opinie

2050 lijkt veraf, maar de financiering van duurzaam wonen en rijden begint nu

Gedelegeerd bestuurder Embuild, CEO FEBIAC, voorzitter Febelfin en voorzitter Beroepsvereniging van het krediet (BVK)

De overheid moet de consument meer bewustmaken, zodat hij milieuvriendelijke investeringen niet uitstelt. Duidelijkheid over het kostenplaatje is daarbij essentieel.

Tegen 2050 willen we met onze maatschappij evolueren naar een netto-nuluitstoot van broeikasgassen. Dat stelt ons voor een immense uitdaging op vlak van wonen en mobiliteit. Om die doelstelling te halen moeten alle Belgische woningen energiezuinig zijn, dat wil zeggen: het energieprestatielabel A halen. Minder dan 10 procent voldoet al aan die norm. Voor onze mobiliteit moeten we volledig overstappen op zero-emissiewagens.

Dat gaat gepaard met heel wat nieuw beleid om alle Belgen ertoe aan te zetten of te verplichten duurzame keuzes te maken. Daar moeten alle nog te vormen regeringen prioritair werk van maken.

Advertentie
  • De auteurs
    Niko Demeester is gedelegeerd bestuurder van Embuild. Frank Van Gool is CEO van Febiac. Michael Anseeuw is voorzitter van Febelfin. Bart Vervenne is voorzitter van de Beroepsvereniging van het Krediet (BVK).
  • De kwestie
    Om te evolueren naar een nuluitstoot van broeikasgassen zijn veel investeringen nodig voor wonen en mobiliteit.
  • De conclusie
    De overheid moet de consument meer bewustmaken, zodat hij milieuvriendelijke investeringen niet uitstelt.

In Vlaanderen geldt sinds vorig jaar een renovatieverplichting bij de aankoop van een woning met een slechte energieprestatie. Vanaf 2030 komt er ook een algemeen minimaal energieprestatielabel, dat geleidelijk strenger wordt. Wallonië en Brussel werken aan een gelijkaardig kader. Om het wagenpark te vergroenen, kunnen vanaf 2026 alleen emissievrije bedrijfswagens van een fiscaal vriendelijk regime genieten en vanaf 2035 mogen alleen nieuwe zero-emissievoertuigen verkocht worden.

Houvast bieden

Dat is een noodzakelijke aanpak, maar kan alleen effectief zijn als het omkaderende beleid voldoende zekerheid biedt. Het gaat om regels die de Belg in de portefeuille raken, en dus heel wat investeringen vergen. Om de sectoren en de consumenten houvast te bieden, vragen wij van de toekomstige federale en regionale beleidsvoerders een consequente uitvoering van de genomen beslissingen, volgens het schema dat Europa voorschrijft. Niet sneller maar ook niet trager.

Op het vlak van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen werden in Vlaanderen en Brussel al goede initiatieven genomen. Wallonië moet op korte termijn een tandje bijsteken. Een volgehouden inspanning is broodnodig.

Advertentie

Uiteindelijk is het de consument die beslist een milieuvriendelijke auto aan te kopen of een energetische renovatie door te voeren. Op dit moment ontbreekt de urgentie om dat te doen.

Het renovatiebeleid staat of valt dan weer met betrouwbare energieprestatiecertificaten (epc's). Het systeem is aan een opknapbeurt toe. Epc-labels moeten het reële energieverbruik van een woning in aanmerking nemen, en is er nood aan meer controles op de correcte toekenning van de labels.

We mogen vooral niet uit het oog verliezen dat het uiteindelijk de consument is die beslist een milieuvriendelijke auto aan te kopen of een energetische renovatie door te voeren. Op dit moment ontbreekt de urgentie om dat te doen. Tot 2050 moet elk jaar zo’n 3 procent van het totale woningpark energiezuiniger gemaakt worden om de doelstelling te halen, maar we halen amper 1 procent per jaar. Ook de verkoop van elektrische voertuigen heeft een stevige boost nodig om op snelheid te komen.

Duidelijkheid

We roepen de overheid op meer in te zetten op bewustmaking om niet langer te wachten met de nodige milieuvriendelijke investeringen. Duidelijkheid over het kostenplaatje is daarbij essentieel. Het terugverdieneffect van energetische woningrenovatie is groter dan louter de uitgespaarde energiekosten. Een energiezuinige woning behoudt haar waarde, terwijl niet-energie-efficiënte woningen snel in waarde dalen.

Ook voor de elektrische auto’s zetten consumenten makkelijker de stap als het totale kostenplaatje, inclusief fiscale aspecten en oplaadkosten, duidelijk is. Er is nog werk aan de winkel en we willen daar als sectoren samen met de overheid onze schouders onder zetten.

Bewustmaking gaat ook over de financieringsmogelijkheden om die duurzame investeringen te realiseren. De investeringskosten voor de vergroening van het Belgische personenwagenpark lopen op tot 200 miljard euro. De totale investering voor Belgische gezinnen om de doelstelling van 2050 voor energetische woningrenovatie te halen, wordt zelfs geraamd op 400 miljard euro.

Financieringskloof

Het consumentenkrediet kan een cruciale rol spelen om die financieringskloof te overbruggen. Naast de aankoop van een schone wagen kan consumentenkrediet worden gebruikt voor investeringen in zonnepanelen, warmtepompen en andere energetische ingrepen zoals isolatie. Uit cijfers van het eerste kwartaal 2024 blijkt evenwel dat het aantal consumentenkredieten toegekend voor energetische woningrenovaties met 51 procent is afgenomen. Het consumentenkrediet voor de aankoop van een nieuwe auto neemt slechts licht toe, met zo’n 2,7 procent. Die trend is ronduit zorgwekkend met het oog op de klimaatdoelstellingen.  

2050 lijkt nog veraf, maar voor een succesvolle transitie is een duidelijk, geleidelijk en stabiel pad cruciaal. Het is daarom van vitaal belang dat de toekomstige regeringen alle beschikbare middelen voor bewustwording en financiering vanaf nu inzetten om de doelstellingen te behalen. Er valt geen tijd meer te verliezen.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.