reportage

Als de sneeuw niet meer komt

Drouzin Le Mont, op de Col De Corbier, was tot 2012 een klein skigebied, maar vond zichzelf noodgedwongen opnieuw uit als bestemming voor andere bergsporten. FOTO: Panos Pictures/Mark Henley.

In Frankrijk sluiten twee skistations per jaar, omdat de Alpen sneller opwarmen dan de rest van de aarde. Terwijl lagergelegen gebieden voor de keuze tussen wit en groen staan, pompen hogergelegen skioorden wanhopig miljoenen euro’s in kunstsneeuw.

Op de wegwijzer die de slingerbaan naar Saint Honoré 1500 aangeeft, staat nog het symbool van een zetellift. Als herinnering aan wat vroeger was. Wie twintig jaar geleden op een februaridag in het gehucht rondliep, werd omringd door skiërs en snowboarders die via dit station een van de liften naar het grotere l’Alpe du Grand Serre namen. Vandaag valt vooral het betonnen karkas op van een vier etages tellend gebouw waarin appartementen en een panoramisch restaurant hadden moeten komen. De muren zijn ingepalmd door graffitikunstenaars, van het dak blijft alleen het gebinte over. Maar het zicht op de vallei blijft formidabel.

In 2003 vielen de liften hier stil, van de ene dag op de andere. Een malafide projectontwikkelaar verdween met het geld en de noorderzon. Later werd hij gevat en verdween hij achter de tralies. De kater was voor de lokale bevolking. Op de voormalige parking wordt Lena Guignier, wier ouders nog voor de liften werkten, nostalgisch. Ze bracht haar jeugd al skiënd door. Toen de liften werden afgebroken, verdween ook alle hoop op de terugkeer van skiërs. ‘Er was een rouwproces’, zegt ze. Maar ze heeft de pagina omgeslagen. 'We moeten realistisch zijn.'

'Daar tussen de bomen staat nog één restant van de pistes', wijst dorpsgenoot Christophe Stagnetto. Een bordje met een groene cirkel verraadt dat beginners er ooit hun eerste bochten oefenden. 'Ik zou het moeten wegnemen en bewaren als relikwie. Want vroeg of laat verdwijnt het', grijnst Stagnetto vanachter zijn zonnebril met spiegelglazen. De Fransman, een fotograaf, groeide op in de streek. 15 jaar geleden kwam hij in een van de appartementen wonen uit liefde voor de bergen en de wilde natuur. Vanuit het hogergelegen dorp snowboardt hij nog elk jaar de flanken af - als er genoeg sneeuw ligt. Maar deze winter viel er bijna niets.

Hellende wei

Het onfortuinlijke Saint Honoré 1500, in de Isère, is een van de schrijnendste voorbeelden uit de statistieken van Pierre-Alexandre Metral, een jonge academicus verbonden aan de universiteit van Grenoble. Metral maakte als eerste een inventaris van alle skistations ooit opgericht in Frankrijk, en constateerde dat er elk jaar twee à drie de boeken sluiten. Van de 584 stations die Metral telde sinds de eerste lift in de jaren twintig in Chamonix opende, gingen er al 169 dicht.

We zijn door een rouwproces gegaan toen de liften werden afgebroken.
Lena Guignier, inwoner van Saint Honoré 1500

De cijfers zijn als een bom ingeslagen in de Franse media. Metral staat ervan versteld dat hij wordt platgebeld door journalisten. Want ze klinken dramatischer dan de realiteit, vindt hij zelf. De trend is ook niet nieuw. In 90 procent van de gevallen gaat het om heel kleine skistations, amper die naam waardig. Een hellende wei met een sleeplift of twee ter vermaak, bij wijze van spreken, zonder enige andere infrastructuur. Denk vooral niet aan mastodonten à la Val Thorens of Courchevel. Een mislukking van de schaal van Saint Honoré 1500, dat vier zetelliften telde, is uitzonderlijk, en pas dan wordt het ook een lokale ramp. 'Voor bergdorpen die hun zinnen op skitoeristen hebben gezet, is wintersport een economische motor met alle diensten errond: horeca, verhuur, skilessen. Als dat wegvalt, is de impact zwaar. Ook emotioneel: een stuk van de ziel van een dorp verdwijnt.'

Skistations sluiten om een mix van redenen, vooral economische. 'Zoals bij een gewoon bedrijf', zegt Metral. 'Omdat ze met verlies opereren, zware schulden torsen of de concurrentie van betere, grotere en hogere dorpen met meer sneeuwzekerheid niet aankunnen.' Die sneeuw, het witte goud voor iedereen die van skiën houdt, is uiteraard het cruciale ingrediënt. Wintersport is altijd een activiteit overgeleverd aan de grillen van de natuur. Als de sneeuw achterwege blijft, dan ook de inkomsten. 'Klimaatverandering speelt zeker mee als een skigebied dichtgaat, maar dan indirect', zegt Metral.

In Drouzin Le Mont vertrok de laatste lift in 2012. FOTO: Panos Pictures/Mark Henley.


In de Alpen, waar meer dan een derde van alle skibestemmingen ligt, is de opwarming van de aarde een harde realiteit. De hoogste bergketen in West-Europa warmt sneller op dan het globale gemiddelde en zit al aan een stijging van 2 graden sinds het einde van de 19de eeuw, een proces dat de jongste veertig jaar nog versnelt. 'Voor elke graad opwarming stijgt de grens tussen regen en sneeuw met 150 meter. Die lijn is al opgeschoven van 1.200 naar 1.500 meter', zegt Christophe Chaix, klimatoloog bij Agence Alpine des Territoires (Agate) in Chambéry.

Station multi-activités

Elk massief is anders en lokale verschillen zoals de blootstelling aan wind en zon spelen mee. Maar door de band worden lagergelegen gebieden - wat in Frankrijk ‘moyenne montagne’ heet, maar ook het voorgebergte in het oosten van Oostenrijk, het zuiden van Duitsland en het noorden van Italië - veel harder getroffen. Een kwart van de Alpijnse skigebieden ligt onder 1.200 meter. Daar dringt de vraag zich steeds nadrukkelijker op: kan de ski-industrie blijven leven?

150
‘Voor elke graad opwarming stijgt de grens tussen regen en sneeuw met 150 meter’, zegt Christophe Chaix, klimatoloog bij Agence Alpine des Territoires (Agate) in Chambéry.

In Le Biot in de Haute-Savoie is de keuze gemaakt. Het nabijgelegen voormalige skigebiedje Drouzin Le Mont, op de Col De Corbier op 1.200 meter hoogte, switchte van wit naar groen. De uitbater wilde in 2012 van het skidomein af en het aan de gemeente te verkopen. Maar burgemeester Henri-Victor Tournier zei nee. 'De kosten wogen niet op tegen de baten. Ze maakten jaarlijks 250.000 euro verlies. Ik wist het zeker: dat koop ik niet.'

En dus viel het doek over Drouzin Le Mont als skistation. Vorig jaar vond het gebied zichzelf met de steun van het departement heruit tot een bestemming voor zowat alle denkbare bergsporten waarvoor geen lift nodig is: trail running, nordic walking, ski-raquette, langlaufen, toerskiën, mountainbiken. Als de formule een succes wordt, zullen andere dorpen in de streek volgen, maakt Tournier zich sterk. Hij vond ook een kapitaalkrachtige privépartner in het beroemde Franse skimerk Rossignol, dat zelf bezig is met een diversificatie naar andere sporten. Samen omschrijven ze de col als 'une station multi-activités outdoor experiences'.

De 67-jarige Tournier is hier geboren, werd in 1985 voor het eerst verkozen in de gemeenteraad, en is sinds 2005 burgervader. Volgende maand hoopt hij zijn mandaat te vernieuwen, maar heel gerust lijkt hij er niet op. Dat hij het dorp zijn skipistes afnam, viel niet bij iedereen goed. Een politiek gevecht van meerdere jaren ging aan de ommekeer vooraf. ‘Velen waren niet erg tevreden. Maar ik heb hun proberen duidelijk te maken: 'We moeten naar een 'montagne douce' of het wordt niets.' Hij verzekert ook dat de vastgoedprijzen weer op peil zijn. 'We zijn klaar voor de toekomst.'

We moeten een ‘montagne douce’ worden, of het wordt niets.
Henri-Victor Tournier, burgemeester van Le Biot

’s Middags luncht Tournier boven op de Col, in het restaurant dat de gemeente heeft neergezet en waar zijn echtgenote de gastvrouw is. De dagschotel is risotto met zeevruchten. Maar het is er, wellicht door het rotweer, leeg. De burgemeester wijst naar de berg, waar de contouren van een rode piste nog zichtbaar zijn. 'Daar beneden vertrok de zetellift van vier zitjes breed.' Aan de andere kant staat een houten tuinhuis dat dienst deed als kassa van een sleeplift. 'Dernière montée: … h', staat op een bordje. De laatste rit is intussen acht jaar geleden. Daarna werden alle zetels, kabels en pylonen in geen tijd afgebroken en per helikopter naar een skigebied in de buurt gebracht, waar bleek dat ze niet meer door de technische keuring raakten en rijp waren voor de schroothoop.

Het enige liftje vandaag is een overkapte transportband voor kinderen. Op de modderige heuvel ligt een strook sneeuw voor jonge skiërs of sleeërs, aan de kant staan drie werkloze sneeuwkanonnen. De band ligt een week stil zodat het beetje sneeuw dat is aangemaakt, bewaard kan blijven voor het Fête Nordique van enkele dagen later. Zelfs nadat hij zijn dorp van de afhankelijkheid van sneeuw heeft verlost, blijft het witte goedje een kopzorg voor Tournier.

100 dagen per seizoen

Wordt dit het lot van grote delen van de Alpen? Slechte winters en grote variaties in sneeuwval zijn van alle tijden, maar het plaatje op langere termijn is duidelijk, zegt klimatoloog Christophe Chaix. Sinds de jaren zestig, een periode met overvloedige sneeuw waarin veel van de huidige skigebieden zijn geboren, valt onder 2.000 meter 20 à 40 procent minder sneeuw. Als de uitstoot van broeikasgassen niet drastisch vermindert, kunnen de Alpen tegen eind deze eeuw 70 procent van hun sneeuw verliezen, meldt de wetenschappelijke publicatie The Cryosphere.

FOTO: Panos Pictures/Mark Henley.


Het zet de levensvatbaarheid van de industrie onder druk, zegt Laurent Vanat, consultant en auteur van het jaarlijkse ‘International Report on Snow and Mountain Tourism’, vanuit Genève. Om rendabel te zijn moet een skigebied minstens honderd dagen per seizoen wintersporters zorgeloos van de berg laten glijden. En dat privilege is steeds meer weggelegd voor de hooggelegen en goed uitgeruste skigebieden die als ware skitoerismefabrieken opereren. Zij hebben de middelen om zwaar te investeren in wat voorlopig de beste remedie is tegen sneeuwonzekerheid: zelf sneeuw maken.

In Avoriaz, een van Frankrijks populairste wintersportoorden, is dat de job - en de passie - van Thomas Lemasson. In zijn kantoor op de piste is Lemasson, in marineblauwe skijas met fluogele streep, het uniform van Avoriaz 1800, de koning van de kunstsneeuw in dit gebied. 'Ik kan uren over sneeuw praten als het moet.'

Buiten regent het hard, wat uitzonderlijk is op deze hoogte. Druipnat komen de moedigste skiërs en snowboarders uit de mist de berg af. Maar vannacht moet de regen sneeuw worden en zou de temperatuur naar -7 graden moeten zakken. Dat betekent: fris genoeg om sneeuw bij te maken. 'Verre van ideaal, want het is te nat. Terwijl kunstsneeuw zo droog mogelijk moet zijn. Maar we gaan het wel doen, want we weten niet of we nog genoeg kansen krijgen op deze temperaturen om het seizoen vol te maken. Slechte sneeuw is beter dan geen sneeuw.'

Lemasson geeft een spoedcollege in sneeuwkunde: hoe nepsneeuw een andere structuur heeft dan natuurlijke, over de thermische en mechanische eigenschappen van een sneeuwlaag, over de drie ingrediënten die nodig zijn om sneeuw te fabriceren: lucht, water en elektriciteit. 'Er is ook een vierde: communicatie tussen de vorige. We spelen constant met verhouding water en lucht om het type sneeuw te maken dat we nodig hebben.'

Vanuit zijn kantoor op de piste in Avoriaz behoudt Thomas Lemasson via software en gps-systemen het overzicht over het netwerk van 280 sneeuwmachines in zijn skigebied. FOTO: Panos Pictures/Mark Henley.


Het besneeuwen van een skidorp als Avoriaz, verbonden aan het Frans-Zwitserse megadomein Portes Du Soleil met 650 kilometer pistes, is een hightechonderneming. Een netwerk van 280 verbonden sneeuwmachines - 'kanon' klinkt voor Lemasson te veel als oorlog - bedekt 47 procent van de pistes met kunstmatige sneeuw. Dat is nog lang niet zoveel als andere gebieden, maar er komt een nieuwe uitbreiding aan die dat aandeel tot een eind boven de helft duwt.

De eerste installaties kwamen er begin jaren negentig. De jongste tien jaar werd intensief bijgebouwd en stegen de investeringen snel tot in totaal bijna 17 miljoen euro. 'Een rechtstreekse reactie op de klimaatverandering', zegt Lemasson. Zodra het in november koud genoeg is, gaan de waterpompen en de sneeuwmachines 24 uur per dag aan om het gebied klaar te krijgen tegen de opening half december. In een goed jaar volstaat die basislaag voor drie vierde van de productie voor een heel seizoen. Maar dit jaar is geen goed jaar.

'Tien jaar geleden deden we maar wat. Dan was het om ter meeste sneeuw spuiten. Dat kunnen we ons niet meer permitteren', zegt Lemasson. Vandaag wordt met de hulp van gesofisticeerde technologie tot op de centimeter juist gespoten. De machines die de pistes platrijden, beschikken over gps- en radarsystemen die de sneeuwlaag in 3D in kaart brengen. Die informatie gaat in een softwaresysteem waarmee Lemasson als een luchtverkeersleider het overzicht bewaart vanuit de controlekamer. Maar handwerk blijft belangrijk: op het terrein zijn constant sneeuwtesters in de weer om de kwaliteit van de productie te voelen.

Indoor op 2.000 meter

De manieren om sneeuwzekerheid te garanderen worden steeds inventiever, en wanhopiger. Eind december zette Montclar Les 2 Vallées een helikopter in om in tachtig vluchten sneeuw te laten aanrukken. Deze week deed Luchon  Superbagnères in de Franse Pyreneeën hetzelfde. In Tignes, nochtans het gebied met een van de langste seizoenen in de Alpen, zijn er plannen voor een indoorpiste op 2.000 meter.

Ook snowfarming rukt op: doorheen de zomer sneeuw onder een dikke laag zaagsel bewaren om die te gebruiken bij de start van het winterseizoen. Het Italiaanse bedrijf TechnoAlpin bracht onlangs zijn Snow Factory op de markt, een installatie ter grootte van een maritieme container die zelfs bij positieve temperaturen sneeuw kan maken. Een ander dorp van Portes Du Soleil kocht er een, maar Lemasson is geen fan. 'Ze slurpt te veel energie voor erg matige sneeuw.'

Je zal steeds meer skibestemmingen zien die zich in de markt zetten als ecologisch en klimaatneutraal.
Robert Steiger, econoom

Het gebruik van water voor kunstsneeuw, opgepompt uit reservoirs, ligt lokaal gevoelig. Daarom wil Lemasson geen vlok te veel produceren. 'Als aan het einde van het seizoen witte plekken in het gras overblijven, hebben we niet goed gewerkt. Een piste moet op natuurlijk wijze sterven op 15 april. Dan is het weer aan de koeien.' De ironie wil dat Avoriaz in het dialect van de Haute-Savoie zoveel betekent als 'cela ne vaut rien'. De grond is niets waard. Boeren lieten er hun dieren niet grazen net omdat het er te vaak sneeuwt. Lemasson, grinnikend: 'Op een grond die niets waard is, hebben sommigen hier toch een stevig fortuin verdiend.' 

Volgens de econoom Robert Steiger, die aan de universiteit van Innsbruck in Oostenrijk de impact van het klimaat op het wintertoerisme bestudeert, zullen de investeringen in kunstsneeuwinfrastructuur alleen toenemen. 'De skiër wil perfecte condities om goed te glijden. Met alleen natuurlijke sneeuw is het niet haalbaar pistes te creëren die ook veel skiërs aankunnen. Dat betekent dat skiën wellicht nog duurder wordt, want de uitbaters zullen de stijgende kosten willen doorrekenen. Ze kunnen wel proberen meer zomerse activiteiten aan te boren, maar dat levert hooguit 5 à 10 procent van de winterinkomsten op.'

Steiger suggereert dat het ook tijd is voor een moreel debat over de duurzaamheid van de wintersport. Aan de Duitstalige kant van de Alpen woedt het volop. De productie van kunstsneeuw vreet energie, die op haar beurt meer CO2 uitstoot. Een nog grotere boosdoener is het toeristentransport vanuit heel Europa. 'Je zal in elk geval steeds meer skibestemmingen zien die zich in de markt zetten als ecologisch en klimaatneutraal.'

Maar het is niet zo dat de volgende generaties niet meer kunnen skiën, zegt Steiger. Ook Chaix zet dat doemscenario weg als mediapraat. 'We zullen nog decennialang skiën. Niet meer overal, maar boven 2.000 meter blijft het sneeuwen.
Al zijn er boven op de economische en meteorologische onzekerheden nog vraagtekens. Skiën wordt minder populair bij jongeren en er komt meer concurrentie uit andere delen van de wereld. De skigebieden zullen dus andere dingen moeten doen dan alleen skipistes uitbaten. De vraag is wat.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud