Advertentie

Huiszoeking bij Matexi in onderzoek naar huisvestingsmaatschappij

©Wouter Van Vooren

Het gerecht heeft een huiszoeking uitgevoerd op de hoofdzetel van Matexi, de grootste woningbouwer van ons land. Het gaat over een sociale huisvestingsmaatschappij die Matexi oprichtte en die de Vlaamse overheid miljoenen euro's kostte.

In volle coronacrisis, in oktober vorig jaar, deden speurders van de federale gerechtelijk politie een huiszoeking op de Waregemse hoofdzetel van Matexi, de grootste woningbouwer van ons land die in 2019 een omzet draaide van 472,8 miljoen euro. De speurders namen alle mogelijke documenten mee die te maken hadden met Vitare. Dat is de sociale huisvestingsmaatschappij die Matexi in 2008 oprichtte en die in 2018 in vereffening ging, waarna de Vlaamse overheid tegen een miljoenenput aankeek. Ook huidige en voormalige bestuurders die destijds te maken hadden met het dossier-Vitare kregen speurders over de vloer en werden verhoord. Het nieuws over de gerechtelijke acties raakte nog niet bekend, maar wordt nu bevestigd aan De Tijd door het parket van Oost-Vlaanderen en Matexi.

Matexi richtte Vitare op in november 2008, toen in Vlaanderen het sociale huisvestingspatrimonium zou worden uitgebreid. In januari 2009 vroeg Vitare een erkenning aan als een sociale huisvestingsmaatschappij, maar de Vlaamse regering weigerde dat. De Brusselse rechtbank erkende Vitare in oktober 2012 met terugwerkende kracht wel als een sociale huisvestingsmaatschappij. In maart 2013 sloot het Vlaams Gewest een dading waarbij Vitare zijn erkenning kreeg en afzag van een schadevergoeding. De ambities waren groot: in 22 gemeenten - in alle provincies - wilde Vitare in 2014 en 2015 sociale huisvestingsprojecten ontplooien, goed voor 1.842 woningen.

Toezichthouder

In juli 2013 kocht Vitare voor 35,4 miljoen euro gronden (in woonuitbreidingsgebied) bij zijn eigen hoofdaandeelhouder, de Matexi Group. De aankoop werd gefinancierd met leningen van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW).

Sinds 2006 moesten sociale huisvestingsmaatschappijen zulke beslissingen niet meer laten goedkeuren, maar er was wel een toezichthouder opgericht die de beslissingen kon schorsen of vernietigen. Alleen bleef de toezichthouder in dit geval lang in het ongewisse over de aankoop van de gronden.

Kort voor de aankoop van de gronden, op 21 juni 2013, had de Vlaamse toezichthouder Vitare uitgenodigd voor een eerste kennismaking. 'Door de ziekte van de directeur van Vitare en wegens de grote vakantie' ging dat gesprek pas door op 25 september 2013, nadat Vitare de gronden had gekocht van zijn eigen hoofdaandeelhouder Matexi. Tijdens die eerste kennismaking 'repte Vitare met geen woord over de gronden die het die zomer had aangekocht', getuigde de toezichthouder daarover in het Vlaams Parlement. In oktober 2013 begon Vitare de agenda’s en notulen van de raad van bestuur door te sturen naar de toezichthouder, terwijl dat vanaf de erkenning had moeten gebeuren. Later onderzoek door de toezichthouder zou aantonen dat de notulen van de raad van bestuur niet voor alle gronden aankoopbeslissingen toonden.

Matexi: 'Nog niemand in verdenking gesteld'

Matexi-woordvoerder Kristoff De Winne benadrukt dat Matexi noch de (ex-)bestuurders die al het voorwerp uitmaakten van huiszoekingen of verhoren op dit moment in verdenking zijn gesteld. 'Ik kan wel bevestigen dat de gerechtelijke autoriteiten in oktober documenten opgevraagd hebben in een onderzoek naar Vitare. Vitare en Matexi hebben er altijd naar gestreefd kwaliteitsvolle en betaalbare huisvesting te realiseren binnen de opgelegde wetgeving en transparant gehandeld samen met de Vlaamse Overheid en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen. Matexi verleent uiteraard haar volledige medewerking aan de gerechtelijke autoriteiten die dit dossier onderzoeken.'

De Winne verwijst naar een verklaring die Matexi-CEO Gaëtan Hannecart eerder aflegde over het dossier. 'Wat gebeurde met Vitare is het gevolg van de onwil van het toenmalige beleid om het monopolie van de huisvestingsmaatschappijen daadwerkelijk te doorbreken, ondanks een aantal uitdrukkelijke beloften daarover. De politieke wil was afwezig om een private onderneming daadkrachtig de mogelijkheid te bieden om mee de broodnodige woningen te helpen realiseren om tegemoet te komen aan de lange wachtlijsten voor een sociale woning.'

Het duurde tot juli 2014 voor de toezichthouder de grondaankoop in de smiezen kreeg, via de jaarrekening van Vitare voor 2013. De toezichthouder schoot meteen in actie en begon de financiële situatie van Vitare te analyseren. Vitare werd vanaf september 2014 onder verhoogd toezicht geplaatst. De toezichthouder had de aankoop van de gronden dan nog kunnen vernietigen, maar deed dat niet. In augustus 2016 was de toezichthouder klaar met zijn eerste globaal onderzoek over Vitare. Ook daarna bleef Vitare onder verhoogd toezicht staan, voor zijn financieel beheer en voor de mate waarin de wet op de overheidsopdrachten werd nageleefd.

Uitzonderlijk

Begin 2017 diende de toezichthouder een strafklacht in bij het Gentse gerecht. De toezichthouder koesterde vermoedens dat er strafrechtelijke inbreuken waren gepleegd bij de aankoop van de gronden. Later stelde de toezichthouder zich burgerlijke partij in het strafonderzoek.

Had de VMSW de aanvraag voor de lening om de gronden te kopen moeten afkeuren? Zowel het aantal aankoopdossiers, de oppervlakte van de percelen (zowat 53 hectare) als de aankoopkosten bij Vitare waren uitzonderlijk. De financiële risico’s die daarmee gemoeid waren, werden te weinig onderzocht, stelde het Rekenhof vast. Begin 2019 begon de interne auditdienst van de VMSW alle individuele lening-aanvragen en -overeenkomsten van Vitare te onderzoeken. Op 11 juni 2019 diende de VMSW een klacht met burgerlijkepartijstelling in bij het gerecht, waardoor een onderzoeksrechter de zaak zou bekijken. Maar op dat moment was al - sinds eind maart 2019 - een onderzoeksrechter op het Vitare-dossier gezet.

Bij Vitare hadden ze er dan al de stekker uitgetrokken. Door de vergunningsperikelen over de gronden bleven de bouwprojecten uit en had Vitare te weinig inkomsten om de leningen van de VMSW terug te betalen. Bovendien had de Vlaamse regering in 2017 een decreet goedgekeurd dat een minimumschaal van 1.000 sociale huurwoningen zou opleggen aan elke sociale huisvestingsmaatschappij. Vitare wilde nog gronden verkopen en fuseren met een andere sociale huisvestingsmaatschappij, maar dat lukte niet. Op 27 april 2018 beslisten de aandeelhouders Vitare vroegtijdig te ontbinden.

Door de vereffening van Vitare moest de VMSW een waardevermindering boeken van 22,9 miljoen euro. Hoe diep die schuldenput aan het einde van de rit zal zijn, hangt af van de waarde van de resterende gronden. Daarover bestaat discussie tussen Matexi en de afdeling vastgoedtransacties van de Vlaamse overheid. Of het parket van Oost-Vlaanderen na dit gerechtelijk onderzoek iemand zal vervolgen, valt af te wachten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud