column

Niemand wil vierde worden

Redacteur Weekend

Tijdens de sportzomer overschouwt Rik Van Puymbroeck wat in en naast de sportarena gebeurt.

De woorden van Wout van Aert waren mooi. Hij had zeker liever goud gewonnen, maar het gevoel was toch anders dan na die tweede plaats op het WK wielrennen van vorig jaar. Op de Olympische Spelen is zilver ook iets. Zelfs brons.

Het valt altijd op. Hennie Kuiper werd wereldkampioen, won vier van de vijf wielermonumenten (ook de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix), won twee keer op Alpe d’Huez en was twee keer tweede in de Tour. Maar waar is hij het meest trots op? Op zijn olympisch goud in 1972. ‘Vroeger keek je als kind op naar de burgemeester, de pastoor en de notaris. Maar plots waren er die Olympische Spelen en Anton Geesink die 1964 in het judo goud haalde. Mijn vader was landbouwer. We waren een paardensportfamilie en we keken veel naar het schaatsen en naar Ard Schenk. Maar toen Gesink goud pakte, zei mijn vader: ‘Heb je dat gezien van Geising?’ Vanaf toen ging ik plakboeken bijhouden. De Olympische Spelen waren het allerhoogste. Daar deden bovenaardse mensen mee. Er werd lyrisch over geschreven. Daarom’, zei Kuiper onlangs. Greg Van Avermaet zou zijn olympische titel niet willen ruilen voor de Ronde van Vlaanderen. Natuurlijk, denk je, omdat ze goud wonnen. Maar in het huis van Walter Godefroot hangt één kader. Ook hij won klassiekers en tien Tourritten, maar wat kadert hij in: zijn bronzen medaille van Tokio 1964. ‘Als je een medaille wint op de Olympiade, behoor je bij de top van je sport.’

Het zijn de enige wedstrijden waar tweede en derde worden van belang zijn. Heidi Rakels won brons op het judotornooi van Barcelona in 1992 en in elk verhaal over de oprichtster en ex-CEO van het Leuvense softwarebedrijf Guardsquare wordt dat vermeld. De Herentalse kleiduifschieter Frans Peeters pakte brons op de Spelen van 1988. We zullen hem nooit vergeten. En voor voor zijn naam helaas Memorial moest geschreven worden, was Ivo Van Damme al eeuwig de dubbele zilveren medaillewinnaar van de Spelen van 1976 in Montréal.

Niemand wil vierde worden. Lotte Kopecky en Marten Van Riel zullen er nog nachten van wakker liggen. Toen Fons Brydenbach op de Spelen van 1976 vierde werd op de 400 meter, titelde een krant: ‘Geen brons voor Fons.’ Maar best werd de ontgoocheling getoond door boogschutter Paul Vermeiren in Atlanta 1996 voor de micro van Frank Raes. Zoek op YouTube ‘Paul Vermeiren and Atlanta’ en huil mee met Paul. Beter kan de waarde van een olympische medaille niet beschreven worden dan door dit verlies ervan.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud