reportage

‘De toekomst is aan de precisielandbouw'

©Tim Dirven

De Roundup-boete van 2 miljard dollar voor Bayer maakt het opnieuw duidelijk: pesticiden zijn in de verdrukking. De Belgische boeren doen er alles aan om hun gebruik te reduceren. Met de hulp van satellietbeelden, drones en gps-gestuurde tractoren.

‘Kijk, deze plantjes krijgen bloemen. Eind juni kunnen we de erwten oogsten’, zegt JeanMarc Pirard terwijl de agro-econoom Guillaume Fraipont met een drone poseert voor onze fotograaf op een veld in het Waalse Geer. De erwten belanden na de oogst in de fabrieken van Ardo, het bedrijf van de familie Haspeslagh dat jaarlijks voor meer dan 1 miljard euro diepvriesgroenten verkoopt in Europa, de VS en daarbuiten.

De plantjes wiegen in de wind en de zon schijnt in een bijna wolkeloze blauwe hemel. Alles lijkt vredig, maar nog niet zo lang geleden kregen de plantjes dodelijke pesticiden over zich heen. Eigenlijk staan we op een slagveld van dode insecten en afgestorven onkruid en schimmels.

Sluipende moordenaar. Dat etiket krijgen pesticiden steeds meer op zich gekleefd. Deze week veroordeelde een volksjury in Californië de Duitse chemiereus Bayer tot 2 miljard dollar boete. Bayers beruchte pesticide Roundup heeft ertoe geleid dat een Amerikaans koppel landbouwers kanker heeft gekregen, oordeelde de jury. In eerdere zaken kreeg Bayer al boetes van 78 en 80 miljoen euro. De kans is groot dat meer rechtszaken volgen.

Roundup  in België

In ons land is Roundup veruit de populairste onkruidverdelger in de landbouw. ‘Maar in de volledige groep pesticiden bedraagt het marktaandeel slechts enkele procenten’, zegt professor Pieter Spanoghe (UGent).

Boeren gebruiken Roundup meestal voor ze groenten zaaien, om de grond onkruidvrij te maken. Een alternatief is ploegen, maar dan is er risico op erosie. Roundup is populair omdat het relatief goedkoop is en het onkruid tot aan de wortel vernietigt.

‘De kans dat er resten Roundup in onze voeding zitten is bijna onbestaande’, zegt Spanoghe. ‘Roundup wordt nooit op groene planten gespoten.’

Vooral consumenten waren grote afnemers van Roundup. ‘Ze waren goed voor 30 tot 50 procent van de verkoop’, zegt Spanoghe. Afgelopen najaar werd de verkoop aan consumenten verboden. Landbouwers mogen het middel wel nog gebruiken.

 

Pesticiden zitten in de verdrukking. Daarom proberen Belgische bedrijven en landbouwers het pesticidegebruik drastisch terug te dringen. Met succes. Vergeleken met 1990 is het gebruik met de helft gedaald. Ook Pirard draagt zijn steentje bij. Op het veld erwten worden aanzienlijk minder pesticiden gespoten dan enkele jaren geleden. Pirard is de directeur van Apligeer, een groepering van honderd boeren die bijna exclusief aan Ardo leveren. Zijn organisatie zet drones in om het pesticidegebruik te doen dalen.

‘Dankzij onze technologie moeten we bepaalde delen van onze velden nooit besproeien met pesticiden’, zegt hij. Dat is radicaal anders dan vroeger. Als toen een ziekte werd vastgesteld op een deel van het veld, kreeg het hele areaal de volle lading pesticiden. ‘We kunnen heel gericht sproeien omdat we de velden fotograferen met drones. Zo brengen we in kaart waar de zwakke plekken zitten.’

Babyvoeding

Op basis van de luchtfoto’s maakt Apligeer kaarten vol kleuren. Hij toont er ons enkele. Roze delen moeten veel pesticiden krijgen, blauwe weinig of zelfs geen. ‘De kaarten laden we op in de boordcomputers van onze tractoren. Die rijden over het veld en dankzij gps-signalen weet de tractor waar hoeveel moet worden gesproeid, tot op 2 centimeter precies. De boer moet dus niet tussenkomen.’

Velden die Pirard op deze manier besproeit, hebben 10 procent minder pesticide nodig. ‘Dat is erg veel in absolute hoeveelheden.’

Pirard en zijn coöperatie doen al die moeite omdat hun klant Ardo groenten willen verwerken waarin geen residu van pesticiden meer zit. ‘Dat betekent dat de groenten maximaal tien deeltjes residu per miljard deeltjes mogen bevatten. Ter vergelijking: dat is de norm voor babyvoeding’, zegt Pirard. ‘De normen voor volwassenen variëren per soort, maar ook die zijn verwaarloosbaar en compleet onschadelijk.’ 75 procent van de groenten van Ardo is al ‘residuvrij’.

Voor elke dronevlucht moeten we een nieuwe vergunning aanvragen. De wetgeving helpt ons dus niet bepaald vooruit.
Jean-Marc Pirard
Directeur van Apligeer

De verdere uitrol van de dronetechnologie moet het pesticideverbruik verder terugdringen. Er is nog werk aan de winkel. ‘Onze boeren hebben samen 8.000 hectare veld, en we hebben in twee jaar tijd 300 hectare in kaart gebracht met de drone. Dat willen we elk jaar verdubbelen.’

Eenvoudig wordt dat niet. Werken met drones is omslachtig en tijdrovend. ‘Voor elke vlucht moet mijn collega Guillaume een nieuwe vergunning aanvragen’, zegt Pirard. Als hij de drone voor onze fotograaf lanceert, crasht hij al na vijf seconden. ‘We kunnen hem voor jullie niet echt laten vliegen, omdat we dan dus een vergunning moeten aanvragen’, zegt Pirard. ‘De wetgeving helpt ons dus niet bepaald vooruit.’

Daarom bekijkt hij ook alternatieven. ‘We werken ook met satellietfoto’s, al zijn die minder nauwkeurig. En we beginnen met een test waarbij we camera’s monteren op de tractoren. Als die onkruid zien, spuit de tractor meer pesticiden.’

Ziektebericht

Drones, satellietfoto’s, camera’s. Ook Raf De Vis heeft ze overwogen in zijn Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver. De 500 tuinders die lid zijn van zijn onderzoeksinstelling leveren hun groenten vooral aan BelOrta, de grootste fruit- en groenteveiling van België. De Vis gelooft minder in de technische snufjes. ‘In de toekomst worden ze wellicht belangrijk, maar nu schieten ze nog tekort. De kwaliteit van drone- en satellietbeelden laat nog vaak te wensen over. Camera’s herkennen onkruid niet of te laat. Er is nog veel onderzoekswerk nodig voor die systemen op punt staan.’

We gaan continu op zoek naar groenterassen die minder snel ziek worden, en dus minder pesticide nodig hebben.
Proefstation voor de Groenteteelt

Zijn organisatie heeft meer basic oplossingen. ‘Want ook bij ons is de tijd al lang voorbij dat het volledige veld de volle lading pesticiden kreeg.’ Het Proefcentrum maakt elke week een soort weerbericht met welke ziektes in de velden aanwezig zijn. Via BelOrta krijgen de leden een sms als ze tot actie moeten overgaan. Zo kunnen boeren gerichter sproeien. ‘We gaan ook continu op zoek naar groenterassen die minder snel ziek worden en dus minder pesticide nodig hebben.’

‘Kijk hier’, zegt zijn collega Luc De Rooster even later in de velden. We zien een rij groenteplantjes zonder onkruid eromheen. ‘Ze zijn met een gps-gestuurde machine gezaaid. Ze liggen op één rechte lijn, met een afwijking van maximaal 2 centimeter. Onze mechanische onkruidwieders weten exact waar de plantjes staan en waar ze dus niet mogen snijden. We hebben geen pesticide tegen onkruid meer nodig.’ Even verderop test het Proefstation netten die over plantjes gespannen zijn. ‘Die houden insecten weg, zodat we opnieuw minder pesticiden nodig hebben.’

Bedrijven en landbouwers moeten heel wat geld investeren in de daling van het pesticidegebruik. Een gps-gestuurde tractor kost snel 15.000 euro, een drone 8.000 euro. ‘Maar we sparen kosten omdat we minder pesticiden nodig hebben. En de opbrengst stijgt’, zegt Pirard. De telers van BelOrta krijgen een vergoeding als ze duurdere, maar resistentere zaden gebruiken.

Ook druk van de consumenten en de supermarkten moedigt bedrijven aan hun gebruik te beperken. ‘We doen dit ook voor ons imago. De heisa over Roundup doet ons geen deugd’, zegt Pirard. ‘Alles wordt op een hoopje gegooid. De boeren doen veel inspanningen, maar dat erkennen de mensen niet.’

©Tim Dirven

Overheidsduwtje

‘Het is fantastisch dat bedrijven zoals Ardo hightech inzetten om het pesticidegebruik te verminderen’, zegt Pieter Spanoghe, hoogleraar aan de Universiteit Gent en een specialist in pesticiden. ‘Dit soort precisielandbouw is de toekomst.’

Al gaat het in Vlaanderen langzaam. ‘Dat komt omdat die nieuwe technieken veel geld kosten. Boeren schakelen traag over. Ze investeren aan het begin van hun carrière 50.000 tot 100.000 euro in een sproei-installatie en gebruiken die dan dertig jaar. Ze hebben de middelen niet om alles zomaar te vernieuwen. De overheid geeft hen helaas geen duwtje in de rug. Door fusies en overnames in de boederijsector financieel aan te moedigen kan ze boeren de schaal geven om hun materiaal te vernieuwen, en zo het pesticidegebruik verder te verminderen.’

Helemaal geen pesticiden meer inzetten is volgens Spanoghe onrealistisch. Zeker als we de groeiende wereldbevolking willen voeden. ‘Elk jaar komen er ziektes bij, en die moeten worden bestreden. Wat is het alternatief? Een grote akker vol vruchten omploegen als een ziekte uitbreekt? We mogen het kind niet met het badwater weggooien.’

Maar mensen hoeven zich geen zorgen te maken over mogelijke schadelijke gevolgen, zegt hij. ‘Door de negatieve berichtgeving wordt een amalgaam gemaakt. De emotie wint het vaak van de feiten. De huidige regels voor het gebruik van pesticiden zijn erg streng. De voedselveiligheid is gegarandeerd.’

Ook het effect op het milieu is miniem. ‘Pesticiden zijn schadelijk, maar niet als ze in beperkte dosissen worden gebruikt. Het is bewezen dat de wetgeving garandeert dat dieren - van vogels, vissen tot aardwormen - niet worden beschadigd door pesticidegebruik in België. Belgische boeren gebruiken echt niet te veel pesticiden. De controles zijn uitgebreid. Bestrijdingsmiddelen zijn duur. En wie de regels aan zijn laars lapt, krijgt strenge straffen.’

Gebruik van pesticiden halveert op Vlaamse akkers

De Vlaamse boeren spuiten drastisch minder pesticiden op hun akkers. Tussen 1990 en 2015 halveerde het gebruik tot 3,2 miljoen kilogram, leren cijfers van de Universiteit Gent.

Omdat kilo’s niet alles zeggen, ontwikkelde hoogleraar Pieter Spanoghe, die zich specialiseert in pesticiden, een index die rekening houdt met de giftigheid van de gebruikte middelen. ‘Niet alle pesticiden zijn even toxisch. Van het ene middel volstaat één druppel om een hele vijver dood te maken. Van het andere heb je daar meerdere kilo’s voor nodig.’

Het goede nieuws is dat de Seqindex de afgelopen jaren scherp is gedaald, wat de impact op het milieu verkleint.

Kan het pesticidegebruik nog verder dalen? Spanoghe denkt van niet. ‘In twintig jaar tijd is er een enorme revolutie geweest. Maar de jongste jaren stabiliseert het aantal kilogram pesticiden dat boeren gebruiken.’ Hij verwacht dat het gebruik stabiel zal blijven of licht zal stijgen.

De reden is dat heel wat krachtige middelen worden verboden. Van de minder krachtige middelen moeten de telers grotere hoeveelheden gebruiken, of ze moeten ze vaker spuiten. ‘De krachtige middelen moet je één of twee keer gebruiken, de minder krachtige tot zes keer. Als je met die factoren rekening houdt, is het effect van beide hetzelfde.’

Sowieso varieert het pesticidegebruik van jaar tot jaar. ‘We merken dat het ene jaar wat meer wordt gebruikt en het andere wat minder. Dat heeft te maken met het weer. Als het droog is, moeten telers anders pesticiden spuiten dan als het nat is.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect