Zelfs Max zit aan een touwtje

Max Verstappen op 4 augustus in de GP van Hongarije. Een berekende pitstop van Hamilton kostte hem de overwinning. ©AFP

De formule 1 is een hightech wapenwedloop geworden. En dat vindt niet iedereen prettig. Telemetrie heeft een deel van het vakmanschap verpest, zegt viervoudig wereldkampioen Sebastian Vettel. Maar telemetrie kan ook het voorspelbare keren. Vraag dat maar aan Max Verstappen.

Even terug naar zondag 4 augustus, de Grand Prix van Hongarije. Het seizoen 2019 is al even een sof: saaie races zonder inhaalacties, vrijwel allemaal gewonnen door Lewis Hamilton. Nu, nabij Boedapest, rijdt Red Bull-coureur Max Verstappen dominant op kop. Een saaie race dreigt, tot zijn achtervolger een extra pitstop inlast. Het is Hamilton.

Een pitstop kost tijd, maar met nieuwe banden kan Hamilton veel meer vaart maken dan Verstappen op zijn versleten rubber. Alleen: zal het genoeg zijn? Volgens James Vowles, de strateeg van Mercedes, wel. Hij krijgt gelijk: drie ronden voor de finish haalt Hamilton Verstappen in, en wint. De ontknoping brengt de toeschouwers alsnog op het puntje van hun stoel. Vowles kan ontspannen: zijn gecalculeerde gok was de juiste. Zijn functietitel is niet voor niets strategy director.

750 miljoen
In de formule 1 speelt de electronic control unit een hoofdrol. De boordcomputer verwerkt alle data en stuurt ze naar het team: 1,5 GB per race, terwijl 750 miljoen datapunten heen en weer flitsen. Zo waakt hij over de circa 25.000 onderdelen waaruit een formule 1-auto bestaat.

Geen sport wordt zo gescreend als de formule 1. Een coureur mag dan in zijn auto en onder een helm verborgen zitten, al zijn acties worden minutieus in kaart gebracht. Door tientallen camera’s langs de baan en in zijn auto, door ruim driehonderd sensoren op de auto en door het drukke radioverkeer. Hij is een open boek voor de kijker, en zeker voor zijn team.

In de formule 1 maken details het verschil, een verschil dat in duizendsten van een seconde wordt berekend. Alleen al het feit dat de tijdwaarneming bij een gemiddelde snelheid van 220 kilometer per uur kan vaststellen dat de ene coureur een ronde 0,001 seconde sneller aflegt dan de andere is onvoorstelbaar. Het is de uitdaging om een bulk aan variabelen te optimaliseren onder omstandigheden die met wat pech constant veranderen. Daar heb je knappe koppen voor nodig, en een batterij aan computers die realtime de gegevens van al die sensoren verwerken.

Wapenwedloop

De sensoren monitoren de essentiële onderdelen: de versnellingsbak, het differentieel, het gaspedaal, de koppeling, de hybridemotor met zijn turbo en energieregeneratiesysteem, de temperatuur en de slijtage van de banden. Ja, zelfs de bocht waar de coureur een tiende verliest of wint. Een hoofdrol is weggelegd voor de electronic control unit (ECU), een boordcomputer die alle data verwerkt en naar het team stuurt: 1,5 GB per race, terwijl 750 miljoen datapunten heen en weer flitsen. Zo waakt hij over de circa 25.000 onderdelen waaruit een formule 1-auto bestaat. Het maakt telemetrie een onmisbare factor in de formule 1.

Onmisbaar omdat de sport is ontaard in een hightech wapenwedloop. Uiteraard kan je het er ook allemaal afhalen. Viervoudig wereldkampioen Sebastian Vettel (32) is voor. In het Duitse weekblad Der Spiegel noemde hij telemetrie een ‘fundamenteel kwaad’. Goede prestaties hangen volgens hem niet alleen af van de intuïtie en de keuzes van de coureur, maar helaas ook van de data die de technici analyseren. ‘We gebruiken telemetrie om elke fractie van een seconde het gedrag van de auto te bestuderen. Maar ook wat de coureur doet: wanneer hij remt, wanneer hij instuurt en hoe hij instuurt. Op basis daarvan legt de race-engineer me opties voor.’ De race-engineer is de technische steun en toeverlaat van een coureur, die hem begeleidt vanaf de pitmuur.

Vakmanschap verpest

De datatsunami vlakt volgens Ferrari-coureur Vettel de verschillen tussen de coureurs uit. ‘Als vroeger iemand in een bocht sneller was doordat hij zijn eigen lijn reed, had hij de leiding tot er iemand achter hem reed die in staat was zijn lijn te kopiëren. Maar als het goed ging, behield hij het hele raceweekend een voorsprong. Nu is alles zo transparant dat de engineer een betere lijn kan voorstellen. Het intellectueel eigendom wordt je ontstolen: na een paar seconden weet mijn teamgenoot het, na een paar minuten het hele deelnemersveld. Telemetrie heeft een deel van ons vakmanschap verpest.’

Voor zijn prestaties is de coureur dus volledig afhankelijk van de techniek. Op z’n best is hij een essentiële pion in een ingewikkeld raderwerk. Toch maakt Vettel er ook gebruik van. Hij moet wel, anders is hij bij voorbaat kansloos.

Veelzeggend is de Grand Prix van Hongarije twee jaar geleden. Ferrari draaide niet lekker in de vrije trainingen. Het kon geen goede afstelling voor het circuit vinden. Toenmalig testcoureur Antonio Giovinazzi werd per privévliegtuig naar de fabriek in Maranello gestuurd, om de nacht door te brengen op de simulator. Het resultaat: Vettel pakte poleposition en won.

Tot op de micrometer

De Nederlander Rob van den Heijkant (39) werkte tien jaar als aerodynamicus bij formule 1-teams. Sinds hij in 2014 afzwaaide, zag hij de datastroom exploderen. Een aanjager was een drastische beperking van het aantal circuittestdagen, om de kosten te drukken. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dat halve miljard jaarbudget moeten Ferrari en Mercedes toch ergens aan uitgeven?

‘Tegenwoordig wordt veel virtueel getest’, zegt Van den Heijkant. ‘Daardoor gaat er minder kapot. Teams kunnen tot op de micrometer bepalen hoe sterk of dik een constructie moet zijn. Als tijdens een race de temperatuur van de remmen te hoog oploopt of er iets mis is met de motor, zie je dat in de data en kan je op tijd de rembalans veranderen of het vermogen terugschroeven. Alles wordt tot op de millimeter getrackt. En hoe meer informatie, hoe beter je de racestrategie kan bepalen.’

Meer dan ooit een technocratie

Dat alles heel blijft onder de verwoestende krachten die een formule 1-auto moet verduren is een knappe technische prestatie, maar heeft ook een keerzijde. ‘Uitvallers konden tot verrassende resultaten leiden. Dan zag je ineens een coureur het podium halen wie dat anders nooit lukte.’ Dat type onverwachte wendingen mist de formule 1 vandaag. Voor Van den Heijkant, nu hoofdaerodynamicus bij Daf Trucks en technisch medewerker van het blad Formule 1, mag het best wat minder met de techniek. ‘Toen ik in de formule 1 begon, waren we met tien of vijftien man op de aerodynamica-afdeling, nu zijn dat er honderd. Dat is wel heel veel.’

Het werk van de aerodynamicus is niet gedaan zodra de vleugels erop zitten. De telemetrie houdt ook hem bezig. ‘Je krijgt tijdens de race continu data over druk: druk op de voorvleugel, de bodem van de auto, de achtervleugel. Dankzij sensoren zie je precies hoe de auto op de weg ligt, over het hele circuit. Je weet hoeveel neerwaartse kracht hij overal genereert en met die data ga je in de fabriek aan het werk. In mijn tijd maakten we een paar aerodynamische sommetjes per week, nu kunnen dat er twintig, dertig of misschien wel veertig per dag zijn.’

Je zou kunnen zeggen dat de formule 1 meer dan ooit een technocratie is. En dat leidt vaak tot saaie races, erkent Van den Heijkant. Maar een team kan ook iets uit de hoge hoed toveren om de voorspelbaarheid te keren, zoals de Grand Prix van Hongarije illustreert. Van den Heijkant gelooft ook niet dat elke handeling van Vettel waarneembaar is in de data van rivaliserende teams. ‘Ik kan me niet voorstellen dat ze kunnen zien met welke stuurhoek hij een bocht neemt. Maar hij heeft gelijk: de inbreng van de coureur is kleiner geworden. Met een goede coureur kan je nog altijd een halve seconde winnen, maar Hamilton wordt ook geen kampioen in een mindere auto.’

© Het Financieele Dagblad

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud