Advertentie
Advertentie

Blij met uw solden? De makers niet.

©Kristof Vadino

Ondanks beloftes van de grote kledingmerken werken de textielarbeiders in Cambodja nog steeds aan lage lonen en in slechte omstandigheden. Dat kon De Tijd vaststellen tijdens een maandenlang onderzoek in de wereld van de Cambodjaanse textielsector.

Met meer dan 600 legale fabrieken, 700.000 arbeiders en een exportwaarde van 5,7 miljard dollar (80 procent van Cambodja’s totale export) is de textielindustrie Cambodja’s grootste informele werkgever. Het is de belangrijkste pijler onder de economie. Via merken als C&A, H&M, Puma, Adidas, Gap, Nike, Primark, Levi Strauss, Skechers en andere komen in Cambodja gemaakte kleding en schoenen massaal in Europese en Amerikaanse winkels terecht. De Tijd sprak tussen december 2014 en mei 2015 met tientallen mensen in Cambodja’s textielindustrie: vakbondsleiders, mensenrechtenadvocaten, politici, activisten, werkgeversorganisaties, analisten en grote kledingmerken. Dat gebeurde niet altijd zonder slag of stoot. Meermaals werd ons werk verhinderd en werd de toegang tot fabrieken geweigerd.

Minimumloon

Bij een onderaannemer in een buitenwijk van Phnom Penh. Er worden zolen gemaakt voor het Amerikaanse Skechers. ©Kristof Vadino

De Tijd wilde nagaan wat er in huis is gekomen van de beloften die anderhalf jaar geleden zijn gemaakt. Begin januari 2014 werd een staking van Cambodjaanse textielarbeiders hardhandig neergeslaan. De arbeiders eisten meer loon en menswaardige werkcondities. Er vielen vijf doden en tientallen gewonden. De grote kledingmerken reageerden verontwaardigd en drongen in gesprekken met de Cambodjaanse regering aan op verbetering. Het minimumloon werd daarna licht verhoogd (van 100 naar 128 dollar per maand), maar dat is amper boven de armoedegrens (120 dollar). De vakbonden hadden 177 dollar geëist. Ze verwezen daarvoor naar een rapport, in opdracht van de Cambodjaanse overheid nota bene, dat een loon tussen 157 en 177 dollar voorstelde.

Kledingbedrijven beloofden toen ook goede arbeidsomstandigheden te steunen. Ze vertrouwen deels op Better Factories Cambodia (BFC), een programma van de Internationale Arbeidsorganisatie met toegang tot honderden fabrieken waar inspecties worden uitgevoerd. De macht van BFC blijft echter beperkt. Voor vervolgacties is BFC namelijk aangewezen op inspecteurs van het Cambodjaanse ministerie van Arbeid, die volgens verschillende bronnen massaal worden omgekocht en bij inspecties vaak niet verder komen dan het kantoor van de fabrieksleiding.

Misleid

Pav Sina, vakbondleider, in zijn kantoor. ©Kristof Vadino

‘Ik denk dat de merken toch wat zijn misleid’, zegt Mu Sochua, parlementslid van Cambodja’s oppositiepartij Cambodian National Rescue Party en strijdster voor mensenrechten. ‘De merken plaatsen de orders, zij verdienen het meeste geld’, vult Pav Sina aan, voorzitter van de onafhankelijke vakbond CUMW. ‘Ik wil niet meer horen dat de merken ‘betere omstandigheden willen voor de arbeiders’, ik wil daden zien. Zij moeten het mogelijk maken dat de fabrieken de werkomstandigheden verbeteren.’

In een reactie benadrukken de kledingmerken dat ze hun uiterste best doen voor de textielarbeiders in Cambodja, maar dat hogere lonen een ‘gedeelde verantwoordelijkheid’ zijn. Dat vindt Sara Ceustermans van Schone Kleren Campagne, een koepel van ngo’s en vakbonden, maar een magere uitleg. ‘Ze noemen een verhoging van het minimumloon steeds een zaak van vakbonden en werkgevers. Maar ze minimaliseren hun eigen rol: het zijn in grote mate de prijzen die de internationale kledingbedrijven betalen voor hun orders die de lonen voor de kledingarbeiders bepalen. Daarom moeten de kledingbedrijven ook rechtstreeks met de vakbonden aan tafel gaan zitten. Zij moeten mee hun handtekening zetten onder een loonakkoord om zo te garanderen dat hogere lonen weerspiegeld worden in de prijzen die zij betalen aan de fabrieken.’

Vakbond aan de ketting

Arbeiders op weg naar huis, opeengepakt in een vrachtwagen. ©Kristof Vadino

Ceustermans is trouwens op haar hoede. ‘De vakbondsvrijheid, die nochtans ingeschreven staat in de Cambodjaanse wet, staat momenteel nog meer onder druk. De Cambodjaanse regering werkt al enkele maanden aan een nieuwe zogenaamde 'trade union law'. Het ontwerp maakt het werknemers nog moeilijker om een vakbond op te richten in hun fabriek, legt zware straffen op aan stakers en wil vakbonden ook financieel aan de ketting leggen. Het ontwerp is zowel in strijd met de Cambodjaanse wetgeving als met de fundamentele IAO conventies.’ Het internationaal vakverbond, het Europese Parlement en enkele internationale merken hebben hun bezorgdheid al geuit over het ontwerp.

Vanaf zaterdag leest u hier op tijd.be het uitgebreide verslag van ons onderzoek in de Cambodjaanse textielsector, in de vorm van een multimediale longread met veel extra fotomateriaal.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud