E-commerce niet enig pijnpunt van winkelstraten

De winstgevendheid van de Zweedse modeketen H&M staat onder druk. De Zweedse keten wil minder huur betalen voor zijn panden. Dat heeft gevolgen voor haar huiseigenaars zoals Qrf City Retail. ©REUTERS

Het besteedbaar inkomen van de Belg vindt steeds minder zijn weg naar de klassieke bakstenen winkel in de stad. Wat is er aan de hand?

1. Opmars van E-commerce

E-commerce groeit in België met 11 procent per jaar. Vorig jaar was e-commerce goed voor 10,1 miljard euro omzet. Zelfs als de omzet van ketens alleen maar zouden verschuiven naar hun webwinkels - wat met de snelle opmars van onlinespelers als Amazon en Coolblue niet het geval is - zet dat de marges van fysieke winkels onder druk.

Winkels hebben veel vaste kosten, zoals huur en personeel. Het verlies aan omzet komt meestal harder aan in kleinere steden omdat de winkels daar al lagere omzetten realiseren. Omgekeerd is een keten door de opmars van e-commerce minder makkelijk geneigd een winkel te openen in een kleinere stad .

2. Weinig nieuwkomers

Er zijn maar weinig ketens die hun aantal winkels in België nog opvoeren. Daarvoor is de economische groei te klein. Voor de periode 2018-2020 wordt de groei geschat op 1,6 procent per jaar. Voor de financiële crisis was dat nog 2,3 procent.

De winstgevendheid van veel internationale ketens staat zwaar onder druk. Dat laat zich tot in België gevoelen.

Neem de Zweedse keten H&M. Met vijf panden is die grootste huurder van de Belgische beursgenoteerde vastgoedgroep Qrf City Retail, goed voor 16,3 procent van alle huurinkomsten. Voor een van die panden heeft H&M het contract onlangs opgezegd, voor twee andere liggen beide partijen in discussie, onder meer over de overstap naar variabele huur.

Qrf moest daardoor bij de publicatie van de eerstekwartaalresultaten 4,5 miljoen euro afwaarderen op de panden verhuurd aan H&M. Sindsdien daalde de koers van Qrf met 15 procent. Met veel aandacht wordt uitgekeken naar de halfjaarresultaten die Qrf vandaag nabeurs bekendmaakt.

Retailers die meer panden openen in België kan je op een hand tellen. De Bestseller Group breidt verder uit met zijn merken Only (acht transacties in de eerste zes maanden) en Jack & Jones (vier), zowel in shoppingcenters als in hoofdwinkelstraten. Ook Hans Anders, Undiz, VanHaren, Rituals en Kruidvat sloten elk vijf nieuwe transacties af.

3. Stadsperikelen

In tegenstelling tot in de binnenstad houden de huurprijzen in de shoppingcenters en retailparken wel stand. Ze zijn gemakkelijker bereikbaar met de auto en bieden voldoende en gratis parkeergelegenheid.

‘Je kan toch niet zeggen dat je als stad goed bezig bent als er, zoals in Gent, betalend parkeren is tot elf uur ’s avonds en om 10.30 uur nog parkeerboetes worden uitgeschreven? Dan kan je evengoed zeggen dat je als stad geen middenstand nodig hebt. Tenzij je echt de ambitie hebt om er een groot museum van te maken met veel horeca. Je zou verwachten dat politici alles doen om de mensen in de stad te houden en te krijgen. Maar dat doen de meesten niet’, zegt Boris Van Haare van Cushman & Wakefield.

4. Opdrogende pijplijn

Retailers zijn bereid meer te betalen voor een nieuw pand in een nieuw project, maar zulke nieuwe projecten zijn er steeds minder omdat ook de investeerders het slechte weer zien aankomen. Het gerenoveerde en uitgebreide Les Bastions in Doornik was het enige shoppingcenter dat dit jaar werd opgeleverd.

Alleen het project Blauw Kwartier aan de Kanaalkom in Hasselt, dat voor een belangrijke uitbreiding van de retail in de stad zal zorgen, is nog op komst.

De pijplijn is nog altijd indrukwekkend, zeker voor baanwinkels. Toch zal die ook verder afslanken. Het aantal projecten waarvoor een vergunning is verkregen droogt duidelijk op door de beperkingen die worden opgelegd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content