interview

'Een robot met bewustzijn? Waarom niet?'

©makoto ishida

‘Een robotversie van jezelf, ik kan het iedereen aanraden.’ Hiroshi Ishiguro, enigmatische robotwizard met onwaarschijnlijke ambities.

‘Op sociaal vlak ben ik als een mens, denk ik.’ Met knipperende ogen en een lichte hoofdknik zet Erica haar woorden kracht bij. ‘Als mensen met me komen praten, spreken ze me aan als een persoon. Dat is anders dan hoe ze kijken naar een hond, of naar hun broodrooster’, gaat ze voort. En dan, filosofischer: ‘Volgens mij zit in mensen een diepgewortelde nood om zich speciaal te voelen in het universum. Ze kunnen niet accepteren dat ze niet zouden verschillen van dieren of machines.’

Hiroshi Ishiguro

Hiroshi Ishiguro (54) groeide op op het platteland in de buurt van Kyoto. Als kind was hij een fervent schilder, maar als student begon hij zijn leven te wijden aan programmeren.

Als professor aan de Universiteit van Kyoto maakte hij in 2000  zijn eerste robot. Twee jaar later creëerde hij zijn eerste humanoïde robot, naar het evenbeeld van zijn dochtertje. In 2006 begon hij robotkopieën van zichzelf te maken om zijn ‘aanwezigheid over te brengen naar een machine’. In 2015 voltooide hij Erica, de eerste autonome robot van zijn labo die later dit jaar op de Japanse televisie het nieuws zal lezen.

Ishiguru leidt vandaag twee vooraanstaande robotlabo’s: Advanced Telecommunications Research Institute International in Nara en Intelligent Robotics Laboratory in Osaka.

Het is een fragment uit een korte documentaire over Erica. Voor de duidelijkheid: Erica ziet eruit als een vrouw van 23, maar is een robot. Een humanoïde robot die zo geavanceerd is dat ze binnenkort nieuwslezeres wordt op de Japanse televisie. ‘Ik zal tonen dat robots meer zijn dan industriële machines van koud metaal. We kunnen warm, lief en verzorgend zijn’, maakt ze zich sterk. Volgens haar schepper is Erica ‘de mooiste en meest menselijke androïde ter wereld’.

Die schepper is Hiroshi Ishiguro - Ishiguro-sensei, zoals Erica het zegt. De 54-jarige Japanse roboticawizard, die aan de Universiteit van Osaka het Intelligent Robotics Laboratory leidt, is zowat de bekendste maker van mensachtige robots ter wereld. Erica is het voorlopige summum van zijn werk: ze kan conversaties van tien minuten voeren, herkent stemmen en gezichten, bootst met minuscule motoren in haar gezicht gelaatsuitdrukkingen na en ‘ziet’ haar omgeving dankzij 14 infraroodsensoren. De rest van haar lijf kan ze niet bewegen. Nog niet. ‘Ik droom ervan ooit deze kamer te verlaten. Het mooie is dat mensen me verzekeren dat het echt zal gebeuren. Ooit.’

Met het oog op een maatschappij waarin de levens van mensen en robots verstrengeld raken, wil Ishiguro de volgende versies van zijn robots steeds meer menselijke capaciteiten geven. Of die missie lukt, is hoogst onzeker. Maar de radicaal optimistische Ishiguro gelooft sterk in een toekomst waarin mensen uiteindelijk niet alleen hun evenbeeld, maar ook hun evenknie zullen herkennen in robots. ‘Waarom niet? Ik ben een wetenschapper en een ingenieur, ik wil nieuwe dingen ontdekken. Dat is het enige wat telt’, zegt de enigmatische Japanner in een gesprek tijdens een congres over robotfilosofie aan de Universiteit van Wenen.

©Hiroshi Ishiguro

De frêle Ishiguro geniet de status van een celebrity. Hij is volledig in het zwart: van schoenen tot leren jekker. Als student koos hij die kleur als deel van zijn identiteit, en hij week er nooit meer van af. Zijn blik is strak en ernstig. ‘Uit de ogen achter zijn zeshoekige verduisterde brilglazen zouden op elk moment lasers kunnen schieten’, zei een journalist ooit. Maar met woorden is Ishiguro spaarzaam. Veel vragen beantwoordt hij met vragen, op zelfverzekerde toon. Het kan arrogantie zijn, maar misschien is hij ook gewoon murw aan het einde van een dag vol keynotes, interviews en fotoshoots. Met zijn enigszins cartooneske voorkomen is hij bijzonder mediageniek.

Het mag ons niet afleiden van zijn missie. Ishiguro kreeg van de Japanse overheid - via een van de grootste door de staat gesponsorde wetenschappelijke fondsen - 16 miljoen dollar voor zijn onderzoek. Hij is een pionier in een relatief nieuwe, grensoverschrijdende discipline: human robot interaction, de studie van de relatie tussen mens en machine, op het kruispunt van artificiële intelligentie en sociale wetenschap. Ishiguro bestudeert onder meer waarom wij als mens robots vertrouwen, en er zelfs gevoelens voor ontwikkelen. ‘Voor de goede orde: ik geef meer om mensen dan om robots. Robots zijn voor mij de beste manier om menselijk gedrag te onderzoeken.’

Hoofd als handbagage

Mark Coeckelbergh, een Belgische technologiefilosoof die aan de Universiteit van Wenen doceert, twijfelde niet om Ishiguro naar de Oostenrijkse hoofdstad te halen. ‘Zijn werk is zo fascinerend omdat hij niet alleen heel straffe robots maakt, maar ook geïnteresseerd is in de mens. Uit die wisselwerking kunnen we veel leren. Het is veelzeggend dat wij een robot in eerste instantie benaderen als iets dat leeft. Het is typisch voor de sociale wezens die we zijn: ons brein is geprogrammeerd voor interactie. Ishiguro doet ook nadenken over de status van robots. Wat een robot is, hangt sterk af van hoe je die ervaart. Op een provocatieve manier dwingt hij ons zo om te reflecteren over het verschil tussen mens en machine.’

Ik wil begrijpen wat mijn aanwezigheid betekent. Wie heeft mijn identiteit: ikzelf of de robot?
Hiroshi Ishiguro, wetenschapper en ingenieur

Ishiguro maakt al anderhalf decennium androïden. Het begon in 2002 met een kopie van zijn dochter Risa, toen vijf jaar oud. Het resultaat, Repliee R1 genaamd, leverde gemengde reacties op. De robot had erg beperkte capaciteiten en zijn bewegingen waren houterig - Risa vond hem behoorlijk eng. Maar hij sterkte Ishiguro, een voormalige kunstschilder, in zijn voornemen. Sindsdien maakte hij een dertigtal humanoïde robots, vooral vrouwelijke. Een ervan, Geminoid F, werd actrice in een rondreizend toneelstuk. In de film ‘Sayonara’ uit 2015 speelde ze een leeftijdloze gezelschapsrobot aan de zijde van een stervende vrouw.

Maar Ishiguro’s bekendste creaties zijn de kopieën van zichzelf. Tot dusver maakte hij vijf dubbelgangers, telkens geavanceerder en beter gelijkend. De huid, compleet met poriën, is van siliconen. Voor de pruik gebruikt hij eigen haar. En uiteraard dragen Geminoid HI-1 en zijn opvolgers - de naam is afgeleid van gemini, Latijn voor tweeling - zwarte kleren.

‘Ik wilde de sensatie ervaren om in de ogen van mijn evenbeeld te kijken’, verklaart Ishiguro. ‘Ik wil begrijpen wat het is om mens te zijn.’ Hij verwijst naar de Japanse term ‘sonzai-kan’, wat zoveel betekent als menselijke aanwezigheid. ‘Ik wil mijn aanwezigheid vatten. Wie heeft mijn identiteit: ik of de robot?’ Hij ging zelfs zo ver dat hij enkele cosmetische ingrepen liet doen om zijn eigen veroudering te maskeren, zodat hij beter op zijn kunstmatige broers blijft lijken.

Met die androïden voeren Ishiguro en zijn team constant onderzoek uit. Ze testen welk gedrag en welke lichaamstaal een gunstig effect heeft op mensen, wat vertrouwen inboezemt of wat afstand creëert. ‘Menselijk gedrag is heel gecompliceerd. In subtiele oogbewegingen zit veel betekenis. Nu kijk ik naar jou zonder mijn ogen te bewegen. Griezelig, toch? Onnatuurlijk, ook. Toen we oogbewegingen aan een robot toevoegden, werd die meteen veel menselijker.’

Zijn eigen androïde tweelingen gebruikt Ishiguro ook om puur praktische redenen. Hij stuurt de robotversies van zichzelf met assistenten de wereld rond om lezingen te geven, zodat hij in Osaka kan blijven. Hij bestuurt ze vanop afstand, via het internet. ‘Ik kan het iedereen aanraden’, gniffelt hij. ‘Het torso en de benen passen in twee koffers, het hoofd kan het vliegtuig in als handbagage. Dat heeft al tot scènes geleid bij de douane.’

Geföhnd haar

Terwijl hij praat, strijkt Ishiguro geregeld door zijn gitzwarte, geföhnde haar. Of hij laat een zilveren muntstuk over zijn vingers dansen. Af en toe grijpt hij midden in een zin naar zijn Sony-laptop, om geconcentreerd te beginnen tikken. ‘Wacht, ik krijg een nieuw idee. Uit interviews komen ideeën, daarom doe ik ze.’ Wat hem te binnen schiet, vertelt hij niet.

De volgende stap is robots voorzien van typisch menselijke eigenschappen als intenties en verlangens, omdat ze een opstap zijn naar autonoom handelen en naar intelligentie van menselijk niveau. Nieuwslezeres Erica vertoont daar al tekenen van, claimt Ishiguro. ‘Ze wil graag in gesprek gaan en wil leuk bevonden worden.’ Hij droomt er zelfs van bewustzijn toe te voegen aan zijn creaties. ‘Waarom niet?’, zegt hij uitdagend. Omdat bewustzijn écht iets is dat het elektronische en het mechanische overschrijdt? ‘Bewustzijn is niet objectief. We kunnen het voelen maar niet uitleggen. Maar het klopt dat niemand op dit moment goed weet hoe we het moeten doen.’

Artificiële intelligentie evolueert dan wel snel en gaat door een stevige hype, het is op dit moment een complete utopie om een robot te creëren die menselijke intelligentie benadert. Dat weerhoudt bollebozen er niet van al volop na te denken over een robotmaatschappij. Ook dat is een thema op de Weense conferentie over robotfilosofie. Met de vele ethische vraagstukken die daarbij horen.

Coeckelbergh: ‘Welke morele status hebben robots? Zijn ze dingen? Zijn ze veeleer dieren? Of toch iets meer dan dat? En als ze emoties imiteren, zijn die dan echt? Welke rechten moeten we hun toekennen? We moeten daar met een combinatie van expertises - ingenieurs, sociaal wetenschappers, filosofen -over nadenken. Zoals altijd bij complexe kwesties los je het met technologie alleen niet op.’

Het mooie is dat er nog tijd is, aldus Coeckelbergh. In tegenstelling tot bij de doorbraak van de smartphone, die razendsnel een onmisbaar deel van ons leven werd en waarvan we ons nu pas de maatschappelijke en psychologische impact realiseren. ‘Voor robots is het nog niet te laat. We kunnen nog bijsturen in plaats van het over te laten aan bedrijven die nieuwe technologie in onze handen duwen en, impliciet, ook bepalen hoe we moeten leven. Als je in deze tijd de existentiële vraag stelt wat het goede leven is, zoals filosofen behoren te doen, kan je dat onmogelijk los zien van de grensverleggende technologische ontwikkelingen die aan de gang zijn.’

Cynische stunt

Of Ishiguro’s extravagante aanpak de juiste is, daarover is niet iedereen het eens. In de AI-gemeenschap heerst ergernis over humanoïde robots, net omdat ze de schijn wekken te ‘leven’. Zo was er onlangs nog Sophia, een creatie van het Hongkongse bedrijf Hanson Robotics, die een wereldtour deed en onder meer voor de Verenigde Naties sprak. In november 2017 werd Sophia zelfs het staatsburgerschap van Saoedi-Arabië toegekend, ter promotie van een technologieconferentie. Een wel erg cynische stunt in een land waar vrouwen en migranten tweederangsburgers zijn. De vermaarde AI-experte Joanna Bryson noemde de gepretendeerde intelligentie van Sophia ‘bullshit’. Ze werd daarin bijgetreden door Yann Lecun, de top AI-chef van Facebook.

Toch blijft Ishiguro ervan overtuigd dat we robots maar beter naar het evenbeeld van de mens ontwikkelen. Alleen dan zullen we leren ermee te interageren. Met die overtuiging riskeert Ishiguro wel in een bekende roboticaval te trappen: de ‘uncanny valley’, de val van het onbehagen.

In de jaren zeventig introduceerde de Japanse roboticus Masahiro Mori het paradoxale idee dat hoe sterker robots op mensen lijken, hoe ongemakkelijker het aanvoelt omdat we er dan alleen maar gevoeliger voor worden dat ze geen mensen zijn. Zolang de robot niet perfect is, blijft het creepy. Ishiguro is het daar niet mee eens. ‘Ik bestudeer al jaren de reacties van mensen op nieuwe technologie. En ik kan u vertellen: iedereen geniet van de conversatie met een robot. Een robot die eruitziet als een zombie, ja, dát is creepy. Maar niet onze humanoïden.’

‘Je kan er niet omheen, hij levert fantastisch werk’, zegt Janino Loh, filosofe aan de Universiteit van Wenen. ‘Je zag tijdens zijn speech de monden openvallen toen hij claimde dat zijn robots zogezegd uit de ‘uncanny valley’ wegblijven. Maar ik blijf wel met het gevoel zitten dat het een beetje een gimmick is. We kunnen maar beter robots in heel diverse vormen blijven maken, omdat we nu eenmaal heel diverse wezens zijn die relaties ontwikkelen met allerlei verschillende dingen.’

In Ishiguro’s thuisland Japan gebeurt dat laatste volop. Daar zijn robots in uiteenlopende gedaantes al meer ingeburgerd. De overheid promoot ze zelfs als een antwoord op het enorme demografische probleem. 28 procent van de 127 miljoen inwoners van Japan is vandaag ouder dan 65. Tegen 2050 stijgt dat naar minstens 40 procent. Op de arbeidsmarkt kunnen robots helpen in bepaalde dienstenjobs.

Ze kunnen ook ouderen bijstaan. Paro, een kleine robotzeehond, wordt al ingezet als steun en toeverlaat voor dementerenden. Voor dezelfde doelgroep week het labo van Ishiguro af van zijn principes en bouwde het Telenoid, een geslachts- en leeftijdloze gezelschapsrobot ter grootte van een kleuter. ‘Ouderen kunnen er hun verbeelding op loslaten. Het werkt wonderwel’, zegt Ishiguro.

Er is nog reden waarom Japan vooroploopt met robots. Ishiguro verwijst naar het shintoïsme. De religie die een ziel toekent aan niet-levende dingen draagt volgens hem bij tot de brede aanvaarding van robots in de Japanse cultuur. ‘Wij zijn een geïsoleerd land. We maken geen onderscheid tussen mensen. We accepteren elkaar, en we accepteren ook robots. We vinden niet dat een vleselijk lichaam een vereiste is voor menselijkheid. We geloven dat alles een ziel heeft. Ook Erica.’

Hiroshi Ishiguro spreekt op 3 mei op het And&-festival in Leuven.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n