reportage

Als De Lijn je levenslijn is

©Rik Van Puymbroeck

De Lijn haalt elke dag het nieuws, maar wie haalt de bus nog? De Tijd stapte op in het Limburgse dorpje Jeuk en reed, bus na bus, tot aan de kust. Eindhalte Zonnebloem. ‘Als de chauffeur een zware voet heeft, haal ik mijn trein misschien nog.’

Dit is het verhaal van een reis die 37 euro kostte, 15 uur en 34 minuten duurde en langs De Plezante Hoek, Eddy Merckx, kapsalon Istanbul en café Aubisque leidde. Van heel Vlaanderen dat langs het raam van de bus passeert. Dit is het verhaal ook van een reis die niemand maakt.

Maar waarom dan? Nieuwsgierigheid is het enige antwoord. En waarom vanuit Jeuk? Een vinger reisde eerst de kaart af, oostwaarts, zoekend naar de mooiste dorpsnaam. Ooit stond hun voetbalploeg aan de leiding en in Het Belang van Limburg verscheen toen de onvergetelijke titel: ‘Jeuk aan de spits.’ Je moet ergens vertrekken.

Dag 1, 8u54. Jeuk ©Rik Van Puymbroeck

Doel is Dode Man, de andere kant van de kaart, vlekje bij het West-Vlaamse Houtem. Je moet ergens aankomen.

O ja, nog iets. Onderweg in dit verhaal komt buschauffeur Henk aan woord. Zo heet Henk niet echt. Henk kan ook een vrouw zijn. Maar Henk, een pseudoniem dus, is wel echt een van de 16 chauffeurs op onze route. Maar zoek hem niet. De Lijn heeft 5.480 Henken. En nog eens 2.000 Henken rijden bij privéfirma’s voor De Lijn.

3 uur voor 9 kilometer

Ik download de app van De Lijn en check welke bus ik in Jeuk moet nemen om de dichtstbijzijnde stad te bereiken. Dat is Sint-Truiden. De app is hard: 3 uur en 12 minuten rekent die uit. Google je die afstand, dan zie je 9 kilometer.

Schrijven dat ik me moet inhouden om het stuk te voet te doen, durf ik niet. Mensen die me kennen, lezen dit. Maar 3 uur en 12 minuten over 9 kilometer? Als ik om 8.54 uur op bus 421 stap, blijf ik erover piekeren. Dit is een vakantiedag, de dienstregeling daardoor beperkt, maar toch. Is de vakantie niet hét moment voor een uitstapje? Met de bus, bijvoorbeeld.

Tsssssss. Het sissen van de bus als de deuren openen, hoort bij de soundtrack van lang geleden. We rijden naar Waremme, nadien zal Hannuit het doel zijn. Het landschap is mistig. De wegen zijn rustig. De mensen zijn dat ook. We rijden de taalgrens over. De mensen blijven rustig. Alleen ik twijfel als ik om 9.09 uur afstap aan het station van Waremme. Waar moet ik heen?

Volgens de app zou ik 212 meter moeten stappen naar een andere bushalte. ‘Pas du tout’, zegt een mevrouw die haar hond uitlaat. ‘De bus naar Hannuit vertrekt op dezelfde plek.’ Dat is me aan dit glazen hok niet duidelijk. Een infobordje ligt op de grond. Over een halfuur moet ik bus 128 naar Hannuit hebben.

Ik koop de krant, zie een titel - ‘Alkense veeboer verliest 151 koeien door runder-tbc’ - maar lees niet verder. De route zit in mijn hoofd. Moet ik nu echt naar Sint-Truiden? De app tekent een route Hannuit-Antwerpen, via Landen, Tienen en Aarschot: om 10.57 uur vertrekken, om 16.08 uur aankomen in de grote stad. Als we dat nu eens deden.

Hier is Henk. ‘Ik begrijp het niet’, zegt die. ‘Er zijn zoveel mensen zonder werk en er zijn zoveel vacatures bij De Lijn. Toch vinden ze geen technisch personeel. Dat kan alleen betekenen dat ze te weinig betalen.’

Henk is zelf geen klager. Hij is eind veertig, werkt sinds enkele jaren als buschauffeur en verdient netto tussen 1.650 en 1.800 euro per maand. ‘Dat vind ik mooi. Ik zit de hele dag in een warme bus. Metsers moeten voor datzelfde geld een hele dag buiten werken.’

Henk rijdt op meer dan dertig routes. Die kent hij allemaal uit het hoofd. Van een gps is geen sprake. ‘Tijdens de opleiding reden we zes dagen met andere chauffeurs mee. Ik volgde aandachtig. De volgende dagen reed ik al die routes nog eens met mijn auto.’

Henk rijdt goed en Henk is vriendelijk. Hij hoopt van de passagiers hetzelfde. ‘Op honderd mensen zeggen er vijf goeiedag. Daar moet je wel tegen kunnen.’ Hier, in Wallonië, valt het op. Het regent vriendelijkheid. ‘A demain chauffeur.’ Maar meestal nog eenvoudiger: ‘Merci chauffeur.’

Eigen Doening

‘Je bent niet de eerste die dit doet’, zegt Thomas Van de Vreken, woordvoerder van De Lijn, later. ‘Een Japanse tv-ploeg deed het ooit in drie dagen. En toen de 65-plussers nog gratis reden, belde een man uit Hasselt me. Hij wilde naar zee en vroeg het makkelijkste traject. Dat hij met de trein sneller zou zijn, interesseerde hem niet. Hij reed liever met de bus. Hij is in één dag heen en weer gereden. En heeft op de dijk een koffie gedronken.’

Dit is geen snelheidswedstrijd, maar een uur duurt lang in Hannuit. De kermis is nog niet open en één koffie is wel genoeg in de met roze simililederen banken aangeklede Brasserie L’Anton. Maar daar is bus 127, stipt vier minuten later dan de app had voorzien.

Voor de 58-jarige Dominique is het de verbinding tussen Bertrée, waar ze woont, en de winkels. ‘Vandaag moest ik in Hannuit zijn, maar met de bus geraak ik ook in Landen en Luik. We mogen niet klagen. Elk uur is er een bus. Meer heb ik niet nodig. Maar zonder bus kwam ik nergens.

Ik ben twee uur en een kwart onderweg en passeer een bordje met ‘St-Trond 19’. Ik zal het vandaag niet zien, het wordt de route Landen, Tienen, Aarschot, Herentals, Antwerpen. Iemand leest ‘L’écume des jours’ van Boris Vian. ‘Sneeuw’, het mooie boek van Orhan Pamuk met het beste busbegin, kon ook. ‘De reiziger bij het raam was meteen na het vertrek begonnen gretig om zich heen te kijken, in de hoop nieuwe indrukken op te doen’, schreef hij.

©Rik Van Puymbroeck

Een huis dat ‘Eigen Doening’ heet zegt dat ik weer in Vlaanderen ben. In Landen neem ik bus 346 naar Tienen. Passeren: Connie Snacks, Eurochicken, een Lourdesgrot, bejaarden die distels afsnijden voor hun konijnen, een bordje met ‘Aanmaakhout te koop’, dansschool Dans Je Fit, nog een Lourdesgrot en café Den Offerblok.

Zware voet

Henk: ‘Je moet je smartphone niet tonen. De controleurs moeten maar controleren of je betaald hebt.’ Dat heb ik gedaan. Via de 4411-app, handig: voor 1,80 euro rijd je een uur. Alleen op de TEC-bussen van Waremme naar Hannuit en naar Landen lette ik even niet op en betaalde telkens 3,50 euro per rit. Dominique, daarnet in Hannuit, had geen smartphone. En alle oudere mensen (het aantal wandelstokken turf ik niet, maar het zijn er veel) steken hun abonnement omhoog. Gratis rijdt niemand meer. Ook de 83-jarige Marcel Van Goidsenhoven die in Meensel-Kiezegem op de bus tussen Tienen en Aarschot is gestapt, heeft zo’n jaarabonnement. Hij rijdt naar Antwerpen. ‘Als de chauffeur een zware voet heeft, haal ik mijn trein in Aarschot’, zegt hij.

Marcel houdt zijn horloge in de gaten en is beroepsmisvormd punctueel: zijn hele leven was hij uurwerkmaker. Vanavond is hij om 17.15 uur weer thuis, dat heeft hij zijn vrouw beloofd. In Antwerpen moet hij op drie ‘posten’ zijn en zoals altijd combineert hij bus en trein. Vroeger deed hij alles met de fiets. ‘Zelfs naar Bredene. En toen ik 71 was nog naar de Muur van Hoei. Over 22 hellingen. Lastig? Je mag ook 22 keer bergaf, hè.’

Eddy Merckx, net als Marcel in Meensel-Kiezegem geboren, heeft hij nooit gekend. Ook zijn eigen vader amper. Marcel is een oorlogswees en zijn dorp kent een zwarte geschiedenis. ‘Mijn vader was nochtans geen actieve weerstander. Maar wel een Belg. En als je toen nog maar een boterham gaf aan een onderdrukte, was je verdacht. Hij is opgepakt en weggevoerd naar het concentratiekamp van Wöbbelin.’

Omdat zijn vader wegviel, moest Marcel al snel een stiel leren. Zo werd hij uurwerkmaker. En daarom zit hij dus nu in de bus, op weg naar wat onderdelen in Antwerpen. ‘Ik rijd graag met de bus. Maar wat ik niet begrijp, is dat ze in de stelplaats in Tielt-Winge zo weinig voorzieningen hebben. We gaan daar subiet stoppen. Dan komt er een nieuwe chauffeur. Soms sta je er drie kwartier stil. Soms in de regen. En er is vooral geen toilet. Voor ons, mannen, is dat op te lossen. Maar een vrouw? Ik heb De Lijn een brief geschreven. Die verwees naar de gemeente. Toen schreef ik een brief naar de gemeente. Die verwees naar De Lijn.’ Om 13.15 uur zijn we in Aarschot, net te laat voor Marcels aansluiting.

Ik kan beter te laat aankomen dan te vroeg.
Henk
buschauffeur

Henk: ‘Ik hou de tijd in de gaten. Ik wil niet te laat vertrekken en niet te laat aankomen. Al is dat met het verkeer, zeker in steden, onvoorspelbaar. Maar je kan beter te laat komen dan te vroeg.’ Dat is een doordenker, maar dan denk je aan de Japanse treinmaatschappij die zich via Twitter excuseerde omdat één trein 20 seconden te vroeg was vertrokken. ‘Als je als reiziger op tijd bent, maar de bus is al voor jou weg...’

Praten en zuchten

We doorkruisen de Kempen, met bus 305 van Aarschot naar Herentals. Langs de Dellenweg en een koffiehuis waar we Jan Bakelants onlangs spraken. Je rijdt toch door je eigen verleden. Ongewild vang je een gesprek op van een koppel. Zij praat, hij zucht. Drie losse zinnen: ‘Al die huizen in snelbouw, dat kan toch niet goed zijn. (...) Die vrouw met haar pet denkt zeker dat ze nog 16 is. (...) We zijn er weeral vanaf.’

Vlugger gaat de tijd vanaf Herentals met de snelbus naar Antwerpen. Hij vertrekt om 14.25 uur, richting Rooseveltplaats, langs haltes Vispluk, Voetbalterrein en Gebroken Loop. De bus is redelijk vol, in Massenhoven gaan we de E313 op en is het tijd voor het middagdutje. Ogen vallen dicht, monden open, hoofden naar voor, naar achter, naar links, naar rechts. Al die slapers missen De Oude Pik op de Turnhoutsebaan. Er is maar één zekerheid: aan de Rooseveltplaats moeten we eraf.

12u12 Tienen ©Rik Van Puymbroeck

Zekerheid? Daarvoor moesten we hier zijn. ‘Aangepaste openingsuren Lijnwinkel’, zegt een briefje tegen een ouderwets hok. Maar zelfs na drie keer lezen en checken ben ik zeker dat ik hier binnen die aangepaste openingsuren sta. Voor een gesloten deur. Hoe ik van hier naar het Waasland moet, wil ik weten. Geen bord, geen papier maakt het duidelijk.

Een collega van Henk is behulpzaam. ‘Om de hoek is perron 24. Daar moet je bus 36 naar Linkeroever nemen. En van daar de tram richting Burcht.’ Het perron is een paal op het voetpad. De 36 zou hier om 15.17 uur moeten zijn. En om 15.37 en 15.57 uur. Voor het eerst komt het busje niet zo. Voor mij is dat niets, ik ben toerist. Mijn bus komt wel, zij het met tien minuten vertraging op deze rustige vakantiedag. Wie wil, kan dat een vooruitgang noemen.

Wat de collega van Henk vergat, is dat bus 36 me in Linkeroever afzet en de chauffeur de eindhalte is en dat ik aan de overkant aan halte Hof ter Schelde op een andere 36 moet wachten. Gelukkig zegt Sandra Claus me dat wel. Zij heeft haar dagshift in het rusthuis erop zitten en neemt de bus elke dag terug naar Zwijndrecht. ‘Dat komt door de knip in de Leien. Als je niet was afgestapt, reed je gewoon terug naar de Rooseveltplaats.’

De uitleg is lang. Want soms is lijn 36 gesplitst, maar vanaf 19 uur niet meer. Je kan ook tien minuten stappen naar halte Halewijn, en daar op een van de vier trams stappen, al moet je opletten. ‘Maar een van die trams rijdt door tot in Zwijndrecht. De gemeente Zwijndrecht heeft nu zelf een busdienst voorzien.’

Voor haar is dat een weetje, maar haar dagelijkse rit met De Lijn richting werk is soms ook ondoorgrondelijk. ‘Ik heb al veel mails gestuurd naar De Lijn. Normaal zou de bus er om 6 uur moeten zijn, maar vaak komt die dan een halfuur te laat. Volgens mij omdat die mannen rustig een koffie drinken. En dan ben ik te laat op het werk.’

Busje controleurs

Hallo Henk? ‘Wat me nochtans stoort aan De Lijn is dat ze heel streng zijn voor de chauffeurs. Bijna elke maand is er een lijst met nieuwe ontslagen. Als iemand met alcohol betrapt is, begrijp ik dat. Maar je moet wel heel erg opletten. Ik had net een weekje verlof gehad. Er waren werken aan een van de haltes en je kon niet op de busplaats zelf stoppen. Het is een halte waar acht lijnen komen. Er stond een man of tien en niemand deed teken naar mij. Dus ik reed door. Ik was er maar net voorbij toen ik hoorde roepen en fluiten, maar ik kon niet meer terug.’ Twee haltes verder kreeg Henk een oproep. ‘Blijkbaar reed net toen een busje met controleurs achter me. ‘Waarom ben je niet gestopt, Henk?’ Dat komt in je verslag.’

Ik strand vanavond in Gent. Dat lijkt snel, maar ik ben hier via Sint-Niklaas en Lokeren geraakt, zat in de bus naast een mevrouw die bij Wibra drie paar sloffen voor samen 6 euro aan de kant liet zetten (‘tot volgende week, dan heb ik weer geld’) en naast een andere vrouw met een uit haar mouw piepende tattoo. Nog net de laatste letters waren leesbaar: ‘...ACHT FREI’. Op de bus zat niemand in pak, niemand met een Ray-Ban-zonnebril, niemand met De Tijd onder de arm. Met geen enkele krant overigens. Het is 19.45 uur. Ik zou nog tot in Deinze kunnen geraken, maar breng de nacht toch maar hier door.

©Mediafin

Jeugdherinneringen

Ochtend in de container/Lijnwinkel. ‘Hoe geraak ik met de bus in Houtem?’ De app heeft me de route van Gent naar Veurne getoond: Gent-Deinze, Deinze-Kortrijk, Kortrijk-Menen, Menen-Ieper, Ieper-Veurne. Het doel is om 13.55 uur daar te zijn en dan naar Houtem te rijden. ‘Helaas,’ klinkt het, ‘het is vakantie. Misschien kan je wel de Belbus nemen. Maar daar ben ik niet zeker van.’ Ik koop De Tijd en lees het werk van een collega: ‘De Lijn fors duurder dan zes jaar geleden.’

Dag 2, 09u04. Gent ©Rik Van Puymbroeck

Bus 77 neemt de Kortrijksesteenweg, steenweg met uitzicht op jeugdherinneringen van glurende oogjes naar rood verlichte ramen en speelgoedwinkel Belintra. Krap drie minuten hebben we over om in Deinze over te stappen op de 75. Haltes heten nu Overwinning, Garage Peugeot en Standbeeld. En door borden met Sas Pils weet je dat je in West-Vlaanderen bent. Henk kent niet alle haltes uit het hoofd, en die vreemde namen komen meestal van de zijstraat die op de hoofdweg uitkomt. Of door een gebouw. In Rondom, editie Leuven, stond het vorige week nog: ‘Het verdwenen volkscafé Pie De Nijper in Kessel-Lo leeft voortaan verder als de nieuwe naam van de bushalte ‘Wilselsesteenweg’ van De Lijn.’

In de bus hangt een waarschuwing: ‘Eten en drinken verboden op de bus. Bij overtreding volgt een boete.’ Henk: ‘In het weekend en ’s avonds zijn de mensen meestal vriendelijker. Je mag niet eten of drinken, maar zelf zeg ik niets. Ik vermijd problemen. Natuurlijk hoor ik soms over agressie op de bus. Maar eerlijk? Soms ligt het ook aan de chauffeurs. Er zijn ongelooflijk lompe boeren die met de bus rijden en het uitlokken.

Hebbes: de bus die te vroeg vertrekt. Eén minuut. Die minuut die ik te traag afleg om - volgens de app - 412 meter wandelend te overbruggen tussen halte Spoorweglaan en perron 21. Schuld van De Lijn? Of schuld van mijn lijn? Maar door die bus te missen verandert alles. Plots kan ik beter bus 60 richting Roeselare nemen. En dan via Diksmuide en Nieuwpoort naar Veurne.

In Heule is er een frituur waar je tattoos kan laten zetten. Aan halte Vijfwegen stopt de chauffeur na een oproep en gaat zijn hele bus afspeuren op zoek naar een vergeten iPhone. Tevergeefs. Iets verder draait hij terug, getipt door een passagier: misschien is dit wel een nieuwe route voor hem. Een jonge vrouw stapt in Lendelede af. Op haar zwarte sweatshirt staat in witte letters: ‘Euh, je m’en fous.’ Ik zie café Aubisque. De Pyreneeën liggen in Eernegem.

Dag 2, 11u59. Roeselare. ©Rik Van Puymbroeck

Op het stationsplein van Roeselare valt echt op hoe gekleurd Vlaanderen is geworden. Dat is ook al in de bus opgevallen. Eens buitenkomen geeft een goed beeld. Maar soms schrik je. Een meisje met twee armen vol zelfgekraste littekens doet haar verhaal aan een jonge moeder die zonder schroom over haar drugsverslavingen, een leven in de psychiatrie in Pittem en Sleidinge vertelt. Stil word je ervan en de baby in de MaxiCosi is dat ook. Geen idee waar de bus van dat leven ooit eindigt, maar ze stappen af in Zarren en ook voor deze mensen is De Lijn de enige levenslijn met de wereld. Vakantie of niet.

Bus of the Year 2004

Aan het station van Diksmuide, het is dan 13.10 uur, stap ik samen met Christiane Tant de bus naar Nieuwpoort op. Ze is blij te horen dat mijn hart blauw-zwart klopt, zelf ging ze met haar man jarenlang naar elke thuismatch van Club Brugge.

Maar nu is ze weduwe en nu gebruikt ze de bus, een keer of drie per week, voor uitstapjes. Alleen. Christiane is 81. ‘Ik ben niet bang om te voyageren. Ik rijd naar de dijk in Nieuwpoort, heb daar mijn vaste route en mijn vaste plek waar ik koffie ga drinken. In een halfuurtje sta ik er met de bus. Zonder zou ik niet meer weg geraken.’

Henk? ‘In 2020 zou er veel veranderen bij De Lijn. Dat boezemt me wel angst in. Dan zal ik de vijftig voorbij zijn. Gaan ze ons houden? Het grote probleem van De Lijn is vooral de superslechte staat van de bussen. Gisteren reed ik er met een die 993.000 kilometer op de teller had en waar een sticker op hing: ‘Bus of the Year 2004.’ Jawel.’

Christiane brengt me op nieuwe gedachten. Waarom zou ik naar Dode Man rijden als ik gewoon naar de zee kan? En het allerlaatste stukje, in de kusttram, naast Marie-Therèse Lathouwers, Myriam Skowrolski en Thea Bertrangs kan doorbrengen. De drie vriendinnen komen uit Limburg, waar ik mijn auto een dag eerder heb achtergelaten. ‘Gisteren om 11 uur vertrokken. Twee uur later zaten we onze eerste Picon al te drinken op de dijk.’

Gisteren lijkt lang geleden, maar toen zij hun Picon dronken, zat ik in de bus bij Marcel Van Goidsenhoven, die voor drie boodschappen in Antwerpen moest zijn. Nu stap ik af aan halte Zonnebloem, in Nieuwpoort-Bad. Na 16 bussen en één kusttram. En niet één keer controle. Het is 13.55 uur en ik zie de zee. Vlak bij residentie Tiptop. Mijn rug is kapot, maar ik heb heel Vlaanderen gezien.

En vanaf nu zeg ik goeiedag aan elke Henk.

©xx

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect