‘Wij zijn de Katoen Natie van de IT'

'Het verkopen van domeinnamen en het verhuren van servercapaciteit is absoluut geen sexy technologie. Maar wel eentje die constante inkomsten genereert.' ©jonas lampens

Op zijn 14de bedacht hij de naam van zijn bedrijf: Combell. Twee jaar later verkocht hij de eerste serverruimte. Vandaag is Combell een Europese topper in webhosting. Een gesprek met selfmade man Jonas Dhaenens (36), voor wie het verschroeiend hard moet gaan. ‘Ik kan moeilijk nee zeggen.’

In het kantoor van Jonas Dhaenens staat een tegeltje met een spreuk op de kast: ‘Eerst de Excel, dan zien we wel.’ Ook de locatie van zijn bedrijf ademt efficiëntie: tussen de industrie, in de Gentse haven. ‘Het is misschien hip om in het centrum van Gent te zitten, maar we zochten vooral een plaats met ruimte voor voldoende parkeerplaatsen.’

De stichter van het webhostingbedrijf Combell, dat bedrijven van infrastructuur voorziet om een website op te zetten, heeft een hectisch half jaar achter de rug. Het Britse investeringsfonds HG Capital, dat focust op middelgrote technologiebedrijven, loste eind vorig jaar de Belgische investeerder Waterland af in het kapitaal van Combell. De deal waardeerde Dhaenens’ bedrijf op ongeveer 700 miljoen euro.

BIO

Jonas Dhaenens (36) studeerde boekhouden en informatica. Op zijn 16de stampte hij Combell uit de grond, dat bedrijven helpt om een site online te krijgen.

Het bedrijf draait nu 100 miljoen euro omzet met een ebitda-marge van 48 procent, en deed de voorbije vier jaar 35 overnames.

Combell  is actief in vijf landen. In België draait 71 procent van de sites op infrastructuur van Combell.

 

Achter die waardering schuilen opmerkelijke cijfers. Combell deed de afgelopen vier jaar 35 overnames. De omzet ging maal vijf, naar 100 miljoen euro. Die explosieve groei realiseert het met een ogenschijnlijk simpele business. Dhaenens wijst door het raam naar zijn buren op het industrieterrein, de opslagplaats van Katoen Natie. ‘Wij zijn een virtuele opslagplaats, de Katoen Natie van de IT.’

Kmo’s die een site of andere onlinediensten willen laten draaien, hebben daarvoor een domeinnaam, servercapaciteit en een bijbehorende mailbox-extensie nodig. Combell levert die al aan 780.000 klanten in vijf landen (België, Nederland, Zwitserland, Denemarken en Zweden). In België draait 71 procent van de sites, waaronder die van KBC, IKEA en Unizo, op infrastructuur van Combell.

71
procent
In België draait 71 procent van de sites, waaronder die van KBC, IKEA en Unizo, op infrastructuur van Combell.

De deal met HG Capital belette Dhaenens niet om bijna gelijktijdig, vlak voor en na de kerstvakantie, nog enkele overnames af te kloppen in België, Nederland en Zwitserland. ‘Overnames plan je niet. Als ik iets interessants voorbij zie komen, denk ik: dat kan ik toch niet laten liggen’, zegt hij met een grijns. ‘Ik kan moeilijk nee zeggen.’ Niet elke aankoop die hij doet, is even succesvol, geeft hij toe. ‘Maar dat krijgen we op een of andere manier altijd wel opgelost.’

Dhaenens is van nature altijd met tien zaken tegelijk bezig. Hij komt twintig minuten te laat op de afspraak, want hij had ‘iets te veel gepland’. Hij praat honderduit, steeds met een half oog op zijn telefoon, die geen moment stilstaat. Hij heeft de neiging zichzelf voorbij te lopen, erkent hij. Op zijn 29ste belandde hij in het ziekenhuis met een zware longontsteking. Te lang te diep gegaan. Hij bleef zeker twee maanden thuis. ‘Mijn ouders zeiden toen: Jonas, verkoop toch.’

Anderhalf jaar later, in 2014, ging hij in zee met Waterland. Het was de start van de wilde overnamerit. Na de inzinking kocht hij zich wel een huis op Curaçao, om er af en toe even tussenuit te zijn. ‘Maar het is sterker dan mezelf. Ik wil altijd bezig zijn en doorgaan. Bij het sluiten van een recente deal ben ik op restaurant even flauwgevallen.’ Op Curaçao is hij al vakantiehuisjes aan het bouwen, om te verhuren.

©jonas lampens

Dhaenens is een selfmade man. In het secundair volgde hij boekhouden en informatica. Zijn studies als handelsingenieur maakte hij niet af. Als tiener las hij De Tijd, het zakenblad Trends en de balansen van bedrijven, op zoek naar goede voorbeelden van bloeiende bedrijven. De naam van zijn bedrijf, Combell, bedacht hij op zijn 14de, nog voor hij wist wat hij wilde doen. ‘Ik zocht iets dat internationaal klonk. Het was de tijd van Dell en Alcatel-Bell.’

Neus voor zaken

Hij spendeerde veel tijd achter de computer. Uit interesse, maar ook omdat hij voelde dat hij online zaken kon doen. Toen zijn vader, een verzekeringsagent, in de late jaren 90 een eigen website wilde bouwen, bood hij aan om het te doen. ‘Hij had hier en daar wat offertes gevraagd, maar ik zei: pa, ik doe het voor 1.000 euro.’ Dat geld werd zijn startkapitaal. Hij kocht er een hostingpakket bij een Britse firma mee, splitste het op in pakketjes en verkocht die door aan kmo’s.

Om klanten te werven, schreef Dhaenens ongeveer 300 kleine zelfstandigen aan, die al een primitieve site bij Skynet of Telenet hadden. ‘Dat was het laaghangend fruit. Ze waren al online, ik moest hen niet meer overtuigen. Ik stelde hen alleen voor te professionaliseren met een eigen domeinnaam, servercapaciteit en een mailbox-extensie.’ Het internet maskeerde dat de bedrijven te maken hadden met een 16-jarige, die alleen de relatief eenvoudige programmeertaal HTML beheerste. ‘Iedereen dacht dat achter Combell een grote machinerie zat, maar ik zat gewoon in mijn slaapkamer achter de computer.’

Dhaenens is geen nerd die kickt op techniek, hij heeft vooral een neus voor zaken. ‘Ik heb de beste ingenieurs. Ik probeer zelf wel mee te zijn, maar ik hoef geen details te kennen. Ik installeerde nog nooit een server.’ Tijdens de verhuis van een datacenter maakte hij ooit per ongeluk een server kapot door een paar kabeltjes niet goed aan te sluiten. Een paar uur kon er geen back-up gemaakt worden. ‘Ik heb niet lang gestudeerd, ik denk gewoon erg praktisch.’ Medestichter en aandeelhouder Frederik Poelman, een jeugdvriend uit het middelbaar, kijkt toe op het technische en operationele. ‘Hij doet wat ik niet goed kan, en omgekeerd.’

Ik heb de beste ingenieurs. Ik probeer zelf wel mee te zijn, maar ik hoef geen details te kennen. Ik installeerde nog nooit een server.
Jonas Dhaenens
Oprichter Combell

Dhaenens voorbeelden zijn niet Facebook-baas Mark Zuckerberg, of Steve Jobs, de man die Apple groot maakte. Hij kijkt op naar het verhaal van AB InBev, de grootste bierbrouwer ter wereld. Hij bewondert de schaal en de extreme focus op kosten, wat de biergroep tot een succes maakte. ‘Of kijk naar wat Mark Coucke met Omega Pharma deed, de combinatie van organische groei en overnames. Zo wil ik het ook doen.’

Zijn Belgische rivalen kocht hij met eigen middelen. In 2014 lonkte de rest van Europa. ‘In Duitsland was er al een dominante speler, in kleinere landen was er versnippering. Ik had twee opties: zelf overnames doen, met een partner, of toekijken hoe iemand anders het doet.’ Met de instap van Waterland maakte hij de keuze: ‘Op dat moment heb ik beslist: ik ga een groot bedrijf bouwen.’

Geduldig

Hij formuleert de ambities kurkdroog: op naar 2 miljoen klanten, de omzet nog eens maal vijf. ‘Dan is het misschien tijd voor een andere partner, want daarna gaan we global. Misschien naar China, of naar de VS.’ Maar eerst moet het kostenplaatje kloppen. Toen hij als 16-jarige zijn allereerste pakketjes verkocht, had hij eerst op een blaadje becijferd wat het moest opbrengen. Om daarna de winst meteen weer te investeren. ‘Ik ben een financiële man.’

Het verkopen van domeinnamen en het verhuren van servercapaciteit is absoluut geen sexy technologie. Maar wel eentje die constante inkomsten genereert.

Combell hield zich jarenlang enkel bezig met het verkopen van domeinnamen en het verhuren van servercapaciteit. ‘Dat is absoluut geen sexy technologie. Het is zelfs een saaie business, maar wel eentje die constante inkomsten genereert.’ Daar knelt het schoentje bij veel start-ups, meent Dhaenens. ‘De basisvraag blijft: hoe verdien je geld?’

Zijn investeringen via verschillende fondsen, zoals Volta Ventures en SmartFin Capital, ziet hij als een hobby. ‘Veel starters hebben een fantastisch team en mooie technologie. Maar ze hebben niet nagedacht over het zakelijk model. Ik kijk altijd of iets economisch leefbaar is. Haal je ergens recurrente omzet uit, of ben je louter een doorgeefluik van mensen of producten?’

Zelf bouwde hij 15 jaar geduldig aan zijn bedrijf voor er extern kapitaal aan te pas kwam. ‘Ik zie starters die veel geld verbranden en al verwaterd zijn voor ze iets werkbaars hebben. Zet eerst eens met beperkt kapitaal een product of dienst op poten, en kijk of het werkt.’

'Het verkopen van domeinnamen en het verhuren van servercapaciteit is absoluut geen sexy technologie. Maar wel eentje die constante inkomsten genereert.' ©jonas lampens

De hoge loonkosten in ons land of de open oorlog om goede technische profielen hinderen zijn toekomstplannen schijnbaar niet. ‘Er zijn andere manieren dan aanwerving om aan mensen te geraken. Als je een overname doet, koop je meteen ook een team van mensen. Al klopt het dat de pool beperkt is. Maar hebben we wel zoveel meer mensen nodig? Of kunnen we meer met minder doen, door meer te automatiseren, door op bestaande platformen meer klanten te bedienen?’

Hij houdt niet vast aan verankering in Gent. ‘België is vandaag goed voor een kwart van onze omzet van 100 miljoen. Als we de omzet vervijfvoudigen, zal dat nog maar 5 of 7 procent zijn. We focussen natuurlijk op kmo’s, dat vraagt om lokale nabijheid. Maar we hebben vandaag ook al een team van 16 mensen in Bulgarije. Bepaalde zaken zullen we geleidelijk centraliseren. Dat hoeft niet per se hier te zijn.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect