Vlaams ondernemersduo bouwt Tesla van de mijnbouw

Het Vlaamse ETF bouwt al jaren onder de radar aan een hybride en zelfrijdende mijnbouwtruck.

Met een zelfrijdende, hybride monstertruck willen twee Antwerpse ondernemers de mijnbouwwereld op zijn kop zetten. Het duo investeerde, samen met de twee grootste mijnbouwgroepen ter wereld, al 24 miljoen euro in hun project.

500 ton totaal gewicht, 250 ton laadvermogen, 20 wielen die elk apart aangestuurd worden door elektromotoren. Een chauffeur is overbodig, want de MT-240, een mijnbouwtruck van acht meter breed en hoog en 20 meter lang, rijdt autonoom of wordt bestuurd vanuit een controlekamer. Dit is het prototype van ETF (European Truck Factory), het bedrijf van de Antwerpse ondernemers Jacques Jespers en Koen Van Peteghem. Jarenlang bleef het onder de radar, maar nu staan beide ondernemersop het punt om hun geesteskind te commercialiseren. Ze zoeken daarvoor 20 miljoen euro vers kapitaal.

De mijnbouwtruck van ETF

Het idee ontstond acht jaar geleden bij Jespers, die ooit mede-aandeelhouder was van een steengroeve in de Arabische Emiraten. Vanuit die positie had hij de klassieke top vier van producenten van mijnbouwtrucks – Caterpillar, Komatsu, Liebherr en Hitachi - door en door leren kennen, en droomde ervan om hen het vuur aan de schenen te leggen. Het resultaat noemen ze zelf de disruptor van de mijnbouw.

Dockx Rental

De 57-jarige Van Peteghem heeft in zijn carrière nogal wat watertjes doorzwommen: na enkele jaren als in de verkoopafdeling bij Reuters en zelfstandig financieel consultant werd hij CEO bij Dockx Rental, de Willebroekse verhuurder van bestelwagens. Daarna richtte hij twee rusthuisbedrijven op die hij in 2014 verkocht aan grotere groepen.

'Jaarlijks worden ongeveer 3.500 mijnbouwtrucks vervangen, daar zouden we er binnen enkele jaren 100 tot 400 van onze machines willen leveren.’
Koen Van Peteghem
CEO van ETF

'Ik kende Jacques al langer en wist van zijn plannen om ooit de Caterpillars en Komatsu’s van deze wereld het vuur aan de schenen te leggen’, zegt Van Peteghem. ‘Maar eerlijk gezegd: ik geloofde hem niet. Toen ik hem in 2014 opnieuw tegenkwam, bleek hij plots een werkend prototype te hebben. Ik raakte enthousiast en stapte in het kapitaal. Daarnaast is er nog een derde Belgische, stille vennoot.’

Gouddelver

In totaal kroop er al 24 miljoen euro kapitaal in het project. Negen miljoen daarvan komt van twee beursgenoteerde mastodonten uit de mijnbouw zelf: het Braziliaanse Vale, ’s werelds grootste nikkel- en ijzerertsontginner (34 miljard dollar omzet), en het Canadese Barrick, de grootste gouddelver ter wereld (8,5 miljard dollar omzet). Barrick investeerde 5 miljoen euro in een studie die elk deelaspect van ETF-project onderzocht. De andere 4 miljoen komt van Valé, dat de bouw van het prototype financierde.

ETF mijnbouwtruck

Het eerste prototype werd ontwikkeld door het engineeringteam van ETF, in samenwerking met Duitse studiebureaus en ontwikkelaars van special vehicles. Elk onderdeel wordt geselecteerd en gekocht bij gespecialiseerde producenten, de assemblage gebeurt in het Sloveense Maribor.

Natte droom

De truck komt volgens ETF tegemoet aan de natte droom van mijnexploitanten, die enkele jaren geleden nog forse verliezen leden door de lage grondstofprijzen. ‘Dat ze veiliger, schoner en vooral efficiënter kunnen produceren', stelt Van Peteghem. 'Met onze machines wordt de exploitatie van een mijn 20 procent goedkoper. Waar mijnbouwers vandaag ongeveer 1 dollar kwijt zijn om een ton ijzererts over 1 kilometer te transporteren, kost dat met onze machine nog maar 35 cent. Dat komt vooral omdat onze trucks veel meer tractie hebben en dubbel zo snel omhoog kunnen rijden, waardoor je per mijn naar schatting de helft van een klassieke vloot nodig hebt.'

'Door de hybride motorisatie – een brandstofmotor voedt een batterij die de 20 elektromotoren voedt - verbruiken ze minder energie, ook omdat ze elektriciteit opwekken als ze bergaf rijden. Daardoor stoten ze ook maar half zoveel CO2 uit. Doordat ze autonoom rijden – er zit voor 200.000 euro sensoren in – gebeuren er minder ongevallen, met minder stilstand tot gevolg. De digitale aansturing en opvolging leveren een pak data op, die we kunnen gebruiken om bijvoorbeeld tijdig onderhoud te voorspellen.’

Caterpillar

Maar wat kunnen twee Vlaamse ondernemers dat een door de wol geverfde industriële reus als Caterpillar niet kan? ‘Het is geen kwestie van kunnen, maar van willen. De mijnbouw is in 3.000 jaar bijna niet veranderd. Alleen de schop en de emmer zijn wat groter geworden (lacht). Samen beheersen Caterpillar, Komatsu en Belaz 80 procent van de wereldmarkt, en ze halen hoge marges op onderhoud en wisselstukken. Ze maken in wezen alle vier perfect inwisselbare bakken op vier wielen, aangedreven door zware dieselmotoren, in vier formaten, van 90 tot 450 ton. Met hun ‘installed base’ van ongeveer 20.000 machines is veranderen weinig aantrekkelijk.’

24 miljoen euro
kapitaal
Tot nu pompte de ondernemers, samen met twee mijnbouwbedrijven, al 24 miljoen euro in het project.

Hoe hoopt Van Peteghem door te dringen tot de vrij conservatieve wereld van de mijnbouwgiganten? ‘Dat we er al twee hebben kunnen overtuigen, enkel op basis van een Powerpoint-presentatie, toont dat er minstens interesse is. In een volgende fase willen we tien voertuigen bouwen, die we in zware omstandigheden uitgebreid willen testen. Uit de contacten die we hebben met andere mijnbouwers voelen we dat we rijp zijn voor die volgende fase. Jaarlijks worden ongeveer 3.500 machines vervangen, daar zouden we er binnen enkele jaren 100 tot 400 van willen leveren.’

Om die volgende stap aan te kunnen is ETF volop bezig om 20 miljoen euro vers kapitaal op te halen. ‘We zijn in gesprek met twee risicokapitaalverschaffers, meer mijnbouwers en een investeringsbank. In januari moet de deal rond zijn.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content