Advertentie

België dissonant in groeiverhaal Shurgard

België was in 2019 een dissonant met een daling van de huurinkomsten

De specialist in opslagruimtes zag de groei in 2019 in ons land haperen, in Frankrijk en Nederland stegen de inkomsten stevig.

Shurgard  , dat ene aandeel dat maandag tijdens de grootste verkoopgolf in vier jaar op de Brusselse beurs opslag kreeg, legde woensdag de resultaten over 2019 voor. Dankzij de gestage expansie sinds de beursgang krikte de specialist in tijdelijke opslagruimte de huurinkomsten 5 procent op naar 257,1 miljoen euro. 

+50%
Die ene succesvolle Brusselse IPO
Shurgard is dankzij de beloftevolle van een stevig en stabiel dividend sinds de beursgang anderhalf jaar geleden meer dan 50 procent gestegen

De netto-actiefwaarde steeg door de expansie en de boekhoudmeerwaarde op de bestaande portefeuille ook 5 procent, naar 2,26 miljard euro of 25,41 euro per aandeel.

Door de forse koersstijging sinds de beursintroductie in oktober 2018 - meer dan 50 procent - noteert het aandeel bij de huidige koers (35 euro) nu dus tegen een premie van 38 procent. Zo'n premie is niet uitzonderlijk in een klimaat waar beleggers door het beleid van de Europese Centrale Bank steeds frenetieker op zoek gaan naar eilandjes van stabiel rendement in een nulrentende oceaan

In zekere zin is Shurgard ook populair als 'vergrijzingsaandeel'. Een oudere bevolking is vaker op zoek naar een ruimte waar ze tijdelijk spullen kwijt kunnen wanneer ze kleiner gaat worden. In het jaarverslag merkt Shurgard op dat één derde van de klanten 'baby boomers' ouder dan 60 jaar zijn. Nog eens 37 procent is tussen 40 en 60 jaar oud. 

Opvallend is wel dat België, samen met Denemarken, over 2019 de huurinkomsten zag dalen. Dit in contrast met de sterke groei op de twee belangrijkste markten, Frankrijk en Nederland, terwijl ook het Verenigd Koninkrijk forse groei liet optekenen.

In de beleggerspresentatie wijst CEO Marc Oursin naar de 'tijdelijke impact van een andere unitmix' (lees: relatief veel huur van kleinere ruimtes), die intussen verholpen lijkt. In het vierde kwartaal was er weer groei. 

De brutobedrijfswinst (ebitda) steeg minder fors dan de inkomsten, met 3 procent naar 145 miljoen euro. Dit vooral door twee extra prijskaartjes vergeleken met 2018: de extra kosten als beursgenoteerde onderneming en de kosten voor aandelenopties. 

De courante nettowinst steeg 8 procent naar 107,3 miljoen euro of 1,20 euro per aandeel. Dat is de nettowinst volgens de normen van de vastgoedfederatie EPRA en houdt geen rekening met de boekhoudkundige meer- of minwaarden op de portefeuille of de rente-indekking die de eigenlijke nettowinst alle richtingen kunnen doen uitzwiepen.

Zoals beloofd keert Shurgard vier vijfde van de - courante - nettowinst uit, via een dividend van bruto 95 cent per aandeel. Merk wel op dat Shurgard Luxemburgs is: dat betekent dat zowel de Luxemburgse als Belgische fiscus 30 procent roerende voorheffing int, zodat de Belgische belegger netto slechts 46,6 cent overhoudt. In oktober keerde de opslaggroep 45 cent voorschot uit, in mei volgt het saldo van 50 cent. 

De eigenlijke nettowinst van Shurgard ligt dankzij de 80 miljoen boekhoudmeerwaarde op de portefeuille opslagruimtes hoger dan de EPRA-winst, maar zakt wel van 171 naar 149 miljoen euro. Dit ironisch genoeg door het lagere tarief voor de vennootschapsbelasting in belangrijke markten als Frankrijk, België, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Een lagere belasting is uiteraard ten zeerste welkom, maar betekent wel dat de groep een afboeking moet doorvoeren op zijn belastingskredieten aangezien er ook minder overgedragen verliezen in rekening zullen kunnen gebracht worden. 

2020

Voor 2020 rekent Shurgard opnieuw op zo'n 5 procent groei van de huurinkomsten. Zo'n 2 procentpunt van de groei zou via een betere bezetting of betere 'mix' van de bestaande opslagruimtes moeten komen, de rest van overnames. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud