JPMorgan: 'Extra telecomspeler kan op begroting wegen'

Het Proximus-hoofdkantoor aan het Noordstation ©REUTERS

Het beurshuis waarschuwt dat een vierde telecomspector via een dividendknip bij Proximus een impact kan hebben op de sanering van de Belgische begroting.

Dat een extra telecomspeler via lagere prijzen voor mobilofonie potentieel een goede zaak zou zijn voor de consument, daar twijfelen weinigen aan.

In een rapport over de Belgische telecomsector stipt JPMorgan echter aan dat er voor de overheid ook nog andere factoren spelen, die meteen verklaren waarom niet iedereen in de regering even enthousiast achter de plannen van minister van Telecom Alexander De Croo (Open VLD). 

©JPMorgan

Het beurshuis wijst in de eerste plaats op het begrotingswerk van de regering. 'De regering wordt geacht het tekort volgend jaar met ongeveer 2,5 miljard euro terug te dringen. In die context is het dividend van Proximus met zo'n 260 miljoen euro per jaar nog altijd belangrijk voor de Belgische overheid', schrijft analiste Nawar Cristini.

Een extra speler op de markt kan zwaar inhakken op de cashflow (en dus ook het dividend) van de bestaande spelers. Dat was het geval bij de intrede van prijzenbreker Iliad - die ook meest over de tongen rolt als potentiële Belgische prijzenbreker - op de Franse markt in 2012.

Niet alleen de cashflow is in gevaar bij een extra speler, merkt JPMorgan op. Er is ook een potentiële impact op de werkgelegenheid, een gegeven dat Proximus zelf ook benadrukt. 'Proximus zit midden in een herstructurering die potentieel kan versneld worden als de rendabiliteit onder druk komt', merkt Cristini op. Na de intrede van Iliad voerden vooral de twee zwakkere Franse spelers zware ontslagen door: 2.000 bij Bouygues Telecom, meer dan 7.000 bij SFR. 

Een derde factor - die vooral in Franstalig België lijkt mee te spelen - is de potentiële impact op de kwaliteit van het netwerk in landelijke gebieden. 'Ook al is er voldoende spectrum voor vier spelers, toch kan een herverdeling van dat spectrum voor bestaande diensten tot kwaliteitsproblemen in landelijke gebieden leiden.' Bovendien gaan twee van de vier operatoren minder kwaliteit kunnen aanbieden op hun 5G-netwerk (supersnel internet, red.) omdat ze daar minder spectrum krijgen'. 

Vierde bedenking is de potentieel negatieve impact van meer concurrentie in mobiele telefonie op het vaste breedbandnetwerk. Net als de telecomwaakhond BIPT beschouwt ook JPMorgan het een reëel risico dat extra concurrentie in mobiel tot minder concurrentie op het vaste netwerk leidt.

Een vierde speler kan immers de huidige nummer drie, Orange Belgium, verzwakken en dus ook diens pogingen om als prijzenbreker het duopolie tussen Proximus en Telenet in breedband te doorbreken. 

Tot slot wijst JPMorgan er nog op dat de komst van een nieuwe speler verre van evident is. Zo is het uitrollen van een netwerk in ons land complex, met zeker in Brussel vergunningen die tot 700 dagen kunnen aanslepen (tegenover 6 maanden in Vlaanderen en 3 à 4 maanden in Wallonië). 

©BIPT

Mede daardoor staat in een frappante voetnoot van het BIPT-rapport te lezen dat het voor 'een geïnteresseerde marktpartij' een zeer belangrijke voorwaarde is meteen een nationale roaming te hebben, in plaats van pas als het netwerk 20 procent van de bevolking 'dekt'. 

Dat zou betekenen dat een nieuwe speler zonder al één euro geïnvesteerd te hebben meteen alle Belgen kan bereiken, via het 'uitlenen' van het netwerk van de drie bestaande spelers. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content