Patrick Janssens: ‘Een comeback in de politiek is niet het beste idee'

©Diego Franssens

Alsof er elk weekend verkiezingen waren: zo voelde Patrick Janssens de voetbalwereld aan. Een week na zijn ontslag als CEO bij KRC Genk kijkt de gewezen burgemeester van Antwerpen terug. ‘Ik ging zelf niet meer met plezier naar de club.’

Hoe peil je ontgoocheling? Of iemands ziel? Wanneer lijkt trots gekrenkt? Patrick Janssens is meer dan vijf jaar s.pa-burgemeester af, en nu is hij ook CEO af. Over politiek wil hij amper praten. Over dat ontslag bij KRC Genk wel, al was er twijfel. In een sms, dinsdag: ‘…of ik dit soort interview voor mezelf zinvol vind, weet ik niet’. Hij heeft het over een gesprek dat in zijn hart laat kijken. Janssens toonde nooit veel achter zijn façade.

We spreken af in het Grand Café van deSingel in Antwerpen. Na dit gesprek (en na de foto’s) gaat hij naar de kapper. Je denkt: daar is nu tijd voor. Zoals er misschien nog eens tijd is voor een boek? Hij raadt ‘Het leven in tijden van vrede’ van de Italiaan Francesco Pecoraro aan, maar dat las hij al vroeger.

‘Iedereen denkt dat ik nu een zee van tijd heb. Dat is niet zo. Ik had een appartement in Genk. Dat moet ik opzeggen, net als de nutsvoorzieningen en zo… Het voelt aan alsof ik een begrafenis aan het regelen ben. Pas nadien zal het misschien echt doordringen. Maar ik wil er geen slecht gevoel aan overhouden en dat is geen windowdressing. Ik heb veel geleerd en een fijne tijd gehad. Dat zeg ik zonder rancune.’

Rouwproces

We rollen de week even terug. Op vrijdag 9 februari speelt Genk ’s avonds thuis tegen Zulte-Waregem. De werkdag begint met een kop in Het Laatste Nieuws: ‘CEO Patrick Janssens wankelt bij Genk’. Hij heeft een afspraak in Brussel en rijdt dan naar Genk. In de auto belt hij wat mensen over dat krantenverhaal.

Als je me vorig jaar had gevraagd of ik vandaag ontslagen zou zijn, dan had ik nee gezegd.
Patrick Janssens

De afspraak die hij op zaterdagochtend met voorzitter Peter Croonen heeft, wordt op vraag van Croonen vervroegd naar 16 uur. ‘Dan weet je het’, zegt hij nu. ‘Dat artikel was een lek. De beslissing was al genomen.’

Hij probeert zijn gevoel tijdens de autorit naar huis op te diepen. ‘Dat is moeilijk’, zegt hij, na even. ‘Maar ik voelde me niet teneergeslagen. Ik herinner me wel dat die molen continu draaide. Wat is er gebeurd? Waar is het fout gelopen? Ik vergelijk het nu met een rouwproces. Je moét afscheid nemen van iemand die je dierbaar is.’

Aan de telefoon zei u dat u na uw ontslag terugdacht aan Marleen Vaesen, die eind vorige maand werd opzijgezet als CEO bij Greenyard, een groentemultinational en een familiebedrijf. Is Limburg een familiebedrijf? Het moest een Limburger zijn.


Patrick Janssens: ‘Limburg niet, maar van KRC Genk wordt vaak gezegd dat het een familieclub is. Dan heeft men het over de doelgroep. De harde kern van de supporters wil dat niet horen, maar het geldt toch voor de cultuur in die club. En dat is zowel positief als negatief. Greenyard haalde met Marleen Vaesen een topper binnen, met haar wil ik me niet meer vergelijken. (lacht) Ik ben bescheidener dan ik lijk. Maar het gevoel is wel hetzelfde.’

‘KRC Genk is een groep die goed aan elkaar hangt. Op de algemene vergadering zitten zestig mensen en zoals in de beste families leeft er een sterk wij-gevoel. Erik Gerits is een goed voorbeeld: hij is als vrijwilliger begonnen en wordt nu CEO. De eerste keer toen ik op de vergadering was, zei iemand al: ‘Waarom halen we iemand van buitenaf?’ Dat was een steentje dat in de schoen bleef zitten. Telkens als iets minder aangenaam was, hoorde je hetzelfde. Dat werd een cocktail. Nu was een zoenoffer voor de supporters nodig. Zoals bij Marleen Vaesen ging het heel snel: vandaag beslist, morgen uitgevoerd.’

Dat snelle en plotse steekt, zei u.


Janssens: ‘Natuurlijk voelde ik het de laatste weken aankomen. Er verschenen zaken in de pers die niet werden tegengesproken. Maar ik ben geen medewerker van 30 jaar. Ze hadden kunnen zeggen: we stoppen er aan het einde van het seizoen mee. (aarzelt) Maar opnieuw: ik wil er geen te slecht gevoel aan overhouden. Limburg is een warme provincie. Toen ik als sp.a-voorzitter een ronde van Vlaanderen deed, kwam ik ’s avonds altijd met meer energie uit Limburg terug dan uit de andere provincies.’

BIO patrick janssens
patrick janssens

1956: geboren in Antwerpen

1979: assistent aan de Universiteit van Antwerpen

1985: directeur onderzoeksbureau Dimarso

1989: aan de slag bij reclamebureau VVL/BBDO

1999: voorzitter van de SP, later de sp.a

2000: gemeenteraadslid Antwerpen

2003: burgemeester Antwerpen

2003: volksvertegenwoordiger

2004: Vlaams Parlementslid

2014: CEO voetbalcub KRC Genk

Wat die vrijdag in Het Laatste Nieuws als reden voor zijn ontslag werd aangehaald, is geen klein bier: Janssens zou de hoofdschuldige zijn voor de mislukte winteraankopen, voor de moeilijke relatie met de Genkse fans en voor de vele geblesseerde spelers die ‘niet los te zien zijn van de ontmanteling van de medische staf die onder Janssens is doorgevoerd’. Amper drieënhalf jaar na zijn verrassende komst naar Genk, moest de ex-politicus weg. Op last van Peter Croonen, sinds vorig jaar voorzitter.

Het cliché wil dat bij Genk de band met de supporters zo belangrijk is. Toen u in een interview zei dat ze een voorbeeld konden nemen aan die van KV Mechelen, pleegde u zelfmoord. Heeft de supporter er te veel te zeggen?


Janssens: ‘Na een moeilijk begin was de relatie een tijd goed. Maar ze is plots verzuurd toen we een tifo verboden over twintig jaar vriendschap van de Casuals (de harde supporterskern, red.) met Fortuna Sittard. Dat van KV Mechelen klopte, maar dat had ik niet moeten zeggen. (glimlacht) Ik noem dat een kareldeguchtje: ik had het niet moeten zeggen, maar ik had wel gelijk. Al was de beslissing om me te ontslaan toen al genomen.’

In november 2016 schreef radiojournalist Peter Vandenbempt: ‘Janssens heeft als aanvankelijk ongewenste Antwerpenaar de dolende club haar identiteit teruggegeven en kordaat orde gebracht in de redelijke chaos’.


Janssens: ‘In het voetbal lijkt het alsof het elke week verkiezingen zijn. Het grote gevaar is dat een langetermijnvisie elke week in vraag wordt gesteld, na een nederlaag. Bij clubs als Arsenal of in België bij Club Brugge en Charleroi gebeurt dat niet. Daar loont de lange termijn. Zoiets vraagt veel koelbloedigheid. Vorige week ging bij STVV de bal vier keer tegen het doelhout. Gaat die bal erin, dan krijg je een andere wedstrijd. Hans Vandeweghe (sportjournalist, red.) schreef dat voetbal en toeval maar één letter verschillen. Dat maakt de sport ook zo aantrekkelijk. Daardoor krijg je giant killers. Maar in een club blijft elk verlies een week in de muren hangen. Daarom vond ik het vorig jaar niet slecht dat we 65 matchen moesten spelen, ook in de midweek. Na drie dagen was er telkens een nieuwe kans. Ik heb het klagen daarover trouwens nooit begrepen. Puur economisch betekenen meer matchen toch meer productiviteit?’

©Diego Franssens

Vindt hij zelf niet dat hij fouten gemaakt heeft? Hij ziet er twee: ‘Ik had meer aandacht moeten hebben voor de relationele kant, dat is misschien mijn blinde vlek. En ik denk dat we met Alex McLeish (de Schotse coach die vervangen werd door Peter Maes, red.) hadden moeten doorgaan. Hij behaalde zonder spits betere resultaten dan zijn opvolgers en had, als iemand uit het arbeidersmilieu, een hele goede relatie met de supporters.’

Voor de medewerker van de Carrefour in Shopping 1 in Genk is het verliezen van zijn job véél erger.’
Patrick Janssens

Je vraagt je af of hij zelf nooit aan opstappen dacht. Zeker als hij zijn ontslag voelde aankomen, al begon hij naar eigen aanvoelen voor tien jaar. Niet voor maar bijna vier jaar. ‘Van bij het begin wist ik dat dit een job was die op elk moment kon stoppen. Maar als je me vorig jaar had gevraagd of ik vandaag ontslagen zou zijn, dan had ik nee gezegd.’

‘Maar ik zou sowieso een gesprek met voorzitter Peter Croonen gevraagd hebben, wetend dat het risico bestond dat uit elkaar gaan de oplossing kon zijn. De laatste weken ging ik niet meer met plezier naar de club. Er was meer en meer inmenging van bovenaf en dat was onder Herbert Houben (de vorige voorzitter, red.) niet het geval. Misschien lijken Peter en ik te veel op elkaar. We zijn beiden rationeel, willen graag veel impact. Erik Gerits gaat dat echt goed doen en is erg complementair met de voorzitter. Ik heb er geen probleem mee toe te geven dat mijn opvolger in die structuur beter past dan ik.’

Dat zegt u over uw opvolger in Genk, niet over uw opvolger in Antwerpen.


Janssens: (lacht) ‘Je kan dat niet vergelijken. Ook dat afscheid niet. Ik ben in 2012 naar de verkiezingen gegaan in de overtuiging dat we overeind zouden blijven. Ik heb geen rekening gehouden met de kans dat het fout kon gaan. Ik was zoals een voetballer die een finale verliest waarvan hij vooraf denkt dat hij ze zal winnen. Nadien heb ik zelf beslist dat het gedaan was. Ik had met het kartel (de stadslijst van de sp.a en CD&V, red.) in een coalitie kunnen stappen en schepen van Stadsontwikkeling kunnen worden. Maar zeker na hoe de N-VA de avond van de verkiezingen de overwinning vierde, kon die samenwerking voor mij niet meer. En dus vond ik dat ik niks meer kon betekenen in Antwerpen. Bij alles wat ik deed, zouden ze kunnen zeggen: ‘Uw partij kon dat 80 jaar lang doen en jij tien jaar’. Ik had geen recht van spreken meer. De situatie in Antwerpen is niet te vergelijken met die bij Genk. De stad was en is in twee kampen verdeeld. In de club is dat niet zo.’

Iemand zei me gisteren: had Janssens zich als burgemeester maar zo kwetsbaar willen tonen als die avond van de verkiezingen, toen hij uithuilde op de schouders van Gène Bervoets.


Janssens: ‘Maar dat klopt niet! Er is zeker nog een moment geweest. (denkt even na) Bij de schietpartij van Hans Van Themsche en de dood van Luna heb ik met gebroken stem en tranen in de ogen een interview gegeven. Daar was ik emotioneel kapot van. De sociale media waren toen nog niet wat ze vandaag zijn, maar ik las toen ook: acteur, komediant. Ik heb publiek en privé altijd strikt gescheiden gehouden, Gène was de enige die over die kloof liep. Ik leerde hem kennen toen ik al in de politiek zat. Hij kwam zich aanbieden en zei: ‘Ik geloof in jou als burgemeester, ik ga je steunen en je mag me àlles vragen, behalve om op een lijst te staan.’ Hij werd ook een vriend en toen ik hem die avond zag staan, schoot ik vol. Dat was niet erg, misschien was het zelfs een aangenaam moment. Alleen jammer dat er 95 fotografen bij stonden.’

Die zaak-Van Themsche was zes jaar eerder. Twee keer in zes jaar is misschien wat weinig. Men zegt: Janssens wilde zich te flinks tonen, niet alleen de burgemeester zijn van zijn eigen achterban. Het hoofddoekenverbod is daar een voorbeeld van. Hebt u daar vandaag spijt van?

Janssens: ‘Ik ga daar geen antwoord op geven. Sinds ik weg ben, doe ik geen uitspraken meer over de Antwerpse politiek. Ik ben Mark Eyskens of Willy Claes niet. Als voorzitter van de sp.a en als burgemeester heb ik voldoende gevoeld hoe moeilijk dat soort uitspraken van voorgangers zijn.’

Dit is geen vraag over de Antwerpse politiek. Wel een over mogelijke spijt over een beslissing die u zelf nam.

Janssens: ‘En toch. Wat ik ook zeg, wordt nadien uitvergroot of gebruikt. Ik voel geen verdriet als ik naar de stad sta te kijken. Op een ongelukkig ogenblik heb ik ‘walk and don’t look back’ geciteerd (Janssens verwijst naar zijn bocht in het Oosterweeldossier, toen de sp.a de Lange Wapperbrug begroef voor een tunnel, red.), dat had ik toen beter niet gedaan. Maar ik wil niet achteromkijken. Ik wil ouder worden en dankbaar zijn voor nieuwe kansen. Ik heb vaak kansen gekregen waarvoor ik op dat moment misschien niet klaar was. Als ik dat niet had gewild, dan had ik me na mijn periode in de reclamesector moeten terugtrekken in een villa in Toscane.’

Dat heeft u uitdrukkelijk niet gedaan.

Janssens: ‘Ik denk dat ik een talent heb om mensen te verenigen voor een gemeenschappelijk doel. Dat heb ik in Antwerpen gedaan en ook in Genk geprobeerd. En ik wil mijn ontslag niet overdrijven. Voor de medewerker van de Carrefour in Shopping 1 in Genk is het verliezen van zijn job véél erger.’

Maar dan is de vraag…

Janssens: ‘… wat nu? Eén: ik weet het niet. En twee: als ik nu iets zeg, zou dat niet verstandig zijn. Omdat dat plan misschien daarom onmogelijk wordt. Iets in het voetbal? Ik sluit dat niet uit, het is alleen een hele kleine arbeidsmarkt. Maar het is niet omdat ik 61 ben, dat ik toe ben aan een pensioen. Ik heb twee kleine kinderen, eentje in het eerste leerjaar en een in de derde kleuterklas. Mentaal zit ik daardoor nog niet in de levensfase om te stoppen. Ik realiseer me wel dat het niet evident is. Iemand zei me gisteren dat ik misschien naar Engeland moest gaan. Econoom Paul De Grauwe is 71 en kan daar nu gewoon verder doceren. Al heb ik geen concrete plannen in die richting.’

Heeft u plannen in de politiek?

Janssens: ‘Iedereen weet dat ik een grote Roger De Vlaeminck-supporter ben en hij heeft bewezen (De Vlaeminck stopte even met wielrennen om nadien toch weer te herbeginnen, red.) dat een comeback maken niet de verstandigste beslissing is.’

Interviewen is soms gewoon blijven proberen. Dus vraag ik nog eens of hij, mocht hij nog burgemeester zijn, die dag net als zijn opvolger Bart De Wever in ’t Fornuis had kunnen zitten op het verjaardagsetentje van de vastgoedbons Erik Van der Paal. Hij lacht: ‘Zeker niet in die positie. Maar ik ga daar niets over zeggen.’

En hoe keek u naar het debacle van Samen in Antwerpen?

Janssens: ‘Daar zeg ik liever niets op.’

Wat ik me nog afvraag, is hoe iemand die jarenlang voorzitter van de socialistische partij was en sociaaldemocraat is, kijkt naar het voetbal, waar enorme geldbedragen omgaan?

Janssens: ‘Dat grote geld is niet enkel eigen aan het voetbal, ik had voordien ook meer dan tien jaar in de privé gewerkt. Ik maak me vooral zorgen over wat dat grote geld betekent voor vaak heel jonge mensen. Een eerste contract kan vanaf 16 jaar, voor jongens van buiten de EU is dat 18. Dat wordt nu verlaagd tot 15. Iedereen zal je zeggen dat de kans groot is dat je, zelfs als je op 15 jaar een groot talent blijkt te zijn, nooit van voetbal zal kunnen leven. De druk op die schouders is enorm, want vaak is het een valse illusie.’

Hebt u nog iets geleerd van 3,5 jaar in het voetbal?

Janssens: ‘Misschien dat cultuur in organisaties nog belangrijker is dan ik al dacht. Ik begrijp nu nog meer waarom sommige spelers het soms niet maken in een club. Ook al hebben ze technisch alle capaciteiten en zijn ze fysiek helemaal top. Iemand als Marco Bizot (Nederlandse keeper die drie jaar bij Genk zat, red.) slaagde niet in Genk omdat hij als grofgebekte Nederlander niet kon aarden. Idem voor Ilombe Mboyo, een jongen die in het Congolese milieu in Brussel was grootgebracht. Die paste niet in Genk.’

Zegt u…

Janssens: (lacht) ‘Misschien moet ik bij uitbreiding inderdaad zeggen dat dat ook voor mij geldt. Ik heb het altijd eigenaardig gevonden, als ik hoorde dat een journalist van de VRT naar VTM overstapte. Zo’n transfer gaat ook over andere culturen en missies. Misschien heb ik nu aan den lijve ondervonden hoe belangrijk de cultuur van een organisatie is.’

Hij vertelt nog dat hij dit weekend met zijn vrouw en kinderen aan zee zit. Meteen geboekt nu het weekend plots helemaal vrij was? ‘Nee’, glimlacht hij. ‘Dat hàdden we al geboekt. De zee ligt vlak bij Brugge. Zo kon ik makkelijk naar Brugge-Genk. En misschien kan dat nog. Alleen weet ik niet of ik dat, nu er eindelijk eens een voetbalvrij weekend is, verkocht krijg.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud