Advertentie
Advertentie
reportage

‘Er is maar één beroep van de toekomst: het mijne'

©Wim Kempenaers

Terwijl heel wat landbouwers klagend de oogstmaanden inzetten, runt aardappelboer Jacob Van den Borne met apps, drones en sensoren fluitend de boerderij van morgen. ‘Agrarische data zijn echt hot.’

Aardappelboer Jacob Van den Borne (34) is aan het werk op een perceel in de buurt van zijn boerderij in Reusel, een Nederlands grensdorp vlak bij Retie en de Vlaamse Kempen. Met een riek steekt hij enkele knollen uit, die hij in de laadbak van zijn pick-up weegt. Vervolgens meet hij met een vouwmeter een handvol planten op. ‘Ik doe nu net hetzelfde als mijn grootvader vijftig jaar geleden: ik monitor de groei van mijn aardappelen.’

In zijn overall en met zijn riek binnen handbereik lijkt Van den Borne een doordeweekse aardappelboer. Maar schijn bedriegt. Dankzij een arsenaal aan sensoren, apps, drones en zelfsturende landbouwmachines transformeerde de halve Belg - Van den Borne heeft de Belgische en de Nederlandse nationaliteit - zijn familiebedrijf, opgericht door zijn grootvader in 1952, tot de boerderij van de toekomst.

Elke knol heeft een exacte gps-locatie. Dat klinkt misschien absurd, maar je weet maar nooit wat je eraan kan hebben.
Jacob Van den Borne
aardappelboer

Van den Borne grijpt naar zijn smartphone. ‘Alle handelingen op de percelen registreren we automatisch. Mijn drie medewerkers hebben allemaal zo’n slimme telefoon.’ Hij haalt nog een ander toestel boven, waar hij enkele blaadjes van de aardappelplant tussen steekt. ‘Dit digitale handmeettoestel, waarbij een sensor en een lichtbron het voedingsgehalte meten, is ontwikkeld aan de universiteit van Parijs. Alle data worden automatisch opgeslagen in mijn cloud farm, een databestand op mijn computer.’

‘Omdat dit toestel met gps is uitgerust, weet ik precies hoeveel meststoffen we op welk perceel moeten toedienen. Zie je die witte korrels? Daar hebben we pas extra bemest. Vroeger bemestten we alles ineens. Maar dat was inefficiënt, omdat een regenbui alles kan wegspoelen. Ik leerde dat je beter een beetje toevoegt als de plant dat nodig heeft.’

©Wim Kempenaers

Dankzij dat maatwerk, geruggensteund door technologie en een stroom van data, ontpopte Van den Borne zich tot een pionier van de ‘precisielandbouw’ in de Lage Landen. ‘Het gaat erom dat je op het juiste moment op de juiste plaats de juiste handeling stelt en daarbij zo weinig mogelijk kosten te maken, het milieu zo min mogelijk te belasten en de opbrengst zo groot mogelijk te maken. Ik stel me constant vragen als: waarom groeien er op de ene plek meer aardappelen dan op de andere? En net omdat zoveel parameters een rol spelen, meet ik werkelijk alles. Elke knol heeft een exacte gps-locatie. Dat klinkt misschien absurd, maar je weet maar nooit wat je eraan kan hebben.’

Menselijke fouten

Van den Borne ging voluit voor precisielandbouw toen hij negen jaar geleden met zijn broer het bedrijf van zijn vader overnam. ‘Uitbreiden zat er niet in, omdat er veel aardappelboeren zijn in deze streek. Daarom gingen we voor een nog hoger rendement op onze eigen percelen.’

Al snel was duidelijk dat menselijke fouten veel onnodige kosten met zich brengen. ‘Door het soort percelen in deze streek - vooral kleine lapjes met veel hoekpunten - is de kans op fouten groot. Bovendien telen we 400 hectare aardappelen verspreid over 140 percelen in een straal van 30 kilometer rond ons bedrijf. Toen we onze tractoren zelf nog aanstuurden, zaten we met 13 procent overlap: dubbele bemesting, dubbele besproeiing, dubbele beregening, enzovoort.’

‘Weggegooid geld, dus. Maar sinds we in 2008 met zelfsturende tractoren met gps werken, die tot op de centimeter nauwkeurig rijden, brachten we dat terug tot 1 procent. De initiële investeringen waren zwaar, maar ze betaalden zich snel terug. Omdat we flink besparen op brandstof, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. We gebruiken 30 procent minder kunstmest dan vroeger.’

Aardappelboer Jacob Van den Borne laat geen kans onbenut om de nieuwste technologie in te zetten op zijn aardappelvelden. ©Wim Kempenaers

Van den Borne investeert geregeld in het nieuwste van het nieuwste. Op zijn website staat een uitvoerige beschrijving van zijn machinepark. Bovendien ‘pimpt’ hij al zijn machines met sensoren. Dat deed hij ook met de Duitse sproeimachine - een kolos van 27 ton en 500.000 euro -waarin zijn vader Louis (58) net het erf op rijdt. Onder de twee spuitbomen hangen zes, paddenstoelachtige sensoren. ‘Ze meten de hoeveelheid aardappelplanten en het voedingsgehalte’, zegt Jacobs vader trots. ‘In 1 milliseconde beslissen ze hoeveel vloeistof op elke plek moet worden gespoten.’

In de bestuurderscabine hangen twee computers boven elkaar. ‘Normaal hangt er eentje, omdat de machine standaard maar één handeling kan uitvoeren. Maar op onze vraag scheidde de fabrikant de twee tanks achteraan, zodat we tegelijk kunnen bemesten én spuiten tegen schimmels’, legt Van den Borne uit. ‘Andere boeren moeten twee keer uitrijden. Opnieuw een serieuze efficiëntiewinst.’

Schaduwkaarten

Alsof dat niet volstaat, heeft Van den Borne ook drie drones op stal staan, gaande van alledaagse exemplaren tot heuse minivliegtuigjes. ‘Ik koop er elk jaar nieuwe, omdat de technologie zo snel verbetert.’ Ze worden voor duizend-en-een dingen ingezet. ‘De veldbezoeken zijn nu de helft korter, omdat ik via luchtfoto’s de slechte zones sneller kan spotten.’

Ook voor zijn ‘schaduw-app’ stuurde Van den Borne drones de lucht in. ‘Nogal wat van mijn percelen liggen ook aan een bosrand, waar veel schaduw valt. Daarom bouwde de Vlaamse onderzoeksinstelling VITO voor mij een app die schaduwzones berekent. Daarvoor heb ik natuurlijk eerst alle data moeten verzamelen over de precieze lengte van alle bomen, mét de drone. Dankzij de schaduwkaarten kan ik nu variabel poten. Aan de bosrand zet ik de planten verder uit elkaar, zodat ze zeker genoeg licht krijgen.’

Ik heb een afspraak met mijn broer: ik koop pas nieuwe technologie als de vorige is terug verdiend.

Van den Borne heeft zijn maniakale passie voor technologie niet van vreemden, blijkt als hij ons in de bedrijfskantine een oude chipkaart laat zien. ‘Mijn vader was begin jaren negentig een van de eersten met een computer in de streek. Een van de eersten ook die telebankierde. Hij gebruikte deze chipkaart al in 1992, om alle handelingen op de percelen automatisch te registreren. Hij stak ze in de computer van zijn sproeispuit en gaf in op welk veld hij was, welke middelen hij ging spuiten, enzovoort.’

Wat begon met een chipkaart, is nu een ‘cloud farm’. ‘Ik deed samen met de jonge gasten van het Groningse bedrijfje Crop-r onderzoek en ontwikkeling naar dit registratiesysteem’, zegt Van den Borne. Hij toont een veelkleurige kaart op zijn computer. ‘Alle percelen hebben een kleur. Als je op eentje klikt, krijg je het logboek met alle handelingen die er de voorbije maanden zijn verricht.’

‘Ik kan ook in realtime de bodemvochtigheid checken door mijn sensorennetwerk uit te lezen. Kleurt een perceel groen, dan zit het goed. Bij rood moet ik actie ondernemen. Mijn cloud farm vertelt me ook welke percelen ik moet bemesten. Voorlopig werk ik met Excel-bestanden, maar als ik extra fondsen vind, wil ik een reeks apps bouwen rond al mijn data.’

Netwerk van experts

Omdat hij besefte dat hij zijn cloud farm nooit alleen van de grond kon krijgen, stak Van den Borne veel energie in de uitbouw van een wereldwijd netwerk van experts. ‘Ik werk onder meer met ESA rond satellietdata. De Europese ruimtevaartorganisatie heeft de techniek in huis en wil graag testen hoe ze er gewassen mee kan scannen. Ik zit ook in het onderzoeksteam van twee landbouwmachinebouwers.’

Aardappelboer Jacob Van den Borne laat geen kans onbenut om de nieuwste technologie in te zetten op zijn aardappelvelden. ©Wim Kempenaers

‘Voor elk vraagstuk over teeltverbetering zocht en vond ik de grootste specialist ter wereld, van de Verenigde Staten tot Denemarken’, zegt Van den Borne niet zonder trots. ‘Zo werk ik nauw samen met een paar professoren van de afdeling plantwetenschappen van de Universiteit van Wageningen. Ze zijn dolblij dat er eindelijk weer eens een aardappelboer is die de juiste vragen stelt. Samen met hen snuffel ik in hun stoffige archieven.’

Vijf jaar geleden klopte Van den Borne ook aan bij Orbit, de internationaal vermaarde vakgroep bodemonderzoek van de Universiteit Gent. ‘Ik had me jaren op de plant geconcentreerd, maar wist zo goed als niets over de bodem.’ Nu gebruikt Van den Borne dezelfde bodemscanner als de onderzoekers van Orbit, een sensor die hij meesleept op een slede achter zijn tractor. ‘De sensor meet de elektrische geleiding, en dus het watergehalte. Daardoor kon ik gedetailleerde bodemkaarten maken van al mijn percelen. Het Orbit-team analyseert de data voor mij.’

Hoeveel al die technologie hem al heeft gekost, wil Van den Borne niet kwijt. ‘Maar ik heb een duidelijke afspraak met mijn broer: ik koop pas nieuwe technologie als de vorige is terugverdiend.’ Hij verkoopt ook geregeld. ‘Mijn vorige bodemscanner gaf ik aan een student die hier nog heeft gewerkt. Hij gebruikt hem nu in een bedrijf in de fruitteelt. Hij betaalt me een vergoeding per hectare dat hij het toestel gebruikt. En al mijn oude drones verkoop ik aan andere boeren.’

De focus op precisielandbouw is in elk geval niet voor niets geweest. ‘Sinds 2006 produceren we elk jaar 1 procent meer. We zaten destijds aan 46 ton per hectare, vandaag is dat 52 ton. In totaal schommelt onze jaarproductie tussen 20.000 en 25.000 ton.’ Bovendien hoeft hij zich al lang geen zorgen te maken over de verkoop: Farm Frites uit Lommel koopt al 37 jaar al zijn aardappelen op.

Chinees bod

Terwijl veel boeren in België en Nederland onder de lage prijzen kreunen, gaat het Van den Borne dus voor de wind. En ook op lange termijn is hij optimistisch. ‘Agrarische data zijn echt hot. Waarom? Omdat we in 2050 9 miljard monden moeten voeden. En bijna niemand heeft dat soort data, behalve ik.’

‘De verwerking van al mijn big data kan compleet nieuwe inzichten blootleggen. Daar zit echt geld in. Ik kreeg al een bod van de softwarereus SAP en van een Chinese tegenpartij’, zegt hij. ‘Ik zie echt maar één beroep van de toekomst: boer. Technologie zal de voedselproblematiek deels oplossen. Maar je ziet dat ik nog altijd zwarte handen heb. Je zal altijd boeren nodig hebben om hun kennis aan al die technologie te koppelen.’

Van den Borne doet er alles aan om zo veel mogelijk boeren te verleiden tot precisielandbouw. Hij heeft niet alleen een Facebook-pagina, maar deelt zijn ervaringen ook met zijn 1.500 volgers op Twitter en post het ene filmpje na het andere op zijn YouTube-kanaal. Op zijn site kan je gewoon aan de slag met zijn schaduw- of bodemkaarten. En gemiddeld één keer per week geeft hij een lezing bij grote landbouwbedrijven of voor collega’s.

In de toekomst zal je vooral vloten van kleinere robots op onze velden zien, voorspelt Van den Borne. ‘De afgelopen decennia bouwden constructeurs steeds grotere landbouwmachines. Maar ze evolueren naar een zwerm kleinere, zelfrijdende robots. Die zullen veel efficiënter zijn, omdat ze voortdurend met elkaar zullen communiceren. En omdat ze een pak lichter zijn, zullen ze de grond ook minder belasten. In zo’n scenario zal ik nog meer tijd hebben om mijn aardappelen te monsteren, zoals mijn grootvader vijftig jaar geleden.’

Van den Borne is vooral blij dat technologie hem bevrijdt, zodat hij opnieuw meer met zijn laarzen in de Kempische zandgrond kan staan. ‘Dankzij automatisering kan ik nu om de drie weken honderd percelen ter plekke inspecteren. Een gewone boer heeft daar geen tijd voor. We moeten echt terug naar onze roots. Mijn grootvader had geen geld, geen mest en veel minder grond. Hij moest het puur hebben van zijn plantenkennis. Precies die kennis verloren wij de voorbije dertig jaar uit het oog. Dat is jammer. Want vergis je niet: hightech is best leuk en aardig, maar ze moet ons vooral opnieuw leren wat planten telen is.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud