Advertentie

Val Deense oliehandelaar eist Belgisch slachtoffer

Een schip van de omgevallen multinational OW Bunker ©BELGAIMAGE

Wiljo, een grote leverancier van scheepsbrandstof in de Antwerpse haven, vraagt bescherming tegen zijn schuldeisers. Wiljo is het eerste Belgische slachtoffer van het dubieus failliet van de Deense gigant OW Bunker vorig jaar.

In november vorig jaar werd de internationale scheepvaartwereld opgeschrikt door de val van een van de grootste leveranciers van scheepsbrandstof ter wereld, OW Bunker. De Deense multinational, in omzet het derde grootste bedrijf van Denemarken, vroeg totaal onverwacht, enkele maanden na zijn beursgang, het faillissement aan na vermeende fraude bij werknemers in zijn vestiging in Singapore.

Het faillissement zorgde voor een internationale kettingreactie. OW Bunker was met een marktaandeel van 7 procent een van de grootste handelaars in scheepvaartbrandstof (in het jargon bunkeroliehandelaars) ter wereld en leek 'to big to fail'. In de scheepsbrandstoffen markt gaan gigantische bedragen om en staan veel handelaars bij elkaar in het krijt. Het failliet had dan ook een grote impact op de bankrekeningen en activa van zowel oliegroepen, traders, leveranciers als bankiers die wereldwijd in de sector actief zijn.

Bunkeroliehandelaars bestellen ook brandstof bij elkaar en een van de Belgische bedrijven die door het failliet van OW Bunker is getroffen, is Wiljo, een middelgrote leverancier van scheepsbrandstoffen in de haven van Antwerpen met een geconsolideerde jaaromzet van circa 700 à 800 miljoen euro.

Het Antwerpse Wiljo had als tussenpersoon brandstof voor OW Bunker aan rederijen geleverd, maar kreeg na het faillissement zijn centen niet van OW Bunker. In totaal had het 10,6 miljoen dollar openstaande facturen bij de Deense groep. Bovendien had Wiljo ook voor een nog groter bedrag aan bestellingen uitgevoerd voor OW Bunker die nadien niet konden worden uitgevoerd. Wiljo had die brandstofbestellingen gedaan tegen een hoge olieprijs en kon die na het faillissement slechts verkopen aan een veel lagere prijs.

Deze week vroeg Wiljo bescherming tegen zijn schuldeisers aan en startte het bedrijf de WCO-procedure op (Wet betreffende de continuïteit van de onderneming), het vroegere concordaat.

Bij Wiljo wil men geen commentaar geven. Noch over de activiteiten, de schulden of andere resultaten. Wiljo levert scheepsbrandstof aan rederijen en doet daarbij een beroep op een 30-tal schepen tussen 1.500 en 10.000 ton. Dat zijn schepen van anderen. Die gaan zich bevoorraden bij lokale raffinaderijen of tankterminals om zeeschepen en binnenvaarschepen te 'bunkeren'. Behalve levering is het bedrijf ook actief in trading. Het bedrijf is al 35 jaar actief in Belgische en Nederlandse havens. Het beschikt naast de bunkeractiviteiten ook over een groothandel in mazout en een groot benzinestation aan de R4 in Wondelgem. De bunkeractiviteiten worden volgende week in de etalage gezet.

Op een crediteurenlijst die de Deense site ShippingWatch eind vorig jaar kon inkijken, staan een honderdtal bedrijven die grote bedragen te goed hebben van OW Bunker. Velen onder hen zijn beschermd door een verzekering, maar dat is niet altijd het geval, zegt Dimitri Pelckmans van kredietverzekeraar Atradius. In verschillende havens hebben getroffen oliehandelaren de afgelopen maanden schepen aan de ketting laten leggen om hun olie, en dus hun geld, te recupereren.  Pelckmans schat de bunkerolie die jaarlijks wereldwijd wordt verhandeld op een 400 miljoen ton.

OW Bunker boekte in 2013 nog een omzet van 17 miljard dollar en een nettoresultaat van 63 miljoen dollar. Het failliet werd vorig jaar op 7 november uitgesproken nadat de groep naar verluidt 275 miljoen dollar had verloren met speculatieve oliecontracten. OW Bunker torst een passief van anderhalf miljard dollar.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud