Advertentie
interview

Anne Chapelle: ‘We hebben de Belgische mode uit handen gegeven’

©Diego Franssens

Ze wordt beschouwd als de machtigste vrouw in de Belgische mode, maar met de verkoop van het label Ann Demeulemeester aan een Italiaanse ondernemer gooit Anne Chapelle de handdoek in de ring. ‘Als je je hoofd hier boven het gras uitsteekt, wordt het er meteen afgereden.’

Op de tweede verdieping van het hoofdkwartier van het modelabel Ann Demeulemeester aan de Antwerpse Populierenlaan staat een deur. Die leidt naar het naburige pand: het huis Guiette. Het enige overblijvende Belgische ontwerp van de beroemde Franse architect Le Corbusier kwam in 1983 in handen van Ann Demeulemeester. Nadat de ontwerpster in 2013 haar merk had verkocht aan haar zakelijk leidster Anne Chapelle bleef de deur er staan, ook toen de zoon van Demeulemeester zijn intrek nam in het huis.

Als we Chapelle terloops vragen wat met die deur zal gebeuren nu ze het modemerk verkoopt aan de Italiaanse ondernemer Claudio Antonioli, krijgt de meestal koele en zakelijke Chapelle het moeilijk. Haar stem stokt en ze krijgt bijna tranen in de ogen.

We vroegen ons af welk liedje we nu zouden moeten spelen. We kwamen bij ‘Non, je ne regrette rien’. Maar misschien zou ‘Paroles paroles’ beter passen in deze industrie.
Anne Chapelle

‘Ik ga de deur moeten dichtmetselen, bedenk ik nu. De nieuwe eigenaar zal het hoofdkwartier wel hier houden, maar het pand blijft eigendom van ons bedrijf en de verzekering zal eisen dat die deur dichtgaat.’ Ze zwijgt even. ‘Die symboliek van het afscheid valt me heel moeilijk.’

Chapelle is al een jaar bezig met het verkoopproces, dat deze week afgerond werd. ‘Ik ben de 60 voorbij en het was mijn aanvankelijke bedoeling het bedrijf over te laten aan mijn zoon en neef, die er nu al werken. Maar de spanning in de cashflow was te groot geworden en mijn andere aandeelhouders wilden niet langer in het verhaal meestappen.’

Was de coronacrisis het extra duwtje dat tot deze verkoop leidde?

Anne Chapelle: ‘Nee, onze groei is hoger dan ooit. Maar de industrie is de jongste vijf jaar enorm veranderd, doordat veel leveranciers in handen gekomen zijn van de grote huizen, die nu bijna een oligopolie vormen. Vroeger konden we onze basismaterialen nog dertig tot zestig dagen na aankoop betalen, terwijl we dat geld nu op voorhand moeten neertellen. Dat is heavy. Zeker nu ook de retailers het door de online concurrentie almaar moeilijker krijgen en ook later betalen.’

‘We waren eindelijk bekomen van de dip die was ontstaan na het vertrek van Ann Demeulemeester, dat bij de klanten even tot onbegrip geleid heeft. De kredieten die we daarvoor aangegaan waren, hadden we eindelijk afgebouwd. Maar we kregen geen nieuwe, omdat de banken enkel naar de balans van het vorige boekjaar kunnen kijken, terwijl je in deze sector telkens een jaar vooruitloopt doordat je de inkomsten pas in het volgende modeseizoen binnenkrijgt. We groeiden met 34 procent, maar je moet die groei dus zelf voorfinancieren. En omdat mijn twee minderheidsaandeelhouders niet meer meewilden, moest ik op zoek naar een partner.’

Als je vandaag nog altijd over de Antwerpse Zes moet spreken, heb je nadien precies niets meer gedaan.
Anne Chapelle

Had u geen nieuwe minderheidsaandeelhouders kunnen zoeken?

Chapelle: ‘Het is heel moeilijk om die te vinden, omdat je een activiteit koopt op een laag punt, en de groei moet voorfinancieren. Dat jaagt investeerders schrik aan. En met Claudio Antonioli vond ik iemand die al jaren ons merk verkocht, de juiste mindset heeft en bereid is hetzelfde verhaal te blijven vertellen.’

U wilt de Belgische roots van Ann Demeulemeester behouden. Welke garanties hebt u daarvoor gekregen?

Chapelle: ‘Claudio wil het hoofdkwartier en onze ADM-winkel in Antwerpen behouden. Ik vermoed wel dat de productie naar Italië zal verhuizen, waar de overheid een veel betere strategie voor modebedrijven heeft dan hier. De mode maakt daar een veel belangrijker deel uit van het bruto binnenlands product, en krijgt er daarom meer subsidies.’

Wat betekent dat voor uw 60 werknemers?

Chapelle: ‘Ik heb voorlopig geen melding van jobverlies. Maar op termijn zal Claudio Antonioli moeten beslissen wat met de mensen in de productie gebeurt. Ik denk dat zijn intenties goed zijn, maar hoe hij het zal uitvoeren, is vanaf nu zijn weg. Ik sta daar niet tussen.’

U ging toch aan boord blijven als minderheidsaandeelhouder?

Chapelle: ‘Dat is zo afgesproken om garanties mogelijk te maken bij het afronden van bestaande deals. Maar de bedoeling is dat ik binnen drie jaar weg ben. Ik blijf niet actief. Ik heb de zaken hier dertig jaar geleden opgebouwd from scratch. In mijn ziel ben ik een ondernemer. Dus ik ga niet achter een computer zitten om uit te voeren wat anderen voor mij beslissen. Ik ben iemand die echt iets nieuws wil doen.’

En hebt u al plannen?

Chapelle: ‘Ja, natuurlijk.’

Zegt u maar.

Chapelle: ‘Daarvoor is het nog te vroeg. Maar ik ben vastberaden bezig. U zult het zien: ik wil echt nog wel mijn bijdrage leveren aan de sector.’

©Diego Franssens

U bent ook nog eigenaar van het label Haider Ackermann. Een paar maanden geleden klonk het nog dat u dat ook wilde verkopen.

Chapelle: ‘Daarover zijn we niet tot een akkoord gekomen.’

Omdat dat merk het financieel te lastig heeft?

Chapelle: ‘Haider Ackermann is een populaire naam, maar de verkoop wil niet mee. Ik heb er alles aan gedaan om het label mee te nemen in de deal, maar dat is niet gelukt. Er lopen nog andere gesprekken, maar je moet iemand vinden die als het ware in een start-up wil investeren, die wil wroeten om opnieuw te groeien.’

En als u die niet vindt, blijft Haider Ackermann dan bestaan?

Chapelle: ‘Ik moet naar de cijfers kijken, en vandaag boek ik een megaverlies met het merk. Je mag je uitgaven dan nog heel voorzichtig plannen, als je inkomsten gehalveerd worden, onder meer omdat eenkele grote klanten failliet gaan, kan je dat niet zomaar rechttrekken.’

‘Daarbij komt de crisis in de kleinhandel. Ik zie de onlineverkoop niet zo snel groeien als het tempo waarin de retail verdwijnt. Toch geloof ik dat het contact in de winkel op termijn blijft primeren, zeker voor merken die het moeten hebben van een verhaal. Het is een bijzonder moment. Zal online alles redden? Dat is wishful thinking in deze industrie.’

De consument zal toch nog altijd zijn kleerkast willen vullen?

Chapelle: ‘Ik denk dat mensen - terecht - bewuster gaan aankopen. Deze periode heeft ons allen wakker geschud. We zijn geconfronteerd met de nood om in onze eerste behoeftes te voorzien. Dat is misschien wel een goede zaak in deze overconsumptiemaatschappij. Ik denk dat iedereen in de sector, van het kleinste tot het grootste huis, nu tot een realitycheck gedwongen wordt. Als mensen bewuster uitgeven, moeten bedrijven bewuster gaan produceren.’

Is dat geen kans voor kleinere modehuizen als Ann Demeulemeester?

Chapelle: ‘Ja, er is zeker nog een opening voor kleinere spelers met een verhaal, en voor creatieve mensen. Maar de duivel in het hele spel is dat die creatieve mensen niet klein willen blijven, en de verwachtingen boven hun hoofd groeien. Als je dat als bedrijf niet kan invullen, heb je een groot probleem.’

Met uitzondering van Walter van Beirendonck zijn alle iconische merken van de Antwerpse Zes nu in buitenlandse handen of stopgezet. Bestaat er nog wel iets als de Belgische mode?

Chapelle: ‘Dat is een hele goede vraag. (laat een lange stilte) We hebben veel deuken opgelopen, en veel merken verkocht. Ik geloof wel dat er plaats is voor een Belgische mode, maar we hebben alles uit handen gegeven.’

Dat doet u nu toch ook?

Chapelle: ‘Ik ben al heel blij dat we het operationele hier kunnen houden. Ik begrijp dat onze producten niet goedkoop zijn en een duur imago hebben. Maar als je elders een jas koopt, heb je na vijf jaar wellicht vijf keer meer uitgegeven, omdat die niet zolang meegaat.’

‘Daarom is het misschien geen slechte zaak dat we bewuster consumeren. Elke week iets anders kopen, dat is goed voor een puber die nood heeft om op de Meir rond te hangen. Wil je kwaliteit en duurzaamheid, of liever fastfood? Ik vind het een rol voor de ouders en de scholen om die bewustwording mee te geven.’

Hadden we in Vlaanderen meer kunnen doen om de modesector hier te houden?

Chapelle: ‘Dat heb ik geprobeerd door te pleiten voor ondernemerschap in het onderwijs. Maar dat was allemaal niet nodig. Tja. Ik heb mijn bijdrage geleverd, door te gaan spreken, studies te maken en mensen aan elkaar te koppelen. Maar de Belg is misschien niet fier genoeg op wat we zelf doen. Pas als een merk verkocht is aan een ander, beginnen we erover te praten.’

U was een van de voorvechters van de Belgische onafhankelijke mode. Geeft u met de verkoop van dit merk nu toe dat u dat niet gelukt is?

Chapelle: ‘We zijn de laatste, hé. Met uitzondering van Christian Wijnants, wat een heel mooi huis is. Het zit niet in onze cultuur om mode te vatten. Wij verstaan makkelijker wat er gebeurt in de biochemie, in de haven of in de voedingsindustrie. Als je vandaag nog altijd moet spreken over de zes van Antwerpen, dan heb je precies nadien niets meer gedaan. Waar zitten al die kinderen van de Mode Academie? In de grote huizen in het buitenland, in fantastische functies.’

En waarom niet hier?

Chapelle: ‘Er heerst zoveel afgunst in dit land. Als je je hoofd boven het gras uitsteekt, willen anderen er het meteen afrijden. Ook ik werd afgeschilderd als iemand onverbiddelijk en koel. Maar kijk ook eens achter mijn rug: als mensen al dertig jaar voor mij werken, zal ik toch niet zo’n stout mens zijn, zeker? Als ik voor de kill moet gaan, doe ik dat. Maar dat levert wel resultaat op voor de mensen die hier werken.’

Als u nu op die carrière terugkijkt, had u het anders aangepakt?

Chapelle: ‘Ik had het er gisteren over met mijn neef Martijn, die in het bedrijf zit. Welk liedje zouden we nu moeten afspelen? We kwamen bij ‘Non, je ne regrette rien’ van Edith Piaf. Maar misschien zou ‘Paroles paroles’ van Dalida beter in deze industrie passen.’

Zal uw kleerkast er nu anders uitzien?

Chapelle: ‘Nee, ik blijf het merk adoreren. Natuurlijk heb ik de eigen collecties altijd aangevuld met stukken van andere ontwerpers, maar je krijgt de eigen schoenen niet van mijn voeten. En omdat de spullen niet kapotgaan, heb ik er genoeg van voor een tweede en een derde leven. Maar natuurlijk ben ik triestig. Dit is een heel schizofrene periode.’

En toch zult u die deur boven dicht moeten doen.

Chapelle: ‘Dat besef raakt me keihard. Zo zie je: ik ben ook maar een mens, geen machine, ook al lijkt het soms zo.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud