‘Als ik geen Belg was, was ik nooit geslaagd in Congo'

©Tim Dirven

De Belg Vincent Bribosia, die al twintig jaar de laatste scheepswerf van Congo runt, luidt de alarmbel. ‘Dit jaar is er nog geen enkele boot besteld en is er amper verkeer op de Congostroom. De economie is stilgevallen.’

Weinig Belgen voelen de polsslag van de Congolese economie beter dan Vincent Bribosia. De 58-jarige ondernemer runt in de hoofdstad Kinshasa, aan de Congostroom, al 20 jaar de scheepswerf Chanic (Chantier naval et industriel du Congo), waar 400 werknemers rivierboten restaureren en er nieuwe fabriceren.

De Congostroom is de levensader in een onmetelijk land, waar al lang geen fatsoenlijk wegennet meer is. De rivierboten van Chanic, de laatste scheepswerf in Congo en een van de laatste in Centraal-Afrika, vervoeren niet alleen passagiers, maar ook vee, petroleum, voeding, bier en machineonderdelen voor de mijnbouw.

‘Maar anno 2019 is er amper beweging op de rivier’, zegt Bribosia, op de Brusselse hoofdzetel van Chanic, dat als industriële groep naast de scheepsactiviteit in Congo ook ingevoerd materiaal verdeelt. Bribosia is - zoals altijd - maar kort in België, dit keer om als onafhankelijk bestuurder de raad van bestuur van Texaf bij te wonen, de Belgische holding die onder meer luxevastgoed verhuurt in Kinshasa.

©Tim Dirven

‘Dat het zo kalm is op de Congostroom, toont aan dat de economie is stilgevallen’, zegt Bribosia. ‘Dit jaar kregen we nog geen bestelling binnen voor een nieuwe boot. Dat heb ik de voorbije tien jaar nooit meegemaakt. Onze industriële klanten schroeven ook hun scheepsonderhoud terug of stellen het uit. Als het zo doorgaat, komt het overleven van de scheepswerf in gevaar.’

Hoe komt dat?
Vincent Bribosia: ‘Dat heeft alles te maken met de politieke instabiliteit. Industriëlen stopten hun investeringen vorig jaar al in het vriesvak omdat er lang onduidelijkheid was over de datum van de presidentsverkiezingen. Wij voelen dat. Gewoonlijk mikken we voor al onze activiteiten samen op 30 miljoen dollar jaaromzet, dit jaar mogen we blij zijn als we daar 60 procent van halen.’

Mobutu

U wou dit interview pas geven na de Congolese presidentsverkiezingen van eind vorig jaar. Hoe hebt u die beleefd?
Bribosia: (plant zijn vinger in het midden van een kaart van Congo) ‘In moeilijk bereikbare dorpen denken sommigen zelfs dat Mobutu nog leeft. Om maar te zeggen: er zijn bitter weinig communicatiemiddelen, de alfabetiseringsgraad is heel laag en in grote delen van het land is er zo goed als geen elektriciteit. In zo’n context democratische verkiezingen organiseren, ligt niet voor de hand. Sommigen stemmen op wie hun een pet of een T-shirt geeft. Bovendien is controle op de kiesverrichtingen onbegonnen werk. Hoe ga je dat doen, in de onbereikbare brousse?’

Hoe schat u de nieuwe president, Félix Tshisekedi in? De kritiek luidt dat hij niet de visionair is die Congo nodig heeft en dat hij geen voeling heeft met het land, omdat hij lang in België heeft gewoond.
Bribosia: ‘Dat las ik ook, maar dat is nog geen reden om hem niet het voordeel van de twijfel te gunnen. De kleur van de kat doet er niet toe, zolang ze maar muizen vangt. Ik wil hem beoordelen op zijn realisaties.’

Wat moet de regering-Tshisekedi prioritair aanpakken?
Bribosia: (zonder aarzelen) ‘De informele economie, die de voorbije vier à vijf jaar fors groeide. Op 90 procent van alle industriële activiteit ontvangt de Congolese staat geen belastinginkomsten. Er zijn steeds minder formele investeerders. De meeste Belgische ondernemers zijn vertrokken. (voorzichtig) En niet-Europese groepen - nee, ik noem geen nationaliteiten - werken niet volgens onze waarden, wat ons grote problemen bezorgt.’

Op welke manier hebt u last van die niet-Europese groepen?
Bribosia: ‘Het gaat om oneerlijke concurrentie. Die buitenlandse bedrijven betalen geen sociale lasten in Congo, geen invoerrechten voor hun grondstoffen en geen belastingen. Dat is onhoudbaar. Omdat wij onze 400 werknemers wel volgens de regels van de kunst betalen, zitten we met relatief hoge sociale lasten. We betalen ook een fortuin aan elektriciteit, terwijl we er dikwijls geen hebben en ook veel moeten uitgeven aan de olie voor onze eigen generatoren.’

‘Goed geschoold personeel vinden is ook een nachtmerrie. We vinden zo goed als geen lassers, elektriciens en mecaniciens. Zelfs als de overheid nu fors in onderwijs investeert, is het nog één generatie wachten op beterschap.’

NGO's

Niet-Europese groepen vormen oneerlijke concurrentie. Ze betalen geen sociale lasten, geen invoerrechten en geen belastingen.

Hoe lost u dat gebrek aan inzetbaar personeel op?
Bribosia: ‘Door het zelf op te leiden. Maar dat kost, opnieuw, een fortuin. Bovendien houden we van de tien mensen die we opleiden er misschien een of twee over. In Kinshasa is de oneerlijke concurrentie van niet-gouvernementele organisaties ook een groot probleem. Het gaat om een grote business. De meest capabele krachten werken liever voor die ngo’s, omdat ze een chauffeur of secretaresse twee keer meer kunnen betalen dan de privésector.’

In hoeverre is de belabberde logistieke infrastructuur een handicap?
Bribosia: (diepe zucht) ‘Logistiek bezorgt ons voortdurend hoofdbrekens. De weg naar de haven van Matadi is in zeer slechte staat en werd net nog afgesloten na zware regenval. Terwijl wij bijna alle scheepsonderdelen invoeren. Soms staan onze containers met materiaal twee, drie maanden stil in de haven.’

‘De nieuwe regering moet investeren in betere wegen. Als je 100 kilometer weg aanlegt, krijg je onmiddellijk een kettingreactie. Boeren kunnen hun gewassen verkopen in de stad. De steden moeten minder voeding invoeren uit Zuid-Afrika. Lokale bewoners verdienen meer en kunnen makkelijker hun kinderen naar school sturen.’

©Tim Dirven

Bent u na 20 jaar, ondanks alle moeilijkheden, nog altijd verliefd op Congo?
Bribosia: ‘Jazeker. Ma vie est là. Mon coeur est là. Ik heb een sterke emotionele band met de scheepswerf. Elke keer als we een schip te water laten, is het feest. Onlangs voer ik mee op een gerenoveerde mythische pousseur (die niet-gemotoriseerde bakboten duwt, red.) bij de inhuldiging. Overal stonden mensen te zwaaien met vlaggetjes en te applaudisseren. Ondanks alle miserie behouden de Congolezen hun joie de vivre.’

‘Wist je dat de ervaren kapiteins op de Congostroom nog altijd oude Belgische kaarten gebruiken? Op elke pagina van die enorme registers tekenden ze ankerpunten, een boom of een ruïne, om te kunnen navigeren. Die vindingrijkheid, dat is toch fantastisch? De Congolezen trekken altijd hun plan.’

Het valt op in het hele gesprek. Hoewel Bribosia scherp is voor het politieke wanbeheer spreekt hij vol liefde, vaak zelfs met overslaande stem, over het land en de Congolezen. ‘Ik woon in een van de authentiekste huizen’, zegt hij, wijzend naar een foto van een hagelwitte, statige koloniale villa, omgeven door palmbomen. ‘Het is een voormalig Brits consulaat, schuin tegenover de scheepswerf, een historische site van 1 hectare.’

De Luikenaar streek er voor het eerst neer op 24 april 1999. ‘Die datum vergeet ik nooit, het was mijn eerste bezoek aan zwart Afrika’, zegt Bribosia. Als 38-jarig kaderlid van de Generale Maatschappij was hij uitgestuurd om het zwaar verlieslatende filiaal Chanic te verkopen.

‘Er woedde een burgeroorlog. Op de luchthaven werd ik omringd door mannen met kalasjnikovs, soldaten van Laurent-Désiré Kabila (de vader van de vorige president Joseph Kabila, red.). Het was verschrikkelijk. De scheepswerf lag zo goed als stil, net als alle industriële activiteiten. De Congostroom was met militaire barrières in drie verdeeld en was in de praktijk niet meer bevaarbaar. In die tijd was Chanic nog actief in Senegal, Ivoorkust, Rwanda en Burundi, maar het was bijna overal verlieslatend.’

Mythische Congostroom

Toch besliste u Chanic zelf te kopen en in Congo te blijven. Waarom?
Bribosia: ‘Ik had altijd gedroomd van de mythische Congostroom. Toen ik hem eindelijk zag, was dat een coup de foudre. C’était mon destin. De Chanic-site is industrieel erfgoed. De Britse ontdekkingsreiziger Henry Stanley liet er eind 19de eeuw zijn eerste boten op het water. We hebben er zelfs zijn tweede boot teruggevonden.’

Hoeveel hebt u voor Chanic betaald?
Bribosia: ‘Dat herinner ik me niet. Sowieso te veel, zoals altijd. Wij - mijn toenmalige vennoot Pierre Baucher en ik - konden geld lenen bij Bank Degroof om de groep te kopen. Maar de sanering verliep moeilijk. Er werkten 2.500 mensen, wat een fortuin kostte. Ik moest duizenden mensen laten afvloeien en om dat sociaal plan te financieren veel activa verkopen, in Congo en andere landen. Vandaag bezit de Congolese staat 40 procent van de aandelen.’

Vlot dat, samenwerken met de overheid?
Bribosia: ‘Het is niet evident, omdat de gesprekspartners dikwijls wisselen. Dat de Congolese staat niet investeert, is een handicap. Dat wordt een probleem. Onlangs wou ik een kapitaalverhoging doorvoeren, maar de Congolese staat volgde niet.’

In Congo moet je als ondernemer veel verdienen als het goed gaat, om te kunnen blijven bestaan als je geld verliest.

Die heeft de middelen niet?
Bribosia: ‘Jawel, maar niet noodzakelijk daarvoor. Dat is een groot probleem, omdat het onze groei afremt en een hypotheek legt op de toekomst van de site. Ik heb nog geen oplossing gevonden. Pas op, we hebben vele goeie jaren gekend, hé. Tot 2012, 2013 kenden we tien jaar een regelmatige groei, van 30 à 40 procent per jaar. Daarna stabiliseerde dat. Vandaag is het dramatisch. In Congo moet je als ondernemer veel verdienen als het goed gaat, om te kunnen blijven als je geld verliest.’

Is corruptie nog altijd zo’n probleem?
Bribosia: ‘Absoluut. We grijpen weleens naast openbare aanbestedingen omdat we weigeren daaraan mee te doen. Ambtenaren zetten industriëlen onder druk. Ze creëren bijvoorbeeld een vals fiscaal dossier en vragen je te betalen. Dat overkomt ons de hele tijd. Elke keer weer moet je onderhandelen of naar een rechtbank stappen. Dat kost veel managementtijd.’

Demografie

Blijft u geloven in het potentieel van het land?
Bribosia: ‘Het antwoord op die vraag schuilt in de demografie. Over 20 à 30 jaar heb je in Europa 450 miljoen inwoners, met een gemiddelde leeftijd van 51 jaar. In sub-Sahara-Afrika 2,5 miljard, met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar. Op middellange termijn lijdt het geen twijfel: als ondernemer moet je in Congo zijn.’

‘Ik heb wel alles wat ik in België geleerd heb aan de kant moeten schuiven. Je kan niet blijven hangen in het intellectueel carcan dat je aan onze universiteiten hebt meegekregen. Je moet veel geduld hebben, van Afrika houden en er voor lange termijn blijven. En je moet openstaan voor nieuwe opportuniteiten.’

‘Samen met andere Belgen in Congo ben ik aandeelhouder van het oudste privéziekenhuis in Kinshasa. We willen een nieuw bouwen. Door het kwalitatief zwakke aanbod is gezondheidszorg een groeimarkt. We investeren 30 miljoen dollar. De geschiedenis leerde me dat de rendementen in Congo hoog kunnen zijn, in verhouding met de risico’s. Bovendien hebben wij Belgen in Congo een competitief voordeel tegenover pakweg Fransen of Engelsen.’

Op welke manier hebben Belgen een voordeel?
Bribosia: ‘Omdat onze ingesteldheid ‘congolo-compatible’ is: we hebben een zekere souplesse, nemen onszelf niet te serieus, beschikken over een scheut surrealisme en hebben een goed gevoel voor humor. (lacht) Vooral dat laatste is zeer belangrijk in Congo.’

‘Als ik geen Belg was, was ik er nooit geslaagd. Ze gaven me een kans omdat ze blij waren dat een Belg de scheepswerf wou redden. Toen ik het doelwit van afpersers vormde, genoot ik zelfs bescherming vanuit de hoogste regionen van de Congolese politiek. Die weten dat ik er ben om te blijven. Als ik iets zeg, hoef ik dat niet op te schrijven. Ze weten dat ik het doe.’

Een goede gezondheid is belangrijk. Als een CEO van een Europees bedrijf thuiszit, blijft de boel draaien. Maar als ik een maand niet in Congo ben, is dat een probleem.

U bent ondertussen 58. Denkt u al aan uw opvolging?
Bribosia: ‘Dat begint. Het klinkt misschien raar, maar in Congo is een goede gezondheid heel belangrijk. Als je als CEO van een Europees bedrijf twee maanden ziek thuiszit, blijft de boel draaien. Maar als ik een of twee maanden niet in Congo ben, is dat een probleem. Omdat je voortdurend beslissingen moet nemen. Ik heb dat gemerkt toen ik na een knieoperatie in België een tijd niet mocht vliegen.’

‘Ik heb me altijd 100 procent gegeven voor Chanic. Ik heb geen kinderen en voorlopig nog geen opvolger, maar het begint wel steeds meer een thema te worden. Ik wil absoluut niet dat de scheepswerf samen met mij stopt.’

BIO

Luikenaar Vincent Bribosia (58) behaalde een rechtendiploma aan de Universiteit van Luik en studeerde aan de London School of Economics en de Harvard Business School.

Hij bekleedde kaderfuncties bij de Generale Maatschappij, die hem in 1999 naar Congo stuurde om het verlieslatende filiaal Chanic te verkopen. Bribosia verwierf zelf de controle over de industriële groep, met de laatste scheepswerf van Congo als kroonjuweel.

400 werknemers produceren en renoveren rivierboten in Kinshasa voor Chanic. De groep verdeelt in Congo ook ingevoerd materiaal, zoals liften en machineonderdelen voor de mijnbouw, met Lubumbashi als basis. Gemiddeld draait ze 30 miljoen dollar jaaromzet.

Bribosia is ook onafhankelijk bestuurder bij de Belgische holding Texaf, die onder andere luxevastgoed verhuurt in Kinshasa.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect