Fiscale claim tegen AB InBev ondanks belastingdeal

Na de belastingperikelen verhuisde AB InBev twee jaar geleden al de top van zijn aankoopdirectie van ons land naar Zwitserland. ©Photo News

Op 287 miljoen euro winst moest de biergigant AB InBev vijf jaar lang amper 4 procent belastingen betalen in ons land. Maar de belastingconstructie komt nu vrijdag voor de Brusselse rechtbank van eerste aanleg.

Ondanks een belastingdeal die AB InBev in ons land kon sluiten, kruist de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) voor de fiscale rechtbank in Brussel de degens met de grootste bierbrouwer ter wereld . De ‘ruling’ van 2012 liet AB InBev toe om vijf jaar lang, van 2011 tot en met 2015, maar 11,2 miljoen euro belastingen te betalen op meer dan 287 miljoen euro winst.

De zaak gaat over Ampar, de vennootschap die AB InBev in november 2011 oprichtte in ons land. Ampar zou fungeren als een centrale aankoopdienst voor materialen die AB InBev wereldwijd nodig heeft. Dankzij de belastingdeal moest de biergroep geen belasting betalen op 80 procent van de winst die bij Ampar zou toestromen.

30,44 miljoen
Belastingen
Voor de twee eerste boekjaren dat AB InBev van de Belgische belastingdeal kon genieten, claimt de BBI 30,44 miljoen euro aan belastingen.

Nog geen twee jaar later, in oktober 2014, liet de BBI van zich horen. De afdeling in Brugge liet AB InBev in een bericht weten dat zijn dochterbedrijf Ampar meer vennootschapsbelasting moest betalen, zowel voor het aanslagjaar 2012 als voor 2013.

Al de volgende maand lekte de belastingtwist uit in De Tijd. Dat gebeurde kort nadat Luxemburg door het LuxLeaks-schandaal ook in opspraak was gekomen voor het sluiten van extreem lucratieve belastingakkoorden met multinationals. De AB InBev-affaire toonde aan dat ook ons land zulke lucratieve belastingdeals of ‘rulings’ sloot met grote bedrijven.

Zwitserland

AB InBev-topman Carlos Brito wees er al gauw na het uitlekken van de belastingdiscussie op dat AB InBev helemaal niets illegaals had gedaan. Hij bracht ook de duidelijke boodschap dat zijn bedrijf stabiliteit nodig had om hier te blijven investeren. ‘Een overheid moet dat beseffen’, klonk het scherp in een interview met De Tijd. ‘Anders moeten we de productie afbouwen of hier weghalen. Wat we voor alle duidelijkheid niet willen doen.’

In februari 2015, kondigde ook de Europese Commissie een diepgaand onderzoek aan naar het hele Belgische systeem van de zogenaamde excess profit rulings waarmee AB InBev en nog een veertigtal andere grote bedrijven een deel van hun winst belastingvrij hadden kunnen houden in ons land. De Commissie kwam in januari 2016 tot de conclusie dat sprake was van ongeoorloofde staatssteun.

De gesloten belastingdeals bleven geheim. Wat dat concreet betekende, lezen we in de jaarrekeningen van Ampar voor de jaren 2011 tot en met 2015. Over die jaren is ruim 287 miljoen euro winst geboekt en daarop is 11,2 miljoen euro belastingen betaald. Dat komt neer op een belastingpercentage van  3,9 procent.

Geen onterechte staatssteun

In februari gaven Europese rechters ons land gelijk dat het systeem geen onterechte staatssteun was. De BBI-rechtszaak komt dan ook ongelegen.

Maar in februari gaven Europese rechters ons land gelijk dat het systeem geen onterechte staatssteun was. De BBI-rechtszaak komt dan ook ongelegen. Want de Europese Commissie ging in beroep en verzamelt op dit moment informatie over de individuele belastingakkoorden die hier zijn gesloten met tientallen grote bedrijven, waaronder AB InBev. Intussen zal onze eigen belastinginspectie daarover tegen AB InBev een rechtszaak uitvechten.

Op die manier zou de Europese Commissie in zijn beroepsprocedure dus ook de deal met AB InBev nog mee in het vizier kunnen nemen. In elk geval besloot AB InBev twee jaar geleden al om de top van zijn aankoopdirectie, die was ondergebracht bij Ampar, te verhuizen naar Zwitserland. Niet toevallig in het belastingvriendelijke kanton Zug, waar brouwer SABMiller, die AB InBev had overgenomen, al langer zijn aankoopdienst in Zwitserland had.

Al sinds 2016 zijn er dus geen bedrijfsopbrengsten meer te bespeuren bij de vennootschap Ampar. In de jaarrekening staat nog wel een vordering van 30,44 miljoen euro, het bedrag dat de BBI alvast claimde voor de eerste twee aanslagjaren.

Aanvechten

De woordvoerster van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel, Anouk Devenyns, bevestigt aan De Tijd dat twee rechtszaken van Ampar tegen de BBI zijn vastgesteld om vrijdag voor te komen. Dat bevestigt ook AB InBev-woordvoerster Laure Stuyck. ‘Maar we geven geen verdere toelichting, omdat de zaak nog hangende is.’

De BBI heeft volgens fiscale experts zeker de bevoegdheid om de ruling aan te vechten. Ook al was het een andere dienst van de fiscus, de rulingcommissie, die in 2012 zijn akkoord gaf. De rulingcommissie kan zelf niet onderzoeken of een bedrijf zo’n ruling ook correct uitvoert. Dat kan de BBI wel. 

De groep AB InBev betaalde op zijn jaarwinst van 2018 ruim 2,8 miljard euro belastingen, wat neerkwam op een effectieve belastingsvoet van 33 procent. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect