Sipef vormt rubberplantages om tot palmolie

Een arbeider oogst oliepalmvruchten op een plantage. De vraag naar palmolie ligt op een hoog niveau, wat zich in goede prijzen vertaalt. ©REUTERS

Sipef ziet geen brood meer in rubber. Twee plantages worden omgevormd tot palmolie, een derde wordt allicht verkocht. Dat zegt CEO François van Hoydonck in de marge van de kwartaalresultaten.

Het halfjaarrapport dat Sipef midden augustus uitstuurde, toonde al aan dat 2020 voor de Schotense plantagegroep een veel beter jaar wordt dan 2019. Toen had Sipef af te rekenen met drie vulkaanuitbarstingen die veel schade aanrichtten aan zijn plantage in Papoea-Nieuw-Guinea. In combinatie met een lage palmolieprijs leidde dat tot een jaarverlies van 8 miljoen dollar.

2020 brengt op alle fronten beterschap. De gunstige teeltomstandigheden voor palmolie in de eerste jaarhelft hebben zich in het derde kwartaal voortgezet, leert het kwartaalbericht donderdagmorgen. De Indonesische plantages, die midden 2019 door droogte werden getroffen, kregen voldoende regen en in Papoea verloopt het herstel na de vulkaanuitbarstingen gunstig. De eigen palmolieproductie lag er in het derde kwartaal de helft hoger dan een jaar eerder.

Dat leidt ertoe dat de totale palmolieproductie van de groep - van eigen plantages en van omliggende boeren - na negen maanden 5,3 procent hoger uitkomt dan in de overeenkomstige periode van 2019. In het derde kwartaal was er een toename met 4,8 procent. Sipef verwacht dat de groeitrend zal aanhouden in het vierde kwartaal.

Schimmel

De andere teelten van de groep vertonen een gemengd beeld. De rubberproductie kon van goed weer profiteren, maar is na negen maanden 8,9 procent kleiner dan in dezelfde periode van 2019. Dat is vooral aan een schimmel te wijten.

De theeproductie op het eiland Java doet het goed en ligt na negen maanden 13,5 procent voor op die van vorig jaar. De productie van bananen in Ivoorkust blijft min of meer stabiel.

Al 94 procent verkocht

Wat de prijzen betreft, is de trend alleen voor palmolie positief. De vraag naar palmolie bleef sterk, zodat de palmolieprijs tot boven 700 dollar per ton herstelde. ‘De uitvoer is fenomenaal geweest en zal naar verwachting solide blijven omdat de importerende landen nog steeds in een herbevoorradingsfase zitten’, staat in het persbericht.

Sipef heeft daarvan gebruikgemaakt om al 94 procent van zijn verwachte palmolieproductie te verkopen aan een gemiddelde prijs van 703 dollar per ton.

De prijzen van rubber, thee en bananen waren in het derde kwartaal iets lager dan vorig jaar. Voor rubber is er wat herstel, maar de theeprijzen staan zwaar onder druk.

Weer winst

Op basis van de verkoop van de palmolie - veruit de belangrijkste teelt van het bedrijf - en van de recente marktomstandigheden zegt Sipef in 2020 opnieuw winst te verwachten. Het plantagebedrijf geeft nu ook een orde van grootte: een ‘recurrent geconsolideerd resultaat na belastingen’ tussen 10 en 15 miljoen dollar.

'Het gaat op alle vlakken redelijk goed', zegt CEO François Van Hoydonck. 'Het enige negatieve is dat rubber en thee momenteel negatief bijdragen aan de resultaten.' Voor rubber heeft dat met de combinatie van een lagere productie en zwakke prijzen te maken; voor thee is het een puur prijsprobleem. De thee die Sipef produceert, wordt verhandeld op de veiling van Mombasa. Vermits Kenia momenteel zowat 30 procent meer thee produceert dan een jaar geleden, staan de prijzen er onder druk.

Dat de winstverwachting wat aan de lage kant is - normaal zou je tussen 20 en 30 miljoen dollar verwachten - komt ook door de exporttaks die Indonesië heft op palmolie. Per ton bedraagt die nu 58 dollar. 'Dat vreet in op onze resultaten', aldus Van Hoydonck. De opbrengst van de exporttaks gebruikt Indonesië om het B30-biodieselmandaat (waarbij 30 procent biodiesel wordt bijgemengd in diesel) deels te financieren.

Rubberplantages worden omgevormd

Voor rubber zijn de vooruitzichten niet zo goed. Uit onderzoek blijkt dat er de komende vijf jaar een structureel overaanbod zal zijn in verhouding tot de vraag. Sipef heeft daarom beslist om een groot deel van zijn rubberplantages om te vormen tot oliepalmplantages, tenminste waar dat mogelijk is. 'Twee van onze drie rubberplantages worden systematisch omgevormd naar palmolie. Voor de derde is dat door omstandigheden niet mogelijk', licht Van Hoydonck toe. Het is niet uitgesloten dat die laatste plantage mettertijd wordt verkocht.

Palmolie is meer dan ooit de core business van Sipef en de conversie van de rubberplantages sluit daar bij aan. Ook thee is trouwens een niet-kernactiviteit. Thee blijft voorlopig in de portefeuille, maar mocht er een goed bod komen, kan de teelt de deur uitgaan.

Corona

Sipef stipt nog aan dat de coronapandemie geen belangrijke negatieve financiële impact op zijn operationele activiteiten heeft. Het enige grote minpunt was een plotse sterke daling van de palmolieprijs in het tweede kwartaal. ‘Toch blijft het op humanitair vlak een hele uitdaging om de zeer talrijke personeelsleden en hun familieleden zo goed mogelijk tegen besmetting te beschermen’, benadrukt de groep.

Sipef heeft bijna 22.000 mensen in dienst en probeert die zo goed mogelijk te beschermen tegen corona. In landen waar de geneeskundige zorgen heel beperkt zijn, is dat meer dan nodig. 'Eens mensen corona hebben, is de behandeling in lokale ziekenhuizen zeer moeilijk', vertelt Van Hoydonck.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud