Terugbetaling medische applicaties sleept aan

©Fibricheck

Wie een medische app gebruikt, betaalt die nog altijd uit eigen zak. Een concrete timing voor terugbetaling is er niet. De bouwers van de applicaties voelen zich gefnuikt in hun groei en grijpen noodgedwongen in.

Elk jaar krijgen 45.000 Belgen een knie- of heupprothese. De Gentse start-up MoveUP bouwde voor hen een app, die na de operatie gepersonaliseerde revalidatieoefeningen aanreikt. De dokter volgt via de digitale weg mee, wat de tijd in het ziekenhuis inkort. Duizend patiënten gebruikten de app al. Op termijn kan die de gezondheidszorg 27 miljoen euro uitsparen, zegt MoveUP.

Acht apps erkend

In ons land worden al zeven medische applicaties als dusdanig erkend door de overheid.

Het gaat om Airview (slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen), Communicare (begeleiding chronische ziekten), Fibricheck (hartritmestoornissen), Freestyle (diabetes), MoveUP (revalidatie na knie- en heupprothese), mySugr (diabetes), Remecare (chemo) en Syndo (hartfalen).

Ze hebben allemaal een CE-markering, wat erop wijst dat ze medisch doen wat ze beloven. Voorlopig komt geen ervan in aanmerking voor terugbetaling.

Maar het Gentse bedrijf botst al op zijn limieten. Medische apps zijn in ons land, ondanks herhaaldelijke beloftes, nog altijd volledig voor de rekening van de patiënt. Terugbetaling door het RIZIV is er niet. ‘Chirurgen zouden de app kunnen voorschrijven na de operatie’, zegt CEO Ward Servaes. ‘Maar ze deinzen ervoor terug net omdat de kosten alleen voor rekening van de patiënt zijn.’

Het is een smet op het parcours van Maggie De Block (Open VLD). In de voorbije regeerperiode maakte ze van de introductie van medische apps in de gezondheidszorg een van haar strijdpunten minister van Volksgezondheid. Onder haar kwam er een wettelijk kader voor het gebruik van medische apps. Die moeten drie niveaus doorlopen als ze erkend en terugbetaald willen worden.

Accuraatheid

De eerste stap gaat over de medische accuraatheid. Doet de app wat ze belooft? De app moet daarvoor over een CE-markering beschikken, en dus voldoen aan de Europese regels over veiligheid en gezondheid. Daarna kijkt de overheid of data veilig en met respect voor privacy opgeslagen zijn. De data moeten ook matchen met andere IT-systemen in de Belgische gezondheidszorg.

Voor die eerste twee niveaus is het huiswerk min of meer af, geven verschillende betrokkenen aan. Al acht medische apps zijn ook officieel erkend. Maar bij die bedrijven groeit de frustratie over de uiterst trage afhandeling van de laatste stap: de terugbetaling. ‘De wind blaast wel in de juiste richting, maar het gaat allemaal erg traag’, zegt Lars Grieten, de oprichter van Fibricheck, een app die hartritmestoornissen detecteert.

Organisatorische problemen

Het RIZIV werkt weliswaar aan een procedure voor de terugbetaling, maar kan geen concrete timing geven wanneer die effectief begint. Dat is een streep door de rekening van De Block, die ervan uitging dat de terugbetaling nog voor het einde van de regeerperiode in orde kwam. Het dossier zou deels ontspoord zijn door organisatorische problemen bij het RIZIV.

We moesten enkele mensen laten gaan en focussen meer op het buitenland.
Ward Servaes
CEO MoveUP

De trage afhandeling laat zich voelen bij de bedrijven die instaan voor de ontwikkeling van de medische apps. MoveUP moest door het uitblijven van de terugbetaling in maart het roer omgooien. Het liet enkele mensen gaan en ging meer focussen op het buitenland. De onzekerheid rond de terugbetaling weegt ook op de financiering, zegt Servaes. Een geplande kapitaalronde staat voorlopig on hold.

Uiteenlopende activiteiten

Eenzelfde geluid is te horen bij het Limburgse Fibricheck. Het bedrijf verkreeg het afgelopen jaar onder meer groen licht in de Verenigde Staten en Italië. ‘In onze plannen van pakweg twee jaar geleden hadden we al onze inspanningen geconcentreerd op België’, zegt Grieten. ‘Maar door het uitblijven van de terugbetalingen hebben we moeten bijsturen en zijn we meer gaan focussen op het buitenland.’

Het RIZIV wil niet dieper ingaan op de reden waarom de terugbetaling op zich laat wachten. Volgens Grieten heeft het deels te maken met heel uiteenlopende activiteiten van de medische apps.‘Bij een app die hartritmestoornissen detecteert, is de logica van terugbetaling heel anders dan bij een app die revalidatieoefeningen voorschrijft.’

3 vragen aan Lieven Annemans, gezondheidseconoom

1. Waar staat België op het vlak van medische apps?
‘België ontwikkelde voor de erkenning van medische apps een validatiepiramide met drie niveaus. Bij het derde niveau, de terugbetaling, loopt het spaak. Nu moet app per app bekeken worden of die een meerwaarde heeft voor de patiënt, de zorgverlener en de gezondheidszorg.’

2. Waar zit het probleem?
‘Het gebruik van een medische app staat haaks op de logica die het RIZIV tot nog toe volgt. Het RIZIV ziet terugbetaling in functie van een medisch product, bijvoorbeeld een geneesmiddel, dat je koopt. Maar een app gebruik je over een bepaalde periode.’

3. Begrijpt u de noodkreet van de bedrijven?
‘Ik begrijp de bedrijven zeker. We moeten natuurlijk uitmaken of de medische apps kosteneffectief zijn. Maar ze hebben zeker een punt als ze stellen dat we niet mogen talmen met de terugbetaling.’

De terugbetalingsproblematiek beperkt zich niet alleen tot de wereld van medische apps. Ook teleconsultatie, een contact tussen patiënt en arts, komt voorlopig niet in aanmerking voor terugbetaling. Daarbij gaat het niet om de terugbetaling van de technologie, maar wel om de terugbetaling van het ereloon van de arts of specialist.

Videoconsultatie

Dat is een streep door de rekening voor het Belgische Vividoctor. Dat bedrijf ontwikkelde een digitaal platform waarmee je kan videobellen met een arts of specialist in het ziekenhuis of waarlangs je gemakkelijk relevante documenten of foto’s kan delen. Het bedrijf zit nog in de testfase, maar voelt wel bereidheid bij Belgische ziekenhuizen om de technologie toe te passen, zegt de operationele baas Ella Ameye.

Maar zonder terugbetaling is het moeilijk die markt aan te boren. ‘In Frankrijk is een fysieke ontmoeting tussen arts en patiënt niet langer een vereiste voor terugbetaling van een consultatie’, zegt Ameye. België is nog niet zover. Dat heeft ook een impact op het bedrijf. ‘Het is spannend om te overleven. We zitten niet op een cashberg.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect