Advertentie

‘Elke dag dat ik niet werkte, was ik bang dat ik de kunst zou verleren’

Saïd Meer, de kleermaker van de koning. ©Kristof Vadino

Al 22 jaar maakt hij kostuums voor het koningshuis. Vorige week werd couturier Saïd Meer, geboren in Bangladesh en op 24-jarige leeftijd naar België geïmmigreerd, ook officieel bekroond als hofleverancier. ‘Ik hoef niets meer bij te leren.’

Wat is de belangrijkste eigenschap voor een couturier? ‘Geduld hebben’, zegt Saïd Meer beslist. Geduld moeten ook wij hebben, blijkt als we de 47-jarige Meer proberen te strikken voor een gesprek na zijn officiële benoeming tot hofleverancier vorige week. Hij wordt overspoeld met vragen en aandacht, zegt hij.

Het certificaat blaast Meer nochtans niet omver: hij werkt al 22 jaar voor het hof. Wat begon met onrechtstreekse opdrachten, zoals kleine retouches, eindigde in volwaardige handgemaakte kostuums of jurken voor koning Filip en koningin Matilde.

Maar de formele erkenning van hof zet wel het bijzondere parcours van Meer in het licht. De stiel leerde hij in Bangladesh - zijn thuisland - waar hij op 14-jarige leeftijd moest gaan werken. ‘Studeren was geen optie voor ons gezin. Mijn vader zei dat ik een metier moest leren om mijn toekomst te verzekeren.’ Meer ging aan de slag als assistent bij een kleine zelfstandige klerenmaker, en vloog na enkele jaren uit naar de Golfstaten Qatar en Koeweit. ‘Maar ik kon niet om met de mentaliteit daar. Ik werd niet betaald en bovendien was ik niet vrij, want mijn paspoort werd afgenomen.’

Er zijn niet veel couturiers meer zoals ik. De ambacht is aan het verdwijnen.
Saïd Meer
Klerenmaker

Brussel

Meer besloot naar Europa te verhuizen. ‘Ik begon in Nederland en reisde door naar Parijs en Italië. Hoewel dat modelanden zijn, moest ik ook daar vluchten van slechte werkomstandigheden en ondermaatse lonen.’ Na ervaring bij grote modehuizen als Chanel, Dior en Armani kwam Meer uiteindelijk terecht in België. ‘Ik heb maanden in een asielcentrum verbleven en de regularisatieprocedure heeft lang geduurd. Dat was een moeilijke periode, maar ik leerde de juiste mensen kennen, waardoor ik besloot hier te blijven.’

Meer ging koortsachtig op zoek naar werk, wou bewijzen dat hij een stiel in de vingers had. ‘Elke dag dat ik niet werkte, was ik bang dat ik de kunst zou verleren.’ Uiteindelijk kon hij aan de slag bij twee Brusselse couturiers, om dan in 2003 zijn eigen boetiek in Ukkel te openen: Meer Couture. ‘Ik heb mij gespecialiseerd in aparte materialen, zoals leder en bont. Dingen die andere couturiers niet durven.’

Handwerk

60 uur
handwerk
Eén pak maken duurt 60 uur, waarvan driekwart met de hand gebeurt.

Drie jaar lang deed hij alles alleen, maar intussen heeft Meer zeven werknemers in dienst. Dat is nodig, want één pak maken duurt 60 uur, en driekwart daarvan gebeurt met de hand. Afhankelijk van de stoffen liggen de prijzen tussen 2.600 en 5.000 euro. De contacten met zijn klanten – waarover hij even discreet is als over zijn financiële cijfers - onderhoudt Meer wel persoonlijk.  Tijdens een afspraak draagt hij altijd een kostuum, maar om te werken is dat niet praktisch. ‘Ik draag ook kleren van collega-ontwerpers.’

De benoeming tot hofleverancier impliceert geen grote veranderingen voor Meer. Hij blijft trouw aan zijn klanten – ‘ik ben niet geïnteresseerd in internationale groei’ – en zijn ambacht - ‘ik hoef niets meer bij te leren’. ‘Er zijn niet veel couturiers meer zoals ik. De ambacht is aan het verdwijnen.’ Zijn aanbod uitbreiden met nog meer stoffen, dat wil hij wel, net als zijn team. Zelf is Meer zijn vrouw, ook uit Bangladesh, aan het opleiden om op termijn voor hem te werken. ‘Maar de stiel van modeontwerper leer je niet in enkele maanden. Je moet veel oefenen. En geduld hebben.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud