interview

‘Biovoeding is een luxeproduct voor de middenklasse'

©Alexia Mangelinckx

Binnenkort staan onze tafels weer vol exquise gerechten. Bij voorkeur gemaakt met biologische of ambachtelijke producten. Maar volgens de Nederlandse voedselexpert en dwarsdenker Louise Fresco is geïndustrialiseerde landbouw de toekomst. ‘We verlangen naar een verleden dat nooit heeft bestaan.’

Stel: u mag kiezen tussen een ambachtelijk, handgekneed, biologisch meergranenbrood of een goedkoop, wit supermarktbrood. De kans dat u voor het tweede kiest, is klein. Terwijl we eigenlijk dolblij moeten zijn dat er massaal geproduceerd, goedkoop fabrieksbrood bestaat. Omdat we daar miljarden mensen mee kunnen voeden. Het is maar een van de prikkelende stellingen waarmee Louise Fresco (62) de wereld graag confronteert.

De Nederlandse landbouwexperte, ex-bestuurder bij Rabobank en het Brits-Nederlandse consumentengoederenconcern Unilever, is in ons land geen klinkende naam. Bij onze noorderburen maakt Fresco al jaren furore. Haar boeken zijn bestsellers en met haar tegendraadse stellingen is ze een graag geziene televisiegaste. In haar columns voor NRC Handelsblad fileerde ze pas nog het jongste klimaatboek van de Canadese activiste Naomi Klein.

Fresco’s recentste boek, ‘Kruisbestuiving’ is een bundeling van columns en essays over een van haar favoriete thema’s: de kracht van de kunst voor de wetenschap. ‘Kunst voedt een capaciteit om over grenzen heen te kijken, en daar draait wetenschap ook om’, stelt Fresco.

Alsof een wetenschapper beter wordt in zijn vak door een passie voor kunst...
Louise Fresco: ‘Kunst dwingt je alleszins om meer lagen te zien, zet je op andere denksporen ook. En dat is heel belangrijk voor elke wetenschapper. Bovendien geeft kunst vorm aan angsten die in de maatschappij leven. Als wetenschapper moet je alert blijven voor de ontdekkingen in andere vakgebieden. Ik wil dat onze studenten dat ook zijn. Aan de Universiteit van Wageningen, waar ik sinds de zomer voorzitter ben, ga ik een extra criterium toevoegen waarop het onderwijzend personeel wordt beoordeeld: hun bijdrage aan het maatschappelijke debat.’

Het probleem is dat er amper nog exacte wetenschappers in de politiek zitten.

Is zo’n brede kijk niet aartsmoeilijk in tijden van megaspecialisatie en moordende publicatiedruk?
Fresco: ‘Dat is inderdaad een punt van zorg. Maar wij hebben het voordeel dat hier honderd nationaliteiten studeren. We koesteren dat interculturele contact omdat het ook een vorm van anders kijken is. Je moet je eigen zekerheden durven te ondergraven. De tijd is voorbij dat een wetenschapper enkel kan neerdalen uit zijn ivoren toren om een spectaculaire ontdekking wereldkundig te maken. Hij moet weten welke angsten in de maatschappij aanwezig zijn. Als je die onderschat, heeft wetenschap geen enkele zin. Al moet de samenleving ook begrijpen dat niet al haar angsten gefundeerd zijn. De ironie nu is dat de generaties die het meest van de wetenschappelijke vooruitgang profiteerden het meest wantrouwend staan tegenover de wetenschap. Alsof we het geloof in wetenschap als motor van de vooruitgang zijn kwijtgeraakt. Kijk naar het debat over genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) in Europa.’

Is het niet goed dat er over zoiets delicaats als voedselveiligheid wordt gediscussieerd?
Fresco: ‘Ik juich het debat toe, maar het mag ons niet verlammen. En dat is net wat er gebeurt. Geen enkele politicus waagt zich aan ggo’s. De European Food Safety Authority (EFSA), een adviesorgaan van onafhankelijke experts, gaf al verschillende keren groen licht aan aanvragen voor ggo-onderzoek. Maar door een gebrek aan politieke moed keuren de lidstaten die niet goed en blijven de adviezen in de lade liggen.’

‘Het probleem zit eigenlijk dieper. Er zitten amper nog exacte wetenschappers in de politiek. Onze politici hebben amper voeling met nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen zoals ggo’s en wijzen ze af, uit angst voor het onbekende. Maar zo trekken de bedrijven en de beste onderzoekers wel naar de Verenigde Staten en naar Singapore. Het ergste is: we hollen onze capaciteit uit om te beoordelen wat andere landen doen rond ggo’s. Als we straks allerhande ggo’s uit China invoeren, wil ik wel weten waar we het over hebben.’

‘Ik vind Europa veel te conservatief. Honderden miljoenen Amerikanen eten al jaren genetisch gemodificeerde soja en mais, en er zijn geen aanwijzingen dat ze gezondheidsrisico’s lopen. We zijn ook niet consequent, want ondertussen voeren we wel heel wat Amerikaans voedsel in dat ggo’s bevat.’

Ggo’s hebben de perceptie tegen, als een monsterverbond van multinationals en wetenschappers.
Fresco: ‘Het ggo-verhaal is destijds heel ongelukkig begonnen, met herbicidetolerante soja en mais van Monsanto. Die combinatie van een multinational met grootschalige landbouw en chemicaliën, was de slechtst denkbare public relations. Maar ik mis vooral nuance.’

©Alexia Mangelinckx

‘Neem nu het verwijt dat ggo’s boeren de facto in de armen van de agro-industrie duwen. Dat is niet correct. Neem golden rice, rijst met een ingebracht gen dat vitamine A produceert. Een gebrek aan vitamine A maakt heel wat kinderen in het Zuiden blind. En vitamine A-pillen zijn voor velen te duur. Golden rice is dus een hele vooruitgang en bovendien een mooi voorbeeld van een publiek-privaat consortium: de bedrijven laten de patenten aan het publieke domein, zodat alle arme landen ervan kunnen profiteren. De boeren kunnen de zaden ook naar de volgende oogst overdragen zodat ze die niet telkens opnieuw moeten kopen. Soms bieden ggo’s echt een oplossing voor een probleem dat we anders niet zouden kunnen aanpakken. En dan moet je niet aarzelen. Denk aan transgeen katoen in India, een spectaculair voorbeeld. Via genetische manipulatie maakt een ingebrachte bacterie de katoenplant bestand tegen insecten. Als insecten van de katoenplanten eten, gaan ze dood. Die Indiase boeren zijn dolgelukkig, want ze gebruiken sindsdien spectaculair minder pesticiden, hebben minder kosten en veel betere opbrengsten.’

Waarom wekken ggo’s zo’n afkeer bij de doorsnee-Europeaan?
Fresco: ‘Dat heeft alles te maken met onze oerangst voor het hybride, voor het monster. De Europese kunstgeschiedenis puilt ervan uit. Denk aan de monsters in ‘De tuin der lusten’, het beroemde schilderij van Hiëronymus Bosch. Ggo-onderzoekers hebben dat sentiment in de samenleving onderschat omdat ze het niet wisten. Maar met een beetje perspectief, een beetje kennis van de kunstgeschiedenis hadden ze dat geweten.’

U hebt ook een broertje dood aan ons gedweep met kleinschalige en biologische landbouw?
Fresco: ‘Omdat biovoeding nu eenmaal een luxe is die alleen de welvarende middenklasse zich kan permitteren. Het is goed dat het bestaat, maar het is niet meer dan een niche. Daarmee kunnen we nooit onze wereldsteden voeden. Kijk: als je geen kunstmest maar dierlijke mest gebruikt, moet die ergens vandaan komen. Je hebt dus extra land nodig om koeien te laten grazen. Dankzij de hoogproductieve intensieve landbouw hebben we minder land nodig voor ons voedsel dan vroeger en wonnen we natuurgebieden terug in Europa. Als we al ons voedsel biologisch willen, hebben we zes keer zoveel land nodig. Een erg beperkende factor, zoveel land hebben we hier niet. Als het op voeding aankomt, krioelt het van de tegenstrijdige doelen in onze maatschappij.’

Als planten straks zelf mest stoffen worden, heb je geen kunstmest industrie meer nodig.

Is ambachtelijk gemaakt voedsel niet beter?
Fresco: ‘Onze nostalgie naar een verleden waarin voedsel ‘ambachtelijk’ was, is valse romantiek. We koesteren heimwee naar een mythisch verleden dat nooit heeft bestaan. Voor de komst van de intensieve, gemechaniseerde landbouw was het boerenleven keihard in Europa. In het Zuiden is dat nog altijd zo. Alleen met machines en meststoffen kunnen ze hun productiviteit daar gevoelig opkrikken.’

‘Ondertussen willen wij koeien die vrolijk in de wei lopen en een boer die alles met de hand maakt, maar tegelijk willen we ook goedkoop vlees. Het is de rol van de wetenschap om de afwegingen te schetsen. Wil je meer met de hand gemaakte, ambachtelijke voeding? Dan heb je meer land en meer arbeidskrachten nodig. En dan wordt voedsel een pak duurder. Omgekeerd: wil je dat alles heel goedkoop blijft, dan heeft dat gevolgen voor het dierenwelzijn. Als we de intensieve kippenhouderij in de Lage Landen zouden verbieden, moeten we logischerwijs massaal kippen invoeren uit Oost-Europa of India. Terwijl we dan helemaal niets meer weten over de productieomstandigheden. Willen we dat? Bij voedsel is iets zelden goed of slecht op zich, alles draait om afwegingen. De wetenschap moet die schetsen, de politiek moet knopen doorhakken. Alleen zijn onze politici niet moedig.’

Ondanks al uw kritiek bent u een onversneden vooruitgangsoptimist.
Fresco: ‘Niet enkel omdat doemdenken een luxe is die we ons gewoonweg niet kunnen veroorloven. Maar vooral omdat het wetenschappelijk gewoon niet valide is. De voorbije vijftig jaar is de wereldbevolking verdubbeld en toch is het aantal beschikbare calorieën per hoofd met een kwart gestegen. Dat is uitsluitend te danken aan de verbetering van de landbouw. In geen enkele sector steeg de productiviteit zo spectaculair. We kunnen de wereld gewoon niet voeden zonder intensieve landbouw. Alleen al met de bestaande productietechnieken kunnen we nog zoveel meer doen. Kijk naar de boeren in de Sahel in West-Afrika. Hun opbrengsten zijn van hetzelfde niveau als die van ons in de middeleeuwen. Los van die technieken zitten er ook interessante nieuwigheden aan te komen.’

Welke?
Fresco: ‘Het is mogelijk om vis te kweken aan land, in grote bassins, en ze te voeden met insecten. We onderzoeken dat al. Insecten kan je perfect gebruiken als veevoer, dat een ontzettend belangrijke handelsstroom is geworden. Bovendien kan je insecten kweken op afvalstoffen, je hebt er dus geen voedsel voor nodig. Nog interessanter zou het zijn om eiwitten en omega-vetzuren die we nu uit vis halen, voortaan rechtstreeks uit algen te halen.’

Hoe zal de voedselproductie er in de toekomst uitzien?
Fresco: ‘Een van de interessantste denksporen - onze Heilige Graal, zeg maar - is fotosynthese, het basisproces van alle leven op aarde. Planten gebruiken zonlicht om voedingsstoffen te produceren. Maar dat gebeurt evolutionair op een heel inefficiënte manier. Planten gebruiken maar een paar procent van het zonlicht. Stel je eens voor dat je dat kan verbeteren. We weten al dat sommige planten dat beter zouden kunnen. De opname van stikstof in planten is een gelijkaardig verhaal. Stikstof zit natuurlijk in kunstmest, maar ook gewoon in de lucht. Er zijn planten die via symbiose met een bacterie die stikstof direct uit de lucht kunnen halen. We doen daar al vrij lang onderzoek naar. Dat is allesbehalve gemakkelijk, maar wel spannend en potentieel geweldig ontregelend. Want als planten straks zelf meststoffen worden, heb je geen kunstmestindustrie meer nodig.’

Louise Fresco (62) is geboren in Meppel, in het zuidwesten van de Nederlandse provincie Drenthe. Ze studeerde landbouwkunde en werkte als onderzoekster aan een academische carrière. Van 1997 tot 2006 was ze bij aan de slag bij de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), eerst als onderzoeksdirecteur op het landbouwdepartement, daarna als adjunct-generaal. Sinds1 juli is ze voorzitster van de raad van bestuur van de de Universiteit van Wageningen, een van ’s werelds meest gereputeerde landbouwuniversiteiten. Fresco is columniste van NRC Handelsblad en schreef talloze non-fictieboeken. Haar recentste boek, ‘Kruisbestuiving’, is een verzameling columns en essays. Het draait rond de wisselwerking tussen kunst, wetenschap en technologie.

‘En er zit nog een revolutie aan te komen. De toekomst schuilt in het aan- en uitschakelen van individuele genen die al aanwezig zijn in planten. Dankzij de ontrafeling van het DNA van planten weten we steeds beter welk gen waarvoor dient. Maar sommige ‘knopjes’, genen die bijvoorbeeld eiwitten en ijzer zouden kunnen aanmaken, staan om evolutionaire redenen uitgeschakeld. Als je die opnieuw aanzet, maak je de voedingswaarde van die planten natuurlijk een pak interessanter. Maatschappelijk is zoiets wellicht ook veel aanvaardbaarder dan ggo’s, omdat je dan niet langer genen van buitenaf binnenbrengt in een plant. Straks hebben we ggo’s misschien niet eens meer nodig.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect