'Duurzame palmolie is een mythe'

Arbeiders lossen trossen oliepalmvruchten aan een palmoliefabriek ergens in Noord-Sumatra (Indonesië). ©REUTERS

De initiatieven om op een duurzame wijze palmolie te produceren boeken slechts gedeeltelijk resultaat, stellen Belgische ngo’s in een nieuw rapport. Zij dringen aan op Europese regelgeving om de problemen aan te pakken.

Onder de titel ‘100% duurzame palmolie: een mythe’ publiceert een groep Belgische ngo’s – waaronder Oxfam en 11.11.11 - een uitvoerig rapport over palmolie. Ondanks initiatieven van producenten en industriële verbruikers om de teelt van oliepalmen duurzamer te maken, blijft de sector zich bezondigen aan ontbossing, het vernietigen van biodiversiteit, slechte werkomstandigheden, milieuvervuiling en landroof, luidt het.

De bekendste organisatie die zich inzet voor duurzame palmolie is de ‘Roundtable on Sustainable Palm Oil’ (RSPO). In België, een belangrijke importeur van palmolie, organiseerde de sector zich in de ‘Belgian Alliance Sustainable Palm Oil’ (BASP), maar belangrijke spelers als de horeca en de groothandel ontbreken. Er maakt trouwens maar één palmolieproducent deel van uit, met name Sipef.

De ngo’s zijn van mening dat de RSPO-criteria – onder meer rond ontbossing – niet streng genoeg zijn, dat er te weinig onafhankelijke controle is en een gebrek aan sanctionering. Nadat plantagebedrijven vooral uitbreidden in het Verre Oosten (Indonesië, Maleisië, Thailand…) richten ze zich steeds meer op landen in Afrika en Latijns-Amerika, waar de landrechten veel minder gerespecteerd worden.

Vier agro-industriële bedrijven hebben hun hoofdkantoor in België (Sipef en SIAT) of beheren een deel van hun activiteiten vanuit ons land (Socfin en Feronia ). Sipef teelt oliepalmen in Indonesië en Papoea, de andere drie zijn (vooral) in Afrika actief. In het rapport moet vooral het expansiebeleid van Socfin in Afrika het ontgelden.

Omdat ‘de rampen voor mens en milieu voortduren’ dringen de ngo’s aan op een betere regelgeving voor duurzame palmolieteelt met strengere criteria en meer transparantie, zodat de consument ook echt voor duurzame palmolie kan kiezen. Het rapport formuleert ook een reeks aanbevelingen.

Ontbossing

In een reactie zegt de RSPO het rapport in wezen een goede zaak te vinden, al bevat het ‘een paar feitelijke fouten’. Zo is het onjuist volgens de organisatie dat haar certificeringsmechanisme op maat gemaakt is van de agro-industrie en te weinig aangepast is aan kleine onafhankelijke producenten.

Inzake de voortschrijdende ontbossing wijst de RSPO erop dat nog maar 19 procent van de wereldwijde productie van palmolie gecertificeerd is. ‘Te veel palmolieplantages zijn nog steeds geen lid van de RSPO en vallen buiten het bereik van onze certificering. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom ontbossing nog steeds doorgaat.’

100% gecertificeerd

Op geen enkele manier zijn we in conflict met wie dan ook. We bezondigen ons ook niet aan ontbossing of het uitbuiten van mensen.
François Van Hoydonck
Topman Sipef

Desgevraagd zegt François Van Hoydonck, de topman van de Schotense plantageholding Sipef, dat hij het streven naar duurzame palmolie alleen maar kan onderschrijven. Hij is er wel niet zo gelukkig mee dat het rapport de vier Belgische plantagebedrijven over dezelfde kam scheert.

'Onze palmolieproductie is voor 100 procent RSPO-gecertificeerd en we streven naar volledige traceerbaarheid. Op geen enkele manier zijn we in conflict met wie dan ook. We bezondigen ons ook niet aan ontbossing of het uitbuiten van mensen', klinkt het.

Van Hoydonck wijst er nog op dat het rapport wel pleit voor minder palmolieproductie, maar geen alternatief aanreikt. Meer soja telen is geen optie, omdat je dan 5 keer meer oppervlakte zou moeten bewerken om hetzelfde productievolume te bereiken. Oliepalmen leveren immers 5 à 6 ton olie per hectare op, soja slechts 1 ton.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect