reportage

‘Mijn familie hoeft niet aan het stuur'

©Wim Kempenaers (WKB)

Nadat zijn (groot)ouders eerder een wereldoorlog, de dolle mina’s en de opkomst van lycra hadden overleefd, hield Herman Van de Velde het gelijknamige lingeriebedrijf op koers, doorheen loonkoststormen en golven goedkope concurrentie. Sinds hij het bedrijf naar de beurs bracht in 1997, groeide de omzet van 50 naar ruim 180 miljoen euro. ‘Maar dat ik mijn eigen bh’s niet kan passen, dat blijft mijn grote frustratie.’

Van de Velde heeft niet graag dat het bedrijf vereenzelvigd wordt met zijn persoon. ‘Ik ben weer te lang aan het woord.’ Hij zal het die namiddag wel drie keer herhalen, terwijl hij weer een werknemer vraagt om iets uit te leggen aan ons. Hij gelooft ook niet dat één iemand een bedrijf in al zijn facetten kan leiden. In de ruim 20 jaar dat hij aan de knoppen zat van het familiebedrijf, zat hij daar nooit alleen. Eerst met zijn broer Karel en zijn neef Lucas Laureys en sinds 2004 met Ignace Van Doorselaere. Maar er komt een einde aan de traditie. Eind dit jaar gaat Van de Velde met pensioen. Voor het eerst sinds de oprichting van het lingeriebedrijf in 1919 zal er geen familielid aan het hoofd staan.

‘Een familiebedrijf is een stuk emotie’, zegt Van de Velde daarover. ‘Maar je moet het kunnen objectiveren. Ik ben altijd bezeten geweest door continuïteit bij Van de Velde. Dat staat op één, niet een familielid aan de top houden.’

Als we het bedrijf binnenkomen - een eenvoudige witte inkomhal met in het midden drie paspoppen met lingerie- verontschuldigt Van Doorselaere zich al meteen. ‘Het zal hier en daar wat rommelig ogen, maar dat komt door de verbouwingen. Tegen eind volgend jaar gaan we alles hier renoveren.’ Waarom? Het gebouw oogt niet vervallen. Van Doorselaere wijst naar de poppen. ‘Omdat je niet het gevoel hebt dat je hier een modebedrijf binnenkomt, maar ondertussen zijn we dat wel.’ Om de continuïteit te verzekeren heeft de lingerieproducent de afgelopen jaren een metamorfose ondergaan.

  • Van de Velde werd in 1919 opgericht door Achiel en Margaretha Van de Velde als kleinschalig korsettenatelier.
  • Herman Van de Velde is de derde generatie van het familiebedrijf. Hij bracht het bedrijf in 1997 naar de beurs. Van de vierde generatie is enkel zijn dochter Lien Van de Velde in het bedrijf actief.
  • De productie verschoof sinds de jaren 1980 naar het buitenland. Vandaag worden de bh’s en slips ineen gestikt in Tunesië, China en Sri Lanka.
  • Van de Velde draaide in 2013 een omzet van 182,4 miljoen euro en een courante bedrijfswinst (ebitda) van  48,7 miljoen euro.

 

 

Van de Velde evolueerde onder druk van goedkope concurrentie van productiebedrijf naar merkenbedrijf, met namen als Marie Jo, Prima Donna en het overgenomen Spaanse Andres Sarda. De eerste twee worden volledig hier, in Schellebelle, ontworpen. Een team van 50 ontwerpers en 50 stiksters levert er jaarlijks meer dan 500 nieuwe modellen.

‘Momenteel zijn we bezig met de zomercollectie van 2016. We zoeken inspiratie in magazines, modeshows of op het internet’, zegt Nele Feyen, een van de stylistes achter Marie Jo. ‘Vervolgens wordt een thema gekozen - dat voor de komende winter is ‘opera’ - en sturen ze hun inspiratiebundel naar de stoffenleverancier. In grote zilveren bakken staat ‘de feedback’ van de leveranciers: talloze staaltjes kant en broderieën, met dewelke Feyen en haar collega aan het ontwerpen gaan. Op een paspop hangen verschillende stofjes op elkaar vastgespeld. Bh’s ontwerpen doe je nu eenmaal niet tweedimensionaal.

Gedurende het hele ontwerpproces, van kleurvoorstellen via de technische pasvorm tot het uiteindelijk patronen tekenen, wordt in de ruimte naast de stylisten en patroontekenaars ijverig gestikt. ‘Omdat een idee soms gewoon niet marcheert in het echt’, zegt Feyen.

De 50 stiksters zijn het enige overblijfsel van de oorspronkelijke productie. Sinds 1983 werd de ‘assemblage’ van de lingerie, stelselmatig gedelokaliseerd naar China, Tunesië en sinds kort Sri Lanka, waar Van de Velde zowel eigen productie heeft als met onderaannemers werkt.

‘De loonkosten speelden daarbij een belangrijke rol’, geeft Van de Velde toe. ‘Maar toch waren het vooral capaciteitsredenen die ons naar het buitenland dwongen. We vonden niet voldoende stiksters meer om onze stijgende omzet te produceren. Vandaag zouden we ze al helemaal niet meer vinden. Als een land zich ontwikkelt, is dat het eerste beroep dat sneuvelt.’ Zowat 15 van de 50 stiksters die nu bij Van de Velde werken zijn Hongaars. De lingeriemaker is de dames speciaal daar gaan halen. ‘We vonden er geen meer in België.’ En de naaihype dan? ‘Ach, het zal wel een stuk onze schuld zijn. De job heeft een slecht imago, omdat het in het verleden erg repetitief was. En strak gechronometreerd.’

Het delokaliseringsproces was een succes. Met de investeringen in het buitenland groeiden ook de investeringen in België. Vandaag heeft Van de Velde 1.500 werknemers in dienst, van wie 500 in ons land. Het Belgische stikatelier is geëvolueerd van een ‘restje’ productie tot een groep opgeleide stiksters, die een actieve rol spelen bij de technische ontwikkeling van een collectie. Zo werken de vrouwen in het atelier elk volledige stuks af - in tegenstelling tot het gespecialiseerde bandwerk in het buitenland. Daardoor zijn individuele modellen snel af én kunnen de stiksters nuttige raad geven aan ontwerpers over de haalbaarheid van bepaalde ideeën. Een bh maken is immers waanzinnig complex. Om de talloze onderdelen aan elkaar te zetten, zijn 30 handelingen nodig aan 10 machines. ‘Deze dame is bijvoorbeeld een mousse en een lint samen aan het stikken voor de beugel’, wijst Van de Velde. ‘Maar stikken is ook niet stikken’, zegt hij, terwijl hij een op een papiertje snel de verschillende mogelijkheden optekent. ‘Een zigzagsteek bijvoorbeeld geeft veel meer elasticiteit dan een rechte steek’.

Naast stikatelier, bureaus en vergaderzalen heeft het gebouw in Schellebelle ook pashokjes. De gestikte prototypes moeten door het hele ontwerpproces continu gepast worden. Door alle mogelijke maten. ‘We vonden nooit genoeg pasdames’, zegt Van de Velde. ‘Tot we doorhadden dat we hier met een bedrijf vol vrouwen zitten (lacht).’ 30 zijn nu naast hun dagdagelijkse taak ook pasdame. ‘Het kan zijn dat er iemand in de boekhouding telefoon krijgt dat ze een 80C nodig hebben. Dan mag ze alles laten vallen.’

De anekdote is geen fait divers. Het zegt veel over wat Van de Velde wil zijn: de referentie in ‘paskamercultuur’. Met prijzen van 60 tot ruim 150 euro zit Van de Velde in het midden- en het hoge segment. Het bedrijf verantwoordt die prijzen door pasvorm en snit uit te spelen. Maar voor een echt goede pasvorm moet een vrouw ook de juiste maat en model bh kopen. Daarom kiest Van de Velde ervoor vooral te leveren aan zelfstandige speciaalzaken, die nog service bieden in de paskamer. Toen bleek dat het aandeel van dat segment tanende was - mede door de concurrentie van Hunkemöller & co, hield Van de Velde koppig voet bij stuk. ‘Ons bedrijfsmodel is zeker houdbaar op lange termijn. Dat er behoefte is aan die service getuigt het groot aantal vrouwen dat nog met een verkeerde maat bh rondloopt’, aldus Van Doorslaere. ‘Maar die paskamerbeleving moest wel aangenamer worden.’

Sinds 2008 heeft Van de Velde daarom een ‘stylingprogramma’ gelanceerd, waarin het zelfstandige verkoopsters opleidt tot heuse stilisten. Met succes, want na de opleidingen, steeg de omzet (van Van de Velde) in de winkels gevoelig. Daarnaast besloot de lingerieproducent ook een eigen retailnetwerk op te zetten, om de afzet te verzekeren. Onder het toeziend oog van Van Doorselaere werden achtereenvolgens het Amerikaanse Intimacy, het Nederlandse LinChérie en Donker Stores , het Britse Rigby & Peller overgenomen. In China sloot Van de Velde een joint venture met Private Shop. In die winkels hebben de merken van Van de Velde een marktaandeel van minstens 50 procent. ‘Vergelijk het met een nieuwe tuin, bestaande uit allemaal lapjes aangekochte grond’, zegt Van Doorselaere. ‘Mooi is zo’n tuin nog niet, maar mits wat werk kan het een prachtig geheel worden.’ De afzetmarkt is verzekerd door de 5.000 bestaande zelfstandigen en de 90 eigen winkels.

De rondleiding zit er bijna op. In de nieuwe loodsen in Wichelen, zo’n 3 km verderop, zien we hoe de ontworpen patronen door ‘snijcutters’ automatisch uit de stoffen worden gesneden. Het zijn er veel. De ontelbare stukjes stof worden zorgvuldig per soort samengebonden, verpakt en verstuurd naar de buitenlandse fabrieken. Als ze daar ineen gestikt zijn, komen ze opnieuw naar Wichelen. ‘Voor een kwaliteitscontrole voor de setjes definitief naar de winkels gaan’, legt Van Doorselaere uit.

Of er nog nieuwe overnames op de agenda staan, vragen we ons af bij het afscheid. Van Doorselaere glimlacht. ‘Het gevaar is om altijd verliefd te worden op het nieuwe project, terwijl je vooral verliefd moet blijven op je oorspronkelijke project.’ Het is zijn manier om te zeggen dat Van de Velde zich de eerste jaren vooral zal focussen om de integratie van alle nieuwe aanwinsten. Is er nog veel organische groei mogelijk? Zowel Van de Velde als Van Doorselaere is overtuigd van wel. ‘De zwemcollectie van Prima Donna die we dit jaar lanceerden, is een enorm succes. Intimacy vereist nog veel werk. In Duitsland kunnen de franchise versnellen en Andres Sarda kan nog zoveel beter. Perspectieven genoeg om de continuïteit te verzekeren.’

Wie is uw grote inspirator? 

HVDV: ‘Antigone, symbool voor de vrijgevochten, daadkrachtige vrouw. En Keizer Hadrianus: kosmopoliet en estheet, bezieler van de multiculturele samenleving.’

IVD: ‘Batman uit ‘Batman Begins’ en Guy Fawkes uit ‘V for vendetta’. Ze vechten vanuit hun diepste overtuiging naar iets beters, maar slagen nooit écht. Nadien draait de wereld gewoon door. Ze beseffen dat, maar de gedrevenheid voor het ideaal primeert. 

Uw grootste blunder? 

IVD: ‘Ik ben te vroeg weggegaan bij Interbrew. Ik had langer moeten vechten tegen de Canadese cultuur die er zich installeerde. Ik zou gewonnen hebben.’

Wanneer had u de grootste kick?

HVDV: ‘Toen ik vorig jaar de eindmeet overschreed van de kwart-triatlon in Antwerpen.’

Bij wie gaat u te rade wanneer u twijfelt over een belangrijke beslissing?

  IVD: ‘Bij mensen die mij kennen omdat we samen door het vuur gingen. Alleen in de vuurlinie weet je wie je trouw blijft. Johnny Thijs, Luc Missorten en Alexander Van Damme zijn belangrijke ankerpunten.’

 

Wat is uw grootste passie buiten het bedrijf?

IVD: ‘Mijn twee kinderen en vechtsport, al gaat dat laatste sinds mijn kunstknie niet zo goed meer. Ik kook ook steeds liever. En ik hou van elk goed verhaal, vooral in een film.’

Wat is uw grootste ergernis?

HVD: ‘Ik hou van beknoptheid en erger mij aan breedsprakerige mensen en ellenlange presentaties.’

Waaraan besteedt u het meeste tijd?

IVD: ‘Aan werken. Maar ik werk graag. Dat is geen straf.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect