Over een maand vonnis in belastingzaak AB InBev

AB InBev weet mogelijk in juni of het gelijk haalt in een rechtszaak tegen de BBI. ©BELGA

De bierreus voert aan dat de fiscus zijn stelling niet kan bewijzen.

De Brusselse rechtbank van eerste aanleg heeft zich vrijdag gebogen over het geschil tussen de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) en het bedrijf Ampar, een dochterbedrijf van de Braziliaanse brouwerijgroep Ambev. Die is op haar beurt een onderdeel van de bierreus AB InBev.

Volgens de BBI maakte Ampar onterecht gebruik van een zogenaamde excess profit ruling, waarbij maar 20 procent van de internationale winst die bij Ampar toekomt in België zou worden belast. Het vonnis valt op 21 juni. Dat kan AB InBev miljoenen euro's kosten. De Tijd maakte deze week melding van de rechtszaak.

Stille vennoot

Ampar was een nieuwe vennootschap die zou fungeren als de centrale aankoopdienst voor materialen die de biergroep wereldwijd nodig heeft. Het bedrijf zou daarvoor als zogenaamde stille vennoot optreden in een stille vennootschap met AB InBev. Dat laatste bedrijf verkreeg van de fiscus een ruling.

'Maar Ampar was een lege doos', argumenteerde de BBI vrijdag voor de rechtbank. 'In die stille vennootschap moest het bedrijf een aantal prestaties leveren, maar daar was het duidelijk niet toe in staat. Ampar had geen activa, geen personeel en maakte geen eigen kosten. Het maakte gebruik van AB InBev-personeel en rekende alle kosten door aan AB InBev. Het bedrijf had ook nauwelijks eigen kapitaal. Eigenlijk was het als bedrijf alleen opgericht om Ambev te laten delen in de winsten die AB InBev zou maken door de samenwerking voor de wereldwijde aankopen van materialen.'

'Perfect wettelijk'

'De BBI beweert dat de ruling nietig is omdat er bedrog is gepleegd, omdat de situatie verkeerd zou zijn voorgesteld, maar ze slaagt er niet in dat te bewijzen', klonk het aan de overzijde. 'De rulingdienst heeft in 2014, twee jaar na de ruling, zelf nog geoordeeld dat ze over alle relevante informatie beschikte om de ruling uit te voeren en dat die dus overeind bleef. De fiscale bemiddelingsdienst was ook van oordeel dat de rulingdienst met kennis van zaken oordeelde. Volgens die beide diensten is de ruling dus perfect wettelijk.'

'Het klopt ook niet dat Ampar een lege doos was', zeggen de advocaten van het bedrijf. 'Ampar maakte weliswaar gebruik van AB InBev-personeel, maar het klopt niet dat het bedrijf geen kosten had. Die werden voorgeschoten door AB InBev en marktconform vergoed door Ampar. Het bedrijf had ook weinig activa of kapitaal nodig om zijn dienstverlenende activiteiten uit te oefenen.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect