectoren grote pijnpunten blootgelegd in het voetbal. Dat evolueerde sinds de jaren 90 van tijdverdrijf naar volwaardige industrie, met een jaarlijkse omzetgroei van 8 procent in de voorbije 20 jaar. Die cashlawine leidde allerminst overal tot stevige balansen, omdat hoge percentages van de inkomsten wegvloeiden naar spelerslonen en makelaarscommissies op transfers.

Dat fragiele ecosysteem kreeg forse tikken door corona. ‘De inschatting bij de UEFA is dat de Europese clubs in de voorbije twee seizoenen tussen 7 miljard en 8 miljard euro inkomsten hebben gemist. Daar staan grote vaste kosten tegenover - miljarden aan spelerssalarissen die over meerdere contractjaren lopen - waarin niet zomaar de knip kan worden gezet’, zegt Michael Verschueren.

Verschueren, vooral bekend als belangrijke aandeelhouder van de voetbalclub Anderlecht, zit al jaren mee in de cockpit van het Europese voetbal. Hij is actief bij de UEFA en bestuurder bij de ECA. Bij die laatste is hij ook voorzitter van de werkgroep financiën en hoofd van de strategische en technische groep die een nieuwe financiële blauwdruk voor het Europese voetbal moet uittekenen.

Verschueren: ‘Die gemiste inkomsten en hoge kosten vreten aan de clubwinsten. De ECA verwacht tussen 5 en 6 miljard euro gemiste operationele winst als gevolg van de covidcrisis. Bovendien is er extra impact door de transfermarkt. Daar gaat veel minder geld in om dan tijdens gewone jaren. De inschatting is dat in de boekjaren 2020 en 2021 het transfervolume is gehalveerd. Dat heeft een grote impact op het hele ecosysteem van het voetbal, omdat de transfercash als een waterval van de rijkste naar de minder vermogende clubs vloeit. In het Europese voetbal zijn zo’n 50 clubs intussen failliet, al gaat het niet om belangrijke of bekende traditieclubs.’

Veel clubs en competities happen naar adem. Door corona is in veel competities de loonlast opgelopen tot driekwart van de volledige omzet. Bij Barcelona, het symbool van een door corona omgeblazen kaartenhuis, was die ratio boven 100 procent opgelopen. Dat was de directe reden voor het vertrek van de vedette Messi naar PSG, een aardverschuiving.

Herstelfonds en kapitaalverhogingen

De rode draad door het voetbal is grote cashhonger bij de clubs. Daarom denkt de UEFA aan een herstelfonds van 6 miljard euro kredieten voor clubs. Er is ook tijdelijk carte blanche voor kapitaalverhogingen door eigenaars of investeerders. Dat laatste geldt ook in het Belgisch voetbal. Ook hier heeft corona er ingehakt, al gaat de slechte financiële positie van Verschuerens eigen Anderlecht veel verder terug.

In normale tijden is ongelimiteerd geld pompen niet mogelijk in het voetbal. Sinds 2013 is er met het systeem van financiële fairplay de break-evenregel. Die komt erop neer dat clubs in ruil voor een toegangsticket tot Europees voetbal over een periode van drie seizoenen maximaal 30 miljoen euro meer mogen uitgeven dan ze via hun dagelijkse werking ophalen. De invoering diende om financiële drama’s te vermijden - bij clubs die onbezonnen smeten met geld dat er eigenlijk niet was. Het was ook een tegenmaatregel van clubs als Bayern München die hun geld uit zichzelf verdienen om steenrijke suikerooms aan banden te leggen.

Dat is niet helemaal gelukt. ‘De financiële fairplay heeft er wel voor gezorgd dat het eigen vermogen van clubs is toegenomen met ruim 8 miljard euro’, zegt Verschueren. ‘Tegelijk is de analyse gemaakt dat het simpeler, fairder en beter afdwingbaar moet. Er is nu te veel grijze zone.’

Zowel PSG als Manchester City wist de voorbije jaren aan sancties te ontsnappen. De UEFA-waakhond voor financiële fairplay met aan het hoofd de dit jaar vervangen oud-premier Yves Leterme had beide clubs ervan beschuldigd de break-evenregel met kunstgrepen te hebben overtreden, maar zowel City als PSG haalde het in een procedureslag.

Verschueren en co. werken aan voorstellen voor een grondige update van de fairplayregels. ‘De bedoeling is de break-evenregel - mogelijk vanaf 2024-2025 - te vervangen door een ander model. Dat zal bestaan uit drie pijlers. De belangrijkste is dat er een plafond komt op wat clubs mogen uitgeven aan spelerskernen, coachingstaf en makelaars in verhouding tot hun samengetelde inkomsten en transferwinsten. Daarnaast zullen ze veel sneller - nu is dat pas twee tot drie seizoenen later - gecontroleerd en gestraft worden. Ten slotte wordt veel strenger toegekeken dat clubs hun onderlinge schuld tijdig vereffenen. De hele opzet is tot een systeem te komen waarin investeringen van buitenaf aantrekkelijk blijven zonder dat clubs mateloos aan het cashinfuus van hun eigenaar kunnen hangen.’

De hoop is de hervorming ten laatste in september volgend jaar goed te keuren. Bij de gesprekken is het voorzichtig laveren voor Verschueren. Zowel Bayern als PSG, de twee uitersten in het Europese ecosysteem, zijn lid van zijn financiële werkgroep. Bovendien hangt boven het Europese voetbal de schaduw van een man die als grote winnaar uit het Super League-debacle kwam. PSG-topman Nasser Al-Khelaïfi nam na de exit van Andrea Agnelli over als ECA-voorzitter en zit ook op een sleutelpost in de UEFA.

Niet alleen in maar ook boven het Europese voetbal speelt zich een machtsstrijd af. De topman van de wereldvoetbalbond en WK-organisator FIFA Gianni Infantino toont zich almaar ambitieuzer. Tot grote woede van UEFA-baas Aleksander Ceferin, die met de Super League al een interne coup de kop moest indrukken, stuurt Infantino aan op een WK om de twee jaar en een turboversie van een WK voor clubs. Zeker bij dat laatste vrezen Ceferin en de clubs centen kwijt te spelen aan de FIFA.

2024 wordt mogelijk het jaar nul van een nieuwe voetbalorde. Dat jaar komt er een nieuwe internationale matchkalender, die eens in de tien jaar de verdeling tussen club- en nationaal landenvoetbal vastlegt. Ook dat kondigt zich aan als een strijd om een zo groot mogelijk deel van de miljardenkoek tussen clubs, liga’s en grote bonden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud