Nederland bouwt Tesla voor de binnenschipper

©omega architects

Het Nederlandse Port-Liner gaat elektrische binnenvaartschepen inzetten tussen Nederland en België. Een wereldprimeur. Europa trekt voor het project 7 miljoen euro uit. Ook Antwerpen geeft steun.

Als alles zoals gepland verloopt, wordt in augustus het eerste volledig elektrisch aangedreven binnenschip ter wereld in de vaart genomen. Daarna staan er nog tien op de planning.

‘We bouwen vijf kleine en zes grote elektrische schepen’, zegt Ton van Meegen, de directeur van Port-Liner, het Nederlandse bedrijf dat de schepen in de vaart brengt. Voor de ontwikkeling en de bouw van de zes grote schepen trok Europa 7 miljoen euro subsidie uit.

55 miljoen
investering
De investering in zes grote elektrische schepen, inclusief laadpalen en batterijen, bedraagt 55 miljoen euro.

Het eerste kleine schip wordt ingezet tussen Budel - aan de Belgisch-Nederlandse grens - en de Antwerpse haven. Het is 52 meter lang en 6,7 meter breed en kan 24 20 voetcontainers en 425 ton bulklading aan boord nemen.

‘De vijf kleine schepen kunnen op alle Kempense kanalen in België worden ingezet’, zegt van Meegen. Ze worden uitgerust met een grote lithiumbatterij, een accupakket ter grootte van een 20 voetcontainer, waarmee ze 15 uur kunnen varen.

Vier uur opladen

De zes grote emissieloze containerschepen - 110 meter lang en 11,4 meter breed - kunnen 270 containers aan boord nemen, vijf hoog. Zij hebben vier batterijen op het dek, goed voor 35 uur varen.

Bij aankomst op de containerterminal kunnen de ‘batterijcontainers’ omgewisseld worden of worden opgeladen. Dat laatste duurt vier uur.

De laadruimte van de schepen zou 8 procent groter zijn dan die van vergelijkbare schepen. De grote schepen zullen worden ingezet tussen de havens van Rotterdam, Amsterdam, Antwerpen en Duisburg.

Liefdadigheidsinstelling

De eerste vijf kleine en de eerste twee grote schepen worden eind 2018 in vaart gebracht. Van Meegen: ‘Tegen het tweede kwartaal van 2019 willen we alle elf schepen operationeel hebben. Port-Liner heeft plannen om nog vier grote schepen te bouwen.’

We bouwen elf elektrische schepen en plannen er nog vier.
Ton van Meegen
directeur Port-Liner

Alle schepen zijn al verhuurd aan grote verladers, logistieke groepen en grote containerrederijen. ‘Anders gaan we ze natuurlijk niet bouwen’, zegt van Meegen. ‘We zijn geen liefdadigheidsinstelling.’

Behalve die van het Tilburgse bedrijf GVT Logistics - dat de vijf kleine schepen voor lange termijn heeft gehuurd - wil van Meegen geen namen van huurders noemen. ‘Dat moeten die bedrijven zelf maar doen.’

‘De zes grote schepen vergen een totale investering van 55 miljoen euro, inclusief laadpalen, aansluitingspunten, logistiek, 48 batterijcontainers... Het schip alleen al kost 3,5 miljoen euro per stuk.’ Daarbovenop komt nog eens 7,5 miljoen euro aan investeringen in de vijf kleine schepen van 1,5 miljoen euro elk.

Nederlands initiatief

Port-Liner is een volledig Nederlands initiatief. De elektrische ontwikkeling gebeurt door het scheepselektrobedrijf Werkina uit Werkendam. De schepen worden gebouwd en afgewerkt op de scheepswerven Gelria in Nijmegen en Asto Shipyard in Raamsdonksveer. Het ontwerp is van het Nederlandse Omega Architects.

Wie achter Port-Liner schuilgaat, wil van Meegen liever niet kwijt. ‘Het is een Nederlands familiebedrijf’.

Bouwt het scheepvaartland Nederland de Tesla  voor de binnenvaart? ‘Je kan het zo noemen’, glimlacht van Meegen. ‘Port-Liner heeft 2,5 jaar aan de ontwikkeling van het elektrische binnenschip gewerkt. Het unieke is dat de accu’s in containers zitten en dat we ze kunnen verwisselen en of via de stekker aan wal kunnen opladen. Als de waterstof eraan komt, kunnen we ook containers met waterstof aan boord zetten. Terwijl de basis van het schip identiek blijft. De energiebron is inwisselbaar.’

Zonder schipper

De schepen worden zo gebouwd - ‘het zou dom zijn om het niet te doen’ - dat ze autonoom kunnen varen. Zonder schipper. ‘Maar voorlopig is autonoom varen op de meeste waterwegen onmogelijk.’

23.000
ritten
De vijf kleine e-boten maken 23.000 vrachtwagenritten overbodig.

Van Meegen - die met zijn eigen bedrijf al 40 jaar met vallen en opstaan in de binnenscheepvaart actief is - noemt de nieuwe 100 procent elektrische vaartuigen slechts een druppel op een gloeiende plaat. ‘Europa telt 7.300 binnenschepen. Daarvan zijn er 5.200 eigendom van Belgische en Nederlandse schippers. Wij bouwen elf elektrische schepen.’

Om de elektrificatie van de binnenvaart een boost te geven, gaat Port-Liner aan ‘retrofitting’ doen. Daarbij kunnen schepen met dieselmotoren worden omgebouwd tot elektrische vaartuigen.

De e-powerboxen van Port-Liner kunnen dan door schippers geleasd worden. Van Meegen: ‘Wij leveren volledige pakketten om dat te doen.’

Fors minder CO2

Port-Liner becijferde dat de zes schepen 18.000 ton CO2 per jaar minder uitstoten dan vergelijkbare dieselaangedreven binnenschepen.

Is elektrisch varen niet veel duurder dan op diesel? Van Meegen: ‘Nee hoor. Het Nederlandse studiebureau Panteia rekende uit dat de kostprijs van elektrisch varen ongeveer identiek is aan varen op diesel.’

Naast de 7 miljoen euro subsidies van Europa, stopt ook de Antwerpse haven geld toe. ‘Port-Liner is een van de zeven projecten die we de komende drie jaar steunen, omdat het om duurzame mobiliteit gaat’, zegt woordvoerster Annik Dirkx. ‘Elk project krijgt 200.000 euro. We steunen de ontwikkeling van de vijf kleine schepen die ingezet worden tussen de terminal De Kempen in Zuid-Nederland en Antwerpen. Dankzij de e-binnenschepen sparen we 23.000 vrachtwagenritten uit.’

Spoor

De Antwerpse haven verwerkt jaarlijks bijna 100 miljoen ton goederen die via binnenschepen aan- en afgevoerd worden. Van de 214 miljoen ton maritieme overslag wordt 37 procent af- en aangevoerd via de binnenscheepvaart. Iets meer dan de helft gaat via trucks en slechts 8 procent via het spoor.

Vorig jaar werd op de Belgische binnenwateren 70 miljoen ton aan goederen vervoerd. Daarmee werden 10.000 vrachtwagenritten per dag vermeden. De CO2-uitstoot van de binnenvaart wordt drie tot zes keer lager geschat dan die van het wegvervoer.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content