Overheid draait op voor bergingskosten Flinterstar

De Flinterstar ©BELGA

De Belgische overheid zal de berging van het gezonken vrachtschip Flinterstar moeten betalen. De Nederlandse reder heeft 'afstand gedaan' van het schip dat als 'total loss' wordt beschouwd.

De Nederlandse rederij Flinter heeft afstand gedaan van zijn schip Flinterstar dat dinsdagmorgen in aanvaring kwam met de drie keer grotere gastanker Al Oraiq. Het schip ligt lekgeslagen op een zandbank voor de kust van Zeebrugge en is reddeloos verloren, 'perte totale' of total loss. Daardoor moet de oeverstaat in wiens water het schip ligt, de kosten van de berging betalen. In die geval is dat België. Hoeveel de berging zal kosten is voorlopig onduidelijk maar het gaat volgens experten om ettelijke miljoenen euro. Mogelijk kan de overheid wel een deel recupereren bij de reder of bij de verkoop van het staal.

De Flinterstar ligt momenteel nog altijd half onderwater en lekt op verschillende plaatsen olie. Vooraleer het schip kan worden geborgen moet het eerst worden leeggepompt. Dat zal mogelijk enkele weken in beslag nemen want om de olie - naar schatting een 500 ton - te kunnen overpompen moet ze eerst verwarmd worden en daar is speciale apparatuur voor nodig.

Verwacht wordt dat het schip nog ettelijke weken op de zandbank zal liggen. Het Nederlandse Smit is aangesteld als berger. Die zal het schip mogelijk in stukken moeten zagen vooraleer om het te kunnen wegslepen. Over de oorzaak van de ramp - beide schepen hadden loodsen aan boord - is nog geen duidelijkheid. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content