reportage

Lo zal nooit meer hetzelfde ruiken na vertrek Jules Destrooper

©Jonas Lampens

133 jaar lang bakte Jules Destrooper ‘lukken’ in Lo, maar straks gebeurt dat in Ieper. De koekjes verdwijnen uit het stadje. En daarmee ook de geur.

Nieuwjaar was net gepasseerd. Misschien was dat toeval. Maar zondagavond kreeg de burgemeester een telefoontje. ‘Ik kan niet zeggen dat ik ‘hiep hoera’ riep’, zegt Lode Morlion. ‘Maar ik apprecieerde het wel.’ Een dag later stond het in de krant: ‘De Belgische koekjesbakker Jules Destrooper verhuist de productie van zijn fabriek in Lo-Reninge naar die in Ieper.’

Nog een dag later zette Ronny Denys het gasvuur onder zijn bakijzer. Zorgvuldig had hij samengevoegd wat moest: 250 gram bloem, 250 gram kindjessuiker, 200 gram goeie boter van Hoeve ZuidBellegoed uit Ieper, een volledig ei, een snuifje zout en ‘een goeie volwassen cognac’. ‘Zoals altijd dronk ik er ook eentje’, zegt Ronny. Hij had het mengsel een nacht laten rusten en toen bakte de gepensioneerde politieagent zestig ‘lukken’. Zo heten de krokante natuurboterwafeltjes hier. Lukken. In de taal van de streek: lu’en, de k’s diep in de keel verdwijnend.

Artisanaal gebakken 'lukken'. ©Jonas Lampens

‘Ik denk dat hier al lang voor Jules Destrooper lukken werden gebakken’, zegt Ronny. ‘Maar Destrooper was bakker en hij leverde amandelbrood aan Hotel Teirlinck in De Panne. Dat werd een succes bij Britse toeristen en Teirlinck spoorde hem aan: ‘Commercialiseer dat.’ Zo begon hij zijn winkel in Lo. Met amandelbrood, Parijse wafeltjes en lukken.’

Wat Ronny deed, hoort eigenlijk niet helemaal. De natuurboterwafeltjes waren altijd nieuwjaarskoekjes. ‘Tussen september en 1 januari werd de productie opgedreven’, weet burgemeester Morlion, aan zijn derde termijn voor de lokale lijst Dynamisch bezig. ‘Op Nieuwjaar was het gedaan met bakken.’ De koekjes danken wellicht daar hun naam aan. ‘Als we op nieuwjaarsbezoek gaan, nemen we ze mee’, zegt Ronny. ‘Koekjes om een ‘gelukkig nieuwjaar’ te wensen. ‘We hoan hoan lukken’, zeggen wij.’ Maar dankzij Jules Destrooper veroverden de koekjes het land, de wereld en alle 365 dagen van het jaar.

Bij oma aan tafel

De vorm van het koekje is niet het grondplan van Lo. Dat kan ook niet: in het centrum ligt een put, de Vateput, waarvan niemand de oorsprong kent. Elders staat de Caesarboom. En het stratenplan vormt niet de 13 ruitjes waarin een machine de initialen JD heeft geprint. De fabriek ligt aan de rand van het dorp, al is dat een fout. Lo, voluit Lo-Reninge na de fusie in 1977, heeft middeleeuwse stadsrechten. ‘Een stadje met 3.300 inwoners’, glimlacht de burgemeester. ‘Maar landelijk zeer uitgestrekt: we zijn 6.500 hectare groot.’ In Lo wonen 1.150 mensen.

Door die koekjes werd Lo wereldberoemd. Op de oude dozen stond ‘Loo-lez-Furnes’ of in het Nederlands ‘Lo-by-Veurne’. Die dozen zie je nog in het bezoekerscentrum, waar de geschiedenis van Jules Destrooper sinds 1886 wordt getoond. En van waaruit je via een raampje in de productiehal kan kijken. De machines die de lukken ritmisch op de band leggen, zijn van het merk Schubert en meteen gaat je lang overleden oma in je hoofd toch Schuberts ‘6 Moments musicaux’ op de piano spelen. Dat is geen toeval. Bijt je in zo’n natuurboterwafeltje, dan zit je proustiaans bij diezelfde oma aan tafel. Ze heeft haar blikken doos opengetrokken: ‘Pak nog maar eentje.’

Maar nostalgie rijmt alleen maar op economie. In zijn kantoor in het stadhuis belt de burgemeester zijn secretaresse. ‘Breng je koffie? En breng maar een pak lukken mee.’ Nieuwe inwoners van LoReninge krijgen geen mand met lekkere lukken ter verwelkoming, maar de koekjes zijn voorradig en zullen dus als post op de begroting staan. Morlion kent Destrooper goed: hij is ermee getrouwd. Zijn vrouw Karolien Destrooper is een zus van Peter en Patrick, de achterkleinzonen van Jules Destrooper. Zij verkochten het bedrijf in 2015 aan de familie Vandermarliere.

Breng je koffie? En breng ook maar een pak ‘lukken’ mee.
Lode Morlion
De burgemeester van Lo-Reninge, tegen zijn secretaresse

‘Mijn vrouw was ontgoocheld toen ze deze week het nieuws hoorde. Drie jaar geleden was de verkoop al jammer, maar het vertrek uit Lo is echt het afscheid van wat was. Duizenden mensen, onder wie veel vrouwen, werkten hier. Maar wat ik gisteren hoorde, klopt niet, denk ik. Iemand zei: ‘Dit is het gevolg van de verkoop van drie jaar geleden.’ De economische realiteit gaat over rentabiliseren en het snoeien in de kosten. Twee fabrieken hebben is onlogisch. In Ieper liggen ze vlak bij de snelweg. Ik denk dat dit zelfs gebeurd was als het bedrijf in de familie was gebleven.’

De gemeente had via een bijzonder plan van aanleg voorzien dat Jules Destrooper in Lo kon uitbreiden. Maar terwijl Morlion door de smalle Gravestraat voorloopt, is het duidelijk: vrachtwagens bereiken de site in Ieper gemakkelijker. Dat we in de productiehal geen kijkje mogen nemen en dat Jules Destrooper, via een communicatiebureau, laat weten dat de familie Vandermarliere en CEO Emmanuel Blomme liever niet praten ‘tot het stof wat is gaan liggen’, vindt hij jammer.

In de Gravestraat staan wat auto’s met Franse nummerplaten. ‘Bij de 58 werknemers zijn er ook uit het noorden van Frankrijk.’ Dan, plots, ruiken we het. De wind komt uit het noordoosten en aan de achterkant van de fabriek ruikt het naar natuurboterwafeltjes. Zoals het op de ring rond Brussel bij Grimbergen naar Douwe Egberts kon geuren. Waait de wind uit het zuidwesten, dan ruikt heel Lo naar koekjes. ‘De geur zal verdwijnen’, zegt Morlion.

‘We gaan dat missen’, zegt Ronny Denys, die ‘Ons kookboek’ van zijn moeder op tafel legt. Op pagina 186 staat het recept voor ‘galetten’, dat zijn de lukken. Maar tussen de bladzijden zitten op losse papiertjes, bierkaartjes en achterkanten van dozen minstens tien recepten van lukken. Zijn recept is dat van mémé. Op een ander kaartje is van cognac geen sprake. ‘Iedereen heeft zijn eigen recept. Alleen dat van Jules Destrooper bleef altijd geheim.’

Blauw-zwart

Dinsdag ging de telefoon van de burgemeester opnieuw. Patrick Deraeve aan de lijn. Hij is voorzitter van J.V. Lo-Reninge, de lokale voetbalclub die Marc Piepers in 2000 stichtte. Deraeve had het nieuws van Jules Destroopers verhuis gehoord. Sinds drie jaar staat ‘Jules Destrooper’ op de blauw-zwarte truitjes. ‘De burgemeester gaat een mailtje sturen naar het bedrijf met de vraag of dat zeker niet in het gedrang komt.’

J.V. Lo-Reninge staat voor Jeugdvoetbal Lo-Reninge. ‘Hier was alleen een caféploeg toen ik vanuit Kuurne hier kwam wonen’, zegt Piepers. ‘Ik ben begonnen met jeugdploegen en pas sinds een jaar of zeven is er ook een eerste elftal. Al die tijd spelen we in vierde provinciale, maar pas op: álle spelers moeten in Lo-Reninge wonen of een bewezen band hebben. Eén keer speelden we de eindronde en nu staan we vijfde. Het is goed zo.’

Dat Jules Destrooper pas sinds drie jaar op die truitjes staat, heeft veel redenen. Maar de sponsor is wel fier. Bij het binnenrijden zagen we al een gesponsord bord: ‘Jules Destrooper - J.V. Lo-Reninge speelt zondag a/s uit tegen SK Nieuwkapelle.’ En elk jaar, op de derde zondag van oktober, is er een ‘koekjeskaarting’. ‘Dan levert de sponsors zeker duizend pakjes’, zegt de voorzitter. ‘De volgende twee jaar hebben we dat contract nog. We hopen dat ze ook nadien sponsor blijven.’ Al was het maar omdat een voetbalclub niet kan zonder wat in zo’n koekje zit: een beetje geluk.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect