analyse

Ingestorte suikerprijzen zetten Belgische boeren het mes op de keel

Het veld van bietenteler Kobe Ruell in Boutersem. Hij ziet al twee jaar zwarte sneeuw. ©Tim Dirven

Suikerklontjes en ‘kinnekessuiker’ uit Tienen zijn vaste waarden op de Vlaamse eettafel. Maar de boeren die ze maken, haken af. ‘Al twee jaar verdien ik niks met mijn suikerbieten. Het hart zegt: bieten zaaien, maar mijn verstand zegt: stop ermee.’

Een zeil met daaronder honderden bieten op een veld in Boutersem, bij Tienen. Daar heeft bietenteler Kobe Ruell (30) ons in zijn tractor over een slijkerige veldweg mee naartoe genomen. De Tiense Suikerraffinaderij zal de bieten komen halen en er Ruell duizenden euro’s voor betalen.

Maar de landbouwer verdient er wellicht geen cent mee, vertelt hij even later in de keuken van zijn boerderij. Vijf generaties Ruell teelden hier bieten. Zelf begon Kobe Ruell eraan op zijn 14de, nadat zijn vader een dodelijke val gemaakt had op zolder. Het huis wordt volop verbouwd, rond ons aan de keukentafel staan foto’s van zijn peuter.

Geen winst

‘Al twee jaar maak ik geen winst met mijn bieten’, zegt hij. ‘Dat kun je even uitzweten, maar niet lang. Als ik volgend jaar opnieuw niets verdien, is de kans groot dat ik ermee stop. Het hart zegt: bieten zaaien, maar het verstand zegt: stop ermee.’ Overleven doet Ruell dankzij de teelt van maïs, tarwe, vezelvlas en aardappelen. En dankzij de 170 vleeskoeien in de stal achter ons.

Tiense Suiker wil de boeren wel helpen. Maar het is gebonden aan zijn Duitse moeder bedrijf.
Mathieu Vrancken
bietenteler

De jonge landbouwer zou niet de eerste bietenboer zijn die ermee kapt. Tussen 2017 en 2019 gaven 408 bietentelers er de brui aan, blijkt op basis van de gegevens van de twee grote Belgische suikerbedrijven Iscal en Tiense Suiker. Er zijn nog zo’n 7.000 bietentelers actief. Die rooien bieten waar de Belgische suikerfabrieken elk jaar zo’n 800.000 ton suiker van maken. Goed voor 200 miljard klontjes of 1,6 miljoen pakken van de bekende ‘kinnekessuiker’ cassonade.

De lage suikerprijzen doen de boeren afhaken. Die zijn in elkaar gestuikt sinds de Europese Commissie de suikermarkt in 2017 liberaliseerde door de limiet op de hoeveelheid suiker die bedrijven mochten produceren en de minimumprijs die ze moesten aanrekenen af te schaffen. De Wereldhandelsorganisatie pikte het niet langer dat de EU haar suikersector afschermde.

Offensief

Na de liberalisering gingen alle remmen los bij de Europese suikerfabrieken. In 2017 maakten ze volgens de Verenigde Naties liefst 26,7 procent meer suiker dan in het jaar voordien, hoewel de productie een jaar later alweer 17 procent daalde. Door meer suiker te maken wilden ze hun vaste kosten verdelen over meer suiker. Grote suikerbedrijven hoopten met een suikeroffensief klanten weg te pikken van kleinere concurrenten.

Bietenteler Kobe Ruell. ©Tim Dirven

Maar dat plan mislukte. De suikeroorlog heeft geen winnaar, buiten misschien de voedingsbedrijven die goedkope suiker kunnen kopen. De Europeanen moesten al die extra suiker niet. In 2017 maakten de Europese bedrijven volgens de Europese Commissie 181 miljoen ton suiker, terwijl de Europeanen maar 172 miljoen ton aten. Het overschot exporteren was niet echt een optie, want export is duur door de transportkosten.

Het belangrijkste effect van de groeiende suikerberg was de ineenstuiking van de suikerprijs. Voor 2017 kregen de suikerbedrijven dankzij de quota minstens 404 euro voor een ton suiker. In de voorbije jaren moesten ze het stellen met zo’n 320 euro. In het topjaar 2012 kregen ze nog het dubbele.

De bedrijven voelen de gevolgen vandaag nog altijd. In de eerste negen maanden van zijn huidige boekjaar verkocht het Duitse Südzucker voor 1,7 miljard euro suiker. Daar maakte het grootste suikerbedrijf ter wereld geen winst mee. Het brutobedrijfsverlies (ebitda) van zijn suikerfabrieken bedroeg 37 miljoen euro.

Duitse boeren

De industrie schoof een deel van de lagere inkomsten af op de boeren. ‘Zij konden voor de liberalisering rekenen op minstens 31 euro per ton suikerbieten’, zegt Peter Haegeman, de secretaris-generaal van de Confederatie van de Belgische Bietenplanters. 'De jongste jaren moesten sommigen het met tot een derde minder stellen.’

Volgend jaar willen 1.400 boeren hun eigen suikerfabriek bouwen in Wallonië
Benoît Haag
initiatiefnemer nieuwe suiker fabriek

Het gevolg is dat veel boeren geen winst of zelfs verlies maken. In een recent rapport schrijft het Prijzenobservatorium dat de winstgevendheid van de Belgische suikertelers naar beneden is gegaan.

De Belgische boeren voelen zich in de steek gelaten door Tiense Suiker, dat driekwart van alle Belgische suiker maakt. De Belgische maker van ‘kinnekessuiker’ is in handen van het Duitse Südzucker.

Dat bedrijf zou hen benadelen ten voordele van de Duitse boeren. Die hebben 58 procent van de aandelen van het beursgenoteerde bedrijf. ‘Hoe minder Südzucker ons voor onze bieten geeft, hoe meer het de Duitse telers kan geven voor hun bieten en hoe hoger het dividend is dat de Duitse boeren krijgen’, zegt Ruell. ‘Südzucker betaalt ons minder dan Iscal zijn boeren.’

Bieten met loof

Dat klopt. Het vakblad De Bietplanter schrijft dat Iscal zijn boeren in 2017 tussen 26 en 30 euro per ton bieten betaalde. De boeren van Tiense Suiker kregen 23,5 euro.

‘Dat komt omdat Iscal bieten inkoopt met loof erbij, terwijl wij alleen de biet zelf kopen’, zegt Guy Paternoster, de grondstoffendirecteur van Tiense Suiker. ‘En ze exporteren minder ver. Enfin, dat denk ik. U moet het hen zelf vragen.’

Minimumprijs moet boeren uit nood helpen
Voor veel suikerbietentelers zijn de suikerraffinaderijen de kop van Jut. Om de rust te laten terugkeren neemt Tiense Suiker een opvallende maatregel. ‘Voor de bieten die binnenkort geplant worden, betalen we de boeren een minimumprijs’, zegt grondstoffendirecteur Guy Paternoster. ‘Ze krijgen 25 euro voor een ton bieten. De best georganiseerde boeren hebben een kostprijs van 18 euro per ton.’ Bij landbouwer Kobe Ruell, die we bezochten, bedragen de kosten zo’n 22 euro.
De minimumprijs geeft de boeren meer zekerheid. Nu weten ze pas in de zomer of ze in het jaar ervoor winst of verlies hebben gemaakt. De bieten voor het nieuwe seizoen zijn dan al bijna klaar om te oogsten.

Iscal was niet bereikbaar voor toelichting. Maar uit het jaarverslag valt op te maken dat het bedrijf van de politieke ondernemersfamilie Lippens zijn suiker inderdaad vooral in België en Nederland verkoopt. ‘Südzucker en Tiense Suiker zijn gericht op heel Europa en zelfs daarbuiten. Door het transport zijn hun kosten hoger’, zegt bietenteler Mathieu Vrancken, in een vorig leven voorzitter van De Bietplanter.

‘Voor heel wat Belgische boeren is Tiense Suiker de baarlijke duivel’, zegt Vrancken. ‘Niet helemaal terecht. De Belgische directie wil de Belgische boeren helpen en ging vaak mee in onze visie, maar ze is gebonden aan het Duitse moederbedrijf. Het klopt: de Duitse boeren krijgen wat meer, net als de boeren van Iscal. Toch is Tiense Suiker zeker niet de slechtste betaler.’

Nieuwe suikerfabriek

Dat argument zal de boeren die al jaren voor niets bieten kweken worst wezen. Ze komen in opstand. 1.400 bietentelers en 200 sympathisanten sloegen de handen in elkaar en willen in het Henegouwse Seneffe een gloednieuwe suikerraffinaderij bouwen.

De telers krijgen een derde minder voor hun bieten dan voor de vrijmaking van de suikermarkt.
Peter Haegeman
Confederatie van de Belgische Bietentelers

Die kost 327 miljoen euro. 58 miljoen euro zamelden de boeren zelf in. 40 miljoen komt van de Waalse overheid en 15 miljoen van de federale overheid. ‘Voor de rest willen we geld lenen. Daarvoor onderhandelen we met de banken’, zegt coördinator Benoît Haag. ‘Begin 2021 willen we beginnen te bouwen en in 2023 moet de productie starten.’

‘Het is een nobel initiatief’, zegt Vrancken. ‘Maar het wordt erg moeilijk. De opstartkosten zijn hoog en de vraag rijst of de fabriek levensvatbaar is. De fabriek van Seneffe zal haar boeren meer moeten betalen dan de concurrentie, want dat is haar bestaansreden. Bovendien zal ze haar verkoopprijzen net lager moeten houden dan de concurrentie, want ze moet een plaats veroveren in de drukbezette sector.’

Wanhoop

Het risico illustreert de wanhoop van de 1.400 boeren. ‘Het kan zijn dat de nieuwe fabriek het niet makkelijk krijgt, maar ze zou tenminste van ons zijn’, zegt Ruell in de boerderij in Boutersem. ‘Als ze winst maakt, gaat die naar ons. En niet naar de Duitse telers, zoals bij Tiense Suiker.’

Als veel telers Tiense Suiker inruilen voor het initiatief in Seneffe, komt de Tiense fabriek in gevaarlijk vaarwater, zegt Paternoster. Ook Ruell beseft wat de gevolgen kunnen zijn als hij met de andere boeren wegtrekt of tout court stopt.

‘Als het aantal telers van Tiense Suiker blijft afnemen, dan gaat de fabriek dicht. En als ze dichtgaat, gaat ze nooit meer open. Terwijl mijn ouders, grootouders en overgrootouders er zo hard voor gevochten hebben en er zo veel mensen werken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect