interview

René Moos: ‘Fitnessen is eigenlijk saai'

©Merlijn Doomernik

Ontbijt met De Tijd. De tennisclub die de ex-profspeler opende, rendeerde niet. Dus bouwde hij een fitnesszaal, die uitgroeide tot de Europese marktleider Basic-Fit.

De plek waar we ontbijten, vind je terug op 550 locaties in Europa. Met dezelfde banken, dezelfde kleuren, dezelfde hippe muziek die door de luidsprekers klinkt. We zitten in de fitnessruimte van het Basic-Fit-hoofdkantoor in Hoofddorp in Nederland. Ze staat model voor alle vestigingen van de Europese marktleider, of ze nu in Nederland, België, Frankrijk of Spanje zitten. Onder meer dankzij die uniformiteit kon de Nederlander René Moos (54) in 16 jaar een fitnessketen met een beurswaarde van 1,4 miljard euro en 4.000 werknemers uitbouwen.

Nadat hij vriendelijk een werkneemster heeft begroet die net haar ochtendlijke work-out afsluit, begint Moos rustig over zijn opmerkelijke parcours te vertellen. ‘Ik was een niet-onaardige tennisser. Dus stopte ik met mijn middelbare school om van mijn hobby mijn beroep te maken. Maar na drie jaar moest ik besluiten dat ik niet goed genoeg was: op mijn hoogtepunt stond ik misschien 400ste op de wereldranglijst. Bovendien kon ik er mijn brood niet mee verdienen. Uit noodzaak begon ik tennisles te geven, maar dat werd ik snel beu. Ik ben extreem gedreven en was veel fanatieker dan mijn leerlingen, voor wie tennis soms gewoon bezigheidstherapie was.’

Toen Moos zijn eerste tennisbanen opende, zag hij snel dat daar niet veel mee te verdienen viel. ‘Pas toen ik er een fitness bij bouwde, begonnen de zaken echt goed te lopen’, zegt hij. In 2004 voegde hij zijn groeiende keten van fitnessclubs samen met die van Eric Wilborts, ook een oud-proftennisser, die onder de naam Health City een keten van exclusieve fitnesszaken opbouwde. Toen de private-equityspelers Waterland en 3i instapten met de ambitie de Europese markt te veroveren, kwam alles in een stroomversnelling.

In 2016 trok Basic-Fit naar de beurs van Amsterdam. Met een omzet van 325 miljoen euro en een nettowinst van 11 miljoen is de Europese marktleider er vandaag een van de populairdere aandelen.

Ontbijt met De Tijd

Hoofddorp, 8.30 uur, in de fitnessruimte van het hoofdkantoor van Basic-Fit.

Met Basic Fit-baas René Moos praten we over zijn verleden als proftennisser, zijn gedrevenheid en zijn discretie.

Moos blijft er bescheiden bij. Daarom geeft hij haast nooit interviews, zegt hij terwijl een medewerker ons een glas vruchtensap en een plateau met broodjes voorschotelt. De ex-tennisser tast meteen toe. ‘Een goed ontbijt is belangrijk. Ik begin meestal met yoghurt en fruit. Maar als ik alleen dat eet, heb ik om tien uur weer honger. Dus neem ik er nog twee boterhammen bij. Het is een erfenis uit mijn prille sportcarrière, toen ik elke dag voor school trainde, van 6.30 tot 8 uur. Zonder een degelijk ontbijt red je het dan niet.’

De overgang van het sportleven naar het ondernemerschap liep niet altijd van een leien dakje. ‘Aanvankelijk vond ik het heel irritant om het elke maand weer over winst en verlies, de balans en de cashflow te moeten hebben. Ik wilde gewoon groeien. Maar door de inbreng van Waterland en 3i heb ik geleerd hoe belangrijk financiële discipline voor een bedrijf is.’

Met een strakke formule van lage kosten, weinig personeel en een sober interieur veroverde Basic-Fit Nederland, België, Frankrijk en Spanje. Dankzij de uniformiteit van zijn vestigingen kan Basic-Fit gezamenlijk televisies, vloerbedekking, toestellen, schoonmaakdiensten en online fitnesslessen kopen. Moos rekent voor dat een nieuwe club 1,1 tot 1,2 miljoen euro kost en na twee jaar 3.300 leden en een return van 30 procent moet opleveren.

Met een jaarlijks investeringsbedrag van 160 miljoen euro is Basic-Fit een groeier. In België, met 170 vestigingen nu al de belangrijkste markt, moeten er de volgende twee jaar telkens tien clubs bij komen. Die marktpenetratie is belangrijk, aldus Moos. ‘Het ironische bij fitness is dat iedereen ofwel voor de deur wil parkeren ofwel slechts een tiental minuten wil stappen, om dan binnen keihard te fietsen of hardlopen. Kijk: tennissen is leuk, golfen is leuk, fietsen is leuk, maar fitnessen is eigenlijk saai. Daar moet je veel discipline voor hebben. Daarom ga je er geen twintig minuten voor rijden. Een fitnessclub moet je om de hoek hebben.’

Het ironische bij fitness is dat iedereen voor de deur wil parkeren, om dan binnen keihard te fietsen of hardlopen.
René Moos
CEO Basic-Fit

Intussen vindt Moos wel plezier in het bestuderen van balansen en beseft hij hoe groot de parallellen tussen de ondernemers- en de sportwereld zijn. ‘Ik ben ontzettend gedreven en geef niet snel op. Als sporter leer je tegen je verlies te kunnen. Zeker als tennisser: je reist ergens naartoe, zoekt een trainingspartner voor de wedstrijd, raakt in het weekend een, twee of drie rondes ver, maar uiteindelijk verlies je en word je uit het tornooi gekegeld. En de week nadien doe je net hetzelfde. Elke week verlies je dus. En elke week moet je je moed bijeenrapen om verder te doen. Daar heb ik als ondernemer enorm veel aan gehad.’

Sinds Basic-Fit acht jaar geleden de Belgische markt veroverde, is de penetratiegraad van fitness in ons land verdubbeld tot 8 procent. ‘Als je kinderen en ouderen buiten beschouwing laat, kom je aan 12 of 13 procent fitnessende Belgen’, zegt Moos. In Nederland is dat dubbel zoveel. Zijn Belgen luier? ‘Nee, hoor. In Nederland zijn er gewoon veel meer clubs.’

Moos maakt zich sterk dat hij mensen aan het sporten zet. ‘Als we in België een club openen, is een derde van de nieuwe leden nooit eerder in een sportclub geweest. Onze klanten zijn een goede afspiegeling van de maatschappij, dus trekken we ook veel allochtonen aan. Toen we in Molenbeek in een nieuw pand aan de slag gingen, besloten we van de oude vestiging een club exclusief voor vrouwen te maken. Binnen zes maanden waren 4.000 dames lid. Dat concept rollen we nu elders uit, zodat we al meer dan 15 damesclubs hebben. Veel vrouwen mogen van hun man of van hun geloof niet in een gemengde club sporten. Of voelen zich oncomfortabel of bekeken. Zij zouden zonder ons nooit lid zijn geworden van een sportclub.’

Heeft Basic-Fit bijgedragen tot de emancipatie van de Molenbeekse moslima’s? ‘Zo ver zou ik niet gaan’, zegt Moos. ‘Maar door clubs te openen krijgen we mensen aan het sporten. En houden we jongeren van de straat, daar ben ik van overtuigd. De categorie van 16- tot 20-jarigen maakt een groot deel van ons klantenbestand uit. Vaak zijn dat jongelui die drie of vier keer per week komen.’

Vormt de vergrijzing een bedreiging voor zijn bedrijf? ‘Ik zie ze veeleer als een opportuniteit. Als je 65 bent en wil gaan sporten, kan je moeilijk beginnen te voetballen, omdat het moeilijk is een heel team van 65-plussers bijeen te krijgen. Het grote voordeel van fitness is dat je het met iedereen kan doen, ook al is die andere dubbel zo fit of drie keer zo dik. En het is minder blessuregevoelig dan tennis of voetbal.’

Basic-Fit houdt jongeren van de straat, daar ben ik zeker van.
René Moos
CEO Basic-Fit

De fitnessector kwam de voorbije week nog negatief in het nieuws toen bleek dat een arts een doktersbriefje had geschreven voor een patiënt die in geldnood zat en niet af raakte van een duur fitnessabonnement waaraan ze een jaar lang gebonden was.

‘Vroeger werkte de sector hoofdzakelijk met jaarcontracten. Meldde je een dag te laat af, dan zat je er weer een jaar aan vast. Daardoor heeft de fitnessbranche een slechte naam opgebouwd. Om daar tegenin te gaan zijn we vier jaar geleden begonnen met flexibele lidmaatschappen, waarbij je op elk moment kan uitstappen. Dat is 9 euro per maand duurder, ja. Maar voor een losse krant betaal je toch ook meer dan bij een abonnement voor een jaar?’

Wat vindt Moos van de kritiek dat Basic-Fit met zijn agressieve marketingaanpak en lage prijzen de lokale spelers doodknijpt? ‘Als je al jaren hetzelfde doet in een kleine club en er komt plots een Basic-Fit om de hoek die dubbel zo groot is en de helft van de prijs kost, kom je inderdaad in de problemen. Maar als kleine club met een privé-eigenaar kan je wel een persoonlijke service als troef aanbieden. De Belgische markt is met zijn duizend clubs nog altijd veel kleiner dan de Nederlandse, dus ook de anderen hebben nog kansen om te groeien.’

Sinds Basic-Fit in 2016 naar de beurs trok, steeg het aandeel van 15 naar 26 euro. Het is ook erg geliefd bij Belgische beleggers. ‘Het mooie van sport is dat de business er niet onder lijdt als het vertrouwen van de consument onderuitgaat of als de economie verzwakt,’ zegt Moos. ‘Mensen drinken tijdens een crisis wel een kop koffie minder, of kopen minder snel iets uit onze shop. Maar ze blijven sporten. Sterker nog: ze komen meer. Hoe dat komt? Misschien omdat ze besparen op andere activiteiten: de bioscoop of etentjes.’

Moos mag zich tot een van de rijkste Nederlanders rekenen, maar loopt daar allesbehalve mee te koop. Is Nederland meer dan België een egalitaire maatschappij waar het niet hoort om je rijkdom te tonen? ‘Het speelt zeker niet in je voordeel als je hier veel geld verdient. Kijk naar de heisa over de opslag voor de topman van ING. Als je zo’n job hebt, is 3 miljoen euro verdienen echt niet zo gek, hoor.’

Hoeveel hij verdient? ‘700.000 euro per jaar. Maar ik hou er geen exorbitante levensstijl op na’, zegt hij onomwonden. Tennissen doet hij niet meer. ‘Als je ooit goed hebt gespeeld, is er niets meer aan om als middelmatige speler de baan op te gaan. En de enige manier om goed te blijven is veel trainen. Daar heb ik de tijd niet voor. Bovendien is mijn lichaam lui geworden. Gelukkig hoort het bij mijn job als CEO om telkens opnieuw fitnessclubs te bezoeken. Elk nieuw toestel test ik ook zelf uit. Zo blijf ik fit, al ben ik na mijn tenniscarrière 20 kilo aangekomen.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content