Advertentie

Philips Lighting zoekt heil in data

Signify-CEO Eric Rondolat mikt op slimme lantaarnpalen om de omzet van zijn bedrijf op te krikken. ©RV DOC

Philips Lighting zet voortaan nog harder in op slimme verlichting, zowel voor de gewone consument als voor de professionele en publieke sector. Goed nieuws voor het milieu en de aandeelhouders, maar minder fijn voor de fabriek in Turnhout.

Sinds maandag telt de Nederlandse AEX-beursindex een nieuw bedrijf: Philips Lighting. Niet dat u het aandeel onder die naam zal terugvinden, want tegenwoordig heet het Signify. Toen het bedrijf in mei 2016 naar de beurs trok, was de naamswijziging een van de eisen die het voormalige moederbedrijf Philips had opgelegd. Philips heeft tegenwoordig nog zo’n 30 procent van de aandelen in handen omdat het voortaan uitsluitend op de gezondheidsmarkt wil focussen. In de toekomst wil het zijn belang afbouwen tot minder dan 18 procent. De komende 20 jaar blijft Signify de merknaam Philips wel nog gebruiken.

Gedaan met gasontlading

De nieuwe ontwikkelingen zijn geen goed nieuws voor de Signify-fabriek in Turnhout. Daar worden gasontladingslampen geproduceerd, die sinds 2007 steeds minder verkocht worden. In 2007 was de conventionele verlichting nog goed voor 95 procent van de verkoop, nu is dat nog 35 procent.

Door nog meer in te zetten op slimme led-verlichting lijkt het einde van de fabriek erg dichtbij te komen. In 2014 had de site volgens toenmalig Philips België-CEO Geert Verachtert ‘nog zeker vijf jaar’ te gaan, volgens een vakbondsman in 2017 nog ‘10 à 15 jaar’. In 2007 waren er nog 2.400 werknemers, nu zijn dat er 735.

Eric Rondolat was nuchterder: ‘Het is bijna onmogelijk om die fabriek over te laten schakelen naar de productie van led-verlichting. Daar valt weinig aan te doen, behalve proberen zo veel mogelijk te grijpen wat overblijft. We krimpen trager dan de concurrentie, en onze ambitie is duidelijk: de last man standing te zijn.’

Philips is niet de enige die zijn lichtdivisie afsplitst: ook concurrent Siemens bracht in 2013 zijn lichtdivisie Osram naar de beurs. General Electric, nota bene ontstaan met de uitvinding van de gloeilamp, verkocht eind februari dan weer zijn Europese lichtactiviteiten. Die werden opgekocht door Joerg Bauer, de directeur van General Electric in Hongarije die nog voor vijf jaar de merknaam mag gebruiken. Wat overblijft van de lichtdivisie zou volgens insiders in Chinese handen vallen.

Dat de grote spelers hun lichtdivisie afbouwen is vooral te verklaren door de overgang van conventionele verlichting naar led-verlichting die tussen 2007 en 2014 plaatsvond. De oplossing die led-verlichting biedt, is meteen ook het probleem van de producenten: doordat ze zodanig lang meegaat, hoeven klanten ze minder te vervangen.

Dus gaan de producenten op zoek naar alternatieve inkomstenbronnen. Door in te zetten op andere markten, of door het geweer van schouder te veranderen. Op de vakbeurs Light + Building in Frankfurt deed Signify uit de doeken hoe het in de toekomst zijn cijfers wil opkrikken: door in te zetten op data. Daarmee begeeft de multinational zich op onontgonnen terrein, wat niet altijd even makkelijk verloopt.

In 2017 haalde Signify een jaaromzet van bijna 7 miljard euro. Een half procent meer dan het jaar voordien, maar een half miljard minder dan in 2015, zoals in de prospectus van de beursgang stond. De voorbije maanden ging het bedrijf door een forse reorganisatie, waardoor er nu nog 32.130 mensen werken - ruim 2.100 minder dan een jaar eerder.

Internet via lampen

Bij CEO Eric Rondolat, die sinds 2012 aan het hoofd van het bedrijf staat, kwam het besef dat Signify niet enkel lichtproducent maar ook databedrijf is naar eigen zeggen zo’n vijf jaar geleden. Dat is niet toevallig ook de periode waarin de Philips Hue gelanceerd werd. Die slimme lamp kunnen consumenten via een app in meer dan 16 miljoen verschillende kleuren laten schijnen. Daarnaast kunnen ze de intensiteit van het licht veranderen zonder dat daarvoor ingewikkelde systemen geïnstalleerd moeten worden. Een succesformule, die ook navolging kreeg bij grote concurrenten als Osram, General Electric en woonwarenhuizen als IKEA.

735
Bij Philips Lighting in Turnhout werken nog 735 mensen.

Toch maakt de consumentenmarkt maar een kwart van de omzet van Signify uit. De andere 75 procent komt uit de professionele en publieke sector. Het zijn dan ook die markten waar het bedrijf met verschillende nieuwe technologieën zwaar op inzet.

LiFi bijvoorbeeld, wat voor Light Fidelity staat. Deze internetverbinding communiceert via lichtgolven en zou volgens het bedrijf sneller en veiliger dan wifi zijn. Een draadloos netwerk dat ingebouwd zit in het led-systeem in het plafond klinkt misschien handig, maar is vooralsnog toekomstmuziek. Het grote nadeel is dat de ontvangers voor LiFi nog niet standaard ingebouwd zitten in laptops of smartphones, waardoor consumenten nu nog een externe ontvanger moeten hanteren. Blijft de vraag of de markt de relevantie van LiFi zal inzien.

Het is een beetje een gelijkaardig verhaal als de Visible Light Communication waar Signify al een aantal jaar mee experimenteert. Dat wordt door het bedrijf vooral ingezet om via lichtgolven mensen te positioneren, een innovatie die vooral in winkels handig zou kunnen zijn. Zo kunnen consumenten specifieke notificaties krijgen als ze voor een bepaald rayon staan. Toch lijkt de markt voor die toepassing vooral naar andere technologieën te grijpen. Zo zijn 500 KBC-kantoren van Beacons voorzien, die via bluetooth communiceren met de smartphones van de klanten die in het gebouw zijn.

Interact

Onze ambitie voor conventionele verlichting is duidelijk: de last man standing zijn.
Eric Rondolat
CEO

Een nieuwigheid die wel meer kans op slagen lijkt te hebben is het internet of things-platform Interact dat Signify in Frankfurt voorstelde. Via dat platform kunnen professionele spelers toepassingen bouwen op de lampen van het bedrijf. Zo is het van plan om op lantaarnpalen sensoren te plaatsen die door Signify of een van haar partners gemaakt worden. Die kunnen bijvoorbeeld meten hoeveel verkeer er is, om daar vervolgens de intensiteit van de lampen op af te stellen. Eenzelfde principe kan ook toegepast worden in voetbalstadions of andere publieke gebouwen.

Handig vanuit ecologisch perspectief, maar uiteraard ook voor de omzet van Signify. CEO Rondolat: ‘We moeten daar niet flauw over doen, die palen worden een stuk duurder dan de traditionele lantaarns. Al vallen ook andere kosten weg, doordat de antennes in de paal gebouwd worden en er een pak zuiniger met energie wordt omgesprongen.’ Daarnaast kan het bedrijf nog een tweede keer langs de kassa passeren, door toegang tot de verzamelde data te verkopen.

Op de professionele markt heeft Signify minder concurrentie dan op de consumentenmarkt en is er veel potentieel. ‘Wereldwijd staan er honderden miljoenen straatlantaarns, waarvan maar 2 procent geconnecteerd is’, aldus Rondolat. Ook grote rivaal Osram begeeft zich op hetzelfde terrein. Met Lightelligence hebben ze een gelijkaardig platform in huis en in 2016 nam het een belang in de start-up Tvilight, die technologie voor slimme lantaarnpalen ontwikkelt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud