interview

‘Ik heb nog geen seconde gedacht: Waarom in godsnaam?'

©Diego Franssens

Pieterjan Bouten, 33, coming man in de internationale techbusiness. Hij praat zoals hij leeft: gretig. Het liefst buiten de comfortzone, ook al loopt hij soms tegen de muur. ‘Ik hou niet van een leven als een kabbelend beekje.’

Tijdens de wintermaanden trekken we met enkele gesprekspartners naar buiten voor een stevige wandeling. We praten over leven en werk, over afkomst en visie. Met techondernemer Pieterjan Bouten wandelen we in de polders van Ramskapelle. ‘Ook werken voelt hier een beetje als vakantie.’

In Ramskapelle, een polderdorp in het achterland van Knokke-Heist, mengt zeelucht zich met de geur van akkerland. Pieterjan Bouten staat voor de boerderij van zijn schoonouders en kijkt hoe een eend opstijgt uit de vijver op het erf. Hij oogt casual als steeds: jeans en sportschoenen. Aan de deur zwaait zijn vrouw Liesbeth met de vijf weken oude Jeanne op de arm. Hij zwaait terug, breed lachend. Deze plek is zijn tweede thuis. Zijn eerste ligt in Gent, zijn derde in San Francisco. Al verandert die volgorde wel eens.

Bouten is een van de wonderboys uit de Vlaamse techsector. Met Showpad, een applicatie die een tablet of iPhone omtovert tot een krachtige verkooptool, veroveren hij en co-CEO Louis Jonckheere Europa en de Verenigde Staten. In dik drie jaar groeide Showpad uit van een idee tot een bedrijf waarin durfkapitalisten enkele maanden geleden opnieuw 8,5 miljoen dollar pompten. Vorig jaar openden ze een kantoor in San Francisco. Bedrijven als Intel, BASF en Atlas Copco zijn klant.

Die snelheid laat sporen na. Om zuurstof te krijgen komen Bouten en zijn vrouw elke twee weekends naar de boerderij. ‘Dan ga ik lopen in het Zwin. Of wandelen aan zee. Ook werken voelt hier een beetje als vakantie. De internetverbinding is traag, dat helpt.’

Bouten is een kind van deze streek. Zoon van een advocaat en een kinderpsychiater, de oudste van vier jongens in een hardwerkend Brugs gezin. ‘De broers Bouten hadden een reputatie bij ons in de buurt’, grinnikt hij. Op zijn twaalfde kwam hij abrupt van onder moeders vleugels. Hij ging op internaat in de abdijschool van Zevenkerke, in Sint-Andries. ‘Die school waar onze koning nog heeft gezeten.’ Hij rolt even met de ogen. ‘Ah, dat imago. Die reputatie leerde ik pas achteraf kennen. Dat het een plek was voor rijkeluiskinderen. Het was vooral een geweldige school met veel aandacht voor cultuur en twee uur sport per dag. Dat gaf voor mij de doorslag.’

In gesprek met Pieterjan Bouten

‘Ik was - ben nog steeds - een speelvogel. Randje ADHD. Mijn ouders dachten dat wat discipline me deugd zou doen. Dat was ook zo. We sliepen met vijftig eerstejaars in een grote slaapzaal. We wasten ons aan een lange wasbak, de koeienbakken. Elke dag bidden. Na de eerste week wilde ik terug naar huis, ik ging kapot van de heimwee. Maar al gauw vond ik het geweldig. Ik heb daar vrienden voor het leven gemaakt.’

‘Dat ik een hekel heb aan gezag, komt deels van daar. Maar ik heb er geleerd me aan regels en afspraken te houden. En ook: de lat altijd hoger leggen. Een tandje bijsteken. Vijftig jongens in één jaar: dat was heel competitief. Elke dag was er wel een sportwedstrijdje.’

‘Je moet soms uit je cocon durven te komen’, zegt hij, terwijl we de boerderij achter ons laten. ‘Dat heb ik toen gedaan, als jongetje van twaalf. En later steeds opnieuw. Tijdens mijn studies communicatiewetenschappen ging ik op Erasmus naar Barcelona. Ik sprak geen woord Spaans. Wat je dan leert: dat je perfect een tijdje zonder je familie of vrienden kan. Als je terugkomt, zijn de meeste dingen hetzelfde gebleven. Dat is een veilige gedachte.’

‘Ik was 26 en onderhandelde met de CEO van Mobistar. Daar en dan heb ik beseft: je moet geen 50 zijn om iets te betekenen.’

Grenzen verleggen, het blijkt de rode draad in zijn jonge leven. ‘Ik haat het status quo. Als het te vlot gaat, word ik onrustig. Ik hou niet van een leven als een kabbelend beekje. Best vermoeiend, dat besef ik wel. Mijn vrouw zegt soms: ‘Elke dag moet een avontuur zijn voor jou. Altijd iets anders.’ Maar zo zit ik in elkaar. Het is waarom ik ondernemer ben, waarom we blijven vooruitgaan.’

Het is verslavend, geeft hij toe. ‘Ik merk dat ik op mijn best ben als ik de grenzen opzoek. Vlak voor onze laatste kapitaalronde begin november hadden we nog cash voor twee weken op onze rekening. We konden nog een halve payroll doen. Als het dan misloopt, zit je in de problemen. Op zo’n moment kom ik in een flow, heel gefocust. Achteraf weet je: het was close. Maar het geeft een enorme mentale kracht als het lukt.’

Het doet hem denken aan de rally Amsterdam-Dakar, waarvoor hij zich met een vriend inschreef na zijn studies in Leuven. ‘Iedereen verklaarde ons zot. Je moest een auto van maximaal 500 euro kopen en daarmee naar Dakar rijden. Alleen de route en de slaapplaatsen waren vastgelegd. Voor de rest moest je je plan trekken. We kochten een Lada Niva van iemand uit Turnhout en lagen na 2 kilometer al in panne. We hebben toen twee maanden voor niets bij een garagist in Oostende gewerkt. In ruil hielp hij onze Lada in orde zetten.’

©Diego Franssens

‘Achteraf gezien was dat behoorlijk extreem. Na een week in Afrika lagen we al achter op het schema, waardoor we zelf onze overnachtingen moesten regelen. We sliepen vijf nachten in de Westelijke Sahara, een mijnenveld dat onder VN-controle staat. Maar wat een ervaring! Zes weken slapen in een tentje op het dak van je auto: toen heb ik geleerd mijn plan te trekken. Tevreden te zijn met niets.’

We lopen de veldweggetjes uit, de authentieke dorpskern van Ramskapelle in. Er was nooit een uitgestippeld plan, vertelt Bouten. Toen niet, nu niet. Gewoon dat buikgevoel volgen. Na een extra jaar Internationale Economie in Brussel begon hij bij het consultingbureau Accenture. Tijdens een opleiding in Chicago leerde hij Facebook kennen. ‘Ik was meteen verkocht. Dát wilde ik doen. Omdat Facebook geen afdeling in Europa had, ben ik op zoek gegaan naar lokale concurrenten. Zo kwam ik bij Netlog terecht, toen nog een start-up met 14 man personeel.’

‘Voor iemand die op nieuwe technologie flipte, was Netlog één grote speeltuin. Ik kreeg kansen en greep ze gretig. Ik was 26 en onderhandelde met Benoit Scheen, de toenmalige CEO van Mobistar. Daar en dan heb ik beseft: je moet geen 50 zijn om iets te betekenen. Je hoeft er geen pak en das voor te dragen. Dit is een nieuwe wereld. Alles kan.’

‘Je moet op je bek durven te gaan. Fouten maken, eruit leren, en opnieuw fouten maken.’

Het besef dat alles mogelijk is, was bepalend. Net als de constante onrust. Organiseren, dingen bouwen van niets tot iets. ‘Bij Netlog leerde ik Louis, de Gentse Karaoke King, kennen.’ Hij glimlacht. ‘Hij kwam stage doen en na enkele dagen wist ik: die gast heeft talent. We zaten veel samen in de auto en spraken over de mobiele internetomwenteling. We zagen onze Netlog-bazen Toon en Lorenz, die iets zots aan het opbouwen waren. Fuck, let’s do it ourselves. Dat gevoel was gewoon niet tegen te houden.

Ze aarzelden een maand, en sprongen dan toch. Met Jeroen Lemaire richtten ze In The Pocket op, een bedrijf dat mobiele apps ging bouwen voor bedrijven. Met 2.000 euro elk en de berekening dat ze het zes maanden zonder loon konden uitzingen. ‘Geen van ons drie kon programmeren. Absurd, eigenlijk. Met het voorschot van de eerste klanten betaalden we onze freelancers.’

Pieterjan Bouten (33) is een rijzende ster in de Vlaamse techsector. Samen met twee vennoten richtte hij In The Pocket op. Uit die webapplicatiebouwer ontstond een jaar later zijn tweede bedrijf Showpad, dat hij met co-CEO Louis Jonckeere leidt. Showpad, een platform dat tablets en smartphones omtovert tot een verkooptool, wordt door meer dan 600 klanten in de VS en Europa gebruikt. Het bedrijf telt 60 medewerkers in Gent en San Francisco en opent binnenkort een kantoor in Londen. Vorig jaar verdriedubbelde de omzet tot 5,6 miljoen dollar.

‘Het voelde als een bevrijding. Zelf aan het stuur zitten, hands-on. Ik word niet graag door iemand in een richting geduwd.’ Het is vooral een kwestie van durven, zegt Bouten. Die goed betaalde job laten staan. ‘Je moet op je bek durven te gaan. Louis en ik nemen nog elke maand foute beslissingen. Ons bedrijf groeit zo snel dat we constant leren en onszelf ter discussie moeten stellen. Dat is de essentie van ondernemen: fouten maken, eruit leren, en opnieuw fouten maken.’

Na ruim drie jaar is Showpad, een spin-off van In The Pocket, een bedrijf dat miljoenen opslokt. Wat doet het met een jongen van 33 om er ruim 300.000 dollar per maand door te draaien en zo succesvol te zijn? Hij relativeert. ‘We weten goed waar dat geld naartoe gaat, we overspelen onze hand niet. Mensen horen die cijfers en denken dat wij rijke jongens zijn die goochelen met miljoenen. Maar dat geld is niet van ons, hè. Op papier zijn wij misschien veel waard, maar ik leef niet met de grote sier. Ik heb niet veel nodig. Het gaat ook niet over geld. Ik zou het niet volhouden mocht dat de drijfveer zijn.’

‘Wij relativeren onszelf heel hard, hoor. We lachen er voortdurend mee. Voetjes op de grond. Dat is ook onze bedrijfscultuur. En wat we zoeken in mensen: smart, hungry en humble.’ Botst dat niet met het Silicon Valley-sfeertje van ‘we zijn het hier aan het maken’? Hij lacht. ‘In de VS zijn ze net iets enthousiaster. Dat is aanstekelijk. Maar wij zijn daar toch vooral de nuchtere Belgen. Wat wij nu doen, is peanuts. We lopen een marathon, en zitten nog maar in de eerste 5 kilometer. De vraag is vooral hoe we die volgende 37 gaan afleggen. Wanneer je een spurtje moet trekken, en wanneer je moet temporiseren.’

‘Vorige zomer zat ik erdoor. Het stopte niet meer in mijn hoofd. Ik besefte dat het zo niet verder kon.’

Voor iemand die zo hard aan de hengsels rukt als hij is temporiseren nog de grootste beproeving. Hij is zichzelf al enkele keren tegengekomen. ‘Vorige zomer, in juni, zat ik er helemaal door. Ik draai eigenlijk twee shifts: een eerste in Gent, van 8 tot 17 uur. Daarna begint de US Time en hang ik de hele tijd aan de lijn of de chat met Louis en andere medewerkers in San Francisco. Gemakkelijk tot twaalf, één uur ’s nachts. Vlak voor de zomer trok ik vaak twintig uur per dag door. We waren bezig met onze tweede kapitaalronde en een topinvesteerder had op het laatste moment afgehaakt. Ik was naar de States geweest, en toen ik terugkwam kon ik plots niet meer slapen. Mijn hoofd stopte niet meer met malen. Toen besefte ik: zo kan het nier verder.’

‘Ik had in die vijf jaar amper vakantie genomen. Ik ben een paar keer dicht bij een crash geweest. Maar je doet door, op adrenaline. Na twee weken wakker liggen moest ik weer naar Amerika. Een collega daar gaf me de tip te mediteren. Ik schreef me ter plekke in voor een cursus. Na vijf dagen was ik een ander mens.’

©Diego Franssens

‘Ik was aanvankelijk sceptisch, vond dat allemaal maar flauwekul. Je moet sterk zijn uit jezelf, vond ik. Maar het helpt me enorm. Ik mediteer nu elke ochtend, ik heb sindsdien geen dag overgeslagen. Dat heeft me door het voorbije half jaar gesleurd. Ik krijg meer rust in mijn hoofd, waardoor ik beter kan focussen. Daarnaast ga ik ga consequent twee keer per week hardlopen. En ik nam een personal coach. Een klankbord, die me helpt de dingen in perspectief te zien en beter te communiceren met ons team. Balans te houden ook.’ Hij tuurt even over de velden en blaast in zijn bevroren handen. ‘Het is ook veel, natuurlijk. Een bedrijf in twee tijdzones, veel reizen, een gezin uitbouwen, je vrienden nog eens zien af en toe.’

Dat het een duurloop is, móét zijn. Hij herhaalt het nog eens, deels om zichzelf te overtuigen. Hij weet hoe snel je weer wordt meegesleurd. ‘Die mailbox ligt nooit stil, hè. Het vergt een inspanning om dat ding af te zetten. Hoe gaat dat: Louis sms’t nog iets rond middernacht, en voor je het weet ben je nog twee uur bezig. Als ik dat niet doe, denk ik meteen: ‘Oei, we vertragen.’ Daarom werk ik ook graag tijdens vakanties of feestdagen. De wereld staat stil en wij doen voort. Dan hebben we even voorsprong.’

‘Ik heb sommigen van mijn vrienden al maanden niet meer gezien. Dat is best confronterend.’

Louis en hij. En hoe ze samen, ‘in een dubbele bandbreedte’, dat bedrijf runnen. ‘We hebben een unieke relatie. We zijn al vijf jaar dag en nacht samen aan het ondernemen. Dat is intens, we vertrouwen elkaar blindelings.’ Is zijn buddy even belangrijk als zijn vrouw? Hij glimlacht. ‘Hij komt in de buurt. Uiteraard staat zij op de eerste plaats. En Jeanne, natuurlijk. Maar dat bedrijf is als familie voor mij. Daar moet mijn gezin mee kunnen leven.’

We gaan binnen in de bar van restaurant De Kruier onder de gerestaureerde dorpsmolen en warmen onszelf op aan een koffie. In onvervalst Brugs wisselt hij wat nieuwsjes over de kinders uit met de man achter de toog. ‘Vorig jaar zijn Liesbeth en ik getrouwd. We zijn toen hier komen eten met onze familie.’

Het aanzoek liep niet zoals gepland. ‘Ik wilde het haar twee jaar geleden vragen tijdens een romantisch weekendje. Ik had de ring al gekocht. Maar toen kwam Showpad voor het eerst in acute geldnood. Ik wist: dit is geen goed moment. Ik heb de ring in een schuif gestoken en vier maanden gewacht, tot we die eerste kapitaalronde achter de rug hadden. De romantiek moest even wijken voor het bedrijf. Dat is helaas soms de realiteit.’

Pieterjan Bouten (33) is een rijzende ster in de Vlaamse techsector. Samen met twee vennoten richtte hij In The Pocket op. Uit die webapplicatiebouwer ontstond een jaar later zijn tweede bedrijf Showpad, dat hij met co-CEO Louis Jonckeere leidt. Showpad, een platform dat tablets en smartphones... ©Diego Franssens

Tijdens de huwelijksreis gebeurde het opnieuw. ‘Voor het eerst in jaren waren we eens langer dan een paar dagen samen weg. Ik had Louis gezegd dat hij alleen in hoogste nood mocht bellen. We waren drie uur weg, en hij belde al. Onze salesmanager in de VS had ontslag genomen. Paniek. Dan moet je twee dagen bellen en mailen om dat op te lossen.’

Kan een vrouw dat vergeven? ‘Ja. Ze zit van in het begin mee op de rollercoaster. Ze weet hoe belangrijk dit voor me is. En ze is zelf ook heel ambitieus, dus we begrijpen elkaar. Ik weet dat ik nog steeds de neiging heb over de grens te gaan. Dan zet zij me weer met de voeten op de grond. Ik zou dit niet kunnen zonder haar.’

De winterzon hangt laag over de velden. Bouten zet de pas erin. Hij stapt even snel als hij praat. En hij praat zoals hij leeft: gretig. ‘Onze relatie is intens begonnen’, zegt hij dan. ‘Toen we pas samen waren - zij was 19, ik 21 - is haar broer omgekomen in een ongeval. Hij was 22. Dat hakte erin. Het besef dat het snel gedaan kan zijn. Het zorgeloze leven dat we hadden, kreeg plots een knauw. Het heeft ons allebei getekend.’

‘Natuurlijk mis ik dingen. De mensen zien alleen het succes, maar familie en vrienden kennen ook de achterkant. Je brengt veel offers. Ik heb weinig tijd voor hobby’s en zie mijn vrienden te weinig. Dat is best confronterend. Sommigen heb ik al maanden niet gezien. Gelukkig heb ik een paar hele goede vrienden die dat begrijpen. Er zitten ook ondernemers tussen, dat helpt.’ Kan je die tijd nog inhalen? Hij haalt de schouders op. ‘Dat weet ik niet. Soms denk ik ook wel eens: hard werken, een huis, kinderen en reizen, moet het echt allemaal tegelijk? Maar anderzijds: wat zou je laten vallen?’

We steken een omgeploegd veld over. De modder hangt in dikke kluiten aan onze schoenen. ‘Eigenlijk wil ik daar niet te veel bij stil staan’, zegt hij dan. ‘Ik doe niets liever dan dit. Het is wat me gelukkig maakt. Ik moet bezig zijn, de ADHD’er in mij, weet je wel. Ik heb nog geen seconde gedacht: ‘Waarom in godsnaam?’ De dag dat ik dát denk, is het voorbij. Het laatste wat ik wil, is geleefd worden door iets wat ik zelf heb gecreëerd.’

‘Volgens mij haalt mijn dochter nooit een rijbewijs. Tegen dat zij 18 is, rijden de auto’s uit zichzelf.’

We wandelen het erf van de boerderij weer op. Achter het raam staat zijn schoonmoeder, de kersverse kleindochter op de arm. Heeft Jeanne hem veranderd? ‘Je weet nog beter wat je prioriteiten zijn. Als je na een lange dag thuiskomt en je ziet dat kleintje daar liggen, dan weet je dat het leven niet alleen rond tablets, apps en miljoenen euro’s. draait’

Hij wil een groot gezin, zegt hij enthousiast. Ook dat nog? Hij knikt. ‘Ik vind het heerlijk om papa te zijn. Ik denk dat ik daar enorm veel plezier aan ga hebben. Kinderen willen niets liever dan experimenteren en grenzen opzoeken. En ze gaan opwindende tijden tegemoet. Volgens mij haalt mijn dochter nooit een rijbewijs. Tegen dat zij 18 is, rijden de auto’s uit zichzelf.’

Bouten, de geboren optimist. Hij lacht breed. ‘Als ik mijn kinderen iets wil meegeven, dan dit: maak je dromen waar. Een mens kan meer bereiken dan hij denkt. Wees nieuwsgierig, kijk wat aan de andere kant zit. Laat je niet alleen beïnvloeden door meningen van anderen, maar volg je intuïtie. Ik hoop dat ze een goede intuïtie heeft. Dat ze weet wat haar sterktes en zwaktes zijn. En dat ze zich durft te smijten. Eens zot doen, af en toe.’

Zoals haar vader? Hij knikt. ‘Die speelvogel wordt nooit volwassen’, zeiden ze vroeger altijd over mij. Ondertussen ben ik groot, maar ik ben nog altijd die speelvogel. En weet je wat? Ik denk dat het mijn grootste troef is.’

Volgende week wandelen we met N-VA’er en Kamervoorzitter Siegfried Bracke in het Prinsenhof in Gent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud