Nederlandse scheepswerf inzet van hoog baggersteekspel

©Hollandse Hoogte / Peter Hilz

De Nederlandse scheepswerf IHC heeft dringend geld nodig. Als hij failliet gaat of in handen komt van de Chinese concurrentie, is dat slecht nieuws voor de Belgische baggeraars.

Twee Nederlandse en een Belgische baggeraar slaan de handen in elkaar om de Nederlandse scheepsbouwer Royal IHC, een van hun cruciale leveranciers, uit Chinese handen te houden. Ze voeren gesprekken om het noodlijdende Rotterdamse bedrijf te hulp te schieten, wat kan uitmonden in een overname. Dat vernamen De Tijd en Het Financieele Dagblad van meerdere bronnen.

Familiale dynastieën

Op de achtergrond van de manoeuvres rond Royal IHC zijn talrijke familiale dynastieën uit Nederland en België terug te vinden. Aan de ene kant bevindt zich de miljardair Cees de Bruin. Met zijn groep Indofin is hij actief in land- en mijnbouw, maar ook in de maritieme en de technologische sector. De Bruin is de hoofdaandeelhouder van Royal IHC.

Aan de overkant van de tafel zit de familie Van der Vorm, een van de rijkste families van Nederland, en haar investeringsmaatschappij HAL.  Die werd eind jaren 80 opgericht met de opbrengst van de verkoop van de rederij Holland-Amerika Lijn.

Ook achter Van Oord zitten ondernemersfamilies. De baggeraar wordt gecontroleerd door de familie Van Oord, maar ook de families Blokker, De Pont (investeringsmaatschappij Janivo) en Goddijn zijn aan boord. En de Belgische investeerder Cobepa, gecontroleerd door de familie de Spoelberch (AB InBev), bezit 11 procent van Van Oord.

Achter de Belgische baggeraar DEME en diens aandeelhouder CFE ten slotte zitten de afstammelingen van de families Ackermans en van Haaren. De familiale aandeelhouders van de holding zijn gegroepeerd in vijf grote takken achter het genoteerde AVH. 

MS

 

 

Royal IHC bouwt complexe hoogtechnologische schepen voor de baggersector. Het is daarin zelfs wereldmarktleider. Maar het bedrijf uit Kinderdijk zit in slechte papieren. In 2018 slikte het op een omzet van 942 miljoen euro een verlies van 80  miljoen. Ook in de eerste helft van 2019 schreef het rode cijfers.

De situatie werd zo nijpend dat het bedrijf vorige zomer een geldinjectie van 120 miljoen euro moest krijgen van zijn banken en aandeelhouders. IHC zit in de handen van de Nederlandse miljardair Cees de Bruin (67,8%), de investeerder Rabo Capital (10,9%) en zijn management en personeel (21,3%).

Sinds de zomer onderzoekt IHC verschillende opties om zijn kapitaal te versterken. Bronnen geven aan dat een Chinese partij interesse heeft in een overname van de scheepsbouwer. Maar dat zien Belgische en Nederlandse baggeraars liever niet gebeuren, want daarmee zouden de innovatieve technologie en de kennis van Royal IHC  in Chinese handen vallen. Dat zou de Chinezen in staat stellen geavanceerde baggerschepen te produceren en, nog meer dan enkel op prijs, de West-Europeanen te beconcurreren.

Dat leidde tot gesprekken tussen de investeerder HAL (hoofdaandeelhouder van de Nederlandse baggeraar Boskalis), de baggeraar Van Oord en de aandeelhouders van het Belgische DEME (de bouwgroep CFE  en de investeringsgroep Ackermans & van Haaren) om samen te werken. In welk stadium die gesprekken zitten, is onduidelijk. Volgens één bron zijn de drie van plan een bod uit te brengen op Royal IHC. Een andere bron stelt dat het nog niet zo’n vaart loopt. Dat DEME in het dossier opduikt, is niet verwonderlijk. Het is al jaren klant bij IHC en wil er zeker van zijn dat de schepen die gebouwd worden af geraken.

Geen commentaar

De woordvoerder van IHC wil enkel kwijt dat ‘met een consortium van bedrijven wordt gesproken’ over een versterking van het kapitaal.  

‘Het zou een heel slechte zaak zijn mocht de Nederlandse werf IHC kopje-onder gaan’, was gisteren bij de DEME te horen. Meer niet. De Belgische baggeraar wou geen verder commentaar geven.

Ook bij Ackermans & van Haaren houdt men de lippen op elkaar. Maar het is duidelijk dat ook de beursgenoteerde investeringsmaatschappij niet wil dat IHC kapseist of, erger nog, in handen komt van Chinese spelers als de overheidsmastodont CCCC, die met Chec de grootste baggeraar ter wereld in zijn rangen heeft.

Als een Chinese speler IHC koopt, krijgt die alle knowhow van zijn Europese concurrenten in handen.

Chec duikt de jongste jaren steeds meer op bij grote aanbestedingen buiten China en dient als overheidsbedrijf constant spotgoedkope prijzen in. Voor DEME, Van Oord, Boskalis en Jan De Nul - de Europeanen die de vrije baggermarkt domineren, in China mogen ze niet binnen - is het meestal onmogelijk onder die prijzen te werken.

Chec vormt al een tijdje een bedreiging voor die vier spelers die de markt overal ter wereld meestal netjes onder elkaar proberen te verdelen. Ze zijn bikkelharde concurrenten, maar als het moet, werken ze samen in tijdelijke verenigingen of in onderaanneming voor elkaar. Dat gebeurde voor de megawerken in het Suezkanaal, maar ook op andere internationale werven. Jan De Nul kocht enkele jaren geleden zelfs een gigantisch schip voor de plaatsing van windmolens van ‘aartsvijand’ DEME. Nooit eerder gebeurd, maar de strijd tegen de Chinezen heeft soms voorrang.

Tien jaar geleden werd de technologie van de Chinese baggeraar nog afgedaan als ‘niet competitief’ en ‘ondermaats’, en dat klopte toen meestal wel. Maar de Chinezen leren snel en de vier Europeanen begrijpen maar al te goed dat ze enkel met innovatie en nieuwe technologie voorop kunnen blijven. Daar zetten ze dan ook volop op in, met miljardeninvesteringen.

Dat DEME de adem inhoudt als het wankele IHC ter sprake komt, is niet verwonderlijk. Stel u voor dat de Nederlandse werf in handen komt van een Chinese groep als CCCC. Dan krijgt die alle laatste technologische snufjes en alle knowhow van zijn Europese concurrenten in handen. Want ook de andere baggeraars zijn er kind aan huis.

DEME heeft vijf schepen in aanbouw bij IHC, twee in Nederland en drie in Indonesië. Allemaal zitten ze boordevol innovatie. De Spartacus, die straks in de vaart komt, is de grootste cutterzuiger van de wereld - een cutter splijt onder meer rotsen. Hij heeft een eigen workshop aan boord voor reparaties en is voorzien van uitgebreide accommodaties voor het personeel. Daardoor kan het schip werken op heel afgelegen locaties en moet het niet elke keer over en weer naar het vasteland. Een serieuze kostenbesparing.

De drie baggeraars die de handen in elkaar slaan en hun aandeelhouders

Boskalis

HAL (Nl.) 40,3%

Beurs 59,7%

Van Oord

Familie Van Oord (Nl.) 78,5%

ConsOord (Nl.) 10,75%

Cobepa (B.) 10,75%

DEME (via CFE)

Ackermans & v. Haaren (B.) 60,8%

Vinci (Fr.) 12,1%

Beurs 17,1%

Het doelwit Royal IHC

Miljardair Cees De Bruyn (72%)

Rabo Capital (11%)

Management en personeel (17%)

Omzet (2018): 942 miljoen euro

Brutobedrijfsresultaat (ebitda): -41 miljoen euro

Nettoresultaat: -81 miljoen euro

Aantal werknemers: 3.314

De Meuse River van DEME is dan weer ontworpen om op vloeibaar aardgas (lng) te werken, zodat hij kan baggeren op plaatsen met strenge klimaateisen. Het is een exacte kopie van een vorig schip dat veel succes heeft. Baggerklanten houden steeds meer rekening met het milieu. Met de River Thames krijgt DEME ook een kleine sleephopper - voor het verslepen van zand - in huis die in ondiepe wateren en langs kusten kan werken. Ook dat is een nieuwe markt.

Neusje van de zalm

Technologisch zijn ze allemaal het neusje van de zalm, intern ontworpen, vaak in samenwerking met externe engineeringbureaus en specialisten van de scheepswerf IHC, die in Indonesië ook nog twee splijtbakken voor DEME bouwt die gebruikt worden voor het verplaatsen van baggerspecie.

IHC is bovendien de enige scheepswerf voor baggerschepen in de Lage Landen en een van de weinige overblijvende werven in West-Europa. Als die failliet gaat, moeten de Europese baggeraars voor het gros van hun grote schepen naar Azië, waar al veel Belgische baggerschepen van stapel lopen. DEME bouwt er net als Jan De Nul een van de grootste offshoreschepen voor de installatie van de grootste windmolens op zee. Het zijn mastodonten van meer dan 200 miljoen euro. Ook die zitten vol Belgische knowhow.

Veel andere keuze hebben de Europese baggeraars niet, want enkel China heeft er de gepaste werven voor. ‘Je kan niets tegen de Chinese invasie doen’, vertelde Jan De Nul drie jaar geleden aan De Tijd. ‘Je vecht tegen een natie met verschrikkelijk veel geld. Je kan alleen hopen dat die Chinese staatsbedrijven plots winst moeten maken. Of dat wij in China mogen baggeren.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect