Jan de Nul bouwt broertje voor reusachtig schip

Het nieuwe windturbineschip Les Alizés

De baggeraar laat in China een tweede schip bouwen om de grootste offshore windmolens ter wereld te installeren. Het gevaarte kost meer dan 200 miljoen.

Op de nieuwe buitengaatse windparken worden alsmaar grotere windmolens geplaatst. De nieuwste generatie windturbines zijn tot 270 m hoog, hebben wieken tot 120 m lang en rusten op funderingen tot soms 2.500 ton. De huidige installatieschepen hebben de grootste moeite om zulke hoge molens en hun funderingen naar hun installatiepunt op zee te vervoeren en daar te installeren. Als het lukt, moeten ze vaak ettelijke keren met verschillende stukken heen en weer varen, wat tijdverlies, extra werk, extra brandstof en meer belasting voor het milieu betekent.

Om de installatie van de grootste windturbines ter wereld efficiënter en goedkoper te laten verlopen investeert Jan De Nul fors in nieuwe, veel grotere installatieschepen. Begin dit jaar bestelde het in China de Voltaire, het grootste schip ter wereld voor de installatie van windmolens op zee. Dat 169 m lange en 60 m brede schip is met een uitgestrekte kraan en zijn vier gigantische ankerpalen op maximale diepte even hoog is als de Eiffeltoren. De Voltaire kan windturbines verankeren tot 80 m diep.

Neusje van de zalm

Dinsdag maakte de baggeraar uit Aalst bekend dat hij in China een 'broertje' heeft besteld voor de Voltaire. Het nieuwe Les Alizés - naar het Franse alizé, wat passaatwind betekent - is even groot, maar heeft in tegenstelling tot de Voltaire geen palen om zich boven het zeeoppervlakte te hijsen: het is een drijvend kraanschip. Dat heeft als voordeel dat het niet afhankelijk is van waterdieptes en van de toestand van de zeebodem en dus in diepere wateren en een moeilijkere ondergrond funderingen zal kunnen plaatsen.

Het 9.300 m2 grote schip heeft een draagvermogen van 61.000 ton en kan tot 5.000 ton heffen. De Voltaire en Les Alizés kunnen dankzij hun imposante kraan aan boord ook worden ingezet voor de ontmanteling van offshore olie- en gasplatforms. Ze komen beide in 2022 in de vaart.

Jan De Nul keek lang de kat uit de boom, maar investeerde de afgelopen jaren fors in grote installatieschepen voor windmolenparken. Eerder kocht het al een installatieschip van concurrent DEME, dat als baggeraar pionierde met zijn Belgisch C-Powerpark voor de Belgische kust, en van de Nederlandse rederij Vroon. De prijs van Les Alizés zou schommelen rond 250 miljoen euro. Jan De Nul wil geen precieze cijfers geven.

Jan De Nul sleepte dit jaar contracten in de wacht voor de bouw van drie windturbineparken in Taiwan en bouwt ook mee aan offshore windparken in België, het VK, Scandinavië en Duitsland. In 2023 start het met de bouw van windturbines op de Britse Dogger Bank, het grootste windmolenpark ter wereld. Voor die werken schakelt het de Voltaire in. Waar de Les Alizés naartoe gaat, is nog niet bekend.

Voor de financiering van beide mastodontschepen sloot de baggeraar uit Aalst een overeenkomst met vijf banken voor een groene lening. Volgens Jan De Nul zijn de schepen het neusje van de zalm op het vlak van milieu en zijn ze de eerste installatieschepen ter wereld met extreem lage emissie.

Het bedrijf boekte vorig jaar 1,7 miljard euro omzet en een brutobedrijfswinst van 277 miljoen euro. Het orderboekje schommelt rond 3,3 miljard euro. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud