Een eigen Zuckerberg mag de Franse staat wat kosten

©BELGAIMAGE

Durfkapitaal, unicorns en coryfeeën die Silicon Valley voor Parijs verruilen, tonen aan dat het goed gaat met innovatie in Frankrijk. Een van de belangrijkste durfkapitalisten daar is... de Franse staat. ‘Er wordt met geld gesmeten.’

Op de jongste editie van de VivaTech-beurs in mei kwamen Jack Ma van de Chinese webwinkel Alibaba, Ken Hu van Huawei en regeringsleiders als de Canadese premier Justin Trudeau en de Franse president Emmanuel Macron langs in Parijs. De beurs, die vier jaar geleden nog niet veel voorstelde, kan zich nu de Europese versie noemen van de CES in Las Vegas, het belangrijkste techfestijn ter wereld.

Macron schudde er de hand van Usain Bolt - de oud-sprinter is ambassadeur van een verhuurder van elektrische steps. Voor een publiek van 4.000 man pleitte hij voor een Europees techbeleid, om niet ten onder te gaan in het geweld van de VS en China.

Tegelijk heeft Frankrijk ambities voor zichzelf. Volgens staatssecretaris voor Digitale Zaken Cédric O - de naam van zijn Koreaanse vader - heeft het land absoluut meer unicorns nodig, bedrijven die op 1 miljard of meer worden gewaardeerd. De Parijse beursindex CAC40 telt maar twee bedrijven die voortkomen uit de jongste technologische revolutie, Atos en Dassault Systèmes. Veel te weinig, aldus O.

De regering wil daarom haast maken met scholing - er is een tekort van 80.000 programmeurs - en meer durfkapitaal aantrekken. Maar, zegt O in de zakenkrant Les Échos, er is ook reden voor optimisme. ‘Toen ik in 2006 van mijn businessschool kwam, wilde iedereen naar Goldman-Sachs, tegenwoordig wil iedereen Mark Zuckerberg zijn.’

Macron en zijn start-up nation

Het in Californië proberen met een start-up. Met die gedachte speelde de Franse president Emmanuel Macron nadat hij in 2014 ontslag had genomen als economisch adviseur van zijn voorganger François Hollande. De kans dat hij minister werd, was klein. Xavier Niel, de topman van het telecombedrijf Free, had Macron rondgeleid in Silicon Valley en zijn enthousiasme gewekt. Macron werkte een paar weken aan een plan voor een adviesbureau en schreef een businessplan voor een online bedrijf in onderwijs.

Macron werd alsnog minister, maar technologie liet hem niet los. Als kandidaat voor het Elysée in 2017 zei hij van zijn land een ‘start-up nation’ te willen maken. Dat begrip paste bij zijn optimistische, toekomstgerichte boodschap. Frankrijk moest een land worden dat nieuwe ontwikkelingen niet wantrouwend tegemoetziet, maar omarmt. ‘Daarvoor hebben we een fiscaal beleid nodig dat niet langer mensen straft die succesvol zijn en die investeren in innovatie’, schreef hij in zijn campagneboek ‘Révolution’.

Macron hield woord. Al bezorgde dat beleid hem het predikaat ‘president van de rijken’. Daarom is hij voorzichtig geworden met beeldspraak ontleend aan de techwereld. Veel Fransen associëren die vooral met een bevoorrechte elite.

Zo’n Franse Zuckerberg is de 32-jarige Stanislas Niox-Chateau van Doctolib, een online service om medische afspraken te maken. Die dienst heeft zich in Frankrijk onmisbaar gemaakt: de huisarts bellen is er nauwelijks nog bij. In Frankrijk en Duitsland registreert Doctolib 35 miljoen bezoekers per maand. 1.700 medische instellingen maken gebruik van de dienst.

Doctolib bracht als nieuwe unicorn het totaal in Frankrijk op vier. Het accountantskantoor EY voorspelt dat er dit jaar nog meer komen. De investeringsrondes van jonge bedrijven gaan de goede kant uit. Tussen januari en april haalden 165 start-ups voor 1,4 miljard euro durfkapitaal op.

Frankrijk bezet in Europa een derde positie na Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Maar de eerste plaats kan met het huidige tempo - dit jaar moet 5 miljard euro bereikt zijn - in zicht komen.

Parijs zit intussen in de techtop tien van wereldhoofdsteden. De start-upcampus Station F speelt daar een belangrijke rol in. Onder anderen Tony Fadell, de uitvinder van de iPod en iPhone-pionier, vestigde zich met een nieuwe onderneming in Station F.

De telecommiljardair Xavier Niel noemde Frankrijk een paradijs voor beginnende ondernemers. Zo veel hulp is er.
nicolas menet
Frans econoom en directeur silver valley

Station F is gevestigd in een indrukwekkende hal bij het Austerlitz-station. Xavier Niel, de Franse Richard Branson die groot werd als de baas van het telecombedrijf Free, kocht het in 2013 en verbouwde het voor 250 miljoen euro. De miljardair wilde er ’s werelds grootste incubator voor piepjonge bedrijven van maken. Elke week verdeelt hij 200.000 euro onder start-ups.

Een kanttekening bij al het optimisme is het geringe aantal start-ups dat wordt doorverkocht of naar de beurs gaat. Met 26 doorverkopen in 2018 bezet Frankrijk in Europa een vijfde plaats, na Spanje (34), Zweden (37), Duitsland (79) en het Verenigd Koninkrijk (81).

Opmerkelijk bij de opkomst van ‘le French tech’ is de grote rol van de staat. De subsidiekraan gaat wijd open. In 2018 verdeelde de publieke investeringsbank Bpifrance 1,2 miljard euro aan innoverende bedrijven in de vorm van steungeld, voorschotten en gunstige leningen. Vorig jaar nam Bpifrance voor 328 miljoen aan deelnames. Op die manier is de staat een van de grootste durfkapitalisten van Frankrijk.

Uit een studie van het statistische bureau Insee uit 2016 blijkt dat 90 procent van de start-ups na vijf jaar is verdwenen en dat de banengroei erg tegenvalt

‘Er wordt met geld gesmeten’, zegt Nicolas Menet, econoom en directeur van Silver Valley, een bedrijf in de ouderenzorg. ‘Niel heeft Frankrijk een paradijs voor beginnende ondernemers genoemd, zoveel hulp is er.’

Menet schreef een boek over de ‘maskerade van de start-ups’, dat de opgewonden stemming rond innovatie relativeert. ‘Het beleid bestaat erin er flink veel geld tegen aan te gooien, in de hoop dat de Franse Zuckerberg opstaat. De Franse staat heeft een lange traditie van bemoeienis met het economische leven en kan het niet laten zich ook hiermee te bemoeien.’

Dat is niet per se slecht, denkt Menet. Het probleem is alleen dat 90 procent van de start-ups na vijf jaar is verdwenen en dat de banengroei erg tegenvalt. Dat blijkt uit een studie van het statistische bureau Insee uit 2016.

’80 procent van de start-uppers heeft dezelfde achtergrond. Ze komen allen vers van prestigieuze businessscholen als HEC of de école polytechnique. Dat zijn niet allemaal geboren ondernemers. Veel ideeën - ruim 40 procent - spelen in op niet-bestaande behoeftes.

Het is hoog tijd om selectiever te zijn, zegt Menet. ‘Het gaat om miljarden aan publiek geld.’ Zijn eigen sector, de ouderenzorg, is zo’n terrein dat meer prioriteit moet krijgen. ‘In 2030 is 30 procent van de Franse bevolking ouder dan 65 jaar. Naar schatting 2 miljoen mensen die veel hulp nodig hebben, willen niet naar een verzorgingstehuis. Om die groep thuis te laten wonen is veel nodig. Als voor de Franse staat ergens een rol als strateeg is weggelegd, is het daar.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect