Moody's: 'Schuldafbouw AB InBev gaat te traag'

Carlos Brito, de Braziliaanse CEO van AB InBev. ©BELGA

Niet alleen de aandelenbeleggers in AB InBev beleven een beroerd jaar. De financiers van de ruim 100 miljard dollar grote schuldenberg delen in de brokken. De kredietbeoordelaar Moody's snoeit in de kredietscore van de biergigant.

Moody's verlaagt de kredietscore van AB InBev   met één trapje, van A3 naar Baa1. Daarmee bevindt het schuldpapier van de biergigant zich nog maar drie trapjes boven de rommelstatus.

'De schuldenafbouw gaat trager dan gedacht, als gevolg van tegenzittende wisselkoersen en de slechte prestatie in sommige opkomende markten', stelt het ratingbureau. 

-33%
Beursjaar zonder schuimkraag
Het aandeel AB InBev verloor dit jaar een derde van zijn waarde.

AB InBev wordt dit jaar midscheeps getroffen door de groeimarktencrisis en hakte - ingefluisterd door analisten - het dividend in twee om de schuldenberg, op 30 juni 109 miljard dollar (96 miljard euro), onder controle te houden.

Maar zelfs na die dividendknip - waarmee de brouwer jaarlijks 3,6 miljard euro minder naar de aandeelhouders laat vloeien - zal de schuldenberg tergend traag afgetopt worden, vreest Moody's. 'We denken dat de schulden, volgens onze definitie berekend, over twee jaar nog altijd vier keer de ebitda (brutobedrijfswinst, red.) zullen belopen, tegenover vijf keer eind 2018', is het oordeel. 

Het aandeel van AB InBev noteert op de Brusselse beurs dinsdag in lijn met de Bel20-remonte iets hoger, maar nog steeds dicht tegen het laagste peil in zes jaar en het verloor sinds Nieuwjaar een derde van zijn waarde. 

Maar álle beleggers in AB InBev worden dit jaar getroffen. Ook de obligatiehouders, die de voorbije jaren - met dank aan het nulrentebeleid van de Europese Centrale Bank - gretig de schuldenberg (her)financierden.

Neem als voorbeeld de beleggers die dit voorjaar hun geld tot 2058 (!) aan AB InBev toevertrouwden. Die beleggers kijken na goed een half jaar aan tegen een verlies van meer dan 10 procent op hun papier. Beleggers zijn 'tweedehands' bereid nog maar iets meer dan 90 euro te betalen voor elke 100 euro die ze in 2058 terugkrijgen, tegenover 102 euro bij de aftrap in april.

Daardoor is het jaarlijkse rendement op de uiterst langlopende obligatie opgelopen tot 5,3 procent, tegenover 4,7 procent bij de uitgifte.  

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect