interview

‘Agfa is een BMW die zich nog te veel als een Opel verkoopt'

©Wim Kempenaers

Na jaren vechten tegen de een krimpende filmmarkt, een zwakke economie en een dure zilverprijs zit de beeldvormingsgroep Agfa-Gevaert eindelijk in rustiger vaarwater. ‘Als we nu willen groeien, moeten we opnieuw geloven in onszelf’, zegt topman Christian Reinaudo.

Een financiële crisis, gevolgd door een economische crisis. Een enorme stijging van de zilverprijs. Zwaar stijgende pensioenkosten. Een uit de kluiten gewassen schuldenberg. Een business die voorbijgestoken wordt door technologische ontwikkelingen. Sociale onrust.

Het is slechts een greep uit de problemen die Christian Reinaudo de voorbije zeven jaar op zijn bord kreeg als CEO van Agfa-Gevaert . Maar de Fransman (62) die ons in Mortsel ontvangt, oogt allesbehalve afgeleefd. Dat het felgeplaagde Agfa daags voordien de hoogste winst in jaren kon rapporteren en voortaan schuldenvrij door het leven gaat, zit daar zeker voor iets tussen.

Is het ergste nu eindelijk achter de rug?

Christian Reinaudo: ‘We hebben een moeilijke fase afgerond. Toen eerst Jo Cornu en daarna ik CEO werd, zaten we in een moeilijke situatie. Maar we hebben de voorbije vijf jaar redelijk goed werk geleverd. We hebben een rendabiliteit van 10 procent bereikt en we hebben onze schulden weggewerkt. Dat laatste is belangrijk als je zoals ons met een enorm zware pensioenlast zit. De volgende uitdaging is om de onderneming te herlanceren op het groeipad.’

Hoe begint u daaraan?

Reinaudo: ‘Dat is niet gemakkelijk. In de zeven jaar dat ik CEO ben, heb ik tijdens elke vergadering op de kosten, de brutomarge en de rendabiliteit gehamerd. Daar ga ik voor alle duidelijkheid niet mee stoppen. Maar we moeten er nu ook in slagen om Agfa vanuit een ander perspectief te bekijken.'

'Naast de problemen ook de opportuniteiten vastpakken. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Je moet maar rondkijken naar de concurrenten Kodak en Carestream, om te zien dat omzetgroei dé uitdaging is voor iedereen. We zijn momenteel degene die het minste omzet verliezen. In het land der blinden, is eenoog koning.’ (lacht)

Ik voel me verantwoordelijk voor mijn werknemers. Toen bleek dat CompuGroup geen plan had voor onze filmfabriek heb ik de overnamegesprekken stopgezet.

‘Maar groei is wel degelijk mogelijk. Ik heb daar meer en meer vertrouwen in. U hebt zelf in de cijfers kunnen vaststellen dat we het goed doen met onze afdelingen software en IT-systemen voor ziekenhuizen, de grootformaatprinters en enkele speciale chemicaliën. Dat zijn onze groeimotoren. We worden daarenboven ook steeds meer rendabel.'

'En vooral: we hebben de beste producten ter wereld. Dat zeggen we zelf niet, dat zijn onze klanten en onafhankelijke researchbedrijven die het voor ons zeggen. En je merkt dat zoiets de ronde doet. Vorige week waren we op een radiologiecongres in Wenen. Nog nooit hebben we zoveel aandacht gekregen, onze stand werd overspoeld door potentiële klanten.’

‘We hebben op dat vlak een beetje een timide attitude bij Agfa, waarbij we onszelf niet op de borst durven te kloppen over wat we hier in huis hebben. Ik zeg niet dat we in alles de beste ter wereld zijn. Maar waar we dat wel zijn, mag en moet dat ook zo erkend worden. Ook dat is belangrijk, als we willen groeien.'

'We moeten onze klanten duidelijk kunnen maken dat we hen meerwaarde verkopen. Als je bij BMW binnenkomt om een wagen te kopen, dan is de prijs het laatste wat ter sprake komt, omdat het product zo’n kwaliteit heeft dat de prijs ondergeschikt wordt. Onze verkopers moeten ernaar streven om ons te verkopen als BMW, Rolls-Royce of Tesla, in plaats van als Opel of Renault.’

U hebt het echt over een cultuurshift. Hoe krijgt u dat voor elkaar?

Reinaudo: ‘Het eerste wat een CEO moet doen is het luidop zeggen. Eerst tegen de tien mensen die het dichtst bij je staan. Zij zeggen het vervolgens tegen 100 anderen. Enzovoort. Het blijven herhalen tot het diep in je organisatie is doorgedrongen.’

Christian reinaudo

> 62 jaar, geboren in Avignon.

> Ingenieur in de scheikunde.

> Werkte 30 jaar bij Alcatel.

> Sinds 2008 bij Agfa-Gevaert, eerst als topman van HealthCare, sinds 2010 als CEO.

Agfa-Gevaert

> Produceert drukplaten en software voor drukkerijen en medische beeldtechnologie en IT voor ziekenhuizen.

> Realiseert 1,3 miljard euro omzet en 80 miljoen euro nettowinst.

‘Ten tweede moet je de boodschap die je verkondigt ook onderbouwen. De eerste stap in onze weg naar omzetgroei is het beter doen dan vorig jaar, toen we 4,1 procent omzet verloren. Als we daar in slagen, mag daar iets tegenover staan, in de vorm van een bonus. Dat is een goede manier om mensen mee te krijgen op een nieuwe weg.’

‘Een derde zaak is een systematisch proces te installeren dat je permanent kan evalueren. Je kan zo vaak zeggen als je wil dat je omzet moet stijgen, zolang je daar geen concrete projecten tegenover plaatst, kom je nergens. Dus hebben we concrete werven, die maandelijks worden besproken. Dat gaat over zaken die ik al vermeldde, zoals onze positie in de groeilanden, of de vorming van verkopers.’

U komt relaxter over dan in vorige interviews.

Reinaudo: ‘Ik ben meer dan ooit op mijn gemak, dat klopt. We zijn efficiënter georganiseerd dan ooit. Onze producten zijn beter dan vijf jaar geleden. Ze worden logischer gefabriceerd. Noem maar op. We hebben daar hard aan gewerkt. Maar dat wil niet zeggen dat ik op mijn lauweren kan rusten. We zijn nog kwetsbaar voor grondstoffenprijzen. We zitten nog in dalende markten. Als die wat slechter presteren dan we inschatten, kan dat ons leven nog moeilijk maken. Maar we zijn in veel minder groot gevaar dan vijf jaar geleden, zoveel is zeker.’

Hebt u in de donkere jaren nooit overwogen andere horizonten op te zoeken?

Reinaudo: ‘Nee. Het is soms zwaar geweest. Maar daar word je als CEO goed voor betaald. Dat moet je kunnen rechtvaardigen. Ik durf te beweren, zonder arrogant te willen klinken, dat we met het management de voorbije vijf jaar waarde hebben gecreëerd. Dat reflecteert zich nog niet helemaal in de beurskoers. Maar het Agfa van vandaag heeft nog weinig te maken met het Agfa van toen ik begon als CEO in 2010.’

Verklaart die toegevoegde waarde de afgesprongen overnamepoging van het Duitse CompuGroup? Acht de markt Agfa rijp voor een overname?

Reinaudo: ‘Om die gesprekken wat in context te plaatsen: we kennen CompuGroup zeer goed, want we praten al lang met elkaar. Hun CEO, Frank Gotthardt, en ikzelf beseffen zeer goed hoe complementair we zijn. Er is maar een klein stukje overlap waar we met elkaar in competitie zijn. Bovendien groeien de domeinen waar we in actief zijn naar elkaar toe. Er valt dus heel wat te zeggen voor een combinatie. Maar er zijn nog heel wat parameters die in het spel zijn.’

Je suis un mec loyal. Ik ben geen avonturier die om de twee jaar ergens anders neerstrijkt. Topman Agfa-Gevaert Christian Reinaudo

‘Ik ben vandaag niet bereid om de Healthcare-IT van Agfa te verkopen, omdat ik ervan overtuigd ben dat we aan het startpunt van de waardecreatie staan in die business. Bovendien lijkt het me weinig opportuun afstand te doen van een van onze groeimotoren in ruil voor cash die rechtstreeks naar pensioenen zou vloeien. En die bovendien minder is dan wat we er zelf mee kunnen genereren op termijn. In die context zijn we niet klaar voor een verkoop.’

Zegt u nu dat CompuGroup enkel Agfa’s Healthcare-IT-business wilde kopen?

Reinaudo: ‘Nee. Maar gelet op hun profiel is het logisch dat het niet hun droom is om een filmfabriek in Mortsel te bezitten. Dus ik ga ervan uit dat ze alles wilden kopen om dan de Healthcare-IT voor zich te houden en zich te ontdoen van de rest.’

‘Dat is niet waar wij zo hard voor gewerkt hebben de voorbije jaren. Als CEO heb je een verantwoordelijkheid naar je aandeelhouders, maar ook naar je werknemers. Als CompuGroup een plan had gehad om naast de Healthcare-IT ook de rest verder te ontwikkelen, zoals we op eigen houtje willen doen, dan kan je verder praten. Maar CompuGroup had geen plan. Hadden we daar uit kunnen komen? Misschien wel. Maar ik vond het na het lek in de pers niet correct om de werknemers een half jaar in onzekerheid te houden.’

©Wim Kempenaers

‘Zelf hebben we wel een plan. Een dat we waarschijnlijk enkel op eigen benen kunnen uitvoeren, omdat het tijd vraagt. U vroeg me daarnet waarom ik hier nog zit? Omdat ik hier graag ben, en het beste voor heb met het bedrijf. Je suis un mec loyal, geen avonturier die om de twee jaar ergens anders neerstrijkt en quick and dirty een deal doet om dan weer elders naartoe te trekken. Ik ben geen huurling. Ik heb het beste voor met Agfa en de maatschappij in het algemeen. En ik ben hier niet klaar. Als ik hier ooit vertrek, zal het hopelijk zijn omdat Agfa volledig probleemvrij is.’

Over problemen gesproken, hoe kijkt u als Fransman naar de verkiezingsstrijd in uw land?

Reinaudo: ‘Met tristesse. Ik wil niet te veel praten over politiek, want het is niet mijn job. Maar op meer filosofisch niveau, vind ik het jammer dat politici vandaag gegijzeld worden door een systeem dat enkel denkt op extreem korte termijn.’

‘Eigenlijk is het de job van de politieke elite om op lange termijn na te denken over de uitdagingen die ons als maatschappij te wachten staan. Zaken als ecologie, het samenleven van verschillende culturen en religies, de gevolgen van een nieuw economisch normaal van lage groei, noem maar op. Hoe kan je over al die dingen tegelijk nadenken, als je wordt opgesloten in een politiek model dat op de korte termijn gericht is? In een model waarin de media meer geïnteresseerd zijn in een snelle quote dan in een idee?’

‘Ik ben allesbehalve een monarchist, maar er valt wel iets te zeggen voor een staatshoofd dat met enige afstand kan kijken naar ontwikkelingen op lange termijn. Dat missen we vandaag, ook in Frankrijk. Daar werd de termijn voor het presidentschap indertijd op zeven jaar gelegd, net om niet enkel met de waan van de dag rekening te moeten houden. Maar in 2000 werd dat herleid tot vijf jaar. Dat stemt me triest. Ik maak me ongerust. Straks maken we enkel nog wetten gebaseerd op incidenten. Waar is het Frankrijk dat de Déclaration des droits de l’homme opstelde naartoe?’

Hoe geraak je daaruit?
Reinaudo: ‘Geen idee, het is niet mijn job. Ik stem, maar verder hou ik me liever weg van de politiek. Daar zijn mensen meer voor gekwalificeerd dan ik.’

Ook als het op economisch beleid aankomt?
Reinaudo: ‘Op dat vlak vind ik dat de overheid het beter zo veel mogelijk aan ondernemingen overlaat. L’économie, c’est nous, hein. De politiek moet een stabiel kader voorzien, dat wel. En een constructieve dialoog voeren. Er is weinig zo vervelend als een hoop regels die vijf jaar later het tegenovergestelde worden, omdat er een andere coalitie is verkozen. Voor zo’n stabiel kader is een sereen politiek debat nodig, dat boven ideologie uitstijgt. Het moet gaan over inhoud, niet over verpakking.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect