Ontbijt met De Tijd | Roberto Martínez Montoliú: ‘Gentleman of asshole, het zijn labels waarin ik niet geloof'

©Dieter Telemans

Hij is ‘heel veel voetbal’. 24 uur per dag is de bondscoach van België met het spelletje bezig. Ja, ook als hij thuis met zijn vrouw in de zetel zit. Ontbijt met De Tijd.

Roberto Martínez Montoliú (44) is eigenlijk een nachtdier. In de luwte van het donker denkt de bondscoach van de Rode Duivels na over tactiek en vindt hij oplossingen voor problemen. ‘Elke mens heeft een moment van de dag waarop hij het helderst kan nadenken.’

Ontbijt met De Tijd

Tubeke, 9.30 uur, in het spelershotel van de Rode Duivels.

Met bondscoach Roberto Martínez praten we over soberheid, spelersbreinen en Comical Ali.

Toch stemde hij toe voor een ontbijtinterview. En dan nog wel de ochtend na de uitreiking van de Gouden Schoen, een gala-avond waarop de voetbalwereld graag al eens doorzakt. Martínez, in een zwart trainingspak van de voetbalbond, stelt ons snel gerust. ‘Ik heb het niet laat gemaakt. En ik kan ’s ochtends best fris zitten, hoor. Mijn brein is gewoon geconditioneerd om ’s avonds te werken, omdat ik als jonge speler profvoetbal met studies combineerde. Overdag trainde ik mijn lichaam, ’s avonds mijn geest. Die gewoonte is blijven hangen.’

Martínez ontvangt ons in het spelershotel aan het trainingscomplex van de Rode Duivels in Tubeke, waar hij ook zijn kantoor heeft. Van hieruit moet hij de nationale voetbalploeg klaarstomen voor het WK in Rusland komende zomer. Op het gelijkvloers is een bedrijfsseminarie bezig, maar in het restaurant op de tweede verdieping is het kalm. Aan een tafel zit een Chinese toerist, met wie Martínez - de ultieme gentleman - onderweg naar het hotelbuffet gewillig op de foto gaat.

De Catalaan bedient zich van flensjes, drapeert er gerookte zalm over. Voorts gunt hij zich een bodempje ontbijtgranen en een kop koffie. De eieren, de spek, de aardappelen en de croissants laat hij aan zich voorbijgaan. Martínez staat bekend als een asceet, die ook geen druppel alcohol drinkt. ‘Toen ik 16 was, trok ik van mijn thuis in Catalonië naar Zaragoza om profvoetballer te worden. Toen heb ik heel bewust een paar keuzes gemaakt. Ik zou blijven studeren, om niet te afhankelijk te worden van voetbal. En ik zou niet drinken, om mijn lichaam zo goed mogelijk te verzorgen. Dat houd ik nog altijd vol, ja. Alcohol is nu eenmaal schadelijk.’

©Dieter Telemans

‘Ik verwacht niet dat iedereen diezelfde keuze maakt’, zegt Martínez snel. ‘Zolang je met mate drinkt en het je prestaties niet beïnvloedt, heb ik er geen probleem mee. Voor sommigen helpt een glas om te ontspannen. Dus nee, dat is niet de reden dat Radja Nainggolan (de Belgische middenvelder van AS Roma die niet vies is van een glas of sigaret, red.) naast de ploeg is gevallen. Ik beoordeel hem, net als de anderen, op zijn prestaties op het veld. Op zijn positie is er nu eenmaal veel concurrentie.’

Martínez is bijna twee jaar in België. Hij begon zijn carrière als bondscoach dan wel met een nederlaag tegen zijn thuisland Spanje, wat volgde, deed veel Belgen dromen dat onze ‘gouden generatie’ voetballers eindelijk tot wasdom zou kunnen komen. We plaatsten ons als eerste natie voor het WK, met bijwijlen flitsend voetbal. Maar nu de motor in de meest recente matchen weer wat lijkt te stokken, zijn de kritiek en het cynisme terug.

Het verschil tussen een goede voetballer en een topspeler? Hun brein.
Roberto Martínez Montoliú
Bondscoach Rode Duivels

Hebben supporters een te kort geheugen? Martínez haalt de schouders op. ‘Nee. Het is normaal dat ze veel verwachten van deze groep. Maar het klopt dat we best trots mogen zijn wat we hebben gepresteerd in de kwalificaties. We waren het eerste land dat zich kwalificeerde, terwijl grootmachten als Italië zich niet wisten te plaatsen. We shouldn’t take for granted what we achieved. Je kan geen groot toernooi ingaan met het gevoel dat mensen je alleen steunen als de dingen goed gaan. We gaan tegenslag kennen. Maar als we er echt bovenuit willen steken, dan moeten we daarmee om leren te gaan. De spelers, de bond en de supporters.’

Niet alleen de supporters morren. Ook spelers, onder wie goudhaantje Kevin De Bruyne, plaatsten onlangs vraagtekens bij de tactiek van de bondscoach. Martínez lijkt het te kunnen plaatsen. ‘Weet je wat het verschil is tussen een goede speler en een topspeler? Hun brein. Topspelers hebben wat ik noem een elitebrein. Ze kunnen gemakkelijker een idee naar de grasmat vertalen. Maar dat soort brein kan niet om met middelmatigheid. Het wordt niet gestimuleerd door alles wat minder is dan perfectie. Dan verliest het zijn focus. Als manager is het dan je taak een geheel te smeden waarin het beste uit iedereen naar boven kan komen. Daar ben ik dag in dag uit mee bezig. Met ervoor te zorgen dat de puzzel klopt. Als dat lukt, dan kan je iets heel krachtigs neerzetten.’

©Dieter Telemans

Dat is moeilijker dan het klinkt, onderstreept Martínez. ‘Het voordeel van een nationaal team te trainen is dat je mag werken met een groep spelers die op het toppunt van hun kunnen staan. Maar er zijn ook nadelen. In een clubteam leer je als groep om te gaan met je emoties, zowel bij winst als bij verlies. Maar of de nationale ploeg nu wint of verliest, de spelers vertrekken de dag erna weer naar hun club. In die omstandigheden is het moeilijker een team te smeden. Je moet je spelersgroep proberen te doorgronden vanop een afstand. Ik probeer dat door elke minuut voetbal die mijn spelers elders spelen te bekijken en te analyseren. Ik kijk gemiddeld drie wedstrijden per dag, waarbij ik door de ogen van de Rode Duivel in de wedstrijd probeer te kijken. Dat is heel veel voetbal.’

Of hij dan nog van voetbal kan genieten? ‘Ik kijk anders naar een voetbalmatch dan een gemiddelde supporter. Het is analyse, geen entertainment. Maar daar geniet ik evengoed van. Meer zelfs, misschien. Ik kan plezier putten uit een saaie wedstrijd die op nul-nul eindigt. Omdat zo’n wedstrijd met een analytische blik toch weer interessant wordt.’

Als je zo obsessief met het spelletje bezig bent, blijft er weinig ruimte voor andere dingen. ‘Ik volg wat tennis en basketbal, maar slechts zijdelings. Het is vooral voetbal, 24 uur per dag. Voetbal is een way of life. Het is niet iets dat ik achterlaat als ik de deur van mijn kantoor dichttrek. In onze woonkamer hebben we twee televisies staan, in andere hoeken van de kamer. We hebben een L-vormige zetel, waardoor mijn vrouw haar programma kan kijken op één toestel en ik voetbal op het andere, terwijl we samen zijn. Zo kan ik toch wat tijd doorbrengen met haar. (lacht) Dat bedoel ik dus als ik zeg dat het deel uitmaakt van heel je leven.’

Ik kan plezier putten uit een saaie wedstrijd die op nul-nul eindigt.
Roberto Martínez Montoliú
Bondscoach Rode Duivels

Het ontbijtbuffet gaat sluiten. Een hotelmedewerker komt polsen of Martínez nog iets wenst. De Catalaan schudt het hoofd en bedankt de man uitvoerig voor het voorstel. In alle omstandigheden een gentleman.

Martínez is een diplomaat. Brandjes vermijdt of blust hij liever dan ze aan te wakkeren. Zijn eeuwige positieve inborst en soms wat wollige taalgebruik werken sommigen zelfs op de zenuwen. Toen het slecht begon te draaien bij zijn laatste club Everton en Martínez toch enkel positieve dingen had gezien, bedacht de Britse pers hem met de bijnaam ‘Comical Ali’. Het is een verwijzing naar de Iraakse minister van Informatie onder Saddam Hoessein, die voor de camera’s bleef beweren dat de Amerikanen in het zand zouden bijten terwijl achter zijn rug de tanks Bagdad binnenrolden.

Martínez relativeert. ‘Ik snapte wel waarom ze zulke dingen schreven. Ik ben gewoon niet het type mens dat zijn ploeg afvalt als het moeilijk gaat. Op zulke momenten moet de manager in de vuurlinie staan. Zo zit ik in elkaar. En die pers, tja. Als je daar niet tegen kan, heb je op het hoogste niveau niets te zoeken. Ik heb er geen trauma’s aan overgehouden.’

©Dieter Telemans

‘Na een tijdje leer je dat je je tijd en energie moet steken in zaken waar je een effect op kan hebben. Publieke opinie, sociale media, tabloids, ze maken deel uit van een moderne maatschappij. Het zou dom zijn je daartegen te verzetten. Het enige wat je kan doen, is zo hard mogelijk werken om resultaten te halen. Als je iets positiefs bereikt, wordt het moeilijk daar negatief over te doen. Aan de krantenkoppen van vandaag kan je niets doen, maar je kan wel proberen die van morgen te controleren.’

Of hij nooit gewoon eens een klootzak kan zijn als de omstandigheden erom vragen? Martínez lacht. ‘Gentleman of asshole, het zijn labels waarin ik niet geloof. Op dit niveau moet je veeleisend zijn, natuurlijk. Maar zelfs dan kan je over je waarden waken. De manier waarop je iets vraagt, maken je tot een gentleman of een klootzak. Ja, mijn potje kookt wel eens over. Topsport gaat nu eenmaal gepaard met veel passie. Maar ik zal nooit met een schoen gooien om een reactie los te weken. Ik ben niet de man van de mind games.’

Zijn tijd zit erop. We sluiten af met een ja-neevraag. Worden we straks wereldkampioen? Maar ook daarop volgt een diplomatenantwoord. ‘We werken hard om dat doel te bereiken. Dat is het enige dat ik daarop kan zeggen.’ Martínez grijnst en schudt ons de hand. ‘Bedankt voor dit gesprek. Het was een stimulerend begin van mijn dag.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content