interview

Fried Vancraen ‘De Chiro heeft me minstens even hard gevormd als mijn studies'

©Debby Termonia

Al bijna dertig jaar leidt hij een van de meest toonaangevende 3D-printbedrijven ter wereld. Maar hij is de eerste om zijn rol te relativeren. Ontbijt met De Tijd.

Of hij de koers van zijn aandeel kent? We beginnen met die vraag omdat Fried - kort voor Wilfried - Vancraen (56) vier jaar geleden bij de beursgang van Materialise op de Nasdaq in New York zei dat hij vooral niet te veel naar de dagelijkse schommelingen zou kijken.

Op het moment dat we elkaar spreken is het antwoord op de vraag: 13,59 dollar. Vancraen zit er 9 cent naast. ‘Het was de juiste stap, maar voor een rustiger leven moet je niet naar de beurs trekken. De koers wordt toch een graadmeter van hoe je bezig bent’, geeft hij toe.

De eerste keer dat ik wist dat ik een leider kon zijn, was in het zesde studiejaar.

Na een turbulente beginperiode stijgt de koers al geruime tijd weer. Het afgelopen jaar deed Materialise, dat de software maakt waarop 90 procent van alle 3D-printers ter wereld draaien, onder meer een deal met de Duitse chemiereus BASF. ‘Structurele vooruitgang’, zegt Vancraen. En die vertaalt zich in de cijfers, met een omzet die dit jaar 40 procent hoger moet uitkomen op 185 miljoen dollar.

Materialise maakt niet alleen software, het laat ook medische implantaten, van heupen tot schedelstukken, uit de printer rollen. En het produceert industriële onderdelen op maat: van onderdelen voor vliegtuigmotoren tot fietsframes en gepersonaliseerde zolen voor sportschoenen van het Duitse merk Adidas.

We zitten in brasserie De Oude Kantien in Heverlee, vlak aan het kasteel van Arenberg en omgeven door de ingenieurscampus van de KU Leuven. Het hoofdkwartier van Materialise ligt tien minuten verderop in de rand van de universiteitsstad. Op tafel staat een laat ontbijt met broodjes, yoghurt en minikoffiekoeken, aangevuld met fruitsap en koffie.

©Debby Termonia

Hier liggen de professionele roots van Vancraen. Na zijn ingenieursstudies (specialisatie biomechanica), zijn legerdienst en zijn MBA werkte hij eind jaren tachtig aan het Wetenschappelijk en Technisch Centrum van de Metaalverwerkende Nijverheid (WTCM, nu Sirris), toen hij voor het eerst in contact kwam met een stereolithografiemachine, een vroeg type 3D-printer. Hij zag de kiem van een revolutie.

‘Een paradigmashift. In plaats van oude technieken zoals draaien en frezen te automatiseren kon je daarmee echt productietechnologie designen’, zegt Vancraen. In 1990 schraapte hij 250.000 euro bij elkaar voor de aankoop van een eerste machine en richtte hij in de schoot van de universiteit Materialise op. Vandaag werken er 2.000 mensen in 23 landen.

Vancraen, met ge-3D-print brilmontuur, is het prototype van de introverte ingenieur. Hij vindt het moeilijk om over zijn verwezenlijkingen te praten. ‘Ik ben trots, maar het frustreert me als het te veel over mij gaat.’ Dat hij een van de peetvaders - een sectorgenoot nam zelfs het woord ‘god’ in de mond - van de 3D-printingindustrie wordt genoemd? Een nerveus lachje. ‘Goh ja... Materialise, dat ben ik niet alleen, hè.’

Ontbijt met De Tijd

Heverlee, 10 uur, in brasserie De Oude Kantien.

Met ingenieur Fried Vancraen praten we over de koers van Materialise, over leiderschap en over de echte toekomst van 3D-printing.

‘We zijn met een groep mensen van het eerste uur, onder wie mijn echtgenote. Ik denk dat ik een zekere affiniteit heb met technologie en redelijk goed meekan met ontwikkelingen op hoger niveau. Maar ik ben nooit een echte techneut geweest. Eerder een generalist dan een specialist. En ik had altijd al belangstelling in hoe de economie werkt.’

Nochtans is hij al 28 jaar de baas. Of die rol hem als gegoten zit? ‘Best wel. De eerste keer dat ik wist dat ik een leider kon zijn, was in het zesde studiejaar toen ik klaspresident was. (lacht) In de jeugdbeweging ben ik lang groepsleider geweest, bij de Chiro in Rijmenam, en dan bij de scouts in een naburige parochie. Zij hadden me gevraagd de boel over te nemen. De jeugdbeweging heeft me minstens even hard gevormd als mijn studies. Verder heb ik een MBA gedaan en heb ik veel boeken gelezen over management, omdat ik besefte dat als het bedrijf moest groeien ik ook moest groeien.’

Vooral ‘Built to Last’, de bestseller uit 1994 van de Amerikaanse managementgoeroe Jim Collins, was een eyeopener. ‘Ik heb het ooit gekocht op een luchthaven. Het drukte beter uit hoe we leiderschap zagen dan dat ik het zelf kon zeggen. Rond dezelfde tijd zaten we in een fase van snelle internationale uitbreiding. In 1996 de VS, in 1998 Duitsland, Engeland en Frankrijk, in 2000 Japan en Maleisië. Ineens werden we een wereldfirma en moesten we wel een leiderschapsstijl installeren. We hebben ‘Built to Last’ en later ‘Good to Great’ erbij genomen om ideeën toe te passen. We willen een built-to-lastbedrijf zijn.’

Ik ben trots, maar het frustreert me als het te veel over mij gaat.

Wat betekent dat? ‘We spreken altijd van het Materialise-flywheel: letterlijk een concept uit het boek. Collins zegt dat je drie dingen moet samenbrengen: je passie, je technische competentie en een economische motor. Wij combineren onze expertise in 3D-printen, software en engineering en laten daarrond een vliegwiel draaien om alles te commercialiseren. De helft van onze mensen werkt op de kerncompetenties, de andere helft zit op de buitenring en draagt dat commercieel uit. Die symboliek is eigenlijk een paar hoofdstukken uit het boek. We raden iedereen bij ons aan het te lezen.’

Even belangrijk is een stevige scheut idealisme, uitgedrukt in twee woorden die Vancraen als een refrein in de mond neemt: toegevoegde waarde. ‘Op onze openingsreceptie hebben we een missie naar voren geschoven die we vandaag nog altijd volgen. Daar zijn we trots op. Die missie is niet geld verdienen maar bijdragen aan een betere en gezondere wereld op basis van onze specialiteit. Dat is de kern. En als je dat doet, creëer je toegevoegde waarde.’

‘Natuurlijk is het belangrijk dat we winst maken, maar niet om de winst zelf. Wel als levensader om verdere activiteiten te kunnen ontwikkelen. Zonder marge heb je geen ademruimte om de toekomst uit te bouwen. Dat noemen we economische duurzaamheid, dat is onze kernwaarde. Duurzaamheid is ook maatschappelijk en ecologisch. Tussen die drie proberen we een balans te zoeken.’

Materialise wil ook kunnen bijdragen voor mensen die het heel erg nodig hebben.

De impact van de Materialise-technologie kwam op een dag heel dichtbij, toen een van Vancraens drie kinderen botkanker had en een ge-3D-print implantaat kreeg. Zijn zoon is intussen gezond en wel, en daarmee beschouwt Vancraen dat verhaal als verteld.

‘We zijn trots dat onze producten de levenskwaliteit van mensen positief beïnvloeden. In Parijs loopt een expo over de terreuraanslagen in de stad, georganiseerd door een groep chirurgen. Een van de slachtoffers heeft een nieuw gezicht gekregen dankzij onze technologie. Maar ook onze industriële toepassingen hebben impact. In de mobiliteit staan we voor enorme uitdagingen om over drie jaar de volgende uitstootnormen te halen. Vandaag is er nog geen technologie die dat mogelijk maakt. Wij helpen met de prototyping van motoren. Dat is een structurele bijdrage aan een van de grotere milieuproblemen die ons plagen.’

Vancraen wil graag nog meer doen. Voor meer mensen ook. Vandaag bedient Materialise met onder meer hypercomplexe operaties, luxeauto’s en dure brillen vooral high-endklanten in een niche. ‘Maar we willen ook kunnen bijdragen voor mensen die het heel erg nodig hebben’, zegt Vancraen. Het motiveerde hem om African Drive te lanceren, de door crowdfunding gefinancierde start-up van een busmaatschappij in Benin. ‘Onlangs kregen we een prijs voor het innovatiefste West-Afrikaanse transportbedrijf. Opnieuw: toegevoegde waarde. Ik heb veel projecten opgestart voor Materialise, er zijn er weinig die zo snel rendabel zijn geworden als African Drive.’

We moeten 3D-printen als een slow revolution zien.

Hij mag zich dan niet snel opwinden, met de opgeblazen verwachtingen rond zijn industrie heeft Vancraen het moeilijk. ‘Een jaar geleden was ik op een conferentie van The Economist in Luxemburg waar velen een ‘Star Trek’-achtige toekomst van 3D-printen voorspelden. Daar heb ik gezegd: ‘Jongens, kijk nu eens gewoon naar de wetten van de fysica.’ Uit één machine ken je geen product uit verschillende materialen toveren. We passen gewoon fysica en materiaalkunde toe. Ik kreeg er bijna een staande ovatie voor.’

‘We moeten 3D-printen als een slow revolution zien’, benadrukt Vancraen. ‘Een langzaam proces, maar wel één dat levens redt en sectoren transformeert. Kijk naar de sector van de hoorapparaten. Die is volledig geswitcht van een handmatige productie naar een individueel geoptimaliseerd printingproces, met een groter comfort voor de patiënt. Hetzelfde is aan de gang in de tandtechnologie.’

De toekomst van de technologie ligt voor Vancraen in de mogelijkheid om unieke producten te maken. ‘Het ambachtelijke zal het almaar moeilijker krijgen tegenover het unieke, digitaal gesimuleerde en geverifieerde product dat via printing wordt geleverd. Neem brillen. Nu zegt een oogarts welke lenzen je nodig hebt en laat een opticien je een frame kiezen, waarin vervolgens die lenzen worden geplaatst. Maar eigenlijk is het cruciaal dat de lens correct voor de pupil wordt gepositioneerd.’

Vancraen zet zijn bril af en demonstreert. ‘Wij doen het omgekeerde: op basis van een 3D-scan van je hoofd positioneren we een lens optimaal, en daarrond ontwerpen we een frame. Dat leidt tot meer comfort, leren studies. Je hebt een beter gezichtsveld en aan het einde van de dag ben je minder moe. Maar daarvoor moet een hele industrie zich anders gaan organiseren. Opticiens moeten anders worden opgeleid, mensen moeten anders brillen kiezen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content