Derde van budget De Lijn naar Antwerpen en Gent

©Photo News

De Vlaamse lokale overheden krijgen een budget van 226 miljoen euro om het openbaar vervoer in de 15 nieuwe vervoerregio's te organiseren. Zo wil De Lijn meer passagiers vervoeren, al zullen reizigers vaker moeten overstappen.

'Ik verwacht heel veel vragen.' Roger Kesteloot vatte het woensdag goed samen. De topman van De Lijn moest na de persconferentie de voorzitters van de 15 nieuw opgerichte vervoerregio's uitleggen welke budgetten ze krijgen om het openbaar vervoer in hun omgeving binnenkort te organiseren.

Met het nieuwe concept 'basisbereikbaarheid', dat het parlement in april goedkeurde, wil de Vlaamse regering het openbaar vervoer in Vlaanderen efficiënter organiseren door een verdeling van het net in vier lagen. 15 nieuw opgerichte vervoerregio's mogen daarbij de onderste laag, 'het vervoer op maat', organiseren met private of lokale initiatieven, zoals belbussen, deelfietsen of taxicheques. Voor de tweede laag, het aanvullend net tussen kleinere steden en gemeenten, doet De Lijn een voorstel aan de vervoerregio, die finaal bepaalt hoe het netwerk er zal uitzien. Alleen over de derde laag, het kernnet op de grote assen, beslist de Vlaamse overheid. 

725 miljoen

De concrete uitvoering van de basisbereikbaarheid bleef evenwel vaag. De vraag van 100 miljoen was hoe De Lijn het huidige exploitatiebudget van 725 miljoen euro zou verdelen over de verschillende regio's en lagen. Het kostenmodel dat De Lijn gisteren voorstelde, schept daar eindelijk duidelijkheid in.

Basisbereikbaarheid

De Vlaamse regering wil het openbaar vervoer efficiënter en goedkoper organiseren. Met het nieuwe concept basisbereikbaarheid splitst ze het vervoernet op in vier lagen. Het treinnet van de NMBS vormt de ruggengraat. De Lijn wordt verantwoordelijk voor het 'kernnet', dat de grote bus- en tramlijnen uitbaat. Voor de organisatie van het 'aanvullend net', dat de bussen tussen kleinere steden en gemeenten omvat, mogen de lokale overheden De Lijn adviseren. De onderste laag, het 'vervoer op maat', moeten de gemeenten zelf invullen met private of lokale initiatieven, zoals belbussen, deelfietsen of taxicheques.

Daarmee kwam de Vlaamse regering tegemoet aan de klacht van veel burgemeesters dat De Lijn met niets of niemand rekening houdt. De Vlaamse vervoermaatschappij hoopt op haar beurt de lokale overheden te sensibiliseren om de doorstroming op lokale wegen, en dus de stiptheid van de bussen, te verbeteren.

Het kernnet slokt het overgrote deel van het geld op (500 miljoen euro). De vervoerregio's schuiven mee aan tafel voor een budget van 226 miljoen euro: 198 miljoen euro voor het aanvullend net en 28 miljoen euro voor het vervoer op maat.

De grote steden Antwerpen en Gent, die een duur tramnetwerk hebben, zijn goed voor een derde van het totale budget. Ook de Vlaamse Rand, Limburg (met meer dan 40 gemeenten de grootste vervoerregio) en Leuven zijn goed bedeeld. De meest afgelegen vervoerregio's Limburg en Westhoek, waar veel belbussen rijden, krijgen de grootste budgetten voor het vervoer op maat.

Opmerkelijk is dat enkele vervoerregio's voor bepaalde lagen amper of geen geld krijgen. Dat komt omdat De Lijn de beslissingsmacht over buslijnen die door verschillende vervoerregio's rijden, toegewezen heeft aan de regio waar de bus het meest kilometers maalt. De vervoerregio die de beslissingsmacht over een lijn verliest, mag alleen nog 'in tweede orde' adviseren. 'Het alternatief is dat we lijnen in twee knippen, maar dan komen er nog meer discussies', zegt Kesteloot.

Vingeroefening

Verschillende betrokkenen beklemtonen dat de berekeningen van De Lijn een eerste vingeroefening zijn. Het vervoer op maat beschikt voorlopig alleen over het budget van 28 miljoen euro voor de belbussen. Het is de bedoeling dat daar ook de 104 miljoen euro bijkomt van het leerlingenvervoer en het aangepaste vervoer voor mensen met een beperking, al is de Vlaamse administratie daarover nog aan het touwtrekken.

Eind dit jaar moeten de vervoerregio's een lokaal mobiliteitsplan uitvaardigen, waarna de basisbereikbaarheid volgend jaar van start gaat. Volgens Kesteloot laat het nieuwe systeem toe om met hetzelfde budget 7,5 procent meer reizigers te vervoeren, nog meer dan de 6 procent groei waar De Lijn eerder van droomde.

Kesteloot verwacht dat de kwaliteit van het openbaar vervoer zal toenemen, maar dat de reizigers meer moeten overstappen. 'De reistijden in het kernnet zullen verbeteren omdat we lijnen niet langer laten meanderen door verkavelingen, maar gestrekte afstanden laten uitvoeren. Dat leidt er wel toe dat reizigers vaker zullen moeten overstappen tussen het kernnet en het aanvullend net. Dat kan alleen maar als het vervoernet betrouwbaarder en stipter werkt dan vandaag. Dat betekent dat we van de vervoerraden duidelijke engagementen moeten krijgen om de doorstroming op de weg te verbeteren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect