Belgische staalsector blij met CO2-taks voor staalimport

©Jonas Lampens

Een milieutaks op staal van buiten de EU moet het concurrentienadeel voor Belgische en Europese staalfabrieken wegwerken.

Een van de maatregelen binnen de nieuwe Europese meerjarenbegroting is de invoering van een koolstoftaks op geïmporteerd staal. Zo’n taks moet er uiterlijk in 2023 zijn en wordt alvast warm onthaald door de Belgische staalindustrie.

‘We zijn al langer vragende partij voor een gelijk speelveld’, zegt Philippe Coigné, directeur van Steelbel, dat de belangen van de Belgische staalproducenten verdedigt.

Staalfabrieken in België en Europa moeten CO2-emissierechten opkopen om het milieueffect van hun productie te compenseren. Voor staal dat geïmporteerd wordt van buiten de EU gelden evenwel geen milieunormen. Dat is een grote meerkost en een concurrentieel nadeel voor de lokale industrie.

Turkije en Rusland

‘Vooral de twee laatste jaren is het probleem aan de oppervlakte gekomen, door de toename van de kosten voor de CO2-certificaten’, klinkt het. De prijs steeg van 5 naar zowat 30 euro per ton uitgestoten CO2, wat neerkomt op 50 euro per ton staal dat van de band rolt. ‘Het komt neer op 8 procent van de verkoopprijs. Dat is veel’, zegt Coigné.

Het resultaat is dat de import de voorbije jaren gestegen is. Voor elke 4 ton staal die in Europa wordt verbruikt, komt een ton van buiten de EU, met Turkije, Rusland, China en Zuid-Korea op kop.

Een koolstoftaks op import zou niet alleen goed zijn voor de werkgelegenheid in Europa, maar ook voor het klimaat. Het idee is dat de productie door de koolstoftaks opnieuw zou verschuiven naar bijvoorbeeld Belgische staalfabrieken waarvan de voetafdruk volgens Steelbel een derde is van het wereldwijd gemiddelde.

Hoe die milieutaks op staalimport er precies zal uitzien, moet nog uitgewerkt worden. De Belgische staalindustrie, met bedrijven als Aperam, ArcelorMittal en NLMK, biedt werk aan meer dan 10.000 mensen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud