Advertentie
interview

Remco Evenepoel: ‘Ik stond dicht bij de dood, daarom ging ik nadenken over het leven’

Evenepoel werd vice-Europees kampioen in Trentino. Nu wacht het WK in eigen land. ©Photo News

Over waar het accent in zijn familienaam ligt, twijfelen mensen nog weleens. Maar nu al is zijn voornaam genoeg. Wielrenner Remco Evenepoel werd op 12 september vice-Europees kampioen en is al een ster. Toch is hij pas 21. ‘Koersen is nu het belangrijkste, maar aan het einde van mijn leven zal het een klein onderdeel zijn geweest’

Our hotel is Landgoed Lauswolt -Van Harinxmaweg 10 Beetsterzwaag Netherlands.’ Pauline Farazijn mailt, ze is pressofficer bij Deceuninck – Quick-Step, haar vader Peter was ooit renner bij onder meer Lotto en Cofidis. De koers is een kleine wereld, maar de voertaal is nu Engels. De mail is het sluitstuk van een vraag die al maanden hangt. Voor de Giro, na de Giro, voor Tokio, na Tokio: kan een ontbijt met De Tijd? Via Zoom wilden we niet en dus schoof de afspraak op. Tot plots, vrijdagavond 27 augustus om 19.12 uur, die mail. Voor een interview twee dagen later, mits een negatieve coronatest en op zondag om 16 uur. In Beetsterzwaag. Nooit van gehoord, gemakkelijk gevonden. Ligt in Friesland.

Profiel

Remco Evenepoel (21) begon op zijn vijfde te voetballen bij Anderlecht. Later speelde hij bij PSV en KV Mechelen en bij de U15 en U16 van de Rode Duivels, maar in 2017 begon hij te koersen.

In 2018 werd hij Europees kampioen tijdrijden en op de weg, en ook wereldkampioen. Een jaar later was hij prof en won hij onder meer een rit in de Ronde van België en de Clásica San Sebastián. Hij werd Europees kampioen tijdrijden.

In 2020 won hij negen wedstrijden, maar in de Ronde van Lombardije kwam hij zwaar ten val. Na een lange revalidatie hervatte Evenepoel dit jaar in de Ronde van Italië.

Hij won op het EK half september 2021 brons in het tijdrijden en zilver op de weg. Hij rijdt straks ook het WK (tijdrijden en wegrit) in eigen land.

Een ontbijt om 16 uur is belachelijk, maar een vieruurtje is ook niet mis. Al is er slechts tijd voor een halfuurtje. Het is de vooravond van de Benelux Tour, die start in Surhuisterveen en de eerste avond aankomt in Dokkum. Dat is een van elf steden van de historische schaatstocht, de laatste werd verreden in 1997. Toen was Remco Evenepoel nog niet geboren. Voor Evenepoel was de Benelux Tour de ultieme voorbereiding op het EK (in Trentino) en het WK (in België) enkele weken na dit interview.

Hij geeft een vuistje. Hij bestelt een koffie. ‘Een deca, alstublieft.’ Die zal koud worden. Op 30 minuten is er geen tijd om te praten én te drinken.

Een dag eerder heeft Evenepoel de Brussels Cycling Classic gewonnen. Nog eens twee dagen voordien de Druivenkoers in Overijse en op 14 augustus werd hij in het Deense Frederiksberg eindwinnaar van de PostNord Danmark Rundt - de Ronde van Denemarken, zeg maar. Dat was bijzonder, want het gebeurde exact één jaar na zijn zware val in de Ronde van Lombardije op 15 augustus 2020.

Bij die val brak hij onder meer een bekken. Je zou dat een mirakel kunnen noemen. ‘Wat een jaar geleden gebeurde, is niet meer van tel, maar die Ronde van Denemarken was speciaal. Het was de eerste keer dat ik het gevoel had dat ik weer op mijn ouderwetse manier kon koersen. Dat zag ik ook aan de waarden die ik trapte. Die bleken zelfs beter dan die voor mijn val. Puur op basis van cijfers was ik nooit beter dan de voorbije drie wedstrijden.’

Wielrennen is een cijfersport geworden, alle renners - behalve de Nederlander Bauke Mollema, die moet daar niet van weten - hebben een metertje waarop ze live zien hoeveel watt ze trappen. Evenepoel is 21, allerjongste generatie, en helemaal mee in de moderne wielersport. Alleen zal hij nooit over die waarden spreken. Dat doet zijn team Deceuninck – Quick-Step ook niet. ‘We delen die waarden niet’, zegt hij.

De Vlaamse Druivenkoers. ©Photo News

Was er ooit twijfel dat na die zware val in de Ronde van Lombardije terugkeren nooit meer zou lukken?

Remco Evenepoel: ‘Nooit meer is veel gezegd, maar over dit jaar had ik wel twijfels. Zeker tijdens en na de Olympische Spelen (in de tijdrit werd hij achtste, in de wegrit 49ste na een anonieme koers waarin hij één mini-aanvalletje deed, red.) dacht ik dat 2021 een overgangsjaar was. In juni was ik nog goed, op het Belgisch kampioenschap op de weg en in de tijdrit werd ik tweede en derde. Nadien ging ik op hoogtestage in Livigno, dat ging super-super, maar de Spelen gaven een ander beeld. Na de Spelen trok ik de stekker een week uit en misschien had mijn lichaam dat weekje wel nodig.’

Iemand vertelde hoe belangrijk het voor je revalidatie was dat mecanicien Nicolas Coosemans en verzorger David Geeroms je tijdens de winter uit huis kwamen halen om te gaan wandelen.

Evenepoel: ‘Ook Geert Van Bondt (een van de ploegleiders van Deceuninck – Quick-Step, red.) was daarbij. Het was een periode waarin ik niets mocht doen. Op twee dingen na: aquajogging en buiten wandelen. Maar niet elke dag. We zijn alle vier Anderlecht-supporters en van bij mij thuis is het, met een kleine omweg, zo’n acht kilometer naar het oefencomplex in Neerpede. We deden dat vaste toertje. Zestien kilometer. Dik tweeënhalf uur.’

Belangrijk voor het lijf, maar ook voor het hoofd van Remco Evenepoel?

Evenepoel: ‘We spraken weinig over de koers. Ik had twee weken op de fiets gezeten, moest dan weer stoppen. Het was dus van half augustus 2020 geleden dat ik nog had gekoerst. Ik voelde me geen renner meer. Dan heb je er geen behoefte aan over de koers te praten. Maar het zijn dagen die ik nooit meer zal vergeten. In de moeilijkste momenten van mijn leven waren die mannen er voor mij. Zij hebben zelf een gezin, toch kwamen ze me drie tot vier keer per week halen om te wandelen.’

Je ging ook mee toen Julian Alaphilippe en Zdeněk Štybar de Omloop Het Nieuwsblad verkenden en jij haalde hun fietsen van de auto toen ze wilden wisselen.

Evenepoel: ‘Ik mocht niet veel doen, zeker geen sport, en ik kon mijn energie niet kwijt. Meegaan op verkenning was uniek, omdat het me goed deed betrokken te blijven bij de ploeg en ik het fijn vond dat parcours te zien. En ja, toen ze van fiets wilden wisselen, heb ik die van het dak gehaald en aangegeven. Ik voel me niet beter dan een ander, en dat zat in die geste.’

Ik heb een sterke winnaarsmentaliteit, maar door die val gun ik anderen iets meer.
Remco Evenepoel
Wielrenner

Als dat raar klinkt, dan even wat geschiedenis. Remco Evenepoel werd prof in 2019. In de zomer van 2018 had Patrick Lefevere, CEO van Deceuninck - Quick-Step, op de ochtend van 12 juli - hij wel in een ontbijt met De Tijd - in een hotel tijdens de Tour zijn naam laten vallen: ‘Ken je Remco Evenepoel? Kijk morgen eens naar de tijdrit op het EK.’ Die werd in het Tsjechische Brno gereden. Op 13 juli bleek dat Lefevere dat goed had gezien. Evenepoel won die tijdrit. Maar nog veel straffer: nog eens twee dagen later won hij ook de wegrit. Met 9 minuten en 44 seconden voorsprong op de jongen die zilver won. Jongen, ja: dit was het EK voor de juniores.

Van de renners die hij vernederde, kennen we nu nog bijna niemand. Dat is niet vreemd. Ze zijn allemaal superjong nog, alleen Evenepoel werd een jaar later prof. Bij Deceuninck-Quick-Step. Won in 2019 meteen vijf koersen, waarbij de zware Clásica San Sebastián. Remco was altijd al kopman.

De jongen die deze zondagnamiddag in de zetel zit van het mooie hotel in Beetsterzwaag is nochtans niet imposant. Klein zelfs. In een short die zijn wit-bruin-witte rennersbenen tonen, is hij echt nog een jongen. Amper baardgroei. Guitig lachje. Zijn vader was ooit drie seizoenen profrenner in de bescheiden Collstrop- ploeg. Won twee kermiskoersen en de Grote Prijs van Wallonië. Stopte lang voor Remco Evenepoel geboren werd. Zijn mama is kapster. Toen hun zoon vorig jaar in het ravijn lag na die val in de Ronde van Lombardije, stond hun hart stil. Dat van hem net niet.

Hij kreeg, zegt hij, door die val een andere kijk op de koers. ‘Ik heb een sterke winnaarsmentaliteit, maar door die val gun ik anderen iets meer’, zegt hij. ‘Gisteren waren we in Brussel met een man of zeven weg. Er was een wegvergissing (waardoor hij met nog slechts één kompaan overbleef, die hij losreed, red.) maar we hadden goed samengewerkt. Ik win het liefst zelf. Maar als een van die anderen had gewonnen, had ik hem dat gegund.’

Veranderde ook je kijk op het leven?

Evenepoel: ‘Vroeger las ik nooit, tijdens mijn revalidatie las ik autobiografieën van sportfiguren. Maar ik ging me ook verdiepen in boeken over mentaal welzijn en mindset. Ik las ‘Master Your Mindset’ van Michael Pilarczyk. Ik heb dicht bij de dood gestaan en ik ben gaan nadenken over wat echt belangrijk is in het leven. Ik zocht antwoorden op vragen zoals: hoe kan ik mijn leven stabiel en zo succesvol mogelijk maken? Daarom ging ik naar die boeken op zoek.’

Gaven die boeken antwoorden?

Evenepoel: ‘Koersen is op dit moment het belangrijkste in mijn leven. Maar aan het einde van mijn leven zal het maar een klein onderdeel zijn geweest. Een carrière duurt gemiddeld 15 jaar. Ik ben al drie jaar bezig. Misschien ben ik er over twaalf jaar klaar mee, maar dan wacht nog heel veel. Door thuis te liggen heb ik beseft hoe belangrijk mijn familie en mijn vriendin zijn.’

EK tijdrijden in Trento op 9 september. ©AFP

Je handelsmerk is de lange vlucht. Waaraan denkt een renner eigenlijk die in de Druivenkoers 60 kilometer alleen op kop rijdt?

Evenepoel: (denkt na en lacht) ‘Eigenlijk weet ik dat niet. Op zo’n moment ben je zo gefocust op je inspanning, die perfect te vergelijken is met een tijdrit. Ik had aangevallen in de heuvelzone, ik wist dat mijn voorsprong wat zou zakken in de volgende 24 vlakke kilometers. Het peloton was weer gegroepeerd. Ik had 30 seconden voorsprong. Je probeert je zo klein mogelijk te maken, bergop geef je alles, waar het kan spaar je je benen. En je weet: in de groep zullen ze op die stukken bergop wel doorrijden, maar boven valt dat stil. Misschien halen ze drie seconden in. Of vijf. Dus daar ben je de hele tijd mee bezig. (lacht) Eigenlijk denk je dus aan niets. Gisteren passeerde ik op 15 kilometer van de aankomst langs mijn deur. Mijn papa had me gezegd dat er veel volk zou staan, maar ik zag niets. Ook omdat het zo slecht weer was dat ik door de gaatjes in mijn bril moest loeren om de weg te blijven zien.’

Het lijkt een eenzame job: trainen, hoogtestages, letten op de voeding, 60 kilometer solo in de finale.

Evenepoel: ‘Ik kan daar goed mee om, tot het te veel wordt. Zo was ik een weekje te vroeg in Tokio, denk ik nu. Na de Giro (de Ronde van Italië, in mei zijn eerste koers na zijn val vorig jaar, na de 17de rit gaf hij op, red.) had ik nog wat gekoerst in België, was dan op hoogtestage getrokken en dan snel naar Tokio. Maar die eerste week kon ik daar niet veel doen, ik moest herstellen van die hoogtestage. Achteraf gezien was ik dat weekje beter thuisgebleven.’

Is het altijd een voordeel om supergetalenteerd te zijn? Toen je elf was, haalde je de regionale editie van Het Laatste Nieuws toen je van Anderlecht naar PSV ging. Drie jaar later stond je in de krant als winnaar van Dwars door Ieper, een loopwedstrijd. Nog eens drie jaar later: toprenner.

Ik ben niet bezig met de beurs en ik steek mijn geld niet in een dure auto.

Evenepoel: ‘Op den duur ga je zelf denken dat het allemaal vanzelfsprekend is en vind je het bij wijze van spreken normaal wat je doet. Maar ik ben geen robot, ik ben een normale mens. Daar hoort bij dat ik soms, na een koers, iemand moet teleurstellen als die een handtekening of een foto vraagt. Dat vind ik jammer, want ik vroeg het als kind ook vaak. Dat vind ik nog lastiger dan de sportieve verwachtingen.’

En een krant die voor de Giro een extra bijlage in het roze drukt met de titel ‘La corsa è nostra’?

Evenepoel: ‘Dat vond ik absurd. Het was mijn eerste wedstrijd na mijn doodsmak. Als de Giro tien dagen had geduurd, dan was het wellicht supergoed geweest. Achteraf vond men het superslecht. Nee, bij de ploeg waren we heel blij met die eerste tien dagen. We wisten dat de kans op een inzinking reëel was. Tot dag elf ging het goed, nadien ging het een beetje achteruit. En toen viel ik. Zonder die val had ik misschien nog een rit kunnen winnen of João (Almeida, zijn Portugese ploegmaat, red.) kunnen helpen. Het is de harde realiteit van de Belgische media.’

Wie 21 is, is superjong. Wie superjong is, kent geen angst. Wie geen angst heeft, durft. Wie durft, doet al eens iets waar hij later kritiek op krijgt. Toen Evenepoel in 2020 in de Ronde van Burgos won, veegde hij aan de finish denkbeeldig wat stof van zijn schouders. Sommige tegenstanders vonden dat kleinerend. ‘De winst in de derde rit van de Ronde van Denemarken vierde hij met een wijsvinger op zijn mond, om aan te tonen dat je een sterke kop moet hebben wanneer het wat moeilijker gaat. Vond niet iedereen fijn. ‘Iljo (Keisse, zijn 38-jarige ploegmaat en vaste kamergenoot, red.) zegt me vaak: ‘Dit had je beter niet gezegd of dat had je beter niet gedaan.’ Zoals over dat zegegebaar in Denemarken. Die overwinning was magistraal, vond hij, maar door dat gebaar kon dat negatief bekeken worden. Het beeld staat op de foto, maar je hebt niet in de hand welke tekst mensen erbij zetten. (glimlacht) Daarom hield ik het in Overijse en Brussel bij een normaal overwinningsgebaar.’

Dit interview is voor De Tijd, dus ik moet iets over geld vragen...

Ik kan knechten, maar niet in alle wedstrijden.

Evenepoel: (lacht breed) ‘Daar ben ik niet zoveel mee bezig, al besef ik dat ik voor iemand van mijn leeftijd goed verdien. Maar ik ben niet met de beurs bezig en ik steek dat geld niet in een dure auto. Ik wil een goede basis leggen, het heeft geen zin om met geld te gooien. Ik woon nog bij mijn ouders, maar ik heb wel een appartementje gekocht voor in de toekomst.’

In Monaco?

Evenepoel: (schatert) ‘Nee, maar ik zeg niet waar. Ik zou niet willen dat er mensen op mijn balkon komen staan.’

Bestaat dat gevaar?

Evenepoel: ‘Mijn ouders hebben toch beslist poorten aan de oprit van het huis te installeren. Toen ik revalideerde en thuis in een ziekenhuisbed lag, kwamen mensen aanbellen. Ze kwamen zelfs via de achterdeur binnen. Een mama met twee kindjes belde aan: ze hadden de oprit volgekrijt met boodschappen voor me. Dat is heel lief, maar mijn mama heeft het graag proper en zomaar je oprit volkrijten is toch wat raar. Op een dag stond er iemand met een doos vol mattentaarten aan de deur.’

Het is een leven waarbij veel jongeren van 21 zich niets kunnen voorstellen. Kan jij je iets van hun leven voorstellen? Sommigen zetten zich in voor Black Lives Matter, ondertussen brandt Afghanistan en overspoelde Pepinster. Ik zag dat je op Instagram bijna uitsluitend sportmensen volgt, maar ook Conner Rousseau.

Evenepoel: ‘Conner had ooit op een foto van mij gereageerd, toen ging ik eens op zijn profiel kijken. En toen hij eens een story postte, heb ik gereageerd. We hebben nummers uitgewisseld en op een dag stuurde hij me zijn boek ‘T.’ toe. Ik vond dat erg mooi. Hij lijkt me correct en spreekt zich erg uit tegen racisme. In een land als België, met zoveel nationaliteiten, vind ik dat belangrijk. Mijn vriendin is Marokkaanse. Racisme is iets waar we in onze familie erg gevoelig voor zijn.’

Dertig minuten zijn voorbij, maar we rekken wat. In de extra tijd vertelt Evenepoel over hoe hij na die EK-tijdrit bij de juniores en een bezoek als genodigde van Lefevere aan de Tour helemaal verliefd werd op de koers. Hij zegt ook dat als hij één renner van deze generatie met een teletijdmachine naar een andere zou kunnen flitsen, dat tweevoudig Tourwinnaar Tadej Pogačar zou zijn. ‘Dan moest ik niet tegen hem koersen.’

We vragen naar het WK in Leuven. De selectie is nog niet gemaakt op deze zondagnamiddag, 29 augustus. ‘Laten we hopen dat ik erbij ben’, glimlacht hij. ‘Als Wout (van Aert, red.) de enige kopman is, dan is dat de beslissing van de coach.’

EK tijdrijden in Trento op 9 september. ©Photo News

Kan Remco Evenepoel knecht zijn? De Franse renner Guillaume Martin zei me ooit: ‘Ik wil kopman zijn. Ik zou dit allemaal niet kunnen opbrengen als ik voor een ander moest rijden.’

Evenepoel: ‘Voor sommige wedstrijden kan ik dat. Voor wedstrijden die ik zelf niet kan winnen, help ik graag. Ik kan knechten. Maar niet in alle wedstrijden.’

En in een WK?

Evenepoel: (glimlacht) ‘Dat hangt af van het parcours. En van wat de coach beslist.’

De selectie werd enkele dagen later bekendgemaakt. Kopman Wout van Aert krijgt zeven renners mee, en daar is Evenepoel bij. In Het Laatste Nieuws stond op de voorpagina: ‘Evenepoel is knecht op het WK. ‘En daar sta ik 100% achter’.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud