‘Ik los graag problemen op. Bij Agfa zit ik dus goed'

Christian Reinaudo: 'In mijn job ben ik heel rationeel maar op persoonlijk vlak heel emotioneel.' ©Wim Kempenaers

Agfa-Gevaert verkoopt zijn kroonjuweel. Met het geld wil topman Christian Reinaudo het bedrijf - ooit bekend als ‘het ministerie van de film’ - weer op het groeipad krijgen. De kosten moeten 10 procent omlaag. ‘Ik vertrek niet voor alles is uitgeklaard’, zegt hij.

De Fransman Christian Reinaudo werkt zich al twaalf jaar uit de naad om het zwoegende Agfa - ooit wereldvermaard voor zijn filmrolletjes - terug op het goede spoor te krijgen. Het 152 jaar oude beeldvormingsbedrijf is nog altijd een multinational met 2,2 miljard euro omzet en 10.000 werknemers en staat technologisch aan de top. Het levert software aan een op de twee ziekenhuizen wereldwijd. Ook een op de twee drukkerijen ter wereld koopt drukplaten van Agfa.

Toch draait het niet zoals het moet. De vroegere Bayer-dochter torst 1 miljard euro pensioenlasten, heeft onvoldoende geld om te investeren en moet constant bijsturen en herstructureren. Deze week besliste het om zijn IT-oplossingen voor ziekenhuizen in de etalage te zetten om zo de andere divisies te doen groeien - een optie die tien jaar geleden ook op tafel lag. Agfa verkoopt zijn kroonjuweel, is te horen, zijn ‘Eden Hazard’.

Vrijdag kreeg Agfa ook een nieuwe voorzitter, Klaus Röhrig. De Duitser is de topman van de aandeelhoudersactivist Active Ownership Capital (AOC). AOC, dat op korte tijd een belang van 13,4 procent in Agfa opbouwde, is in onze contreien weinig bekend, maar in Duitsland drukte het behoorlijk zijn stempel op de beurs. Na zijn intrede bij de farmagroep Stada drie jaar geleden duwde Röhrig de CEO naar de uitgang. Dat maakte de weg vrij voor een overname door de private-equityspelers Bain Capital en Cinven. Het resultaat was een beurskoers die in enkele maanden tijd ruim verdriedubbelde.

Wat Active Ownership van plan is bij Agfa blijft koffiedik kijken. Röhrig geeft niet thuis voor een interview en laat de honneurs aan Reinaudo. Die ziet geen graten in zijn ‘nieuwe schoonmoeder’.

Vreest u niet ook de laan uitgestuurd te worden? 

Christian Reinaudo: ‘Nee. Röhrig en AOC hebben dezelfde doelstellingen voor ogen als het management. Ze weten dat het bedrijf cash nodig heeft om te groeien en staan volledig achter het plan om de IT-afdeling te verkopen’.

Waarom verkoopt u uw kroonjuweel en niet uw slabakkende grafische poot?

Reinaudo: ‘Het zou veel minder cash opleveren. En als de helft van de groep, naar omzet, de deur uitgaat, blijf je achter met een structuur die een heel zware reorganisatie verreist.’

U laat uw Eden Hazard gaan.

We moeten weten wat we willen doen, anders gaat het geld naar aandeelhouders en pensioenfondsen en dan zijn we terug bij af.

Reinaudo: ‘Ik verkoop Eden Hazard, maar ik kan Karim Benzema (Franse topspits van Real Madrid, red.) kopen.’ (lacht) Het is een geldige vraag. We moet nagaan over wat we met de opbrengsten doen. En we moeten de aandeelhouders ervan overtuigen dat we business kunnen herontwikkelen die de komende drie tot vijf jaar evenveel waarde zal opleveren als de business die we nu verkopen.’

Hoe gaat u dat doen?

Reinaudo: ‘Voor onze drukplaten zijn we in zee gegaan met Lucky, met 40 procent marktaandeel China’s grootste fabrikant van drukplaten. Lucky’s veel goedkopere productiecapaciteit is nodig om de groei in China en andere groeilanden - waar de prijzen lager liggen - te halen.’

‘Ook voor Imaging IT, systemen die ziekenhuizen gebruiken om medische beelden op te slaan en te delen, is het pad duidelijk. We hebben het product, we weten wat we moeten doen: groeien. De curve gaat de juiste richting uit.’

‘Voor de radiologiesystemen, grootformaatprinters (inktjet) en de chemiegerelateerde activiteiten zijn we er nog niet uit. In radiologie onderzoeken we of we organisch rendabel kunnen worden. Als dat niet lukt, gaan we voor een partner, overname of verkoop. Bij inktjet en chemie moeten we misschien herstructureren, maar ik verwacht daar eerder te groeien.’

Hoeveel hoopt u binnen te rijven voor de IT-afdeling? Analisten mikken op 450 tot 500 miljoen euro.

Reinaudo: ‘Ik wil daar niet op ingaan.’

Zijn er veel kandidaten?

Reinaudo: ‘Ik weet het niet. Zeker meer dan één, en ik neem aan dat er een biedstrijd komt. Het gebeurt zelden dat in Europa een winstgevend IT-bedrijf in de gezondheidssector te koop staat. De verkoop start na de zomer.’

Wat gaat u met het geld doen?

Reinaudo: ‘Er zijn drie stakeholders die geld willen. De aandeelhouders, het bedrijf en de pensioenfondsen. Ik ga ervan uit dat de aandeelhouders een dividend willen nadat ze het 13 met niets hebben moeten stellen. Voor alle duidelijkheid: we discussiëren nog met niemand. Ik anticipeer alleen. Ik ben de CEO. Na de verkoop van de IT-afdeling moet het bedrijf opnieuw een groeipad vinden. Ik push mijn teams fors. ‘Als je niet duidelijk aan de raad van bestuur zegt wat jullie groeiplannen zijn, dan hebben jullie een probleem. Dan zal je geen geld krijgen’, zeg ik. Tegen eind dit jaar willen we duidelijkheid. Dan zullen we kijken wie geld krijgt.’

Is de IT de enige afdeling die de deur uitgaat?

Reinaudo: ‘Misschien verkopen we nog andere activiteiten. Maar we kunnen ook overnames doen. Kijk, ik wil Agfa doen groeien. Ik ben 65. Dat betekent dat ik op een dag zal verdwijnen.’

Wanneer stapt u op?

Reinaudo: ‘De dag dat ik Agfa verlaat, wil ik duidelijkheid over wat het bedrijf moet doen. Ik wil zeker zijn dat mijn opvolger een plan krijgt dat realistisch en uitvoerbaar is.’

Betekent dat dat u het bedrijf na de verkoop van IT verlaat? Dat u het plan niet meer uitvoert?

Reinaudo: ‘Begin volgend jaar is er duidelijkheid. Bij Alcatel maakte ik mee dat het team de boot verliet voor de herstructurering klaar was. Dat wil ik hier niet. Er moet een duidelijk pad zijn voor alle divisies voor ik het bedrijf verlaat. We moeten weten wat we willen doen, anders gaat het geld naar aandeelhouders en pensioenfondsen en dan zijn we terug bij af. Het bedrijf heeft opnieuw cash nodig.’

We moeten weten wat we willen doen, anders gaat het geld naar aandeelhouders en pensioenfondsen en dan zijn we terug bij af.

Komen er nog herstructureringen?

Reinaudo: ‘Er bestaat geen plan om plots pakweg 300 mensen te ontslaan. Maar onze kosten moeten wel 10 procent omlaag. Dat betekent niet dat we 10 procent gaan besparen op mensen. Ik bereid niets voor. We kijken naar onze kosten zoals we naar klantencontracten kijken. We zijn niet bezig met om de zoveel tijd mensen te ontslaan, om zo onder de radar van de wet-Renault te blijven, zoals de bonden zouden kunnen beweren. Maar in activiteiten die niet groeien gaan we geen mensen houden.’

Hoe frustrerend is de pensioenlast van 1 miljard euro?

Reinaudo: ‘Elk jaar moet ik 80 miljoen euro op tafel leggen voor mensen voor wie mijn voorgangers hun job beter hadden kunnen doen. Dat is frustrerend. Dat is de helft van onze operationele cashflow. We hopen op een dag onze pensioenlasten te kunnen verkopen aan een pensioenverzekeraar. Maar dat kan nog tien jaar duren. Nu is de premie nog te hoog.’

'We moeten meer naar een marketingcultuur gaan en onze ogen openen voor de technologieën van de toekomst.' ©Wim Kempenaers

We hebben te veel managers, zegt KBC-topman Johan Thijs. Is dat bij Agfa ook zo? De bonden zeggen van wel.

Reinaudo: ‘Wat bedoelt u met te veel managers? Wat is een manager? We moeten een vlakkere structuur hebben. We hebben ook al lagen weggesnoeid. We werken nu aan onze bedrijfscultuur. Agfa is altijd heel resultaatgedreven geweest. Maar soms duurt het te lang voor we iets uitvoeren. Dat is het verschil met China. Daar duurt het lang voor een beslissing wordt genomen, maar als ze er is, wordt ze meteen uitgevoerd. Bij Agfa is het soms te elastisch.’

‘We moeten meer openstaan voor de buitenwereld. In de afdeling engineering heeft te lang het gevoel geleefd: als het hier niet is uitgevonden, is het niet goed. Daar moeten we vanaf. We moeten meer naar een marketingcultuur gaan. We moeten onze ogen openen voor de technologieën van de toekomst, zoals datamining en artificiële intelligentie, en de impact ervan op ons bedrijf.’

Hebben jullie te veel ingenieurs en te weinig softwareontwikkelaars?

Reinaudo: ‘Ik denk het niet. Maar misschien staan onze ingenieurs onvoldoende open voor externe ideeën en partnerschappen.’

U wilt Agfa pas verlaten als het in ‘good shape’ is. Blijft u dan in België?

Reinaudo: ‘Ik zit nog in raden van bestuur in België (onder andere bij het biotechbedrijf Biocartis, red.) en hoop in het bestuur van Agfa te blijven. Zal ik hier blijven wonen met mijn vrouw? Dat weet ik niet. Als ik ergens naar toe ga, zal het Frankrijk zijn. Maar ik hou van het leven hier.’

‘Ik hou van de manier waarop de mensen hier met elkaar omgaan. En met ‘hier’ bedoel ik Antwerpen. Niet Brussel. Daar heb ik soms hetzelfde gevoel als dat van de Fransman die van de Provence naar Parijs trekt. Er is een zekere ‘elite entre soi’. Ik haat dat. Daarom ben ik hier heel gelukkig. Ik ben hier anoniem. Ik vind de manier waarop mensen hier de zebrapaden oversteken en de regels respecteren aangenaam. Dat is niet overal zo in het land waar ik vandaan kom. Ik hou ook van de Belgische keuken.’

‘Anderzijds versta ik de taal niet voldoende en moet ik moeite doen om de kranten te lezen. Ik verlies een deel van de context. Professioneel is dat te overleven. Maar als je in een land wil blijven als je met pensioen bent, moet je deelnemen aan het dagelijkse leven, de taal en de moppen begrijpen, je moet naar een toneelstuk kunnen gaan, enzovoort. Dus we zien wel.’

U bent hier twaalf jaar. Hebt u nooit gedacht: nu is het genoeg, ik stop ermee?

Als Macron faalt en Marine Le Pen in 2022 president wordt, vraag ik de Belgische nationaliteit aan.

Reinaudo: ‘Nooit. Om verschillende redenen. Ik hou van de uitdaging en op dat vlak ben ik bij Agfa heel goed bediend (lacht). Aan mensen die beweren dat ik te veel word betaald, moet je bewijzen dat je een job doet die niet iedereen kan. Het klinkt een beetje onbescheiden, maar ik zit hier op de juiste plaats. Ik los graag problemen op, liever dan een bedrijf te runnen waarin alles vanzelf gaat. Dan zou ik het gevoel krijgen dat ik niet nuttig ben. Het is leuk om te kijken hoe ik de stukken van de puzzel bijeen kan leggen, hoe ik daar mensen bij kan betrekken. Het is bijna een hobby.’

‘De tweede reden is dat ik onmogelijk voor een bedrijf zou kunnen werken als ik er niet emotioneel bij betrokken ben. In mijn job ben ik heel rationeel maar op persoonlijk vlak heel emotioneel. Toen ik bij Alcatel wegging, dacht ik dat ik nooit nog verliefd zou zijn op een bedrijf. Maar na twee jaar had ik een klik met Agfa. Ik begon te houden van de oude geschiedenis van het bedrijf, van de werknemers die kwamen klagen dat het vroeger beter was, van de vele jonge dynamische mensen. Ik hou ook van de vrijheid die ik van de raad van bestuur kreeg. Er is een goede mayonaise. Dat maakt me gelukkig.’

Volgt u de Belgische verkiezingscampagne?

Reinaudo: ‘Natuurlijk. Zeker nu mijn goede vriend Christian Leysen zich voor Open VLD kandidaat heeft gesteld voor een zetel in het parlement. Ik stel wel vast dat ik soms niet dezelfde meningen heb in België als in Frankrijk. In Frankrijk ken ik de subtiliteiten van de taal. Hier ben ik meer vergevingsgezind voor andere opinies.’

‘Het mooie van de Belgische politiek is dat je nooit weet met wie je gaat samenwerken in de volgende regering. Daardoor ligt er meer nadruk op de inhoud dan op het format. In Frankrijk is het meer zoals in VS en het Verenigd Koninkrijk. Er is een winnaar en daartegenover staat de oppositie die wacht om daarna compleet het tegenoverstelde te doen. Het klopt wel dat er nu meer populisme is. In sommige dingen is België meer pragmatisch dan dogmatisch, zoals in het homohuwelijk.’

‘Of dat allemaal voldoende is om hier te blijven weet ik niet. Waarschijnlijk niet. Als Frankrijk voetbalt tegen België, supporter ik voor Frankrijk. Pas als de Fransen eruit liggen, ben ik fan van de Rode Duivels.’

Wat vindt u van de acties van de gele hesjes?

Reinaudo: ‘Het is logisch dat mensen die werken meer loon willen om op een fatsoenlijke manier te kunnen leven. Ik hou echter niet van de manier waarop ze hun ongenoegen uiten. Ze mogen niet in alle richtingen schieten om geld te krijgen.’

‘Hun argument dat Frankrijk plots 1 miljard euro vindt om de Notre Dame te restaureren en niet voor hen, is verkeerd! (klopt op tafel) President Emmanuel Macron heeft sinds december 17 miljard gespendeerd om hun problemen te helpen oplossen.’

‘Maar ik heb wel een basissympathie voor hun problemen. We evolueren naar een maatschappij waar te weinig mensen te veel geld naar zich toe trekken. Ik heb het niet over mensen die werken en veel worden betaald, zoals ik. Noch over investeerders die bedrijven helpen voor een goede reden. Maar over mensen die geld uit de economie zuigen. Gokkers, shorters. Speculatie voor de speculatie. Dat moet stoppen. We recycleren niet genoeg kapitaal in de economie om die te helpen ontwikkelen.’

Zal Macron slagen en Frankrijk er weer bovenop te krijgen?

Reinaudo: ‘Ik hoop het. Hij staat voor een goed evenwicht tussen het liberalisme en een sociale politiek. Als hij faalt, weet ik niet wat met Frankrijk zal gebeuren in 2022. Als het (de extreemrechtse uitdager van Macron, red.) Marine Le Pen wordt, kom ik terug. Dan vraag ik de Belgische nationaliteit aan. Dan word ik Belg!’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect