interview

'De echte tsunami moet nog komen voor de banken'

'Wat Johan Thijs doet, is goed en noodzakelijk om te overleven als bank, maar het gaat misschien nog niet ver genoeg.' ©Tim Dirven

Het nieuws over het banenverlies bij KBC kwam deze week als een mokerslag aan. Maar serieinvesteerder en fintechpionier Jurgen Ingels schrikt er niet van. ‘De mindset bij de banken is nog altijd niet veranderd. Ze willen wel innoveren, maar het moet altijd op hun oude manier.’

‘Ik heb ooit eens een volle container pampers gekocht, voor de helft van de prijs, uit een faillissement in Duitsland. Als jonge vader was ik geschrokken van de prijs van luiers. Dus zocht ik een oplossing. Vijf jaar lang heb ik familie en vrienden voorzien van luiers.’

De anekdote is Jurgen Ingels (48) ten voeten uit: een ondernemende duizendpoot, een serie-investeerder en volgens collega-ondernemers een man ‘die rond elk idee een bedrijf bouwt’. Zo was hij al van jongsaf. Tijdens zijn studiejaren in Antwerpen zette hij een centrale cursusdienst op en als jobstudent bij een Quickrestaurant schreef hij het programmaatje om er het stockbeheer te verbeteren. Aan het einde van zijn studie had hij een café op de Ossenmarkt, zijn eerste echte onderneming.

In dat café ontstond - op het obligate bierviltje - het idee voor Clear2Pay, een start-up die de banken hun betaalverkeer hielp te automatiseren. In 2014 verkocht hij het bedrijf voor 375 miljoen euro aan de Amerikaanse mastodont in financiële software FIS. De opbrengst - Ingels had samen ondernemer-investeerder Michel Akkermans 30 procent in Clear2Pay - investeerde hij rechtstreeks of via het door hem opgerichte fonds Smartfin Capital in nieuwe start-ups voor de financiële wereld.

Ingels mag met recht en reden een pionier in de financiële technologie worden genoemd. Bovendien neemt hij geen blad voor de mond en spaart hij de banken niet, zelfs al zijn het klanten van bedrijven waarbij hij betrokken is. De herstructurering die KBC deze week aankondigde, was voor Ingels geen verrassing. De bank wil ruim 1.400 jobs schrappen en reorganiseren om sneller beslissingen te kunnen nemen. ‘Ik wil niet binnen enkele jaren het Nokia van de bankwereld worden’, stelde KBC-CEO Johan Thijs, verwijzend naar de gsm-maker die ooit werd weggespeeld door Apple en Samsung.

‘De bankwereld staat aan de vooravond van een immense omwenteling. Sommige banken hebben het al door, andere niet’, voorspelde u vijf jaar geleden al in De Tijd. Zitten we nu in het midden van die omwenteling? 

Jurgen Ingels (48) studeerde industrieel ingenieur in Oostende en politieke en sociale wetenschappen in Antwerpen. Daarna haalde hij nog een MBA.
In 2001 richtte hij Clear2Pay op, een bedrijf gespecialiseerd in betaalsoftware voor banken. In 2014 verkocht hij dat voor 375 miljoen euro aan het Amerikaanse FIS. Hij bezat toen 15 procent van het bedrijf.

De opbrengst herinvesteerde hij in een reeks start-ups in de financiële technologie, rechtstreeks of via het door hem opgerichte investeringsfonds Smartfin Capital: The Glue, NG Data, Bright Analytics, Guardsquare, Projective, Silverfin, Unified Post, Deliveract, Divitel, Maria DB en een heleboel andere. Vorig jaar cashte hij nog eens bij de verkoop van het big-databedrijf Trendminer.

Daarnaast zetelt hij in de raad van bestuur van de bouw- en vastgoedbedrijven WDP, Willemen en Ghelamco, en van het 3D-printingbedrijf Materialise.

Ingels stond aan de wieg van B-Hive, de Brusselse incubator waarin fintechstart-ups kunnen uitgroeien tot scale-ups.

Vorig jaar organiseerde hij voor het eerst Supernova, een technologie-evenement dat de opvolger ambieert te zijn van het vroegere Flanders Technology.

Jurgen Ingels: ‘Ja, maar de echte tsunami moet nog komen. Fintechspelers werken nog individueel, onafhankelijk van elkaar. Ze zijn niet verbonden tot één omvattend platform dat als een volledig nieuwe digitale bank opereert. Die komt er ooit. En dat is de reden waarom het zo onzinnig is wat ING, KBC en de andere banken vandaag doen. Allemaal apart slaan ze aan het digitaliseren, terwijl ze beter eens over het muurtje kijken. Dat doen ze toch ook al jaren voor hun kernsystemen in het klassieke bankieren: het beheer van rekeningen, leningen, enzovoort. Ze kopen die software gewoon.’

Hoe gaat de bankenwereld er dan over vijf jaar uitzien? 

Ingels: ‘Digitalisering gaat alles omgooien. Vandaag ga ik als consument naar een bank en kijk wat die me te bieden heeft aan rentevoeten, intresten of beleggingsproducten. Dan stap ik naar een andere bank om te vergelijken. Die logica gaat helemaal omkeren. Ik zal als consument de controle krijgen omdat ik mijn dossier met één druk op de knop naar twintig banken kan sturen, inclusief de Bank of Servia en de Bank of China, ik zeg maar wat. Dat kan alleen door digitalisering en artificiële intelligentie. Via technologie krijgt de klant de macht.’

Wat betekent dat toekomstscenario voor de Belgische banken? 

Ingels: ‘Dat er wellicht enkele zullen verdwijnen, omdat ze opgaan in grotere Europese spelers. Zelfs onze grootbanken zijn in internationaal perspectief relatief klein. Daardoor kunnen ze de digitaliseringskosten niet alleen dragen. In heel Europa blijven nog enkele grote bankgroepen over, die wereldwijd kunnen concurreren. En die gaan op hun beurt zelfs fuseren met telecomspelers of mediabedrijven.’

Wat is daar het nut van? 

Ingels: ‘Om samen diensten aan te bieden. Een voorbeeld. Tot voor kort nam ik nooit de trein. Waarom niet? (zucht) Als ik Sint-Katelijne-Waver, waar ik woon, wil opstappen, moet ik een ticketje kopen aan zo’n automaat die de helft van de tijd niet werkt. Dan moet je al zwaaien naar de conducteur om je kenbaar te maken, een heel gedoe. Maar sinds je met de KBC-app een ticket kan kopen drie minuten voor je in de trein stapt en het meteen digitaal wordt afgerekend, neem ik wel de trein. Dat is een heel concreet, klein voorbeeld.’

Hoe ziet u de stap naar media- of telecombedrijven?

Ingels: ‘Of naar reisbureaus. Waarom zou ik een vliegtuigticket niet via de bank kopen, die me vertelt waar dat het goedkoopst kan en die mijn voorkeuren en leefgewoonten kent? Idem voor concert- of museumtickets. Of de aankoop van een huis. De bank regelt in één ruk een prijsvergelijking, de lening, een afspraak met de notaris en de verzekeringen, en vraagt offertes op bij aannemers voor de renovatie. Als een soort online supermarkt van diensten. De snelheid en het gebruiksgemak staan daarbij centraal.’

Wie zou niet willen dat zijn bank ook ‘wist je dat’-diensten aanbiedt?

‘Wie zou niet willen dat zijn bank ook ‘wist je dat’-diensten aanbiedt om het leven makkelijker te maken? Beste klant, wist u dat uw telefoonrekening deze maand 40 euro hoger ligt dan normaal? Wist u dat de verzekering die u betaalt 3 procent duurder is geworden? Wist u dat een van de huurders van uw appartementen zijn huur nog niet heeft betaald? In een verder stadium zou de bank zelfs die huurder een herinnering kunnen sturen, enzovoort.’

‘Maar het staat allemaal nog in de kinderschoenen. Een voorbeeld: op het moment dat ze bij KBC zien - via de locatiebepaling van mijn smartphone - dat ik op een perron in Sint-Katelijne-Waver sta, kunnen ze me een treinticket aanbieden. Ze kunnen in mijn agenda ook zien waar ik naartoe moet. Ik duw op oké, en hop, ik kan instappen.’

Is het naïef om als individuele Belgische bank zelf zo’n platform te willen bouwen, omdat je vroeg of laat toch wordt weggespeeld?  

Ingels: ‘Wil je een brede retailbank zijn wel, ja. Maar er zijn alternatieven. De volgende golf voor banking zal zich niet in de retail afspelen, maar bij de kmo’s. Als kleinere bank is het nog wel zinvol je daarin te specialiseren. Kmo’s zijn nog heel archaïsch op het vlak van boekhouding en andere financiële instrumenten. Daar valt nog veel te innoveren. Maar boekhoudkantoren gaan daar ook voor. Dat is ook de reden waarom ik in Silverfin, Unified Post, Cumul.io en Bright Analytics investeer. Ze leveren diensten gericht op die nichemarkt, zoals Clear2Pay ooit ontstaan is voor de niche van betalingen.’

Hoe komt het dat die toepassingen nog niet bestaan? 

Ingels: ‘Omdat je daarvoor verschillende aspecten in elkaar moet laten passen. En omdat de banken bijna niet innoveren. Ze digitaliseren wel - lees: hun bestaande processen digitaal maken - maar ze herdenken hun business niet radicaal. Je vindt er geen pure innovatie. Waarom niet? Omdat ze andere katten te geselen hebben: de lage rente zet hun winst onder druk, ze moesten hun kapitaalbuffers verhogen in de nasleep van de financiële crisis, reorganiseren om kosten te drukken en hun werknemers met oude skills vervangen door nieuwe. Ze sleuren een hele legacy met zich mee.’

Kan je dat verwachten van banken? Veel grote bedrijven verliezen de kracht om echt te innoveren.  

Banken zouden beter eens drie ex-ondernemers aanwerven en die hun goesting laten doen.

Ingels: ‘Toen ik in de investeringspoot van het Gemeentekrediet (wat enkele jaren na de fusie met Crédit Local de France Dexia werd, red.) begon te werken, voelde ik al snel dat ik een vreemde eend in de bijt was. Ze vonden me een beetje ‘ne rare’. Er was geen plaats voor mij in de structuur van die bank. Dat is eigenlijk nog altijd zo: het zit niet in hun DNA om ondernemers toe te laten in hun rangen.’

Zijn de start-upincubatoren die de banken zelf opzetten dan windowdressing? 

Ingels: ‘Tja... Wat mensen samenzetten in een kot apart, met een biljart en een pingpongtafel erbij, dat is toch niet innoveren? Ze doen dat vooral omdat dat goed is voor hun imago. Ze zouden beter eens drie ex-ondernemers aanwerven, die zelf een team laten samenstellen - ook van mensen buiten de bank - en hun goesting laten doen. Dat zou al een goed begin zijn.’

Zelfs een Johan Thijs, die wordt geroemd om zijn goed management en zijn frisse ideeën, doet dat niet? 

Ingels: ‘Het is niet aan mij om het beleid van KBC te bepalen. Maar kijk nu eens naar de fintechincubator B-Hive. Ik heb die opgericht. Maar op een bepaald moment hebben de banken, die aandeelhouder waren geworden, gevraagd een bankier aan het hoofd te zetten. De CEO is een prima vent, maar het is een bankier die van Swift komt, hè. En dat vloekte met het oorspronkelijke idee dat het een ondernemer moest zijn.’

‘De mindset bij de banken is nog altijd niet veranderd. Ze willen wel zogenaamd innoveren, maar het moet altijd op hun oude manier. Een bankier kan zijn eigen sector niet veranderen. Als je vijf jaar in een bank hebt gewerkt, ben je geïndoctrineerd. Ik heb er zelf jaren gewerkt. Ik had bij Dexia een fantastische job, maar ik ben er weggegaan omdat daar een salonpolitiek heerste. Mensen hadden er schrik van mij. Ze hielden de deur voor me open, omdat ik tot het hogere kader behoorde. Ik werd gepamperd, conform de bedrijfscultuur. En wie wordt gepamperd, wordt lui. De meeste banken sleuren een erfenis van decennia met zich mee. Zo’n mentaliteit keren duurt 15 jaar.’

‘KBC is een goed voorbeeld. Wat Johan Thijs doet, is goed en noodzakelijk om te overleven als bank, maar het gaat misschien nog niet ver genoeg. Als hij echt zou doortrekken en puur vanuit het bedrijf zou denken, zou hij in één keer 3.000 man moeten ontslaan en evenveel digitale profielen aanwerven. Gesteld dat die te vinden zijn. Maar dat kan hij natuurlijk niet doen, want dan maken de vakbonden het te bont.’

Hebben de klassieke banken überhaupt een kans om het te winnen van nieuwe banken, die van nul en meteen digitaal worden opgebouwd? 

Belgen zijn te jaloers op elkaar. We delen niet zo snel kennis en ervaring, omdat we bang zijn dat de ander succesvoller zou worden.

Ingels: ‘Sommige banken gaan daarin slagen, maar de meeste niet. Santander en ook de Scandinavische banken zijn technologisch echte voorlopers. Klassieke banken hebben bovendien twee grote, niet te onderschatten voordelen: ze hebben het kapitaal om het te doen, en ze hebben kennis en ervaring over gegevensbescherming, regulering en compliance. Bankieren is een vak apart, waar veel start-ups geen kaas van hebben gegeten.’

‘Maar los daarvan: wat heb je nodig om een bank te starten? Toepassingen, apps, voor lenen, beleggen, verzekeren, en daarachter een technologisch platform dat verbonden is met een realtime databank met alle gegevens van de klanten, die ook de compliance regelt en veilig is afgeschermd van de buitenwereld. Zo bekeken zal de bank van morgen een B-to-B-dienst zijn op basis van software die ze overal ter wereld aankoopt. Dat platform verkoopt ze aan grote consumentenmerken zoals bijvoorbeeld Colruyt, Adidas, Studio 100, enzovoort. Het zal hen in staat stellen om als ze schoenen verkopen of een pop van K3, meteen de financiële afwikkeling te doen rechtstreeks met de klant, zonder tussenkomst van een klassieke bank.

Die platformen, dat kunnen ook Facebook, Google of Amazon worden? 

Ingels: ‘Ik denk eerder dat het een ondernemer zal zijn die plots opstaat en zo’n platform van nul opbouwt met nieuwe technologie. En die gaat dat verkopen aan grote merken, als een soort private label. Adidas doet dan alles: bankkaart, leningen... Maar in plaats van Adidas kan het evengoed een vlogger op YouTube zijn met 2 miljard volgers. Als zo’n kerel plots zegt: ik wil mijn volgers een eigen rekening met bankkaart aanbieden, dan besteedt hij dat uit aan zo’n platformbank. Hij kan zijn eigen persoonlijke merk verbinden aan die dienst. Zo radicaal gaat het veranderen.’

Wat zou het voordeel voor Adidas of die vlogger zijn? 

Ingels: ‘Klantenbinding en vooral ook: de betaalinformatie kennen en daarop inspelen. Koopt hij ook Nikes, in welke sportclub zit hij en hoeveel verdient hij? Als binnen enkele weken PSD2 in voege treedt, de Europese wetgeving die bedrijven toegang geeft tot de betaalgegevens van de klanten van banken, zal het alleen maar sneller gaan. Vroeg of laat staat er een nieuwe Zuckerberg op die vanop zijn studentenkamertje al die puzzelstukken bij elkaar legt en daar iets volledig nieuws mee bouwt, dat iedereen wil hebben en de wereld verovert. En het zal niet Amazon of Google zijn.’

‘Het gaat immers niet meer over technologie of geld. Het gaat over een creatief brein dat doordenkt op wat er al bestaat en plots met een geweldig idee komt. Dat is ook het mooie aan de digitale wereld: je kan heel snel iets uit het niets opbouwen dat meteen wereldwijd gaat. Met opensourcesoftware kan je over heel de wereld developers aanspreken. Je hebt ook geen distributiekanaal nodig, want alles gebeurt online.’

Gaat de consument daarin mee? Nu voel je bij ouderen of lagergeschoolden al weerstand tegen het afbouwen van de fysieke bankkantoren. Gaat het niet te snel? 

Ingels: ‘Dat is eigen aan verandering. Dat groeit er vanzelf wel uit. We denken dat het snel gaat, maar vergeleken met China gaat het hier heel traag. Tegelijk wordt het een revolutie, omdat het ons in staat gaat stellen tijd te winnen, iets heel essentieels volgens mij. Dat kan je niet met geld kopen, maar wel met digitalisering. Artificiële intelligentie gaat ons helpen die tijdwinst maal honderd te doen. Gecombineerd met kwantumcomputers zal het nog eens een factor 1.000 sneller gaan dan een gewone computer.’

We worden al jaren om de oren geslagen met berichten over het potentieel van artificiële intelligentie. Maar waar zien of voelen we dat ook echt al, als consument of burger?  

Ingels: ‘In de productie wel al. Kijk naar Trendminer (het bedrijf waarin Ingels een belang had en dat verkocht is aan het Duitse Software AG, red.). Het analyseert reeksen data van industriële installaties om productiefouten te detecteren en leidingbreuken te voorspellen. Ook in de boekhouding wordt AI ingezet om fraude te detecteren. In de medische wereld helpt ze dan weer ziektepatronen te herkennen.’

‘Artificiële intelligentie betekent vooral het einde van statistiek. Die wiskundige discipline is ooit uitgevonden omdat we nooit honderd procent van een populatie kunnen bevragen of meten op een bepaalde parameter. We waren aangewezen op steekproeven, gemiddeldes en medianen, én hun foutenmarges. De rekenkracht van nieuwe computers stelt ons in staat een volledige populatie te meten. En dat niet één keer, maar voortdurend, in realtime. Op basis van die massa data kan je correlaties berekenen om patronen te herkennen. In wezen is artificiële intelligentie niet meer dan dat.’

Terug naar de fintech. Hoe doet die het eigenlijk in ons land?  

Ingels: ‘Niet echt geweldig. We hebben geen grote fintechspelers. Luxemburg en Nederland hebben er enkele, het Verenigd Koninkrijk heeft er heel wat. Maar wij hebben onze kansen verkeken. We hadden alle troeven in handen, omdat we nogal wat grote spelers hadden, zoals Swift, Worldline en Euroclear. Maar daardoor zijn we op onze lauweren gaan rusten.’

‘Die grote Belgische namen zijn ook maar ontstaan op een moment dat de banken nog wat samenwerkten. Nu niet meer. Waarom bouwen de banken niet samen één digitaal backendsysteem om vervolgens alleen nog aan de frontend met elkaar te concurreren? In de autosector bouwen sommige producenten ook de motoren van andere merken.’

Wanneer hebben we onze kansen precies verkeken in de fintech? 

Ingels: ‘Er zijn veel bedrijven verkocht. Daarbij bleef wel veel kennis achter, maar het netwerk ontbrak om er iets nieuws mee aan te vangen. Vergelijk dat eens met het succes van de biotechsector. Dat was vooral te danken aan drie tot vier ‘zotten’ die er energie en tijd in wilden steken, onder wie Rudi Mariën en Annie Vereecken. Zij blijven hun kennis en ervaring ook delen met de andere ondernemers in de branche.’

U hebt toch ook Clear2Pay verkocht? Neemt u het zichzelf nu kwalijk dat u niet nog meer op fintech focust? 

Ingels: ‘Mijn investeringen gaan inderdaad breder, omdat ik geloof dat je van andere sectoren en bedrijven kan leren. En ik ben maar de enige in de fintech. We zouden eigenlijk met drie of vier ervaren rotten moeten zijn, die goed worden omkaderd zoals ooit in de bio-tech en die hun kennis en ervaring ter beschikking stellen van anderen.’

Conclusie: de Belgische fintech heeft de internationale boot gemist.  

Ingels: ‘Absoluut. Het probleem is vooral: van de spelers die hun bedrijf verkochten, hadden maar een paar mensen zin om dat geld weer in fintech te investeren. Zelf investeer ik ook niet meer in puur financiële technologie, zoals betalingen, maar dat is een bewuste keuze. Ik zet liever meer in op bedrijven in een niche waar je nog het verschil kan maken, zoals boekhoudtechnologie.’

Kunnen we die achterstand in fintech ooit nog inhalen? 

Ingels: ‘Nee.’

Dat is een straffe uitspraak voor iemand die als een fintechpionier wordt omschreven. 

Ingels: ‘Ik sluit niet uit dat ooit nog een of twee grote spelers ontstaan. Maar om nu te zeggen dat we hier nog een hele industrie rond financiële technologie zullen zien ontstaan, dat lijkt me niet waarschijnlijk.’

Politiek is compromis, en daar ga je niet mee vooruit. Ik zou alleen maar gefrustreerd geraken.

Waarom doet het buitenland het beter? 

Ingels: ‘Omdat Scandinaven, Nederlanders of Amerikanen een sharingmentaliteit hebben die wij niet kennen. Belgen zijn te jaloers op elkaar. We delen niet zo snel onze kennis en ervaring met een ander, uit angst dat die succesvoller zou worden. Dat zit in ons DNA.’

‘We zijn als volk ook oerconservatief. We staan nog veel te weinig open voor nieuwe, creatieve dingen. Als je als starter software probeert te verkopen aan een Belgisch bedrijf, dan is de eerste reflex daar meestal: ‘Het is Belgisch, het zal wel niet goed zijn. Ik wacht wel even tot het succes heeft in het buitenland.’ In het buitenland krijgen beginnende ondernemers veel makkelijker kansen en zullen ze dus ook sneller klanten vinden. Die achterstand haal je als Belgisch bedrijf nooit meer in.’

Hoelang ziet u zichzelf nog voortdoen? 

Ingels: ‘Ik ben bijna vijftig, en ik besef dat je niet in dit ritme voort kan denderen. Maar het is ook wel fun, hoor. Dat je iets hebt kunnen realiseren dat in je hoofd zit, is de grootste kick.’

U hebt ooit gezegd dat u weleens kabinetschef van economie of innovatie zou willen zijn. Het is het moment: de Vlaamse regering wordt gevormd... 

Ingels: ‘Mijn vrouw zegt altijd dat ze van me scheidt als ik in de politiek stap. En ze meent het. Maar stel dat ze toch overstag gaat, dan zou ik misschien wel gaan voor Financiën, of Innovatie. Soit, ik ben nog nooit gevraagd geweest. Ik weet ook niet of ik diplomatisch genoeg zou zijn. Ik wil dingen dóén. Politiek is compromis, en daar ga je niet mee vooruit. Ik zou alleen maar gefrustreerd geraken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect